The Cheeta's

The Cheeta’s ontstond begin jaren zestig in Rotterdam. De band repeteerde onder meer in een voorkamer van een woning aan de Noordsingel. De bezetting bestond uit:

Jan Warbie – sologitaar en zang
Bob Kesting – gitaar
Wim van der Bunt – gitaar
Ton van der Meer – basgitaar
Frans Delmee – drums

Bob Kesting had binnen de groep bovendien een belangrijke organisatorische rol: hij was naast gitarist ook manager van The Cheeta’s. Hij werkte destijds op een expeditiekantoor, maar hield zich daar volgens zijn eigen herinneringen soms meer met de zaken van de band bezig dan met zijn eigenlijke werk.

Optredens in Rotterdam

The Cheeta’s speelden veel in Rotterdam en omgeving. Bekende locaties waren onder andere De Pater, De Brandaris, Het Gelderse Dorp en de kantine van voetbalvereniging Leonidas.

Bijzonder was hun optreden in de Togo Bar aan de Tiedemanstraat. Daar kregen ze een maandcontract. Voor jonge Rotterdamse beatgroepen was spelen in de Togo Bar belangrijk: het gaf de band aanzien, ook al verdienden ze er volgens Kesting maar weinig mee.

De groep trad ook buiten Rotterdam op, onder andere in Twello, Oudenbosch en Zundert, en zelfs in Remouchamps in België.

Geen platen gemaakt

Een leuk detail: hoewel een affiche The Cheeta’s aankondigde als „bekend van hun platen”, hadden ze in werkelijkheid nooit een plaat opgenomen. Volgens Kesting was dat een publiciteitsstunt van een zaaleigenaar. Hij vertelde ook dat de band geen muziek kon lezen en nooit een platenstudio van binnen had gezien.

The Cheeta’s hielden ongeveer vijf jaar stand en gingen in 1966 uit elkaar. Jan Warbie ging daarna verder in de muziek en werd lid van de Rotterdamse The Swinging Soul Machine.

En nog een mooi detail over Bob Kesting: volgens het teruggevonden artikel bleef hij later muziek maken. Hij speelde toen ook keyboard en had zichzelf bovendien saxofoon leren spelen.

The Fab

The Fab uit Rotterdam

The Fab werd in 1965 opgericht. De oorspronkelijke bezetting bestond uit:

Gerard Visser – zang
Hans Visser – sologitaar
Arie Hordijk – slaggitaar
Gerard Strotbaum – basgitaar
Richard van Aalst – drums

De naam Fab was een afkorting van het Engelse fabulous. De groep wilde duidelijk aansluiten bij de populaire Britse beatmuziek die halverwege de jaren zestig Nederland overspoelde.

Begin op Katendrecht

De eerste repetities vonden plaats in een lokaal van een schoolgebouw op Katendrecht. De vader van gitarist Arie Hordijk was daar conciërge en wist voor de jongens een repetitieruimte te regelen.

Dat betekende echter wel dat de band iedere keer zijn versterkers en instrumenten moest meesjouwen. Later verhuisden ze daarom naar een gebouwtje van een padvindersvereniging in de Spaanse Polder, waar de apparatuur kon blijven staan.

Optredens in Rotterdam

The Fab speelde veel op plaatsen waar Rotterdamse jongeren in die tijd kwamen. Onder andere worden genoemd:

De Spes aan de Dordtsestraatweg
De Grot aan de Doklaan
buurthuizen in Rotterdam
De Zevensprong in Hoogvliet
zaal Tivoli in Schiedam

De groep werd daarmee onderdeel van de levendige Rotterdamse beatcultuur van midden jaren zestig.

Vooral Rolling Stones en Them

Muzikaal was The Fab vooral gericht op de stevigere Britse beat en rhythm-and-blues. Ze speelden nummers van onder andere:

The Rolling Stones
The Kinks
Them
The Pretty Things

Vooral de Rolling Stones waren belangrijk voor de groep. Oud-drummer Sjef Siemons vertelde later dat veel nummers op het repertoire Stones-covers waren.

Dat maakt The Fab interessant: het was niet zozeer een brave popgroep, maar eerder een Rotterdamse beat/R&B-band met een ruig Stones- en Them-geluid.

Personeelswisselingen

De bezetting veranderde in de loop van de jaren. Drummer Richard van Aalst werd bijvoorbeeld vervangen door Sjef Siemons. Later kwam Ockie Huijsdens, afkomstig van De Mega's, bij The Fab en nam hij de plaats van gitarist Arie Hordijk over.

Ockie Huijsdens zou later een veel grotere rol in de Nederlandse muziekwereld krijgen.

Een zeer bijzondere single

Een van de interessantste dingen aan The Fab is dat de groep een single in eigen beheer uitbracht.

Volgens Sjef Siemons werd de plaat opgenomen in een zaaltje van een kerk. De opnamekwaliteit was volgens hem niet geweldig en er zijn vermoedelijk maar weinig exemplaren verkocht.

Juist daardoor is het plaatje tegenwoordig interessant voor verzamelaars. Een Rotterdamse bron noemt “I Only Gave You Everything”, een stevige cover van Them, als een bijzonder voorbeeld van het werk van The Fab en beschrijft de single zelfs als een belangrijke Rotterdamse rhythm-and-bluesplaat.

Optreden met grote namen

The Fab kreeg ook de gelegenheid om voor grotere acts te spelen. Een van de hoogtepunten was een optreden waarbij zij in Rotterdam in het voorprogramma van The Scorpions stonden. Het ging hierbij om de Britse beatgroep The Scorpions, die bekend was van “Hello Josephine”.

Ook stond The Fab op het podium met The Sandy Coast, de groep rond Hans Vermeulen.

Einde van The Fab

De groep hield uiteindelijk rond medio 1968 op te bestaan. Daarmee was het verhaal van een van de Rotterdamse beatgroepen uit de eerste helft van de jaren zestig voorbij.

Verschillende muzikanten bleven echter actief in de muziek. Zo kwamen enkele oud-leden later terecht in andere bands en speelden zij onder meer in de begeleidingsband van Patricia Paay.

The Fab in de Rotterdamse muziekgeschiedenis

The Fab hoort wat mij betreft in hetzelfde rijtje als andere Rotterdamse beatgroepen uit die periode, zoals The Road Runner Sect, The Candles, The Escorts, The Violets en The Mega's. Dat blijkt ook uit oude affiches: bij een beatconcert in Tivoli in Schiedam stonden verschillende van deze groepen samen met The Fab op het programma.

Bijzonder aan The Fab is vooral dat de groep een overgang vertegenwoordigt van de vroege Nederlandse beat naar de hardere rhythm-and-blues/soulcultuur die Rotterdam aan het einde van de jaren zestig steeds sterker zou gaan kenmerken.

The Sect

Ja. De Rotterdamse The Sect was geen willekeurige beatgroep: de band kwam voort uit The Road Runner Sect, een van de ruigere Rotterdamse rhythm-and-blues/beatbands uit het midden van de jaren zestig.

Van Road Runner Sect naar The Sect

Rond 1964 ontstond in Rotterdam The Road Runner Sect. De oorspronkelijke bezetting bestond volgens de beschikbare bronnen uit:

Juul Schell – sologitaar
Hennie de Wilde – slaggitaar
Leo Mouwens – basgitaar
Jacco van Heijningen – drums
Hoeney Chen – zang

De groep onderscheidde zich door een harde, rauwe rhythm-and-bluesstijl. Ze begonnen hun optredens vaak met Roadrunner van The Pretty Things en speelden daarnaast nummers van onder andere The Rolling Stones en The Who.

Later kwam Cor van der Beek, voormalig drummer van Group 65, bij de band. Vanaf dat moment werd de naam ingekort tot simpelweg The Sect.

Een behoorlijk stevige liveband

The Sect stond in Rotterdam bekend als een keiharde liveband. Een herinnering uit de Rotterdamse muziekscene omschrijft de oorspronkelijke Roadrunner Sect als een zeer invloedrijke rhythm-and-bluesband met een duidelijke Bo Diddley-sound. De enige single van The Sect was volgens die bron eigenlijk veel tammer dan de optredens van de groep.

Dat past goed bij de Rotterdamse beatcultuur van die periode: veel groepen waren vooral live aantrekkelijk en hadden een groot lokaal publiek, terwijl platenmaatschappijen nog maar beperkt belangstelling hadden voor Nederlandse beatgroepen.

