
Ska
🎺 Ska – de vrolijke voorloper van reggae
Ska is een muziekgenre dat eind jaren 1950 en begin jaren 1960 op Jamaica ontstond. Het is een energieke, dansbare muziekstijl met een sterk ritme, blazers en vaak een opvallende gitaar die de tegenmaat speelt.
Ska is belangrijk in de muziekgeschiedenis omdat het een directe voorloper werd van rocksteady en reggae.
🇯🇲 Het ontstaan
In de jaren vijftig luisterden Jamaicanen naar Amerikaanse rhythm-and-blues, jazz en boogie-woogie. Jamaicaanse muzikanten begonnen deze invloeden te combineren met lokale stijlen zoals mento en calypso.
Daaruit ontstond ska.
Een typisch ska-ritme heeft de nadruk op de offbeat. De gitaar of piano speelt bijvoorbeeld de akkoorden tussen de tellen door:
1 – & – 2 – & – 3 – & – 4 – &
De gitaar benadrukt vooral de &. Dat geeft ska zijn typische springende en voortstuwende karakter.
🎷 De blazers
Een van de herkenbaarste kenmerken van ska zijn de blazers:
trompet
trombone
saxofoon
Ze spelen korte, krachtige riffs en melodieën. Daardoor klinkt vroege ska vaak uitbundig en feestelijk.
Een belangrijke band was The Skatalites, een groep die een enorme invloed had op de ontwikkeling van ska, rocksteady en reggae.
⭐ Belangrijke ska-artiesten
Onder andere deze artiesten en groepen zijn belangrijk:
The Skatalites
Prince Buster
Desmond Dekker
Laurel Aitken
Derrick Morgan
The Maytals
The Pioneers
Toots & the Maytals
Don Drummond
Roland Alphonso
The Ethiopians
Prince Buster was een van de belangrijkste figuren uit de vroege Jamaicaanse ska. Zijn platen hielpen de stijl populair te maken in Jamaica en later ook daarbuiten.
💿 Ska en de Britse muziekscene
In de jaren 1960 bereikte Jamaicaanse ska ook Groot-Brittannië. Vooral onder de Jamaicaanse gemeenschap werd de muziek populair.
Platenlabels zoals Island Records en Blue Beat speelden een belangrijke rol bij de verspreiding.
De term Blue Beat werd in Groot-Brittannië zelfs vaak gebruikt voor Jamaicaanse ska en aanverwante muziek.
🕺 Ska → rocksteady → reggae
De ontwikkeling kun je ongeveer zo zien:
Mento & R&B → Ska → Rocksteady → Reggae
Rond 1966 werd ska geleidelijk langzamer. De nadruk kwam meer op de bas en zang te liggen. Dit leidde tot rocksteady.
Daarna ontwikkelde zich eind jaren zestig de vroege reggae.
🇬🇧 De tweede ska-golf
Ska kreeg eind jaren 1970 en begin jaren 1980 een enorme opleving in Groot-Brittannië.
Deze beweging wordt vaak 2 Tone genoemd.
Belangrijke groepen waren:
The Specials
Madness
The Selecter
Bad Manners
The Beat
The Bodysnatchers
Deze muziek combineerde Jamaicaanse ska met punk, new wave en Britse pop.
🎶 Hoe herken je ska?
Als je voor de radio snel wilt uitleggen waar je naar luistert, kun je vooral letten op:
🥁 Ritme: energiek en springend
🎸 Gitaar: nadruk op de offbeat
🎷 Blazers: trompet, trombone en saxofoon
🎸 Bas: vaak zeer melodisch
🎤 Zang: van soulvol tot vrolijk en rauw
💃 Sfeer: dansbaar, vrolijk en energiek
The Skatalites
The Skatalites
The Skatalites behoren tot de allerbelangrijkste bands uit de geschiedenis van de Jamaicaanse muziek. Zonder The Skatalites zou ska waarschijnlijk heel anders hebben geklonken – en daarmee ook de latere rocksteady en reggae. De groep ontstond in Kingston, Jamaica, in 1964 uit een groep zeer ervaren studio- en jazzmuzikanten.
🇯🇲 De geboorte van de ska
Begin jaren zestig ontwikkelde zich op Jamaica een nieuw geluid waarin onder andere Amerikaanse rhythm & blues, jazz, mento en calypso samenkwamen. De muzikanten die later The Skatalites zouden vormen, waren al jaren actief in jazz- en hotelbands en in de Jamaicaanse studio's.
De bezetting was uitzonderlijk sterk. Belangrijke namen waren:
Tommy McCook – tenorsaxofoon en leider
Roland Alphonso – tenor- en altsaxofoon
Lester Sterling – altsaxofoon
Don Drummond – trombone
Johnny “Dizzy” Moore – trompet
Lloyd Knibb – drums
Lloyd Brevett – bas
Jackie Mittoo – piano en orgel
Jah Jerry Haynes – gitaar
Veel van deze muzikanten hadden een jazzachtergrond en enkele waren afkomstig van de beroemde Alpha Boys School in Kingston.
🎺 Het typische Skatalites-geluid
Wat The Skatalites zo bijzonder maakte, was de combinatie van een dansbare ska-beat met zeer veel jazz.
Je hoort vooral:
drums → stuwende, springende ska-ritmes
bas → lopende en melodische baslijnen
gitaar → korte ritmische aanslagen op de afterbeat
piano → ritmische accenten
blazers → krachtige melodieën, riffs en improvisaties
Daardoor klinkt vroege ska vaak veel instrumentaler en jazzyer dan de latere Britse ska.
De muziek van The Skatalites was eigenlijk een soort Jamaicaanse bigband-jazz op een dansbare beat.
🎵 Bekende nummers
Voor een uitzending over ska zijn dit uitstekende Skatalites-platen:
Guns of Navarone
Man in the Street
Eastern Standard Time
Phoenix City
Freedom Sounds
Confucius
Occupation
Ball of Fire
Addis Ababa
Yard Broom
“Guns of Navarone” is waarschijnlijk hun bekendste instrumentale nummer. Het werd bovendien internationaal een grote ska-klassieker.
🎤 The Skatalites als begeleidingsband
Een heel belangrijk onderdeel van hun geschiedenis is dat The Skatalites niet alleen eigen instrumentale muziek maakten.
Ze waren ook de huisband achter een enorm aantal Jamaicaanse zangers en groepen.
Ze begeleidden onder andere:
Bob Marley & The Wailers
Toots and the Maytals
Prince Buster
Alton Ellis
Ken Boothe
Doreen Shaffer
Ze waren vooral actief voor producenten als Clement “Coxsone” Dodd van Studio One en Duke Reid van Treasure Isle. Daardoor zijn hun muzikanten op veel meer platen te horen dan alleen de platen die officieel als “The Skatalites” werden uitgebracht.
💿 Studio One
De samenwerking met Coxsone Dodd was enorm belangrijk.
In 1964 verscheen het eerste album van The Skatalites op Studio One. In een zeer korte periode maakten ze honderden opnamen, zowel instrumentals als begeleidingen voor zangers.
Een grappig detail is dat muzikanten op veel Jamaicaanse singles uit die tijd helemaal niet als begeleidingsband werden vermeld. Daardoor is het soms moeilijk om precies vast te stellen op welke platen alle Skatalites-muzikanten hebben meegespeeld.
⚡ Een korte eerste periode
De klassieke bezetting heeft eigenlijk maar ongeveer anderhalf jaar als officiële band bestaan.
In 1965 viel de groep uiteen. De afzonderlijke muzikanten bleven echter zeer actief in de Jamaicaanse muziekwereld. Sommigen gingen verder als studiomuzikant, anderen begonnen nieuwe bands.
Daarmee verdwenen The Skatalites dus niet echt: hun muzikanten bleven overal op Jamaicaanse platen aanwezig.
🌴 Van ska naar rocksteady en reggae
The Skatalites vormden een belangrijke schakel tussen:
mento / R&B / jazz
↓
ska
↓
rocksteady
↓
reggae
De langzamere rocksteady ontwikkelde zich midden jaren zestig uit de ska. Vervolgens groeide daaruit de reggae die wereldwijd bekend zou worden.
Je kunt The Skatalites daarom zien als een van de fundamenten waarop de Jamaicaanse populaire muziek is gebouwd.
🇬🇧 Invloed op de Britse ska
Veel later kreeg hun muziek een tweede leven in Groot-Brittannië.
Tijdens de 2 Tone-ska-golf aan het einde van de jaren zeventig en begin jaren tachtig keken groepen als The Specials, Madness, The Selecter, The Beat en Bad Manners terug naar de oorspronkelijke Jamaicaanse ska.
Zo loopt er een mooie muzikale lijn:
The Skatalites → Jamaicaanse ska → Britse ska/2 Tone → moderne ska
🔄 De comeback
In 1983 kwamen verschillende oorspronkelijke leden opnieuw bij elkaar. Vanaf de tweede helft van de jaren tachtig ging de groep ook internationaal optreden. In 1989 toerden ze door de Verenigde Staten als supportact voor Bunny Wailer; in 1990 volgde hun eerste Amerikaanse headline-tour. Daarna gingen ze uitgebreid door Europa en de rest van de wereld touren.
De huidige groep bestaat uiteraard niet meer uit de oorspronkelijke volledige bezetting. Doreen Shaffer wordt door de band zelf genoemd als het laatste oorspronkelijke lid.
Kort samengevat: The Skatalites waren niet zomaar een ska-band. Ze waren een groep uitzonderlijke Jamaicaanse studiomuzikanten die in de jaren zestig het muzikale fundament van ska vormgaven en daarmee indirect ook de weg vrijmaakten voor rocksteady, reggae en de latere wereldwijde ska-beweging.


Prince Buster
Prince Buster – een pionier van de ska
Prince Buster, geboren als Cecil Bustamente Campbell (Kingston, Jamaica, 24 mei 1938 – Miami, 8 september 2016), was een Jamaicaanse zanger, songwriter en producer. Hij behoort tot de belangrijkste grondleggers van de ska en speelde ook een belangrijke rol in de ontwikkeling van rocksteady en vroege reggae.