De single Mrs. Lovesick

Het belangrijkste tastbare wapenfeit van The Sect is de single:

The Sect – Mrs. Lovesick / Pick a Bale o' Cotton

De plaat verscheen in 1966 en wordt tegenwoordig beschouwd als een interessant stukje Nederlandse nederbeatgeschiedenis. De single werd geen grote landelijke hit, maar was volgens bronnen wel een lokaal succes in Rotterdam.

Interessant is dat Mrs. Lovesick vaak wordt toegeschreven aan Juul Schell.

Optredens buiten Rotterdam

The Sect bleef niet beperkt tot Rotterdam. Nadat de groep een manager had gekregen, ging zij ook buiten de Maasstad optreden en kreeg de band landelijke bekendheid binnen het Nederlandse beatcircuit.

De Rotterdamse beatwereld was in die jaren bijzonder actief. In lokale historische overzichten wordt The Sect genoemd naast groepen als The Free, The Swinging Soul Machine, The Fab, The Cheetah's, The First Sect, The Condors en vele andere Rotterdamse formaties.

Het einde van The Sect

Het succes duurde helaas niet lang. In 1967 viel The Sect uiteen. De muzikanten verspreidden zich vervolgens over andere Rotterdamse groepen.

Een aantal namen uit de geschiedenis van The Sect kreeg daarna opnieuw betekenis:

Hoeney Chen kwam onder andere terecht bij The Swinging Soul Machine.
Juul Schell speelde later bij The Free.
Cor van der Beek werd later drummer bij Shocking Blue, de Haagse groep die internationaal enorm succesvol werd met Venus. Hij speelde daarna ook korte tijd bij Livin' Blues.

Dat maakt The Sect achteraf gezien extra interessant: verschillende muzikanten uit deze Rotterdamse beatwereld gingen later verder in bands die een belangrijke plaats kregen in de Nederlandse popgeschiedenis.

Niet verwarren met de Britse Downliners Sect

Er is trouwens een belangrijke naamverwarring. Er bestond in dezelfde periode ook een Britse The Downliners Sect, afkomstig uit Twickenham/Londen. Die groep was vanaf 1963 actief en maakte eveneens rauwe rhythm & blues.

De Rotterdamse The Sect is echter een andere groep. Bij platen en op internet kom je daardoor soms informatie van beide bands door elkaar tegen.

The Candles

🎸 Het ontstaan

The Candles ontstonden rond 1964. De eerste repetities vonden plaats in de kelder van een woning aan de Beukelsdijk in Rotterdam. Vier jonge muzikanten wilden daar een echte beatband van maken. De naam The Candles werd gekozen omdat de jongens vonden dat die gewoon leuk klonk.

De oorspronkelijke bezetting bestond uit:

John Kieboom – slaggitaar en zang
Luc Kieboom – drums
Henny Frymuth – basgitaar
Theo Boumans – sologitaar en zang

Later veranderde de bezetting verschillende keren. Henny Frymuth werd opgevolgd door Rien Huygen, en later nam Rob de Jong de bas over.

🎶 Hun muziek

The Candles waren duidelijk beïnvloed door de Britse beat-explosie. Hun repertoire bestond vooral uit nummers van The Kinks en The Byrds. Vooral het gebruik van een 12-snarige gitaar gaf de Byrds-nummers een herkenbaar geluid.

Daarnaast schreven ze zelf nummers. John Kieboom vertelde later met enige zelfspot dat hun eigen composities een behoorlijk hoog Kinks-gehalte hadden.

Ze waren daarmee een goede vertegenwoordiger van de Rotterdamse beatcultuur van midden jaren zestig: stevige gitaren, drums, Engelse invloeden en vooral veel live spelen.

🏠 Buurthuis De Ruimte

Een belangrijke plek voor The Candles was buurthuis De Ruimte aan de Gaffeldwarsstraat. Daar konden de jonge muzikanten regelmatig repeteren én optreden.

Volgens John Kieboom waren juist de optredens daar enkele van zijn mooiste herinneringen. Er ontstond ook een vaste groep bezoekers die regelmatig naar The Candles kwam luisteren.

🎤 Waar traden ze op?

The Candles speelden op verschillende plaatsen in Rotterdam, onder andere:

het Verzamelgebouw op Zuidplein
De Brug op Rotterdam-Zuid
't Keldertje aan de Claes de Vrieselaan
verschillende Rotterdamse buurthuizen

Ze traden ook buiten Rotterdam op. Een opmerkelijk optreden vond plaats in Soesterberg, voor militairen. Dat evenement werd georganiseerd door circusondernemer Toni Boltini en bracht verschillende Rotterdamse beatgroepen bij elkaar.

🇮🇳 Concert in Schiedam

Een ander bijzonder optreden was een benefietconcert in een volle zaal Tivoli in Schiedam, waarvan de opbrengst bestemd was voor hongerende mensen in India.

Op de affiche stonden naast The Candles verschillende andere bekende Rotterdamse beatgroepen, waaronder The Escorts, The Road Runner Sect, The Violets, The Fab, Group 65 en The Bandits.

Dat geeft mooi aan hoe groot en actief het netwerk van Rotterdamse beatbands in die jaren was.

💰 Geen succesvolle manager

The Candles hadden geen vaste manager. Ze probeerden het op een gegeven moment wel met iemand die zich als manager presenteerde, maar dat liep slecht af: volgens John Kieboom ging deze persoon er uiteindelijk met het geld van de groep vandoor.

Dat soort verhalen waren overigens niet ongewoon bij jonge Nederlandse beatgroepen die in die tijd zonder professionele begeleiding hun optredens regelden.

🎖️ Het einde in 1967

Het grootste probleem voor The Candles was uiteindelijk niet een gebrek aan publiek, maar de dienstplicht.

De muzikanten waren ongeveer achttien jaar oud en moesten één voor één in militaire dienst. Daardoor moesten voortdurend vervangers worden gezocht. Uiteindelijk moest bijna de hele groep onder de wapenen.

In 1967 ging het licht definitief uit voor The Candles.

Volgens John Kieboom was Theo Boumans het enige groepslid dat daarna nog serieus iets in de muziek deed.

🔄 Een mogelijke reünie

Het verhaal kreeg jaren later nog een vervolg. In 2007 kwamen zes voormalige muzikanten van The Candles weer bij elkaar. Voor sommige leden was dat na ongeveer dertig jaar weerzien.

Er werd zelfs gesproken over een mogelijke reünie en opnieuw samen muziek maken, hoewel toen nog niet vaststond of die er daadwerkelijk zou komen.

📻 The Candles in de Rotterdamse beatgeschiedenis

The Candles waren geen landelijke hitgroep met grote platencontracten, maar juist een mooi voorbeeld van de lokale Rotterdamse beatscene. Ze horen bij dezelfde generatie Rotterdamse groepen als The Fab, The Escorts, The Violets, The Cheetah's en The Road Runner Sect. Een overzicht van Rotterdamse jaren-60-bands noemt The Candles dan ook nadrukkelijk tussen tientallen andere groepen uit die periode.

Bijzonder is vooral dat er dankzij John Kieboom nog persoonlijke herinneringen en zelfs krantenknipsels van optredens bewaard zijn gebleven. Daardoor kunnen we The Candles veel beter plaatsen dan men op het eerste gezicht zou verwachten.

The Tremors

🎸 The Tremors uit Rotterdam

The Tremors waren actief van ongeveer 1962 tot 1968 en speelden voornamelijk in het Rotterdamse uitgaanscircuit, maar traden ook ver buiten Rotterdam op.

Een belangrijk moment in hun geschiedenis was hun optreden in de Tudorbar aan de Nieuwe Binnenweg. Dat was in de jaren zestig een belangrijke plek voor jongeren en beatmuziek. The Tremors waren volgens bassist Tom Wigmore zelfs de eerste beatgroep die daar een maandcontract kreeg. Het optreden werd zo'n succes dat er rijen jongeren voor de deur stonden en later zelfs zondagmiddagmatinees werden georganiseerd.

Bezetting

Een bekende bezetting van The Tremors bestond uit:

George Meerburg – zang en gitaar
John Goudriaan – drums en zang
Hans Kuttschreuter – gitaar en zang
Ben van der Kubbe – gitaar en zang
Tom Wigmore – basgitaar

Wigmore kwam bij de groep nadat bassist Karel de Krijger vanwege zijn studie moest stoppen. Opmerkelijk is dat Wigmore op dat moment pas zeventien was en nog nooit basgitaar had gespeeld. Hij speelde daarvoor gitaar en leerde vervolgens de basgitaar bespelen.

🎶 Van hobbyband naar beroepsmuzikanten

The Tremors waren meer dan alleen een lokaal bandje. Door de vele maandcontracten in bars en dancings werden de muzikanten min of meer gedwongen om beroepsmuzikanten te worden. Ze speelden onder andere in Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Heerlen, maar ook in Duitsland.