🎺 Van sound system naar ska
Buster groeide op in Kingston, waar Amerikaanse rhythm-and-bluesplaten enorm populair waren. In de jaren vijftig werkte hij rond de sound-systemscene en kwam hij terecht bij Coxsone Dodd. Daar leerde hij niet alleen muziek kennen, maar ook hoe je platen selecteert, publiek aantrekt en een sound system runt.
Begin jaren zestig begon hij zijn eigen sound system:
The Voice of the People
Daarnaast richtte hij eigen platenlabels op en ging hij steeds meer zelf produceren en opnemen.
⭐ "Oh Carolina"
Een van zijn belangrijkste vroege producties was "Oh Carolina" van The Folkes Brothers. De opname maakte gebruik van drums van Rastafari-muzikanten rond Count Ossie en was bijzonder belangrijk voor de ontwikkeling van het vroege Jamaicaanse geluid.
Het nummer werd vervolgens in Groot-Brittannië uitgebracht via Blue Beat, een label dat in de jaren zestig een enorme rol speelde bij de verspreiding van Jamaicaanse muziek in Europa.
🎶 Zijn bekendste nummers
Prince Buster produceerde en zong enorm veel materiaal. Voor een ska-programma van Delfshavenradio zijn vooral deze nummers interessant:
Madness – 1963
Wash Wash – 1963
Al Capone – 1964
One Step Beyond – 1964
Judge Dread
Enjoy Yourself
Rough Rider
Cincinnati Kid
Dance Cleopatra
"Al Capone" werd uiteindelijk ook een Britse hit en bereikte de Top 20.
🇬🇧 Grote invloed op de Britse ska
Prince Buster werd vooral belangrijk voor de Britse ska- en modcultuur. Zijn platen op Blue Beat werden in de jaren zestig veel gedraaid in Britse clubs en werden onderdeel van de muziekcultuur rond mods en later skinheads.
Maar zijn grootste invloed kwam misschien pas ruim tien jaar later.
Eind jaren zeventig ontstond de Britse 2-Tone/Ska Revival. Bands als Madness, The Specials, The Beat, Bad Manners en The Selecter grepen terug op de Jamaicaanse ska uit de jaren zestig.
🎷 Prince Buster → Madness
Dit is een prachtig stukje muziekgeschiedenis:
De Britse band Madness ontleende haar naam aan het Prince Buster-nummer "Madness". Hun eerste single, "The Prince", was bovendien een eerbetoon aan Buster. Kort daarna brachten ze hun beroemde versie van "One Step Beyond" uit.
Ook The Specials namen materiaal en ideeën uit Busters repertoire over.
🥁 Zijn typische geluid
Wat Prince Buster zo herkenbaar maakt:
ska + Jamaicaanse ritmes + Amerikaanse R&B + blazers + sterke bas + een stuwend offbeat-ritme.
Zijn muziek klinkt vaak energiek, rauw en speels. Buster had bovendien een heel eigen manier van zingen en vertellen. Zijn nummers gingen regelmatig over straatleven, rivaliteit, dansen, boksen en Jamaicaanse jongerencultuur.
☪️ Muhammad Ali
Een minder bekend onderdeel van zijn levensverhaal is zijn ontmoeting met Muhammad Ali. Tijdens zijn verblijf in Engeland maakte Buster kennis met Ali en bekeerde hij zich tot de islam. Hij gebruikte later ook de naam Yusef Muhammed Ali.
🏆 Zijn nalatenschap
Prince Buster kreeg in 2001 de Order of Distinction van Jamaica. Hij overleed in 2016 op 78-jarige leeftijd in Miami.
Zijn invloed is enorm:
Desmond Dekker
Desmond Dekker
Desmond Dekker was een van de belangrijkste pioniers van de Jamaicaanse ska, rocksteady en vroege reggae. Hij was bovendien een van de eerste Jamaicaanse artiesten die wereldwijd een grote pophit scoorde, nog vóór de internationale doorbraak van Bob Marley.
Jeugd en begin van zijn carrière
Desmond Adolphus Dacres werd geboren op 16 juli 1941 in Kingston, Jamaica. Hij werkte aanvankelijk als lasser, maar was vooral bezig met zingen. Na enkele mislukte audities kwam hij bij producer Leslie Kong van Beverley’s Records terecht. Kong zag zijn talent en gaf hem zijn eerste platencontract.
Zijn eerste grote nummers gingen onder andere over familie, religie en opvoeding:
Honour Your Mother and Father
Sinners Come Home
Labour for Learning
Get Up Edina
Mount Zion
Daarmee werd Dekker in Jamaica al snel een grote ster.
Desmond Dekker & The Aces
Dekker werd bij veel opnamen begeleid door The Aces, met onder anderen Wilson James en Easton Barrington Howard. Hun harmonieuze achtergrondzang werd een belangrijk onderdeel van het typische Dekker-geluid.
Zijn muziek ontwikkelde zich mee met de Jamaicaanse muziekscene: van ska naar rocksteady en uiteindelijk de vroege vormen van reggae.
007 (Shanty Town)
Een van zijn belangrijkste nummers was “007 (Shanty Town)” uit 1967.
Het nummer sloot aan bij de zogenaamde rude boy-cultuur in Jamaica. De rude boys waren jongeren uit arme stedelijke wijken, vaak geassocieerd met criminaliteit, straatcultuur en een rebelse houding.
Het nummer werd een grote hit in Jamaica en bereikte in Groot-Brittannië de 14e plaats. Daarmee was het de eerste Jamaicaans geproduceerde plaat die de Britse Top 20 bereikte.
Het nummer werd later ook beroemd doordat het werd gebruikt in de film The Harder They Come uit 1972.
⭐ Israelites – zijn wereldhit
Het absolute hoogtepunt kwam met “Israelites”.
De plaat werd in 1968 opgenomen en werd in 1969 internationaal een enorme hit. In Groot-Brittannië stond “Israelites” op nummer 1 en in de Verenigde Staten bereikte het nummer de Top 10 van de Billboard Hot 100.
Het lied gaat over armoede, hard werken en financiële problemen. De oorspronkelijke Jamaicaanse titel was “Poor Mi Israelites”.
Het bijzondere is dat Dekker met een typisch Jamaicaans geluid een enorm internationaal publiek bereikte. Hij behoort daardoor tot de artiesten die de weg vrijmaakten voor de latere wereldwijde doorbraak van reggae.
Andere bekende nummers
Voor een programma over Desmond Dekker zou ik zeker deze nummers opnemen:
Honour Your Mother and Father
007 (Shanty Town)
It Mek
Israelites
Writing on the Wall
Music Like Dirt (Intensified '68)
Rudie Got Soul
Rude Boy Train
You Can Get It If You Really Want
Sing a Little Song
Vooral “It Mek” en “You Can Get It If You Really Want” waren belangrijke Britse hits. “You Can Get It If You Really Want” was geschreven door Jimmy Cliff en bereikte in 1970 de tweede plaats in de Britse hitlijst.
Invloed op de Britse ska-scene
Dekker werd enorm populair in Groot-Brittannië. Zijn muziek werd daar opgepikt door onder andere de mod- en skinheadcultuur.
Later, eind jaren zeventig en begin jaren tachtig, kreeg zijn muziek opnieuw aandacht door de 2 Tone ska-revival. Bands zoals The Specials waren sterk beïnvloed door de Jamaicaanse muziek uit de jaren zestig. Dekker werkte later zelfs samen met The Specials.
Dat maakt hem interessant als verbindende schakel:
ska → rocksteady → reggae → Britse ska revival → 2 Tone
Relatie met Bob Marley
Een mooi stukje muziekgeschiedenis: Bob Marley en Desmond Dekker kenden elkaar al voordat Marley wereldberoemd werd. Dekker was een belangrijke inspiratiebron en behoorde tot de Jamaicaanse artiesten die hielpen aantonen dat Jamaicaanse muziek ook buiten Jamaica een groot publiek kon bereiken.
Dekker was dus al internationaal succesvol toen Bob Marley nog aan zijn grote doorbraak moest beginnen.
Laatste jaren
Dekker verhuisde eind jaren zestig naar Groot-Brittannië en bleef daar wonen en optreden. Ook toen zijn grote hits uit de jaren zestig voorbij waren, bleef hij populair op festivals en in het ska- en reggaecircuit.
Hij overleed op 25 mei 2006, op 64-jarige leeftijd, in Londen.
Desmond Dekker was niet alleen de man van “Israelites”; hij was een van de artiesten die reggae internationaal op de kaart zetten.


Laurel Aitken
Laurel Aitken was een van de belangrijkste grondleggers van de ska en wordt dan ook vaak de “Godfather of Ska” genoemd. Hij speelde een enorme rol bij de verspreiding van Jamaicaanse muziek naar Groot-Brittannië en later de rest van Europa.
🇨🇺 Van Cuba naar Jamaica
Laurel Aitken werd op 22 april 1927 geboren in Havana, Cuba, als Lorenzo Aitken. Zijn vader was Jamaicaans en zijn moeder Cubaans. In 1938, toen hij elf jaar oud was, verhuisde het gezin naar Jamaica.
Als jonge zanger werd hij beïnvloed door onder andere:
Louis Jordan
Nat King Cole
Amerikaanse rhythm-and-blues
boogie-woogie
calypso
mento
Hij zong aanvankelijk voor toeristen die per schip in Kingston aankwamen en werd vervolgens een populaire nachtclubartiest.
🎙️ Een pionier van de Jamaicaanse platenindustrie
Aitken begon vanaf het midden van de jaren vijftig platen op te nemen. Zijn vroege werk was nog geen pure ska, maar bestond uit mento, calypso, gospel, R&B en boogie.
Een cruciaal moment kwam in 1958 met:
“Boogie in My Bones” / “Little Sheila”
Deze plaat werd uitgebracht door de jonge Island Records van Chris Blackwell. Het was een van de eerste grote Jamaicaanse hits en wordt beschouwd als een van de vroege ska-opnamen. Bovendien was het de eerste Jamaicaanse populaire plaat die in Groot-Brittannië werd uitgebracht.
“Little Sheila” werd bovendien elf weken nummer 1 op de toenmalige Jamaicaanse JBC-hitlijst.