In Rotterdam traden ze onder meer op bij:

Tudorbar
Extase
De Wiek
Club 54
De Togoclub

Buiten Rotterdam worden onder andere de Las Vegas in Amsterdam, de Monroe Bar in Den Haag, Club 55 in Osnabrück en Hotel Uetersen bij Hamburg genoemd.

💿 De singles van The Tremors

De groep heeft voor zover de beschikbare bronnen aangeven twee singles uitgebracht.

Een daarvan was:

“Don't You Fret” – een cover van een nummer van The Kinks.

Daarnaast verscheen het opmerkelijke nummer:

“Beter Langharig dan Kortzichtig”

Daarop was de zang afkomstig van Peter J. Muller, Amsterdammer en medeoprichter van het muziekblad Hitweek. Hoe The Tremors precies met Muller in contact kwamen, wist Tom Wigmore vele jaren later niet meer.

🌟 Verbinding met andere Rotterdamse bands

The Tremors waren onderdeel van een veel groter netwerk van Rotterdamse beatmuzikanten. De Rotterdamse scene kende in die jaren tientallen groepen, waaronder The Explosions, The Candles, The Fab, The Cheetah's, The Sect, The Eddysons en vele anderen. The Tremors worden ook opgenomen in een historisch overzicht van Rotterdamse jaren-zestigbands.

Interessant is dat Leo van Wouw, die later bij The Explosions speelde, daarvoor drummer was bij The Tremors.

Ook Hans Kuttschreuter maakte na The Tremors deel uit van The Swinging Soul Machine. Ben van der Kubbe speelde later onder andere bij D 21 en Dutch Dimension. John Goudriaan vertrok uiteindelijk naar München, waar hij een muziekcafé begon.

🏁 Het einde

In 1968 besloten de muzikanten The Tremors op te heffen. Daarmee kwam een einde aan een band die in de eerste helft van de jaren zestig een belangrijke rol had gespeeld in het Rotterdamse club- en beatcircuit.

The Tremors zijn vooral interessant omdat ze een brug vormen tussen de vroege rock-'n-rollperiode en de echte Rotterdamse beatexplosie van 1964-1967. Hun succes in de Tudorbar laat bovendien goed zien hoe belangrijk de Rotterdamse uitgaanswereld was voor de ontwikkeling van de beatmuziek.

The Silhouettes

🎸 The Silhouettes uit Rotterdam

De Rotterdamse groep ontstond in 1963. Drie Rotterdamse jongens besloten samen een band te beginnen en kozen bewust voor de Franse naam The Silhouettes, omdat ze grote bewonderaars waren van de Franse groep Les Fantômes.

De oorspronkelijke bezetting bestond uit:

Theo Verhage – sologitaar
Rob Verhage – slaggitaar
Jack Jongsma – basgitaar
Hans van Elswijk – zang
Leo Simons – drums

Het was dus een echte Rotterdamse beatband van de vroege jaren zestig.

🎶 Van schoolfeesten naar de Rotterdamse podia

In het begin speelden The Silhouettes vooral op straatfeesten en schoolfeesten. Dat veranderde toen managers Harrie Korthals en Ed de Groot zich met de groep gingen bemoeien.

Het repertoire werd aangepast. Waar ze aanvankelijk vooral nummers speelden in de sfeer van The Shadows en The Everly Brothers, gingen ze steeds meer richting beat en rhythm & blues. Daardoor kwamen er meer optredens en grotere zalen.

Interessant is dat verschillende bekende Rotterdamse uitgaansgelegenheden en clubhuizen in hun agenda voorkwamen, waaronder:

Sarto aan het Afrikaanderplein
De Brug aan de Oranjeboomstraat
De Put in Oud-Mathenesse
De Vuurpijl in Schiebroek
De Zevensprong in Hoogvliet

Ook bij Dansschool Panjer aan het Marconiplein traden ze regelmatig op: daar speelden ze volgens de overlevering gedurende langere tijd twee zondagen per maand.

🔄 Veranderingen in de bezetting

Zoals bij veel Rotterdamse beatgroepen uit die periode veranderde de bezetting nogal eens.

Hans van Elswijk stopte vanwege zijn studie. Hij werd vervangen door Jacques Verhage. Ook sologitarist Theo Verhage vertrok uiteindelijk en ging spelen bij The Road Runner Sect. Henk Hulstaart nam zijn plaats bij The Silhouettes in.

Jacques Verhage heeft later teruggekeken op een bijzonder drukke periode: de band speelde soms vrijwel ieder weekend, en af en toe zelfs op woensdag.

🏆 Een bijzonder optreden in Beverwijk

Een van de mooiste verhalen uit de geschiedenis van The Silhouettes is hun optreden tijdens een groot festival in Beverwijk.

De bedoeling was dat de populaire Nederlandse beatgroep The Bintangs het festival zou afsluiten. Toen The Bintangs niet kwamen opdagen, kregen de Rotterdammers de eer om het slotoptreden te verzorgen voor duizenden bezoekers.

Voor de band was dat een enorme ervaring.

🕰️ Einde van de groep

Rond 1966–1967 werd het steeds moeilijker om de groep bij elkaar te houden. Muzikanten vertrokken en Jacques Verhage moest in militaire dienst. Daardoor werd het lastig om voldoende te repeteren en boekingen te accepteren.

In 1967, ongeveer drie jaar na de oprichting, besloten The Silhouettes ermee te stoppen. Daarmee kwam een einde aan een Rotterdamse beatband die vooral live actief was geweest.

📻 Interessant voor de Rotterdamse muziekgeschiedenis

The Silhouettes zijn juist interessant omdat ze een goed voorbeeld vormen van de enorme hoeveelheid lokale Rotterdamse beatgroepen die in de eerste helft van de jaren zestig ontstonden. Niet iedere groep maakte een plaat, maar sommige hadden in Rotterdam en omgeving toch een flinke aanhang en speelden wekelijks in danszalen, clubhuizen en jeugdcentra.

En dat maakt ze voor een programma over Rotterdamse muziek uit de jaren 60 bijzonder waardevol.

The Mad Jumpers

The Mad Jumpers

The Mad Jumpers ontstonden begin jaren zestig in Pernis, toen de broers Herman en Flip Oosthoek begonnen te oefenen op gitaar. In die periode was de beatmuziek zoals we die later zouden kennen nog nauwelijks ontwikkeld. De grote voorbeelden waren vooral The Shadows, Cliff Richard en andere instrumentale gitaaracts.

De oorspronkelijke bezetting bestond uit:

Herman Oosthoek – sologitaar
Flip Oosthoek – slaggitaar
Joop Desjardijn – basgitaar
Jan van Eyk – drums

De jongens zagen er volgens de herinneringen uit die tijd opvallend verzorgd uit: keurig gekapt en in strakke pakken, helemaal in de stijl van The Shadows.

Muziek van The Shadows tot Elvis

In het begin speelde The Mad Jumpers vooral instrumentale gitaarmuziek. Nummers van The Shadows vormden een belangrijk onderdeel van het repertoire. De band speelde daarnaast werk van onder meer The Ventures en René & His Alligators.

Een leuk detail uit de herinneringen van Herman Oosthoek is dat zijn broer Flip begon met gitaar oefenen met een oude radio als versterker. Ze kregen maar ongeveer twee maanden gitaarles en leerden daarna vooral door platen steeds opnieuw af te luisteren en de nummers na te spelen.

Dat was heel kenmerkend voor de beginnende Nederlandse gitaarbands van die periode.

De 'Friese Elvis'

Een belangrijke verandering kwam toen Henk Broesder zich bij de groep aansloot. Hij werd in die tijd gepresenteerd als de 'Friese Elvis'. Daardoor veranderde het repertoire van The Mad Jumpers.

Naast instrumentale Shadows-nummers kwamen nu ook nummers van Elvis Presley, Cliff Richard en andere rock-'n-rollartiesten op het programma.

Daarmee maakte de groep eigenlijk de overgang mee van de vroege instrumentale gitaarmuziek naar de rock-'n-roll en uiteindelijk de beat.

Optredens in Rotterdam

The Mad Jumpers waren vooral een amateurband. Ze speelden onder meer in:

buurthuizen
jongerenverenigingen
op schoolfeesten
bruiloften en partijen
dansavonden

Een herinnering uit De Oud-Rotterdammer beschrijft een optreden in een buurthuis aan de Van Vollenhovenstraat, waar jongeren kwamen dansen op muziek van The Mad Jumpers. De sfeer was typisch voor de vroege jaren zestig: meisjes in korte rokjes, jongens in keurige pakken en de muziek van The Shadows, Cliff Richard en Elvis uit de luidsprekers.