🇬🇧 Laurel Aitken en Groot-Brittannië
In 1960 verhuisde Aitken naar Brixton in Londen. Dat was een belangrijk moment voor de ontwikkeling van ska in Europa.
In Londen kwam hij terecht in een snel groeiende Jamaicaanse gemeenschap. Hij ging opnemen voor Blue Beat, een label dat zich speciaal richtte op Jamaicaanse muziek voor het Britse publiek.
Aitken maakte daar ongeveer vijftien singles en werd een grote naam binnen de Britse ska-scene.
Interessant is dat de term “Blue Beat” in Groot-Brittannië lange tijd bijna als synoniem voor vroege Jamaicaanse ska werd gebruikt.
🎺 Samenwerking met The Skatalites
Toen Aitken in het begin van de jaren zestig tijdelijk naar Jamaica terugkeerde, nam hij muziek op met enkele van de beste muzikanten van het eiland.
Bij verschillende opnamen werd hij begeleid door The Skatalites, een van de belangrijkste bands uit de geschiedenis van de ska.
Bekende voorbeelden zijn:
“Zion”
“Weary Wanderer”
Hier hoor je heel duidelijk de klassieke Jamaicaanse ska: een stuwende bas, scherpe blazers, gitaaraccenten en een sterk ritmisch gevoel.
🔥 Grote nummers
Voor een ska- of oldiesprogramma van Delfshavenradio zijn dit uitstekende Laurel Aitken-platen om naar te zoeken:
Nummer Periode Stijl
Boogie in My Bones 1958 vroege ska/R&B
Little Sheila 1958 vroege ska
Judgement Day 1959 gospel/R&B/ska
Boogie Rock 1960 ska/R&B
Mary Lee jaren 60 ska
Zion jaren 60 ska
Weary Wanderer jaren 60 ska
Fire in Mi Wire jaren 60 ska/rocksteady
Landlord and Tenants jaren 60 ska
Sally Brown jaren 60 ska
It's Too Late jaren 60 ska/rocksteady
Skinhead Train jaren 60/70 ska/skinhead reggae
Rudi Got Married 1981 ska revival
Zijn repertoire ontwikkelde zich uiteindelijk van mento en R&B naar ska, rocksteady en reggae.
🕴️ Ska, mods en skinheads
Aitken kreeg in Groot-Brittannië niet alleen een publiek onder de Jamaicaanse gemeenschap. Zijn muziek werd ook enorm populair bij de mods en later de vroege skinheadcultuur.
Nummers als “Fire in Mi Wire”, “Landlord and Tenants” en “Skinhead Train” sloten goed aan bij de danscultuur van die tijd.
Daarom kreeg hij naast “Godfather of Ska” ook de bijnaam “Boss Skinhead”.
🎵 Invloed op de Two Tone-beweging
In de late jaren zeventig en vroege jaren tachtig kwam ska opnieuw sterk op in Groot-Brittannië. Bands als The Specials en Bad Manners brachten ska naar een nieuwe generatie.
Aitken werd daarbij gezien als een levende link met de oorspronkelijke Jamaicaanse ska. Zijn muziek had grote invloed op de Two Tone-beweging.
In 1981 had hij zelfs zijn enige Britse Top 100-hit met:
“Rudi Got Married”
Het nummer bereikte nummer 60 in de Britse hitlijst.
🏆 Waarom is Laurel Aitken zo belangrijk?
Laurel Aitken was belangrijk omdat hij eigenlijk een muzikale brug tussen Jamaica en Groot-Brittannië vormde.
Jamaica → mento/R&B → ska → Groot-Brittannië → mods/skinheads → Two Tone → moderne ska.
Hij begon al platen te maken toen de Jamaicaanse muziekindustrie nog maar net ontstond. Vervolgens hielp hij Jamaicaanse muziek populair te maken onder het Britse publiek.
Aitken bleef tot op hoge leeftijd optreden en overleed op 17 juli 2005 in Leicester, 78 jaar oud. Hij had ongeveer 50 jaar in de muziek gewerkt.
Derrick Morgan
Derrick Morgan is een van de belangrijkste pioniers van de Jamaicaanse ska. Hij speelde bovendien een belangrijke rol bij de overgang van ska naar rocksteady en reggae. Samen met onder anderen Prince Buster, Laurel Aitken, Desmond Dekker en The Skatalites behoort hij tot de eerste generatie Jamaicaanse ska-artiesten.
🇯🇲 Derrick Morgan
Geboren: 27 maart 1940, Clarendon, Jamaica
Genres: Ska, rocksteady, reggae, rhythm & blues
Actief: vanaf 1957
Bijnaam: The King of Ska
Morgan groeide op in Jamaica en verhuisde als kind naar Kingston. Muziek zat al vroeg in zijn familie: zijn vader was zanger in de kerk en ook zijn moeder zong. Als tiener werd hij sterk beïnvloed door Amerikaanse rhythm & blues en vooral door Little Richard.
🎤 De grote doorbraak
In 1957 won de 17-jarige Morgan de populaire Vere Johns Opportunity Hour, een Jamaicaanse talentenjacht. Hij maakte indruk met nummers van Little Richard. Daarna ging hij optreden met het komische duo Bim & Bam.
In 1959 begon hij met platen opnemen. Zijn eerste belangrijke producer was Duke Reid. Nummers als:
Lover Boy
Fat Man
Oh My
Leave Earth
Wigger Wee Shuffle
maakten hem snel populair.
⭐ Een ongelooflijk chartrecord
In 1960 bereikte Morgan een bijna ongelooflijke prestatie: hij bezette alle zeven bovenste plaatsen van de Jamaicaanse hitlijst tegelijkertijd. Daarmee werd hij een van de grootste sterren van de vroege ska-periode.
Tot zijn succesvolle nummers uit deze periode behoren onder andere:
Be Still – In My Heart – Don't Call Me Daddy – Meekly Wait and Murmur Not
Dit verklaart ook waarom hij de bijnaam King of Ska kreeg.
💃 Housewives' Choice
Een van zijn bekendste nummers is Housewives' Choice, opgenomen met zangeres Millicent "Patsy" Todd.
Het nummer was oorspronkelijk opgenomen onder een andere titel. Toen het op de Jamaicaanse radio werd gedraaid, begonnen luisteraars massaal naar het nummer te vragen. De titel Housewives' Choice werd vervolgens de bekende naam.
Het nummer werd een enorme ska-hit in Jamaica én later in Groot-Brittannië.
⚔️ De beroemde rivaliteit met Prince Buster
Morgan raakte in de jaren zestig verwikkeld in een beroemde muzikale strijd met Prince Buster. Buster beschuldigde Morgan ervan ideeën van hem te hebben overgenomen.
De rivaliteit leverde een reeks zogenaamde "attack songs" op. Morgan antwoordde bijvoorbeeld met Blazing Fire. De rivaliteit werd zo populair dat ook de fans van beide artiesten zich ermee gingen bemoeien. Uiteindelijk moest zelfs de Jamaicaanse regering helpen om de spanningen te laten afnemen.
🇯🇲 Forward March – 1962
Voor de Jamaicaanse muziekgeschiedenis is Forward March misschien wel zijn belangrijkste nummer.
Jamaica werd op 6 augustus 1962 onafhankelijk van Groot-Brittannië. Morgan schreef daarvoor Forward March, een energiek ska-nummer dat de bevolking opriep om gezamenlijk de toekomst tegemoet te gaan. Het nummer werd op Independence Day uitgebracht en wordt vaak beschouwd als Jamaica's onofficiële onafhankelijkheidslied.
Voor een radioprogramma over ska is dit absoluut een nummer dat je niet mag overslaan.
🎸 Van ska naar rocksteady
Morgan bleef niet bij één stijl. Toen de Jamaicaanse muziek halverwege de jaren zestig veranderde, veranderde hij mee.
Een belangrijk nummer was:
Tougher Than Tough – 1966
Dit nummer wordt vaak genoemd als een van de vroege en belangrijke platen in de ontwikkeling van rocksteady.
Daarna volgden nummers die steeds dichter bij de latere reggae kwamen, waaronder Seven Letters.
🕺 Moon Hop
In 1969 nam Morgan Moon Hop op. Het nummer werd later bijzonder populair binnen de Britse skinhead-reggae-scene. Jamaicaanse muziek had inmiddels een grote aanhang gekregen in Groot-Brittannië, vooral onder de Jamaicaanse gemeenschap, maar ook onder Britse jongeren.
🇬🇧 Belangrijk voor de Britse ska- en reggaescene
Morgan verhuisde in de jaren zestig naar Groot-Brittannië en bleef daar lange tijd actief. Zijn muziek kreeg daardoor een tweede leven in de Britse ska- en reggae-scene. Hij werd uiteindelijk een belangrijke inspiratiebron voor latere generaties ska-liefhebbers.
🎙️ Ook talentenjager en mentor
Morgan was niet alleen zanger. Hij speelde ook een rol achter de schermen. Hij hielp bij het beoordelen van nieuwe artiesten voor producer Leslie Kong en was betrokken bij de vroege carrières van onder anderen Jimmy Cliff en Desmond Dekker.
Kort samengevat: Derrick Morgan was veel meer dan alleen een ska-zanger. Hij was een van de artiesten die hielpen om de Jamaicaanse populaire muziek in de jaren zestig vorm te geven. Zijn enorme hitreeks, zijn rivaliteit met Prince Buster, Forward March en zijn rol bij de overgang naar rocksteady maken hem tot een sleutelpersoon in de geschiedenis van Jamaicaanse muziek.


The Maytals
The Maytals – pioniers van ska, rocksteady en reggae
The Maytals, later vooral bekend als Toots and the Maytals, behoren tot de belangrijkste groepen uit de geschiedenis van de Jamaicaanse muziek. De groep ontstond begin jaren zestig in Kingston en maakte de ontwikkeling mee van ska → rocksteady → reggae.
De oprichters
De oorspronkelijke zanggroep bestond uit:
Frederick “Toots” Hibbert – leadzang
Henry “Raleigh” Gordon – zang
Nathaniel “Jerry” Matthias – zang
Ze vormden de groep in 1962. Hun close-harmony-zang was sterk beïnvloed door gospel en Amerikaanse soul. Vooral Toots had een uitzonderlijk krachtige, rauwe en emotionele stem.
Toots was opgegroeid met gospelmuziek en zong als jongen in een kerkkoor. Zijn grote voorbeelden waren onder meer Otis Redding, Wilson Pickett, Ray Charles en James Brown. Daardoor klonk The Maytals anders dan veel andere Jamaicaanse groepen uit die tijd: hun muziek had naast ska en reggae een duidelijke soul- en gospelbasis.
Begin bij Studio One
De Maytals begonnen bij de beroemde producer Clement “Coxsone” Dodd en diens Studio One-label in Kingston. Hun vroege opnamen werden begeleid door muzikanten die later beroemd zouden worden als The Skatalites.
Een belangrijk vroeg album was Never Grow Old, met gospelachtige harmonieën en de typische ska-beat van de vroege jaren zestig.
Daarna werkten ze onder andere met Prince Buster en Byron Lee.
Een moeilijke periode voor Toots
In 1966 werd Toots Hibbert gearresteerd wegens bezit van marihuana en bracht hij ongeveer een jaar in de gevangenis door. Die ervaring zou later rechtstreeks terugkomen in één van de bekendste nummers van de groep:
“54-46 That's My Number”
De titel verwijst naar het nummer dat Toots tijdens zijn gevangenschap had gekregen. Het nummer werd uiteindelijk een klassieker van de Jamaicaanse muziek.
Van ska naar reggae
Toen Toots in 1967 vrijkwam, kwam de groep opnieuw bij elkaar. De Jamaicaanse muziek was inmiddels veranderd: de snelle ska maakte plaats voor rocksteady, dat vervolgens overging in de nieuwe stijl die reggae zou worden.
De samenwerking met producer Leslie Kong werd bijzonder belangrijk. In deze periode verschenen enkele van hun grootste nummers:
54-46 That's My Number
Pressure Drop
Monkey Man
Sweet and Dandy
Do the Reggay
“Do the Reggay” – een historisch nummer
Een bijzonder belangrijk nummer is “Do the Reggay” uit 1968. Het wordt algemeen beschouwd als de eerste opgenomen song waarin het woord reggae werd gebruikt en wordt daarom vaak genoemd als het nummer dat de nieuwe muziekstijl haar naam gaf.
Dat maakt The Maytals uniek: ze waren niet alleen belangrijke uitvoerders van reggae, maar hielpen feitelijk mee aan het benoemen van het genre zelf.
“Pressure Drop”
“Pressure Drop” is waarschijnlijk hun bekendste internationale nummer. Het heeft een heerlijke, stuwende Jamaicaanse groove, maar ook een dreigende ondertoon.
Het nummer werd later opnieuw bekend doordat The Clash het opnamen. Daarmee werd de muziek van Toots en de Maytals opnieuw onder de aandacht gebracht bij een jong Europees rock- en punkpubliek.
The Harder They Come
In 1972 verschenen “Pressure Drop” en “Sweet and Dandy” op de soundtrack van de beroemde Jamaicaanse film The Harder They Come, met Jimmy Cliff.
Die film en soundtrack waren enorm belangrijk voor de internationale doorbraak van Jamaicaanse muziek.
Funky Kingston
In 1973 verscheen het album Funky Kingston. De titel zegt eigenlijk al veel over het geluid: reggae werd gecombineerd met soul, funk, R&B en gospel.
Daarmee lieten Toots and the Maytals horen dat reggae veel meer kon zijn dan alleen een Jamaicaanse muziekstijl.
Een ander belangrijk album was Reggae Got Soul uit 1976. De titel werd bijna een perfecte omschrijving van Toots' muziek: reggae met de kracht en emotie van soulmuziek.
Waarom Toots zo bijzonder was
Toots Hibbert was vooral een fantastische zanger. Waar bijvoorbeeld Bob Marley vaak een meer ontspannen en melodische stijl had, kon Toots veel rauwer en explosiever klinken.
Zijn stem had:
de kracht van gospel;
de emotie van soul;
de ritmiek van ska en reggae;
een flinke dosis Amerikaanse R&B.
Daarom wordt hij vaak gezien als één van de grote stemmen uit de geschiedenis van de reggae.
Een mooie radiotekst
“We gaan terug naar Jamaica, naar de jaren zestig. Naar een groep die niet alleen geweldige muziek maakte, maar zelfs hielp om de naam reggae de wereld in te brengen. Toots Hibbert en zijn Maytals. Met hun combinatie van ska, gospel, soul en rocksteady groeiden ze uit tot één van de belangrijkste Jamaicaanse groepen aller tijden. Luister naar de rauwe stem van Toots in 54-46 That's My Number!”
Toots Hibbert overleed in 2020, maar The Maytals bleven daarna als groep actief en zijn nog altijd een belangrijk onderdeel van de Jamaicaanse muziekgeschiedenis.
The Pioneers
The Pioneers zijn een belangrijke Jamaicaanse zanggroep uit de overgang van ska naar rocksteady en vroege reggae. Ze werden in 1962 opgericht en ontwikkelden zich later tot een van de bekendere Jamaicaanse vocal harmony-groepen.
🇯🇲 Het begin
The Pioneers werden gevormd door de broers Sydney en Derrick Crooks en Winston Hewitt. De groep begon in een periode waarin de Jamaicaanse ska volop in ontwikkeling was. Hun vroege werk werd beïnvloed door Amerikaanse R&B, soul en de typische Jamaicaanse close-harmonyzang.
Hun eerste belangrijke opnamen verschenen halverwege de jaren zestig. Ze werkten onder andere met producer Leslie Kong en diens Beverley's-label. In deze periode horen we nog duidelijk de overgang van ska naar rocksteady.
🎤 Jackie Robinson
Een belangrijke ontwikkeling kwam toen Sydney Crooks samen ging werken met Jackie Robinson. Hun harmonieën werden een belangrijk onderdeel van het geluid van The Pioneers.
Via producer Joe Gibbs kregen ze eind jaren zestig een reeks succesvolle platen. Nummers als:
Give Me Little Loving
Long Shot
Jackpot
No Dope Me Pony
Catch the Beat
Samfie Man
maakten de groep in Jamaica steeds bekender.
🏇 Long Shot
Een bijzonder verhaal is "Long Shot". Het nummer gaat over een bekend Jamaicaans renpaard. Het succes leidde uiteindelijk tot het veel bekendere "Long Shot (Kick De Bucket)" uit 1969.
Dat nummer werd vooral in Groot-Brittannië een enorme hit. Het werd bovendien later een belangrijk nummer binnen de Britse ska- en skinhead-reggae-scene.
🇬🇧 Doorbraak in Engeland
Het succes van The Pioneers in Engeland was enorm belangrijk. In 1970 verhuisden ze naar Groot-Brittannië. Daar konden ze profiteren van de grote belangstelling voor Jamaicaanse muziek.
Hun grootste Britse hit werd "Let Your Yeah Be Yeah" uit 1971, geschreven door Jimmy Cliff. De versie van The Pioneers bereikte nummer 5 in de Britse hitlijst.
Ook "Give and Take" werd een Britse hit en bereikte nummer 35 in 1972.
🎶 Ska, rocksteady of reggae?
The Pioneers zijn interessant omdat ze niet netjes in één hokje passen.
Hun ontwikkeling kun je ongeveer zo zien:
ska → rocksteady → vroege reggae → reggae/pop → soul
Vooral hun harmonieuze zang bleef gedurende hun carrière herkenbaar. Hun muziek werd later steeds commerciëler en bevatte meer pop- en soulinvloeden.
Daarom kom je The Pioneers tegen in verzamelalbums met ska, rocksteady, early reggae én reggae.
⭐ Belangrijke nummers voor een ska/reggae-uitzending
Voor jouw radioprogramma zou ik vooral deze nummers bekijken:
Give Me Little Loving
Long Shot
Jackpot
No Dope Me Pony
Catch the Beat
Samfie Man
Long Shot (Kick De Bucket)
Easy Come Easy Go
Let Your Yeah Be Yeah
Give and Take
"Long Shot (Kick De Bucket)" is waarschijnlijk de beste keuze als je The Pioneers wilt gebruiken als brug van ska/rocksteady naar vroege reggae. De latere Britse ska-revival kreeg bovendien opnieuw belangstelling voor het nummer; The Specials namen het later op in hun repertoire.
The Pioneers zijn dus niet alleen interessant vanwege hun hits. Ze vormen eigenlijk een mooie muzikale schakel tussen de klassieke Jamaicaanse ska van begin jaren 60 en de reggae die daarna wereldwijd doorbrak. Hun carrière laat goed horen hoe Jamaicaanse muziek zich in slechts enkele jaren ontwikkelde.

Don Drummond
Don Drummond – een van de grondleggers van de ska
Don Drummond was een Jamaicaanse trombonist en componist die een enorme invloed had op het ontstaan van de ska. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste instrumentalisten uit de vroege Jamaicaanse muziek. Hij was bovendien een van de kernleden van The Skatalites.
🎺 Jeugd en opleiding
Drummond werd op 12 maart 1934 in Kingston, Jamaica geboren. Hij kreeg zijn muzikale opleiding aan de beroemde Alpha Boys' School, een katholieke school die veel belangrijke Jamaicaanse muzikanten voortbracht.
Daar ontwikkelde hij zich tot een uitzonderlijk trombonist. Hij kreeg later zelfs de gelegenheid om jongere muzikanten te onderwijzen, onder wie de eveneens beroemde trombonist Rico Rodriguez.
Zijn muzikale basis lag sterk in de jazz en bigbandmuziek. Dat is belangrijk om zijn ska-stijl te begrijpen: Drummond bracht een veel verfijndere harmonische en melodische benadering naar de nieuwe Jamaicaanse muziek.
🎷 Van jazz naar ska
In de jaren vijftig speelde Drummond met verschillende Jamaicaanse orkesten, waaronder de Eric Dean's All-Stars. Vanaf ongeveer 1956 begon hij ook veel studio-opnamen te maken.
Hij werkte voor belangrijke producers als Clement "Coxsone" Dodd en Duke Reid. In de studio's van onder andere Studio One en Treasure Isle ontstond de muziek die uiteindelijk ska zou worden.