Van The Mad Jumpers naar Made in Holland

Toen The Beatles en The Rolling Stones vanaf het midden van de jaren zestig de muziekscene volledig veranderden, begon ook de naam The Mad Jumpers wat ouderwets te klinken.

De groep koos daarom een nieuwe naam: Made in Holland. Volgens Flip Oosthoek ontstond die naam doordat de band regelmatig in Made in West-Brabant optrad. De woordspeling lag toen voor de hand: Made + in Holland.

De muziek bleef echter voornamelijk een hobby. De muzikanten werkten doordeweeks en speelden vooral in de weekenden. Veel Rotterdamse muzikanten uit die tijd combineerden op die manier hun gewone werk met hun liefde voor muziek.

Een stukje vergeten Rotterdamse muziekgeschiedenis

The Mad Jumpers zijn nooit zo bekend geworden als bijvoorbeeld The Eddysons, The Motions of andere Nederlandse beatgroepen. Toch zijn ze interessant omdat ze precies laten zien hoe de Rotterdamse muziekscene zich ontwikkelde van Shadows-gitaarmuziek naar rock-'n-roll en beat.

Rotterdam had in de jaren zestig namelijk een enorme hoeveelheid lokale bands. Een overzicht van de Rotterdamse sixties noemt naast The Mad Jumpers onder andere The Fab, The Silhouettes, The Tremors, The Candles, The Cheetah's, The Mega's, The Eddysons, The Next en vele tientallen andere groepen.

Kort samengevat: The Mad Jumpers waren een vroege Rotterdamse/Pernisser gitaarband die begon met instrumentale Shadows-muziek, vervolgens via Elvis en Cliff Richard de rock-'n-roll oppakte en uiteindelijk, onder de naam Made in Holland, de veranderende beatperiode tegemoet ging.

Blues Sessions

Blues Session – Rotterdam, circa 1967–1969

De groep ontstond medio 1967. De aanleiding was een advertentie van bassist Alex van Os, die in een Rotterdamse krant muzikanten zocht om een bluesband te beginnen. Jan Pleune reageerde op de oproep en werd de zanger van de nieuwe groep.

De oorspronkelijke bezetting bestond uit:

Jan Pleune – zang
Alex van Os – basgitaar
Hans van Leeuwen – drums
Marius Visser – gitaar
Wim Leenen – piano

De muzikanten repeteerden regelmatig in een zaaltje van café Alhena aan de Mathenesserweg. Daar bouwden ze hun repertoire op.

Een echte bluesband

Blues Session onderscheidde zich van veel Rotterdamse beatgroepen doordat de groep zich vrijwel volledig op Amerikaanse blues richtte. Ze speelden onder andere nummers van:

John Lee Hooker
Muddy Waters

Het waren vooral de oude Chicago- en rhythm-and-bluesplaten die de muzikanten inspireerden. Alex van Os beschikte over een verzameling platen en bandjes met oude bluesopnamen, die de groep gezamenlijk beluisterde.

Dat past goed bij de ontwikkeling van de Rotterdamse muziekscene rond 1967. De invloed van Amerikaanse blues was toen enorm: groepen als The Rolling Stones, Cream en John Mayall's Bluesbreakers brachten de oorspronkelijke blues opnieuw onder de aandacht van een jong Europees publiek.

Van kleine cafés naar het hele land

Na enkele maanden repeteren kwamen de eerste optredens in kleine Rotterdamse gelegenheden. De band werd steeds vaker gevraagd en kreeg daardoor snel meer werk.

Een belangrijke stap was de samenwerking met manager Ed de Groot, afkomstig uit de bekende rijschoolfamilie aan de Hooidrift. Hij ging actief voor Blues Session op zoek naar optredens. Daardoor speelde de Rotterdamse band uiteindelijk ook buiten de stad. Zelfs in een klein plaatsje bij Staphorst trad Blues Session meerdere keren op.

De groep werd volgens Jan Pleune uiteindelijk zelfs constant geboekt. In de weekenden waren drie optredens op één weekend eerder regel dan uitzondering.

Uitbreiding van de band

In de loop van haar bestaan veranderde de bezetting. Saxofonist Frans Punt kwam erbij. Ook speelde af en toe Ferdinand Didde mee op mondharmonica.

Drummer Hans van Leeuwen werd later vervangen door Kees Mallander. Daarmee kreeg Blues Session een bezetting die nog beter paste bij het stevige bluesgeluid van die tijd.

De combinatie van gitaar, piano, bas, drums, zang, saxofoon en soms mondharmonica moet een behoorlijk krachtig livegeluid hebben opgeleverd.

Het einde

Na ruim twee jaar op de planken hield Blues Session ermee op. Het intensieve optreden begon voor sommige bandleden te zwaar te worden. De vele optredens in de weekenden waren uiteindelijk moeilijk te combineren met het normale leven.

Na het uiteenvallen werd nog geprobeerd met onder anderen Kees Mallander en Alex van Os een nieuwe groep te beginnen. Het idee was om iets in de richting van Led Zeppelin te gaan doen, maar dat plan kwam uiteindelijk niet van de grond.

Interessant in de Rotterdamse muziekgeschiedenis

Blues Session is vooral interessant omdat de groep een mooi voorbeeld is van de overgang van de Rotterdamse beatcultuur naar de blues- en rockmuziek van het einde van de jaren zestig.

De groep staat ook vermeld in het overzicht van Rotterdamse bands uit de jaren zestig, naast namen als The Cheetah's, The Tremors, The Mad Jumpers, The Silhouettes, The Fab, Just Us en Midnight Packet.

The Starfighters

The Starfighters uit Rotterdam

De Rotterdamse The Starfighters kwamen uit Oud-Mathenesse en ontstonden rond 1961. Hun eerste optreden vond plaats op Koninginnedag 1961, in een gemeenschappelijke tuin tussen de huizen in Oud-Mathenesse. De vijf jongens probeerden vooral het geluid van Cliff Richard & The Shadows te benaderen.

De oorspronkelijke bezetting was:

Joop Schell – zang
Karel Klijnoot – sologitaar
Jan van Beusekom – slaggitaar
Bep Jansen – basgitaar
Carl van Leeuwen – drums

Al snel gingen ze serieus repeteren en optreden. Een van hun vroege belangrijke podia was soos Marimba. Daarna waagden ze de stap naar Schiedam, waar ze een zaal in complex Irene huurden. De belangstelling was zo groot dat de kleine zaal niet voldoende was.

Van Shadows naar beat

In het begin was het repertoire sterk gebaseerd op instrumentale gitaarmuziek van The Shadows en Cliff Richard. Dat paste uitstekend bij de Rotterdamse jeugdcultuur van het begin van de jaren zestig.

Toen de beatgolf losbarstte, veranderde ook het repertoire. The Starfighters gingen nummers spelen van onder andere:

The Beatles
The Rolling Stones
The Kinks

Daarmee ontwikkelden ze zich van een Shadows-georiënteerd gitaarbandje tot een echte Rotterdamse beatgroep.

Een enorme fanclub

The Starfighters waren vooral populair in Rotterdam en Schiedam. Ze organiseerden regelmatig fanavonden en hadden op hun hoogtepunt een fanclub van maar liefst ongeveer 500 leden. De fans kregen zelfs een eigen maandblad.

Dat is voor een lokale Rotterdamse beatband uit die periode behoorlijk indrukwekkend.

Ook traden ze buiten Rotterdam op, onder meer in Pijnacker, Hellevoetsluis en Delft. In 1964 waren ze volgens een terugblik vooral in Schiedam en omgeving erg bekend.

Optreden in Duitsland

Een mooi verhaal uit de beginperiode is dat de band tijdens een vakantie met de brommer in Duitsland terechtkwam. In een dorp speelden ze in een zaaltje waar volgens Joop Schell een band stond die niet erg goed was. De Rotterdamse jongens vroegen of zij mochten spelen.

Dat mochten ze — en volgens Schell kregen ze het publiek onmiddellijk mee.

Het einde in 1965

Het succes kon uiteindelijk niet voorkomen dat het gewone leven zijn tol eiste. Dienstplicht en studie maakten het steeds moeilijker om de band voort te zetten. In 1965 stopten The Starfighters.

Er kwam een afscheidsconcert in zaal Irene. Daar nam De Mega's het stokje over. De Mega's namen bovendien de fanclub van The Starfighters over.

Interessant is dat Bep Jansen en Jan van Beusekom daarna verdergingen in de Rotterdamse groep The Next.

Waarom The Starfighters interessant zijn

Voor de geschiedenis van de Rotterdamse popmuziek zijn The Starfighters een mooie vertegenwoordiger van de overgang:

Shadows & Cliff Richard → rock-'n-roll → Beatles/Stones → Rotterdamse beat

Ze begonnen als jongens uit Oud-Mathenesse die in 1961 muziek van The Shadows probeerden na te spelen, maar waren enkele jaren later uitgegroeid tot een band met een grote lokale aanhang en een fanclub van honderden leden.

The Fact

The Fact – Rotterdamse beat uit de jaren 60

De geschiedenis van The Fact begon eigenlijk onder een andere naam: The Playmates. In 1965 vonden de muzikanten die naam niet meer passen bij de nieuwe beatperiode. Zanger Ger de Bruin kwam daarom met de naam The Fact.

Een belangrijke muzikant was drummer Aad de Winter, bij fans ook bekend als Vicky. Hij vormde samen met gitarist Ferry Zindel een belangrijke basis van de groep. In de eerste bezetting waren verder een bassist die Hans heette en gitarist Frits actief.

Van kleine zaaltjes naar bekendheid

Het eerste optreden vond plaats in een zalencentrum aan de Kipstraat in Rotterdam. Het was bepaald geen financieel succes: de kosten waren hoger dan de opbrengst. Maar daarna ging het snel.

The Fact werd steeds vaker geboekt in Rotterdamse zalen en kreeg zelfs optredens buiten de stad, onder andere in de bekende Beatclub in Scheveningen.

Een belangrijk succes was het winnen van de Grote Prijs van Rotterdam. Vervolgens mocht de groep deelnemen aan een landelijk concours. De voorronden vonden plaats in onder andere De Marathon in Den Haag en Utrecht; de finale was in Emmen. Een bus vol Rotterdamse fans reisde mee.

Bijna een platencontract

The Fact kwam zelfs zover dat de groep een proefopname voor Phonogram mocht maken. Dat was voor een Rotterdamse beatgroep in die tijd een belangrijke stap richting een mogelijke platenloopbaan.

In 1966 kwam Ed de Lange als manager bij de groep. Daarna veranderde de bezetting én het muzikale gezicht van The Fact.

De nieuwe formatie bestond uit:

Aad de Winter – drums
Ferry Zindel – gitaar
Tom Brinckmann – slaggitaar en zang
Ed van Helten – basgitaar en zang
Ap Andriessen – zang en mondharmonica, gedurende een korte periode

De groep ging zich vervolgens veel meer richten op rhythm-and-blues en bluesrock.

Van Beatles naar John Mayall

Dat is misschien wel het interessantste aan The Fact. In het begin speelde de band het repertoire dat je bij een Nederlandse beatgroep uit 1965 zou verwachten: The Beatles, The Kinks en The Rolling Stones.

Na de bezettingswisseling werd het ruiger en bluesier. Op het repertoire kwamen onder meer:

John Mayall
The Animals
The Spencer Davis Group
The Zombies

Daarmee schoof The Fact op van gewone beat naar de blues- en rhythm-and-blueskant van de Rotterdamse scene.

Een grote fanclub

De groep had inmiddels een behoorlijke aanhang. De zus van Aad de Winter verzorgde de Fact-fanclub, die uiteindelijk bijna 400 leden telde. Dat laat goed zien dat The Fact voor Rotterdamse begrippen een behoorlijk populaire groep was.

Ook deed de band mee aan een 24-uurs beatmarathon in Rotterdam. Daar werd The Fact, na Rob Hoeke's Rhythm and Blues Group, uitgeroepen tot een van de beste groepen van het evenement.

In oktober 1966 was The Fact bovendien op het journaal te zien tijdens een optreden bij een manifestatie in het centrum van Rotterdam.

Het dramatische einde in 1967

Het verhaal van The Fact kreeg helaas een dramatisch einde.

In maart 1967 brak brand uit in een buurthuis aan de Coolsestraat, waar de band repeteerde en zijn instrumenten en geluidsapparatuur opgeslagen had. Vrijwel alle apparatuur ging verloren. De schade bedroeg ongeveer 20.000 gulden, een enorm bedrag voor een jonge amateurband.

Nog erger was dat de instrumenten grotendeels op afbetaling waren gekocht en er geen verzekering was. De muzikanten moesten daardoor blijven betalen voor apparatuur die inmiddels verloren was gegaan.

Er werden vervolgens benefietoptredens georganiseerd in onder andere Odeon en De Doelen. Rotterdamse bands en ook de Haagse Sandy Coast traden belangeloos op om The Fact te helpen. Ondanks deze acties werd niet genoeg geld opgehaald om de groep opnieuw op te bouwen. Daarmee kwam in 1967 een einde aan The Fact.

Een interessante "wat als?"

The Fact is daardoor een van die Rotterdamse sixtiesgroepen waarbij je je kunt afvragen wat er gebeurd zou zijn als die brand niet had plaatsgevonden. De groep had een fanclub van honderden mensen, had de Grote Prijs van Rotterdam gewonnen, had landelijke concoursen bereikt, een proefopname voor Phonogram gemaakt en was muzikaal juist een interessante bluesrichting ingeslagen.

The Fact wordt ook genoemd in historische overzichten van de enorme Rotterdamse beatscene van de jaren zestig, naast groepen als The Tremors, The Mad Jumpers, The Candles, The Cheetah's, Blues Session, The Fab en vele andere Rotterdamse bands.

The Fact hoort dus zeker thuis in het verhaal van Rotterdam als beatstad van de jaren zestig. Hun verhaal is vooral bijzonder omdat ze in korte tijd van een lokaal beatbandje uitgroeiden tot een serieuze groep met landelijke ambities, om vervolgens door een brand letterlijk hun instrumenten én toekomst kwijt te raken.

The Outfaces

The Outfaces uit Overschie

The Outfaces kwamen uit Overschie. De geschiedenis van de groep begon al in het begin van de jaren zestig met een groep jongens die de naam The Rocking Commets gebruikte. In die eerste periode lag de nadruk vooral op rock-'n-roll.

Na enkele veranderingen in bezetting en repertoire ontstond in 1966 The Outfaces. De groep ontwikkelde zich vervolgens duidelijk richting beat en soul, wat in Rotterdam in die jaren erg populair was.

De bezetting

De bezetting die uit de bronnen naar voren komt bestond onder meer uit:

Ton van Vuuren – sologitaar
Leo Krielaart – drums
Bert Govers – slaggitaar
Rob Kruijt – basgitaar
André Doornhaag – zang

Doornhaag kwam uit Crooswijk en zijn komst had grote invloed op het repertoire. De groep ging zich steeds meer toeleggen op soulmuziek.

Wilson Pickett, Otis Redding en Solomon Burke

The Outfaces waren geen typische Shadows-achtige instrumentale beatgroep. Ze gingen juist sterk de kant van de Amerikaanse soul op.

Op het repertoire stonden nummers van onder anderen:

Wilson Pickett
Otis Redding
Solomon Burke

Dat moet in Rotterdamse danszalen een behoorlijk stevige sound hebben opgeleverd. De combinatie van een beatband met een soulzanger sloot goed aan bij de muzikale ontwikkeling van 1966-1969.

Optredens in Rotterdam

De band wist een behoorlijk professioneel niveau te bereiken. Manager Theo Smit, die ook Eddy & The Eddysons begeleidde, ging zich met The Outfaces bezighouden.

Daardoor kwamen ze terecht in bekende Rotterdamse uitgaansgelegenheden zoals:

De Wiek
Togo Club
Tudor Bar

Vooral De Wiek was belangrijk. Oud-bassist Rob Kruijt vertelde later dat de band daar regelmatig op dinsdagavond speelde, soms tot ongeveer half vier 's nachts.

Ook buiten Rotterdam bekend

The Outfaces waren niet uitsluitend een Rotterdamse aangelegenheid. Ze traden onder andere op in:

de Monroe Bar in Den Haag
de Beatkelder in Scheveningen
Het Zeepaardje in Leiden

Later gingen ze samenwerken met het bekende muziek- en showbureau van Jan Vis uit Den Bosch. Daarmee kwamen er optredens in Noord-Brabant en Limburg en zelfs in Duitsland.

Een plaats waar ze regelmatig speelden was De Vluijner Weindorf in Neukirchen, waar ook andere Nederlandse beatgroepen optraden.

Een bijzonder optreden: NEH, 1967

Een van de belangrijkste optredens vond plaats in 1967 in de aula van de Nederlands Economische Hogeschool (NEH) in Rotterdam.