Drummond was niet alleen instrumentalist. Hij was ook een zeer productieve componist en arrangeur. Sommige bronnen noemen meer dan 300 composities en opnamen die met hem verbonden zijn.
⭐ The Skatalites
In 1964 werd Drummond een van de belangrijkste leden van The Skatalites. De groep bestond uit een indrukwekkende verzameling Jamaicaanse studiomuzikanten, waaronder:
Don Drummond – trombone
Tommy McCook – tenorsaxofoon
Roland Alphonso – tenorsaxofoon
Lester Sterling – altsaxofoon
Johnny "Dizzy" Moore – trompet
Jackie Mittoo – piano
Lloyd Knibb – drums
Lloyd Brevett – bas
De combinatie van jazzmuzikanten en Jamaicaanse ritmes maakte The Skatalites tot een van de bepalende groepen van de ska.
🎵 Belangrijke composities
Voor een ska-uitzending van Delfshavenradio zijn vooral deze nummers interessant:
Don Drummond / The Skatalites:
Eastern Standard Time
Man in the Street
Confucius
Occupation
Schooling the Duke
Jet Stream
Green Island
Burning Torch
Reload
The Reburial
Marcus Junior
Addis Ababa
"Man in the Street" werd een belangrijke internationale ska-hit en bereikte in 1964 de Britse Top 10. Ook de ska-versie van The Guns of Navarone werd later internationaal succesvol.
🎺 Wat maakte zijn trombonespel zo bijzonder?
Drummond speelde niet simpelweg korte blazersriffs. Zijn achtergrond in de jazz gaf zijn trombonepartijen een heel eigen karakter.
Zijn stijl kon tegelijk:
melodisch zijn;
zwaar en donker klinken;
technisch zeer ingewikkeld zijn;
ritmisch scherp zijn;
sterk improviserend zijn.
Veel van zijn composities hebben bovendien een wat mysterieuze of donkere sfeer. Dat onderscheidt sommige van zijn instrumentale ska-opnamen duidelijk van de vrolijkere, dansgerichte ska van dezelfde periode.
⚠️ Het tragische einde
Het verhaal van Don Drummond kent helaas een zeer donkere wending.
Op 1 januari 1965 werd zijn vriendin Anita "Margarita" Mahfood dood aangetroffen. Drummond werd gearresteerd en later schuldig bevonden aan haar dood. De rechtbank oordeelde dat hij geestelijk ziek was en hij werd opgenomen in het Bellevue Mental Hospital in Kingston.
Daar verbleef hij tot zijn overlijden op 6 mei 1969, slechts 35 jaar oud. Over de precieze omstandigheden van zijn dood bestaan verschillende verklaringen, hoewel de officiële lezing een natuurlijke dood vermeldde.
🏆 Zijn betekenis voor de muziek
Don Drummond was maar kort actief in de ska-periode, maar zijn invloed was enorm. Hij hielp de overgang maken van Jamaicaanse jazz, R&B en mento naar de karakteristieke ska-sound.
Zonder muzikanten als Drummond zou de vroege ska waarschijnlijk veel minder muzikaal complex zijn geweest. Zijn trombone werd een belangrijk onderdeel van het geluid waarmee Jamaica zich in de jaren zestig muzikaal op de wereldkaart zette.


Roland Alphonso
Roland Alphonso – een van de grondleggers van de ska
Roland Alphonso (12 januari 1931 – 20 november 1998) was een Jamaicaanse saxofonist en een van de belangrijkste muzikanten uit de vroege geschiedenis van de ska, rocksteady en reggae. Hij was vooral bekend als medeoprichter van The Skatalites en kreeg de bijnaam “The Chief Musician”.
🇨🇺 Geboren op Cuba, opgegroeid op Jamaica
Alphonso werd geboren in Havana, Cuba, uit een Jamaicaanse moeder en een Cubaanse vader. Op tweejarige leeftijd verhuisde hij met zijn moeder naar Jamaica. Op de Stony Hill Industrial School leerde hij muziek maken en ontwikkelde hij zich uiteindelijk tot saxofonist.
In 1948 begon hij professioneel te spelen bij het orkest van Eric Deans. Daarna werkte hij in verschillende hotelorkesten in Jamaica. In die periode speelde hij vooral jazz, rhythm-and-blues en populaire muziek.
🎷 Een veelzijdige saxofonist
Alphonso was niet alleen tenorsaxofonist. Hij speelde ook alt- en baritonsaxofoon en fluit. Juist die veelzijdigheid maakte hem bijzonder gewild als studiomuzikant.
Vanaf de jaren vijftig werkte hij met vrijwel alle belangrijke Jamaicaanse producers van die tijd, waaronder Clement “Coxsone” Dodd en Duke Reid. Hij was daardoor aanwezig bij een groot deel van de ontwikkeling van de Jamaicaanse populaire muziek.
🎺 The Skatalites
Het belangrijkste hoofdstuk uit zijn carrière begon rond 1963, toen in de nieuwe Studio One-studio van Coxsone Dodd een vaste groep studiomuzikanten ontstond. Deze groep zou uitgroeien tot The Skatalites.
De bezetting bestond uit een indrukwekkende verzameling muzikanten, waaronder:
Roland Alphonso – altsax
Tommy McCook – tenorsax
Lester Sterling – altsax
Don Drummond – trombone
Johnny “Dizzy” Moore – trompet
Jackie Mittoo – piano/orgel
Lloyd Knibb – drums
Lloyd Brevett – bas
Jah Jerry – gitaar
Alphonso was daarmee een van de centrale blazers in de band.
De Skatalites speelden een enorme rol bij het ontstaan van de klassieke ska-sound: een stuwend ritme, de karakteristieke gitaaraccenten op de offbeat en vooral de krachtige blazerspartijen.
🎵 Zijn typische geluid
Wat Roland Alphonso zo herkenbaar maakte, was zijn energieke en melodieuze saxofoonspel. Hij kon een nummer voorzien van korte, scherpe ska-riffs, maar ook langere melodische solo's spelen.
Zijn spel had duidelijke wortels in de jazz en rhythm-and-blues. Dat hoor je goed terug in de instrumentale ska-opnamen uit de jaren zestig.
Hij was bovendien niet alleen uitvoerend muzikant. Alphonso werkte ook als arrangeur, waardoor hij een belangrijke rol speelde bij het vormgeven van de blazerspartijen in de studio.
🎶 Na The Skatalites
The Skatalites bestonden in hun oorspronkelijke vorm maar korte tijd. In 1965 viel de band uiteen.
Alphonso ging vervolgens verder met onder andere de Soul Brothers, die later bekend werden als The Soul Vendors. Daarbij werkte hij samen met onder anderen Jackie Mittoo en Johnny “Dizzy” Moore.
Hij bleef ondertussen een veelgevraagde studiomuzikant.
💿 Solo
Vanaf de jaren zeventig bracht Alphonso ook muziek onder zijn eigen naam uit. Zijn eerste album onder zijn eigen naam verscheen in 1973 bij Studio One.
Tot zijn bekende nummers en instrumentale stukken behoren onder andere:
“Phoenix City”
“Eastern Standard Time”
“Four Corners of the World”
“Feeling Fine”
“Sandy Gully”
“El Pussy Cat”
“Bongo Tango”
Vooral “Phoenix City” is een prachtige keuze wanneer je de klassieke, instrumentale ska van Alphonso wilt laten horen.
🇺🇸 Later in Amerika
Na gezondheidsproblemen verhuisde Alphonso eind 1972 naar de Verenigde Staten. Hij bleef daar optreden en opnemen en werkte onder andere in de omgeving van New York.
In 1983 was hij betrokken bij de heroprichting van The Skatalites. De band kreeg daardoor opnieuw internationale bekendheid en Alphonso bleef met de groep optreden en opnemen.
In 1977 ontving hij bovendien de Jamaicaanse onderscheiding Officer of the Order of Distinction (OD).
⚫ Zijn overlijden
Tijdens een optreden van The Skatalites in het Key Club in Hollywood op 2 november 1998 kreeg Alphonso een ernstige hersenbloeding. Hij overleed op 20 november 1998 in Los Angeles, 67 jaar oud.
The Ethiopians
The Ethiopians
The Ethiopians waren een belangrijke Jamaicaanse zanggroep die vooral bekend werd tijdens de overgang van ska naar rocksteady en vroege reggae in de tweede helft van de jaren zestig. Hun kenmerkende samenzang en de maatschappelijk bewuste teksten van voorman Leonard Dillon maakten hen bijzonder invloedrijk.
Het begin
De groep ontstond rond 1965/1966 in Jamaica. De belangrijkste oprichters waren:
Leonard Dillon – zang, songwriter en belangrijkste leider
Stephen "Tough Cock" Taylor – zang
Aston "Charlie" Morris – zang en gitaar
Aanvankelijk heette de groep The Ethiopian Children. Later werd dat simpelweg The Ethiopians.
Dillon had daarvoor al als solozanger gewerkt onder de naam Jack Sparrow en had contacten met onder anderen Peter Tosh en de omgeving van Studio One van producer Clement "Coxsone" Dodd.
Van ska naar rocksteady
Hun eerste platen werden gemaakt bij Studio One. Nummers als:
"Free Man"
"Live Good"
"I Am Free"
"Owe Me No Pay Me"
laten mooi horen hoe Jamaicaanse ska langzaam richting rocksteady begon te bewegen.
Aston Morris verliet de groep tegen het einde van 1966, waarna Dillon en Taylor als duo verdergingen.
🚂 "Train to Skaville"
Hun grote doorbraak kwam in 1967 met "Train to Skaville".
Het nummer werd geproduceerd in een periode waarin Dillon nog gewoon als bouwvakker werkte. Zijn werkgever Leebert Robinson financierde de opnames. Het nummer werd een grote Jamaicaanse hit en bereikte ook de Britse markt.
Hoewel de titel duidelijk naar ska verwijst, wordt het nummer muzikaal vaak eerder als een rocksteady-plaat beschouwd. Juist daardoor is het zo interessant: je hoort de overgang tussen de twee stijlen.
De opname heeft bovendien een bijzonder geluid: de muzikanten bootsen met instrumenten en stemmen een rijdende trein na.