Daar werd bij de opening van het studiejaar een modeshow georganiseerd. Rotterdamse boetieks zoals Het Stinkeltje aan de Gouvernestraat en Mod-Shop West aan de Nieuwe Binnenweg waren erbij betrokken.

The Outfaces verzorgden daar de muziek. Er is zelfs een foto bewaard gebleven van de groep tijdens dit optreden.

Fanmiddagen in Overschie

De groep had bovendien een eigen publiek in Overschie. Op zondag werden fanmiddagen gehouden in het zaaltje van café Schanswijck.

Als The Outfaces zelf verhinderd waren, werden andere Rotterdamse bands gevraagd, waaronder Just Collers, The Heads en The Jolly Jokers. Dat geeft een mooi beeld van de lokale beatcultuur: bands hadden hun eigen fans en wisselden regelmatig podia met elkaar uit.

Bijna beroepsmuzikanten

Op een bepaald moment overwogen de leden zelfs om beroepsmuzikant te worden. Uiteindelijk gebeurde dat niet. Bij bassist Rob Kruijt speelde zijn moeder daarbij een rol; zij zag een beroepscarrière in de muziek kennelijk niet zitten. Achteraf vond Kruijt dat waarschijnlijk een verstandige beslissing.

Einde van The Outfaces

De band hield het uiteindelijk tot ongeveer medio 1970 vol. Daarmee behoorden ze tot de vele Rotterdamse beatgroepen die tussen ongeveer 1965 en 1970 actief waren.

The Outfaces staan tegenwoordig niet meer zo bekend als bijvoorbeeld The Motions of Cuby + Blizzards, maar binnen de Rotterdamse beatgeschiedenis waren ze zeker een serieuze groep. Een overzicht van Rotterdamse sixtiesbands noemt The Outfaces ook expliciet tussen tientallen andere Rotterdamse formaties.

The Rocking Thunders

🎸 Het ontstaan

The Rocking Thunders werd rond 1962 opgericht door jongens die vrijwel allemaal op de Drakenstein-MULO zaten. Ze kwamen vooral uit Pendrecht en Zuidwijk. Een van de oprichters was gitarist Henk Kloppers. Andere vroege leden waren:

Henk Kloppers – gitaar
Ben Hoppener – drums
Fred Severin – basgitaar
Leen McPhail – gitaar
Lanny Smouter – gitaar

Fred Severin bevestigt eveneens dat hij in 1962 samen met schoolvrienden The Rocking Thunders oprichtte.

🎶 The Shadows als voorbeeld

In het begin waren de Thunders vooral een instrumentale gitaarband. Ze speelden veel nummers in de stijl van The Shadows en andere instrumentale rock-'n-rollgroepen.

De eerste repetities vonden plaats bij Henk Kloppers thuis. Toen de band versterkers kreeg, konden ze oefenen in de kantine van voetbalvereniging Progress. Daar repeteerden ze iedere dinsdag- en donderdagavond.

Hun eerste openbare optreden was volgens Kloppers in de Tarwewijk, waarschijnlijk bij een volkstuinvereniging.

📻 Talentenjachten en Radio Veronica

Een belangrijk moment kwam in 1964. The Rocking Thunders deden mee aan de landelijk georganiseerde Radio Veronica-talentenjacht en wonnen die wedstrijd. De band kreeg daarvoor de Veronicabeker.

De grote fanclub van de groep speelde daarbij een belangrijke rol. Fans stuurden massaal hun voorkeur naar Radio Veronica.

Dat moet voor een Rotterdamse schoolband een enorme gebeurtenis zijn geweest: ineens stonden ze in de belangstelling van een landelijke radiozender.

🎤 Van instrumentaal naar beat

Toen rond 1964/1965 de beatmuziek enorm populair werd, veranderde ook The Rocking Thunders.

Ze gingen naast instrumentale nummers steeds meer gezongen beatmuziek spelen. Eerst kwam Bertus Springer als zanger bij de groep. Later werd hij vervangen door Ton Bosma, die optrad onder de artiestennaam Tony Leckard.

Met Tony Leckard als frontman groeide de band verder uit tot een echte Rotterdamse beatgroep.

🇧🇪 Optreden met The Animals

Een van de absolute hoogtepunten was een optreden in het Sportpaleis van Antwerpen. The Rocking Thunders stonden daar in het voorprogramma van de bekende Engelse rhythm-and-blues/beatgroep The Animals.

Voor de jonge Rotterdamse muzikanten was dat een enorme ervaring.

De band trad bovendien veel op in België. De muzikanten waren daar op zondagavond regelmatig te vinden en kwamen soms pas maandagochtend vroeg terug in Rotterdam — om vervolgens weer naar school te moeten.

❤️ Een enorme fanclub

In Rotterdam waren The Rocking Thunders inmiddels een begrip. Hun fanclub telde op een gegeven moment maar liefst ongeveer 1.200 leden.

De fanclub organiseerde speciale avonden waarop de band optrad en waar ook gastartiesten verschenen.

Onder anderen Armand, Marijke Ho en een nog piepjonge André van Duin traden daar op. André van Duin kreeg volgens Henk Kloppers destijds 25 gulden voor zijn optreden.

Dat maakt The Rocking Thunders ook interessant binnen de geschiedenis van de Rotterdamse popcultuur: ze stonden midden in de ontwikkeling van de Rotterdamse beatscene.

🔄 Anno '66

In 1966 besloten de muzikanten de naam The Rocking Thunders te veranderen in Anno '66. Daarmee kwam er formeel een einde aan de oorspronkelijke naam, hoewel de muzikanten en de geschiedenis van de groep nog jarenlang met elkaar verbonden bleven.

Interessant is dat de groep later weer terugkeerde als The Rocking Thunders en ook na de jaren zestig nog actief bleef met reünies en optredens. In 2012 werd bijvoorbeeld een groot jubileumfeest georganiseerd in Rotterdam-Zuid.

📻 Waarom ze belangrijk zijn voor Rotterdam

The Rocking Thunders horen absoluut thuis in het rijtje Rotterdamse groepen dat de overgang van rock-'n-roll naar beatmuziek vertegenwoordigde. Ze waren onderdeel van de levendige muziekscene op Rotterdam-Zuid, samen met bijvoorbeeld The Sharks, The Rocking Four, The Spitfires en The Starliners.

Hun verhaal is bovendien typisch voor de vroege jaren zestig: schooljongens beginnen met gitaren, oefenen in een voetbalkantine, spelen Shadows-nummers, doen mee aan talentenjachten en staan enkele jaren later voor duizenden mensen op een groot podium.

Een mooie Rotterdamse sixtiesgeschiedenis dus.

The Mistery's

The Mystery's – Rotterdamse beatband

The Mystery's behoorden tot de vele Rotterdamse beatgroepen die in de jaren zestig ontstonden. Rotterdam had in die periode een bijzonder levendige muziekscene, met tientallen bands die optraden in danszalen, jeugdclubs, cafés en beatclubs.

Van The Mystery's weten we op dit moment met zekerheid:

Naam: The Mystery's
Plaats: Rotterdam
Periode: jaren zestig
Genre: waarschijnlijk beat, pop en rhythm & blues
Activiteit: in ieder geval actief in 1967
Optreden: 23 juli 1967 – Bar-dancing De Aap, Markt 14, Roosendaal
In de programmering worden ze rechtstreeks aangeduid als “The Mystery's – Rotterdam”.

Dat optreden is interessant omdat De Aap in die periode veel Nederlandse beatgroepen boekte. The Mystery's stonden daar tussen groepen als The Maro's, The Key, The Resounds, The Groovy's en Blues Dimension.

Spirit of Soul

Het begin: eerst heette de groep Stilte

De oorsprong ligt bij Chris den Hoed (slaggitaar) en Dick Wijmans (sologitaar). Zij ontmoetten elkaar begin jaren zestig tijdens gitaarlessen bij meneer Hendriks aan de Noorderhavenkade in Rotterdam.

Ze besloten samen een band te beginnen. De eerste naam was opmerkelijk genoeg Stilte – juist als tegenhanger van de zeer luidruchtige beatmuziek die ze speelden.

In 1964 werd de bezetting compleet:

Chris den Hoed – slaggitaar
Dick Wijmans – sologitaar
Jan Gloudie – zang
Fred Knijf – basgitaar
Dik de Vos – drums

De jongens begonnen heel eenvoudig. Voor de gitaarversterking gebruikten ze aanvankelijk zelfs oude radio's. De eerste optredens waren op familiefeestjes.

Eerste officiële optreden

Het eerste officiële optreden vond in 1964 plaats in de Heibergschool aan de Molenlaan in Hillegersberg, tijdens een zogenaamde instuif.