Andere grote nummers
Na "Train to Skaville" volgden verschillende bekende nummers:
1967
"The Whip"
"Cool It Amigo"
"Engine 54"
"Train to Glory"
"Stay Loose Mama"
1968–1970
"Everything Crash"
"Reggae Hit the Town"
"Hong Kong Flu"
"What a Fire"
"Gun Man"
"Woman Capture Man"
"The Selah"
"Everything Crash"
Een van hun allerbelangrijkste platen is "Everything Crash" uit 1968.
Dit nummer is veel meer dan een vrolijke reggaeplaat. Dillon bezong maatschappelijke problemen en de moeilijke omstandigheden waarin veel Jamaicanen leefden. Daarmee liepen The Ethiopians vooruit op de rootsreggae van de jaren zeventig.
De teksten van Dillon waren sterk beïnvloed door zijn Rastafari-overtuiging en behandelden onderwerpen als armoede, onrecht, geloof en het dagelijks leven.
Belangrijke producers
The Ethiopians werkten met een indrukwekkende reeks Jamaicaanse producers, waaronder:
Clement "Coxsone" Dodd
Sonia Pottinger
Lee "Scratch" Perry
Carl "Sir J.J." Johnson
Duke Reid
Derrick Harriott
Harry Robinson
Vooral de samenwerking met Carl Johnson leverde eind jaren zestig een reeks belangrijke platen op.
Tragisch einde van de klassieke bezetting
De klassieke periode van The Ethiopians eindigde op tragische wijze. Stephen Taylor kwam in september 1975 om het leven toen hij tijdens zijn werk bij een benzinestation door een busje werd aangereden. Hij was pas in de dertig.
Leonard Dillon ging daarna een tijd terug naar Port Antonio. Later werd de naam The Ethiopians opnieuw gebruikt met andere zangers, waaronder oud
Dillon overleed zelf op 28 september 2011.
Ze begonnen met de energieke Jamaicaanse ska, ontwikkelden een veel zwaardere en rustigere rocksteady-sound en gingen vervolgens steeds meer richting reggae met maatschappelijk bewuste en Rastafari-geïnspireerde teksten.


The Specials
The Specials – pioniers van de Britse ska
The Specials behoren tot de belangrijkste en invloedrijkste ska-bands aller tijden. Ze kwamen eind jaren 70 uit Coventry, Engeland, en vormden samen met onder andere Madness, The Selecter en The Beat de kern van de Britse 2 Tone-beweging.
🎺 Hoe ontstonden The Specials?
De groep werd in 1977 opgericht door toetsenist en songwriter Jerry Dammers, aanvankelijk onder de naam The Coventry Automatics. Later werd de naam The Special A.K.A. en uiteindelijk The Specials.
De klassieke bezetting bestond uit:
Terry Hall – zang
Neville Staple – zang
Jerry Dammers – keyboards
Lynval Golding – gitaar
Roddy Radiation – gitaar
Horace "Sir Horace Gentleman" Panter – bas
John Bradbury – drums
Rico Rodriguez – trombone
Dick Cuthell – trompet
De combinatie van zwarte en witte muzikanten was belangrijk voor hun identiteit en paste bij de antiracistische boodschap van de 2 Tone-beweging.
🇯🇲 Ska uit Jamaica + Britse punk
Het bijzondere aan The Specials was dat ze de Jamaicaanse ska en rocksteady uit de jaren 60 combineerden met de agressie en energie van de Britse punk.
Je krijgt daardoor een heel herkenbaar geluid:
ska + rocksteady + reggae + punk + new wave
De muziek is vaak dansbaar, maar de teksten kunnen tegelijkertijd behoorlijk serieus en maatschappijkritisch zijn.
Daarmee werden The Specials eigenlijk de brug tussen de eerste Jamaicaanse ska-golf en de Britse ska-revival van eind jaren 70 en begin jaren 80.
🎶 2 Tone Records
Jerry Dammers richtte zijn eigen platenlabel op: 2 Tone Records.
Het bekende zwart-wit geblokte uiterlijk van 2 Tone werd één van de herkenbaarste stijlen uit de Britse popmuziek. Het stond bovendien voor de multiculturele samenstelling van de beweging.
Via 2 Tone kwamen ook andere belangrijke ska-bands naar voren, waaronder:
The Selecter
Madness
The Beat
The Bodysnatchers
Zo werd 2 Tone niet alleen een platenlabel, maar uiteindelijk ook de naam van een hele muziekstijl en jeugdcultuur.
🎵 De belangrijkste nummers
Gangsters – 1979
Hun eerste grote hit en één van de platen waarmee de 2 Tone-beweging echt van start ging.
De single bereikte de Britse Top 10.
A Message to You Rudy – 1979
Een absolute ska-klassieker.
Het nummer is oorspronkelijk van de Jamaicaanse artiest Dandy Livingstone. The Specials maakten er een nieuwe Britse ska-versie van.
De blazerspartij van Rico Rodriguez geeft het nummer een sterk authentiek Jamaicaans karakter.
Too Much Too Young – 1980
Een van hun grootste hits.
Het nummer werd bijzonder populair en bereikte nummer 1 in Groot-Brittannië. Het onderwerp was opmerkelijk maatschappijkritisch: jonge mensen en tienerzwangerschappen.
Stereotype – 1980
Een nummer waarin The Specials de vooroordelen en stereotypen binnen de Britse samenleving onder de loep nemen.
Ghost Town – 1981
Dit is waarschijnlijk hun belangrijkste en beroemdste nummer.
En het is muzikaal heel anders dan de vrolijke ska waarmee The Specials bekend waren geworden.
De sfeer is donker, dreigend en bijna spookachtig.
De tekst gaat over:
werkloosheid
sociale problemen
economische achteruitgang
spanningen tussen jongeren
geweld
een samenleving die uit elkaar lijkt te vallen
Het nummer werd in juni 1981 een Britse nummer 1-hit. Opmerkelijk genoeg viel dat samen met grote rellen in Britse steden zoals Brixton en Liverpool.
Ghost Town is daardoor veel meer dan een ska-hit: het is een muzikale momentopname van Groot-Brittannië in 1981.
💿 De belangrijkste albums
The Specials – 1979
Hun debuutalbum en een absolute klassieker van de ska-revival.
Het album werd geproduceerd door Elvis Costello en bevat onder andere:
Gangsters
A Message to You Rudy
Do the Dog
Concrete Jungle
Too Much Too Young
Het album combineert oude Jamaicaanse ska met moderne Britse punk en new wave.
More Specials – 1980
Hun tweede album is experimenteler.
Hier gaan The Specials verder dan traditionele ska en gebruiken ze onder andere invloeden uit lounge, pop, reggae en exotische muziek.
In the Studio – 1984
Dit album verscheen in een latere fase waarin de groep inmiddels The Special AKA werd genoemd.
👔 De kledingstijl
The Specials waren niet alleen muzikaal belangrijk. Ze hadden ook een enorme invloed op de mode.
Denk aan:
zwarte pakken
witte overhemden
smalle dassen
pork pie-hoeden
loafers
zwart-witte patronen
De stijl verwees naar de rude boy-cultuur van Jamaica en de Britse modcultuur van de jaren 60.
De zwart-witte 2 Tone-look werd vervolgens een herkenbaar onderdeel van de hele ska-revival.
👤 Terry Hall
Zanger Terry Hall werd het gezicht van The Specials.
Zijn zangstijl was opvallend anders dan die van veel traditionele ska-zangers. Hij zong vaak bijna droog, koel en onderkoeld, terwijl de muziek eromheen juist energiek en dansbaar was.
Hall vertrok na de eerste grote periode van The Specials en vormde vervolgens samen met Neville Staple en Lynval Golding de groep Fun Boy Three.
Terry Hall overleed in 2022, op 63-jarige leeftijd.
🏁 Waarom zijn The Specials zo belangrijk?
The Specials hebben ervoor gezorgd dat ska in Groot-Brittannië opnieuw enorm populair werd.
Hun betekenis is eigenlijk in drie onderdelen te verdelen:
1. Muzikaal
Ze brachten Jamaicaanse ska naar een nieuwe generatie en combineerden die met punk en new wave.
2. Sociaal
Ze lieten zien dat zwarte en witte Britse muzikanten samen een krachtige culturele beweging konden vormen.
3. Cultureel
De 2 Tone-stijl beïnvloedde muziek, kleding en jeugdcultuur en vormde later een belangrijke inspiratiebron voor de Amerikaanse ska-punk van de jaren 90.
Madness
Madness – de vrolijke gezichten van de Britse ska
Madness is een Britse band uit Camden Town, Londen, opgericht in 1976. De groep werd een van de belangrijkste namen van de Britse 2 Tone- en ska-revival aan het eind van de jaren 70 en begin jaren 80.
Hun muziek combineert ska, reggae, rocksteady, pop en Britse muziek-humor. Madness onderscheidde zich vooral door hun energieke ritmes, herkenbare pianopartijen en vaak humoristische teksten.
🎺 Het begin
Madness ontstond in 1976 rond Mike Barson (toetsen), Chris Foreman (gitaar) en Lee Thompson (saxofoon). Later kwamen onder andere Suggs (zang), Chas Smash (zang/bas) en Woody Woodgate (drums) erbij.
De band werd sterk beïnvloed door Jamaicaanse ska-artiesten uit de jaren 60, waaronder Prince Buster, aan wie Madness later ook een nummer opdroeg.
Een belangrijk vroeg nummer was:
The Prince – 1979
Het nummer was een eerbetoon aan Prince Buster en maakte meteen duidelijk waar Madness zijn inspiratie vandaan haalde.
🕺 One Step Beyond...
Hun grote doorbraak kwam met:
One Step Beyond... – 1979
Het titelnummer werd een enorme hit. Het kenmerkende gesproken intro en de springerige ska-beat werden een soort handelsmerk van Madness.
Andere bekende nummers uit deze periode zijn:
My Girl
Night Boat to Cairo
Baggy Trousers
Embarrassment
The Return of the Los Palmas 7
🇬🇧 De 2 Tone-periode
Madness wordt vaak samen genoemd met de 2 Tone-beweging, hoewel de band muzikaal en qua uitstraling een eigen karakter had.