Het repertoire bestond uit stevige beatmuziek van onder andere The Rolling Stones en The Kinks. Daarmee paste de groep uitstekend bij de explosie van beatgroepen die Rotterdam in die jaren kende.

De band repeteerde in de kantine van het Rotterdamse waterbedrijf DWL aan de Bergse Rechter Rottekade. Via de vader van een van de muzikanten konden ze daar terecht.

In 1966 wordt het Spirit of Soul

Rond medio 1966 kwam er een belangrijke verandering. Zanger Jan Gloudie werd vervangen door Rens Groen en de band kreeg de nieuwe naam:

Spirit of Soul

Vanaf dat moment ging het snel. De groep groeide uit boven het circuit van kleine clubhuizen en jeugdzaaltjes en kreeg steeds meer grote optredens.

De bekende bezetting van Spirit of Soul werd daarmee:

Chris den Hoed – Dick Wijmans – Rens Groen – Dik de Vos – Fred Knijf.

Een foto van deze vijf muzikanten is ook gepubliceerd bij het artikel over de groep.

Grote Rotterdamse zalen

Spirit of Soul speelde onder andere in:

Palace
Odeon
Rivièrahal
Amsterdamse RAI
Veilinghal in Blokker
grote zalen in België

Bijzonder is dat ze in de Odeon zelfs een vast contract aangeboden kregen. Ze stonden daar ongeveer iedere twee weken op het podium.

Ze beschikten bovendien over een eigen tourbus: een oude militaire hospitaalbus, die de muzikanten hemelsblauw hadden geschilderd. Daarmee konden ze hun optredens buiten Rotterdam afwerken.

Optreden met The Shoes

Een mooi verhaal uit de geschiedenis van Spirit of Soul gaat over een optreden in Maassluis.

De Rotterdammers stonden daar in het voorprogramma van The Shoes, destijds een zeer bekende Nederlandse beatgroep. Volgens Chris den Hoed reageerde het publiek echter zo enthousiast op Spirit of Soul dat het de Rotterdammers na afloop terugriep op het podium.

Dat viel bij The Shoes bepaald niet goed. 😄

Spirit of Soul in de Rotterdamse beatgeschiedenis

Spirit of Soul moet je plaatsen in de grote Rotterdamse beatexplosie van ongeveer 1963–1969. Rotterdam had in die periode tientallen groepen die optraden in jeugdhuizen, danszalen, sociëteiten en grote zalen.

Interessant is dat Rotterdam tegen het einde van de jaren zestig steeds meer bekend kwam te staan als een soulstad. Naast beatgroepen ontstonden groepen als The Free en Soul Serenade. Spirit of Soul zat daarmee precies op het kruispunt van de klassieke beat en de soulperiode.

Het einde

Het succes kon uiteindelijk niet voorkomen dat de groep stopte. Dienstplicht speelde daarbij een belangrijke rol. In 1969 werd Spirit of Soul opgeheven.

Dat betekent dat de groep ongeveer vijf jaar actief was als Stilte/Spirit of Soul, met de grootste bloeiperiode vanaf 1966.

Een mooi persoonlijk verhaal

De geschiedenis van Spirit of Soul heeft zelfs een romantisch staartje. Chris den Hoed vertelde dat hij zijn latere echtgenote ontmoette via de Beatgirls, een groep meisjes die als achtergrond-danseressen bij beatgroepen optraden. De Beatgirls waren onder meer te zien in het televisieprogramma Moef Ga Ga.

Een van de Beatgirls trad bij Spirit of Soul op en zo leerde Den Hoed haar kennen. Volgens het interview waren ze op het moment van het artikel al 35 jaar getrouwd.

Kort samengevat: Spirit of Soul was geen obscuur oefenbandje, maar een groep die vanuit Rotterdam-Noord doorgroeide van de kleine instuif naar grote Nederlandse zalen en zelfs België. De bezetting Chris den Hoed, Dick Wijmans, Rens Groen, Dik de Vos en Fred Knijf is daarbij de belangrijkste formatie.

The Real Melody Rockers

🎸 De oorsprong: De Jobra's

De geschiedenis begint in 1958 met een trio dat De Jobra's heette. De drie oprichters waren:

Joop Brands – gitaar
Joop Blok – gitaar
Bram Ravenschot – zang

De naam Jobra's was samengesteld uit delen van de namen Joop, Joop en Bram. Hun repertoire bestond vooral uit nummers van The Everly Brothers, waaronder Bye Bye Love en Bird Dog.

Ze waren typisch onderdeel van de Rotterdamse muziekcultuur van die periode. De Jobra's traden onder andere op tijdens Bonte Avonden, maar ook in buurthuizen en bij dansschool Wuyster aan de Hammerstraat.

⚡ Van trio naar rock-'n-rollband

Het trio groeide vervolgens uit tot The Real Melody Rockers. Daarmee schoof de groep duidelijk op richting de rock-'n-roll en de nieuwe gitaargolf van het einde van de jaren vijftig en begin jaren zestig.

Bijzonder is dat ze in die begintijd nog helemaal niet over de professionele apparatuur beschikten die we tegenwoordig vanzelfsprekend vinden.

Hun geluidsman Rinus Leenderse bouwde bijvoorbeeld versterkers uit onderdelen van oude buizenradio's. Daarmee wist hij versterkers te maken van ongeveer 25 watt, wat voor die tijd behoorlijk was. Ook de elementen van de gitaren werden zelf aangepast of gebouwd.

Dat geeft een mooi beeld van hoe Rotterdamse beat- en rock-'n-rollbands in die jaren opereerden: zelf instrumenten aanpassen, zelf versterking bouwen en eindeloos repeteren.

🎶 Invloeden

The Real Melody Rockers luisterden onder meer naar:

Elvis Presley
Cliff Richard
The Shadows
The Everly Brothers

De platen werden nauwkeurig beluisterd en de nummers vervolgens na veel repeteren aan het repertoire toegevoegd.

Daarmee past de groep goed in de overgang van de Nederlandse rock-'n-roll van de late jaren vijftig naar de beatmuziek van de jaren zestig.

👥 Verschillende bezettingen

Een belangrijk punt bij The Real Melody Rockers is dat er niet één vaste bezetting gedurende de hele periode was. De groep kende verschillende samenstellingen. Volgens de historische beschrijving waren er ook regelmatig jongens van Molukse afkomst bij de groep betrokken, die volgens de bron een belangrijke bijdrage aan het muzikale niveau leverden.

Dat maakt het lastig om zonder aanvullend archiefonderzoek een definitieve volledige ledenlijst voor alle jaren te geven.

🥁 Later: The Trembling Five

Een bijzonder hoofdstuk is dat The Real Melody Rockers later verdergingen onder de naam The Trembling Five.

Bij die groep wordt vooral Wim de Vries genoemd als een belangrijke muzikale inspirator. Hij bespeelde verschillende instrumenten en bleef uiteindelijk beroepsmuzikant.

Er lijkt dus sprake te zijn van een ontwikkeling:

De Jobra's → The Real Melody Rockers → The Trembling Five

Dat maakt deze groep extra interessant binnen de Rotterdamse muziekhistorie.

Eastern Jam

🎸 Ontstaan in 1967

Eastern Jam ontstond in de zomer van 1967. Louis Smit en Wil van Rossum ontmoetten elkaar op een camping in 's-Gravenzande. Beiden speelden gitaar en waren liefhebbers van stevige blues. Ze besloten daarop in Rotterdam een band te beginnen.

Smit en Van Rossum gingen vervolgens in Crooswijk en Kralingen op zoek naar andere jonge muzikanten. Hun muzikale voorbeelden waren onder andere:

John Mayall & The Bluesbreakers
Cuby + Blizzards
Cream

Dat geeft meteen een goed beeld van het geluid dat Eastern Jam nastreefde: bluesrock, stevige beat en psychedelische invloeden, helemaal passend bij de Flower Power-periode van 1967-1969.

👥 Bezetting

De oorspronkelijke bezetting bestond uit:

Muzikant    Instrument
Louis Smit    slaggitaar
Wil van Rossum    sologitaar
Wil Seits    drums
Onno Holkers    zang
Karel IJsseldijk    basgitaar en zang
Peter Haas    orgel

Later vertrok drummer Wil Seits nadat hij trouwde. Hij werd vervangen door Kees Meurs. De bekende bezetting met Kees Meurs wordt ook bij de terugblik in De Oud-Rotterdammer vermeld.

🔊 Oefenen in de Spaanse Polder

De band had aanvankelijk nogal wat problemen met oefenruimtes. Ze maakten volgens Louis Smit behoorlijk veel herrie, waardoor sommige buurthuizen niet erg blij waren met de jonge bluesrockers.