Andere belangrijke namen uit deze beweging waren onder meer:
The Specials
The Selecter
The Beat
Bad Manners
De 2 Tone-scene bracht oude Jamaicaanse ska opnieuw onder de aandacht van een jonge Britse generatie.
🎷 Night Boat to Cairo
Een van de bekendste Madness-nummers is Night Boat to Cairo uit 1979.
Het nummer is bijzonder door de combinatie van:
ska
prominente saxofoon
orgel en piano
gesproken zang
een bijna surrealistische sfeer
Het nummer groeide uit tot een klassieker van de Britse ska-revival.
🎤 Suggs
Suggs, geboren als Graham McPherson, werd het gezicht van Madness. Zijn wat droogkomische manier van zingen paste perfect bij de muziek.
Madness had sowieso een opvallende presentatie. De leden stonden niet bekend als typische rocksterren, maar eerder als een groep Britse jongens met een eigen stijl en gevoel voor humor.
De beroemde "Nutty Train", waarbij de bandleden tijdens optredens in een rij achter elkaar bewegen, werd daar een belangrijk onderdeel van.
📀 Grote hits
Madness scoorde in Groot-Brittannië enorm veel hits. Een aantal belangrijke nummers:
Jaar Nummer
1979 The Prince
1979 One Step Beyond
1979 My Girl
1980 Baggy Trousers
1980 Embarrassment
1981 Grey Day
1981 Shut Up
1982 House of Fun
1982 Driving in My Car
1983 Our House
1983 Wings of a Dove
1985 Uncle Sam
1992 It Must Be Love
🏠 Our House
Our House uit 1982/1983 is waarschijnlijk hun bekendste internationale hit.
Het nummer is minder pure ska dan hun vroege werk en heeft een sterke pop- en new-wave-invloed. De tekst gaat over het alledaagse gezinsleven en het huis waarin de zanger woont.
Daardoor werd Madness meer dan alleen een ska-band: ze werden een echte Britse popgroep.
❤️ It Must Be Love
Ook It Must Be Love is een belangrijk nummer. Madness nam het oorspronkelijk op in 1981; het nummer was geschreven door Labi Siffre.
De Madness-versie werd een grote publieksfavoriet en groeide later uit tot een van hun meest herkenbare songs.
🎵 Wat maakt Madness zo herkenbaar?
De typische Madness-sound bestaat uit:
ska + rocksteady + reggae + Britse pop + humor + piano + saxofoon
Daarbij spelen vooral de volgende elementen een rol:
stuwende baslijnen
ska-gitaar
veel piano en keyboards
prominente saxofoon
korte, ritmische zanglijnen
humoristische en soms maatschappijkritische teksten
zeer herkenbare Britse sfeer


The Selecter
The Selecter – een belangrijke band uit de 2-Tone ska
The Selecter is een Britse ska-band uit Coventry, opgericht in 1979. De groep behoort samen met onder andere The Specials, Madness en The Beat tot de belangrijkste vertegenwoordigers van de Britse 2-Tone ska-revival.
Het ontstaan
Het verhaal begint eigenlijk nog vóórdat The Selecter als band bestond. Gitarist Neol Davies had samen met John Bradbury en Barry Jones een instrumentaal nummer opgenomen met de titel “The Kingston Affair”.
Toen The Specials in 1979 hun single “Gangsters” wilden uitbrengen, hadden ze een nummer voor de andere kant nodig. Het instrumentale nummer werd opnieuw bewerkt, kreeg de naam “The Selecter” en verscheen als de andere kant van de single. De plaat werd een grote hit en bereikte nummer 6 in de Britse hitlijst.
Daarmee was de naam The Selecter eigenlijk al gevestigd voordat er een echte band met die naam bestond.
De beroemde bezetting
De eerste bekende bezetting bestond onder meer uit:
Pauline Black – zang
Arthur “Gaps” Hendrickson – zang
Neol Davies – gitaar
Compton Amanor – gitaar
Desmond Brown – Hammondorgel
Charley Anderson – bas
Charley “H” Bembridge – drums
Vooral Pauline Black werd het gezicht van de groep. Haar krachtige, soms bijna uitdagende zangstijl gaf The Selecter een heel eigen geluid binnen de 2-Tone-scene.
Ze was bovendien een opvallende verschijning in een voornamelijk door mannen gedomineerde muziekscene. De officiële bandbiografie noemt haar een van de weinige vrouwen binnen de oorspronkelijke 2-Tone-beweging.
De grote hit: “On My Radio”
Hun bekendste nummer is zonder twijfel:
“On My Radio” – 1979
Het nummer heeft precies dat typische 2-Tone-geluid:
ska + reggae + punkenergie + soul
De gitaar speelt korte, hoekige akkoorden, de bas is sterk aanwezig en de drums houden een dansbaar ska-ritme vast. Daarboven komt de karakteristieke stem van Pauline Black.
Andere belangrijke nummers zijn:
“Three Minute Hero”
“Missing Words”
“The Whisper”
“Too Much Pressure”
“The Selecter”
Deze nummers behoren tot de klassieke Britse ska uit het eind van de jaren zeventig en begin jaren tachtig.
Too Much Pressure – 1980
Het eerste album, Too Much Pressure, verscheen in 1980 en wordt beschouwd als het belangrijkste album van The Selecter. Het bereikte nummer 5 in de Britse albumlijst en werd uiteindelijk goud.
Het album is interessant omdat je daarop heel duidelijk hoort hoe Jamaicaanse ska en reggae worden gecombineerd met Britse punk en new wave.
Belangrijke nummers:
Three Minute Hero
Time Hard
They Make Me Mad
Missing Words
Danger
Too Much Pressure
On My Radio
De teksten waren bovendien vaak maatschappelijker dan je op basis van de vrolijke, dansbare muziek zou verwachten.
Wat betekent 2-Tone?
The Selecter maakte deel uit van de 2-Tone-beweging, die rond 1979 vanuit Coventry en de Midlands ontstond.
Het bijzondere was de combinatie van:
🇯🇲 Jamaicaanse ska en reggae
🇬🇧 Britse punk en new wave
🎷 soul en R&B
🕺 een sterke danscultuur
Maar 2-Tone was meer dan alleen een muziekstijl. De scene bracht zwarte en witte Britse jongeren samen en stond symbool voor een multiculturele Britse jeugdcultuur. The Selecter was daarin een bijzonder voorbeeld vanwege de gemengde achtergrond van de muzikanten.
Celebrate the Bullet – 1981
Het tweede album verscheen in 1981:
Celebrate the Bullet
Dit album was muzikaal wat donkerder en serieuzer dan het debuut. De grote 2-Tone-hype was inmiddels veranderd en het album werd commercieel minder succesvol.
Daarna viel de oorspronkelijke band uiteen.
Pauline Black
Pauline Black bleef echter een belangrijke figuur binnen de Britse muziek. Ze werkte later onder andere als actrice en schrijfster.
In 1991 kwam The Selecter opnieuw bij elkaar. Sindsdien heeft de groep verschillende bezettingen gekend en meerdere keren een nieuwe periode doorgemaakt.
Arthur “Gaps” Hendrickson, die samen met Black de zang voor zijn rekening nam, bleef eveneens nauw met The Selecter verbonden. Hij overleed in 2024, 73 jaar oud.
Leuk weetje
De naam “The Selecter” is ontleend aan het Jamaicaanse muziekbegrip selector: degene die muziek uitkiest en draait. Daarmee past de naam perfect bij de Jamaicaanse wortels van ska en reggae.
Bad Manners
Bad Manners is een van de bekendste Britse ska-bands uit de 2 Tone-periode van eind jaren 70 en begin jaren 80. De groep staat vooral bekend om hun energieke optredens, humoristische uitstraling en natuurlijk de markante zanger Buster Bloodvessel.
🎺 Het ontstaan van Bad Manners
Bad Manners werd in 1976 in Londen opgericht. De band kwam voort uit de Londense ska- en reggae-scene en raakte sterk beïnvloed door de Jamaicaanse muziek uit de jaren 60.
Hun muziek combineerde:
ska
rocksteady
reggae
Britse punk
een flinke dosis humor
Toen in 1979 de 2 Tone-beweging doorbrak met bands als The Specials en Madness, sloot Bad Manners daar perfect bij aan.
👨🎤 Buster Bloodvessel
Het gezicht van de band werd zanger Buster Bloodvessel, geboren als Douglas Trendle.
Hij viel niet alleen op door zijn krachtige stem, maar ook door zijn enorme charisma en opvallende uiterlijk. Tijdens optredens stond hij vaak met zijn tong uit zijn mond en maakte hij van concerten een soort ska-feest.
Zijn bijnaam Buster Bloodvessel werd uiteindelijk veel bekender dan zijn echte naam.
🎵 Grote hits
Bad Manners had vooral in het Verenigd Koninkrijk verschillende grote hits. Hun bekendste nummers zijn:
Lip Up Fatty – 1980
Special Brew – 1980
Ne-Ne Na-Na Na-Na Nu-Nu – 1980
Lorraine – 1980
Walking in the Sunshine – 1981
Can Can – 1981
Just a Feeling – 1981
Lip Up Fatty is waarschijnlijk het nummer waarmee de meeste ska-liefhebbers Bad Manners associëren.
💿 Albums
Een aantal belangrijke albums:
Ska 'n' B – 1980
Hun debuutalbum, met onder andere Lip Up Fatty.
Loonee Tunes! – 1980
Een zeer succesvol album waarop hun humoristische en feestelijke ska goed naar voren komt.
Gosh It's... Bad Manners – 1981
Een van hun bekendste albums uit de klassieke periode.
Forging Ahead – 1982
Hierop werd de band muzikaal iets breder, terwijl de herkenbare Bad Manners-stijl overeind bleef.
🕺 Bad Manners en de 2 Tone-beweging
Bad Manners wordt vaak samen met The Specials, Madness, The Selecter en The Beat genoemd wanneer het over de Britse ska-revival gaat.
Toch is er een belangrijk verschil.
The Specials en The Selecter waren sterk verbonden met het officiële 2 Tone-label en de bijbehorende beweging. Bad Manners wordt meestal tot dezelfde bredere ska-revival gerekend, maar had een eigen positie en een veel uitgesprokener feest- en comedy-imago.
Madness en Bad Manners hadden daardoor een bepaalde verwantschap: beide bands maakten ska toegankelijk voor een groot Brits publiek en combineerden ska met typisch Britse humor.
🎷 De sound
Een belangrijk onderdeel van Bad Manners' geluid is de saxsectie. De blazers geven de nummers een stevige Jamaicaanse ska-sound, terwijl de gitaren, bas en drums voor een veel directere Britse energie zorgen.
Het resultaat is vaak:
snel + vrolijk + dansbaar + humoristisch + luidruchtig.
Dat maakte Bad Manners bijzonder geschikt voor concerten, festivals en dansvloeren.
🇯🇲 Invloed van Jamaica
Net als veel Britse ska-bands uit deze periode luisterden de muzikanten naar Jamaicaanse artiesten uit de jaren 60, waaronder Prince Buster, Laurel Aitken, Derrick Morgan, The Skatalites en The Maytals.
Daarmee vormde Bad Manners eigenlijk een muzikale brug:
Jamaicaanse ska uit de jaren 60 → Britse ska-revival → 2 Tone → Bad Manners.


The Beat
The Beat – een belangrijke band uit de ska-revival
The Beat, in de Verenigde Staten vooral bekend als The English Beat, is een Britse ska- en 2 Tone-band uit Birmingham. De groep werd in 1978 opgericht en werd een van de belangrijke namen van de Britse ska-revival rond 1979–1982.
The Beat is vooral interessant omdat de groep ska combineerde met reggae, soul, pop, punk en new wave. Daardoor klinkt de muziek vaak toegankelijker en melodieuzer dan de Jamaicaanse ska uit de jaren zestig.
De belangrijkste bandleden
De klassieke bezetting bestond onder andere uit:
Dave Wakeling – zang en gitaar
Ranking Roger – zang en toasting
Andy Cox – gitaar
David Steele – basgitaar
Everett Morton – drums
Saxa (Lionel Augustus Martin) – saxofoon
Later kwamen onder andere toetsenist Dave "Blockhead" Wright en saxofonist Wesley Magoogan bij.
Vooral de combinatie van Wakelings zang en de Jamaicaans beïnvloede toasting van Ranking Roger gaf The Beat een heel eigen geluid.
The Beat en 2 Tone
The Beat hoort samen met onder meer The Specials, Madness en The Selecter bij de grote namen van de 2 Tone-beweging.
2 Tone ontstond eind jaren zeventig in Engeland en bracht de oude Jamaicaanse ska opnieuw onder de aandacht van een jong Brits publiek. Daarbij werden ska en reggae gecombineerd met punk, new wave en soul.
The Beat had bovendien een duidelijke boodschap van eenheid en inclusiviteit. De band kwam uit het industriële Birmingham, een stad die in die periode te maken had met werkloosheid en sociale spanningen.
Grote doorbraak: I Just Can't Stop It
Het eerste album verscheen in 1980:
I Just Can't Stop It
Dit werd een klassieker binnen de Britse ska-revival. Het album bevat onder andere:
Mirror in the Bathroom
Hands Off...She's Mine
Twist and Crawl
Best Friend
Stand Down Margaret
Tears of a Clown
De band wist hiermee ska geschikt te maken voor een breed poppubliek zonder het ritmische karakter kwijt te raken.
"Mirror in the Bathroom"
Dit is waarschijnlijk het bekendste nummer van The Beat. Het verscheen in 1980 en bereikte de 4e plaats in de Britse singleshitlijst.
Het nummer is een prachtig voorbeeld van de typische Beat-sound: een stuwende bas en drums, scherpe gitaar, saxofoon, reggae-invloeden en de karakteristieke zang/toasting.
Voor een ska-programma op de radio is dit eigenlijk een verplichte plaat.
De drie klassieke albums
The Beat bracht tijdens de oorspronkelijke periode drie studioalbums uit:
Jaar Album
1980 I Just Can't Stop It
1981 Wha'ppen?
1982 Special Beat Service
Deze drie albums vormen samen de kern van het klassieke werk van The Beat.
Wha'ppen? – 1981
Op het tweede album ging The Beat nog verder met reggae- en wereldmuziekinvloeden. De muziek werd iets gevarieerder, maar bleef dansbaar.
Bekende nummers zijn onder andere:
Doors of Your Heart
Drowning
All Out to Get You
Too Nice to Talk To
De band ontwikkelde zich hiermee van een pure ska-revivalband richting een veelzijdige popband.
Special Beat Service – 1982
Het derde album was Special Beat Service uit 1982. Hierop werd het geluid nog melodieuzer en toegankelijker.
Bekende nummers zijn:
Save It for Later
I Confess
Jeanette
Sole Salvation
Ackee 1-2-3
Save It for Later groeide later uit tot een van de bekendste nummers uit het repertoire van The Beat.
Politiek en maatschappelijk
The Beat maakte niet alleen feestmuziek. Een goed voorbeeld is "Stand Down Margaret", gericht tegen de Britse premier Margaret Thatcher.
De band gebruikte zijn bekendheid ook voor maatschappelijke doelen. Volgens de officiële bandgeschiedenis werd de opbrengst van de singleversie van "Stand Down Margaret" geschonken aan de Campaign for Nuclear Disarmament.
Dat past goed bij de bredere politieke en sociale sfeer van de Britse 2 Tone-beweging.
Na The Beat
In 1983 viel de oorspronkelijke band uiteen. Daarna gingen de leden verschillende kanten op.
Dave Wakeling en Ranking Roger vormden General Public. Die groep scoorde later onder andere een grote hit met "Tenderness".
Andy Cox en David Steele vormden vervolgens samen met zanger Roland Gift de Fine Young Cannibals. Zij zouden in de jaren tachtig en negentig grote internationale successen behalen.
The Beat kwam later meerdere keren opnieuw bijeen. Dave Wakeling bleef bovendien optreden als The English Beat.
The Bodysnatchers
The Bodysnatchers – een bijzondere band uit de 2 Tone-ska
The Bodysnatchers waren een zevenkoppige, volledig vrouwelijke Britse ska- en rocksteadyband uit Londen. Ze waren actief van 1979 tot 1981 en maakten deel uit van de beroemde Britse 2 Tone-beweging.
Wat The Bodysnatchers extra bijzonder maakt, is dat ze in een door mannen gedomineerde ska-scene een uitgesproken eigen plaats innamen.
🎺 Het ontstaan
De band werd in 1979 opgericht door Nicky Summers. Ze plaatste advertenties in muziekbladen op zoek naar vrouwelijke muzikanten. De inspiratie kwam onder andere van The Slits en de energieke optredens van The Specials.
De oorspronkelijke bezetting bestond uit:
Rhoda Dakar – zang
Sarah Jane Owen – leadgitaar
Stella Barker – ritmegitaar
Nicky Summers – bas
Penny Leyton – keyboards
Miranda Joyce – saxofoon
Jane Summers – drums, later vervangen door Judy Parsons
Interessant is dat veel leden nog maar weinig ervaring hadden met hun instrument toen de groep begon. Daardoor kozen ze aanvankelijk voor rocksteady, een wat rustiger Jamaicaanse stijl die voorafging aan reggae. Later werd hun muziek duidelijk sneller en meer ska-georiënteerd.
🏁 Doorbraak in de 2 Tone-scene
The Bodysnatchers werden onderdeel van de 2 Tone-beweging, waarin Britse punkenergie werd gecombineerd met Jamaicaanse ska, rocksteady en reggae.
Hun eerste optreden vond plaats in november 1979 in de Windsor Castle-pub in West-Londen. Ze speelden daar als voorprogramma van The Nips. Al snel kregen ze veel aandacht uit de muziekindustrie.
Hun samenwerking met 2 Tone Records, het label rond Jerry Dammers van The Specials, leverde uiteindelijk twee singles op.
💿 De grootste hit: Let's Do Rock Steady
In 1980 verscheen:
The Bodysnatchers – “Let's Do Rock Steady” / “Ruder Than You”
Het nummer was gebaseerd op een compositie van Dandy Livingstone en werd door The Bodysnatchers in een veel energiekere 2 Tone-versie gespeeld.
De single werd een behoorlijke Britse hit en bereikte nummer 22 in de UK Singles Chart. Hij stond uiteindelijk negen weken in de Britse hitlijst.
Een leuk detail: producer Roger Lomas liet de groep maar liefst 26 takes maken van “Let's Do Rock Steady”, waarbij hij de band steeds sneller wilde laten spelen.
🎵 De tweede single
Later in 1980 verscheen:
“Easy Life” / “Too Experienced”
Deze single werd geproduceerd door Jerry Dammers en bereikte nummer 50 in Groot-Brittannië.
Daarmee kwam er helaas al snel een einde aan de platenloopbaan van de groep.
⚠️ “The Boiler”
Een van de interessantste nummers uit het repertoire was “The Boiler”. Dit was geen vrolijk ska-nummer, maar een zeer donker en aangrijpend nummer over seksueel geweld.
De band wilde het nummer aanvankelijk zelf uitbrengen, maar de platenmaatschappij koos voor het commercieel aantrekkelijkere “Let's Do Rock Steady”. Later werd “The Boiler” opgenomen door Rhoda Dakar en The Special AKA.
🌟 Wat gebeurde er daarna?
Na het uiteenvallen van The Bodysnatchers gingen verschillende leden verder in de muziek.
Vijf voormalige leden vormden vervolgens The Belle Stars, die begin jaren tachtig een succesvolle carrière kregen. Hun bekendste nummer werd uiteindelijk “Iko Iko”.
Rhoda Dakar kreeg bovendien een belangrijke rol binnen de wereld van The Specials en The Special AKA.
📻 Waarom zijn The Bodysnatchers belangrijk voor ska?
Voor een ska-programma zijn The Bodysnatchers interessant omdat ze precies de overgang laten horen tussen:
Jamaicaanse rocksteady → ska revival → Britse 2 Tone
Ze combineerden de Jamaicaanse ritmes met de rauwe energie en uitstraling van de Britse punk- en new-wavegeneratie. Bovendien waren ze een van de weinige volledig vrouwelijke groepen binnen de vroege 2 Tone-scene.