Uiteindelijk kregen ze een vaste oefenruimte in een voormalig padvindersgebouwtje in de Spaanse Polder. Daar konden ze naar hartenlust spelen. De groep organiseerde er zelfs eigen feesten, compleet met een bar. Die feesten konden tot diep in de nacht doorgaan.

🎤 Eerste optredens in Rotterdam

Het eerste optreden vond waarschijnlijk plaats in Kralingen, in een schoolgebouw aan of bij de Gashouderstraat. Daarna volgden steeds meer optredens.

Een belangrijke Rotterdamse plek waar Eastern Jam speelde was De Leiperd, een soort bunker onder de Maasbrug. Volgens Smit kwamen daar behoorlijk ruige bezoekers. Dat past uitstekend bij het undergroundachtige karakter van de Rotterdamse beat- en blueswereld van die jaren.

🇳🇱 Ook buiten Rotterdam

Eastern Jam bleef niet beperkt tot Rotterdam. De groep trad volgens de terugblik door vrijwel heel Nederland op.

Er was bijvoorbeeld een optreden bij een talentenjacht in Laren, waar Karel Prior jurylid was. Ook speelde de band in Antwerpen.

Dat Antwerpse optreden leverde een prachtig verhaal op. Eastern Jam was geboekt bij discotheek De Lachende Koe. De muzikanten namen hun complete geluidsinstallatie mee, zetten alles op en kregen vervolgens te horen dat ze moesten playbacken! De dj draaide platen en de band moest doen alsof ze live speelden. De muzikanten konden er achteraf vooral hard om lachen.

⏳ Tot wanneer bestond Eastern Jam?

Hier zit een interessante nuance in de bronnen.

De uitgebreide terugblik in De Oud-Rotterdammer vermeldt dat Eastern Jam tot 1972 bestond.

Een latere biografische bron over Louis Smit vermeldt echter dat hij van 1967 tot 1970 als slaggitarist bij Eastern Jam speelde.

Dat hoeft elkaar niet tegen te spreken: het kan betekenen dat Louis Smit in 1970 vertrok terwijl Eastern Jam nog enige tijd doorging, of dat de samenstelling en naam daarna veranderden.

🎶 Een echte Rotterdamse bluesband

Eastern Jam is interessant omdat de groep een mooi voorbeeld is van de overgang van de Rotterdamse beatcultuur naar bluesrock. In 1967 waren The Beatles en Rolling Stones nog steeds grote voorbeelden, maar jonge muzikanten gingen steeds meer richting:

blues → rhythm & blues → bluesrock → psychedelische rock

Eastern Jam zat duidelijk in die ontwikkeling. De combinatie van twee gitaren, bas, drums, orgel en zang was bovendien uitstekend geschikt voor het stevige geluid van eind jaren zestig.

🔎 Bijzonder voor jouw zoektocht naar Rotterdamse 60's-bands

Eastern Jam is één van de beter gedocumenteerde Rotterdamse groepen uit die periode. Er is zelfs een originele groepsfoto bekend waarop de bezetting met Louis Smit, Wil van Rossum, Karel IJsseldijk, Kees Meurs, Onno Holkers en Peter Haas staat vermeld.

En er bestaat nog een aardige aanwijzing dat materiaal rond de groep verzamelaarswaarde heeft: in 2026 werd bijvoorbeeld een Eastern Jam-promofoto/kaart uit 1967 aangeboden als verzamelobject.

Kort samengevat: Eastern Jam was een jonge Rotterdamse bluesrockband die in 1967 vanuit Crooswijk/Kralingen ontstond, sterk beïnvloed werd door Mayall, Cuby en Cream, veel optrad in Rotterdam en daarbuiten, en uiteindelijk waarschijnlijk tot circa 1972 actief bleef.

The Free

The Free – Rotterdamse soul

De groep ontstond rond 1967/1968. Er zijn bronnen die 1967 als oprichtingsjaar noemen en andere die 1968 aangeven. De band kwam voort uit Free Unlimited en groeide uit tot een zeer grote soulformatie. Het was geen klein beatgroepje: op een gegeven moment stonden er ongeveer 14 à 15 muzikanten en zangers/zangeressen op het podium.

De muziek was sterk gebaseerd op Amerikaanse soul van onder anderen Otis Redding, Wilson Pickett en James Brown. Vooral zanger Ray Nichols, afkomstig van Aruba, was een belangrijke frontman.

Belangrijke Rotterdamse muzikanten

Tot de verschillende bezettingen behoorden onder meer:

Ray Nichols – zang
Peter Vlietstra – orgel/toetsen
Julian Schell – gitaar, later bas
Egon Verhoeven – gitaar
Max Spangenberg – drums
Cees Mason/Masson – saxofoon
Raymond O'Connor – saxofoon
Harry Jamin – trompet
Fokke Openty – bas
Ferry Maat – toetsen
Jimi Mack – zang
Vivian Roy – zang
Cindy Shore – zang
Lilian Love – zang

De exacte bezetting wisselde nogal eens; juist omdat The Free zo groot was, kwamen en gingen muzikanten regelmatig.

De grote doorbraak: Aretha Franklin

Een absoluut hoogtepunt kwam op 28 april 1968 in De Doelen in Rotterdam. The Free stond daar in het voorprogramma van Aretha Franklin, een van de grootste soulzangeressen ter wereld.

Dat optreden wordt door het Doelengeheugen expliciet genoemd als het moment waarop The Free in Rotterdam grote bekendheid kreeg.

Dat moet voor een Rotterdamse soulband in 1968 een enorme gebeurtenis zijn geweest: een Nederlandse groep die het publiek mocht opwarmen voor de Queen of Soul.

Platen

The Free tekende bij Philips/Phonogram en werkte met producer Fred Haayen, die later vooral bekend werd door zijn werk met Golden Earring.

Een aantal belangrijke uitgaven:

Because I Love You / Do Something Fine
Een van de eerste singles van de groep.

Soul Party / Down to the Bone
Een stevige soulnummering die goed paste bij hun live-repertoire.

Keep in Touch
Dit werd hun grootste succes. De single bereikte in 1969 de 7e plaats in de Nederlandse Top 40 en stond acht weken genoteerd.

De groep bracht daarnaast in 1969 de lp The Funky Free uit.

Rotterdam werd soulstad

The Free maakte deel uit van een veel grotere ontwikkeling. Eind jaren zestig was Rotterdam volgens bronnen uitgegroeid tot een belangrijk Nederlands soulcentrum. Naast The Free waren bijvoorbeeld The Swinging Soul Machine, Spooky & Sue, Spirit of Soul en diverse kleinere soulbands actief.

Een Rotterdamse terugblik uit Het Oude Westen noemt The Free zelfs de beste band binnen die soulscene en beschrijft hoe de groep voortkwam uit de Rotterdamse Roadrunner Sect.

Een opvallende connectie: Ferry Maat

Voor de geschiedenis van de Nederlandse radio is The Free ook interessant. Ferry Maat speelde namelijk een periode toetsen bij The Free.

Later werd hij een van de bekendste Nederlandse radiomakers en presenteerde hij onder andere de Soul Show. Daarmee is er een mooie verbinding tussen de Rotterdamse soulscene van de jaren zestig en de Nederlandse soulradio van de jaren zeventig en tachtig.

Het einde

Het succes was groot, maar de omvang van de band werd uiteindelijk ook een probleem. The Free was een duur gezelschap om te laten reizen en optreden. Bovendien nam de belangstelling voor soul aan het einde van de jaren zestig af.

Er werden nog pogingen gedaan om de groep een nieuwe richting te geven, onder andere met Ferry Maat en zelfs plannen rond de Britse zanger Scott Walker, maar dat leverde geen blijvende oplossing op.

The Free werd uiteindelijk rond 1970 opgeheven. Verschillende leden gingen verder in andere Nederlandse groepen. Zo kwam drummer Max Spangenberg bij Tee-Set terecht en speelde Egon Verhoeven later onder andere in Amsterdam en bij Hans Dulfer.

Soul Serenade

Ontstaan

De groep kende verschillende namen. Aanvankelijk trad men op als Frank and Burt & the Soul Serenade, later als Rick & Burt & the Soul Serenade. Uiteindelijk bleef de naam Soul Serenade over. De definitieve soulbezetting ontstond rond 1968.

Een belangrijke figuur was Bert van der Wiel, die daarvoor zanger was van de Rotterdamse beatgroep Tie-Pies. Hij besloot samen met verschillende muzikanten uit die omgeving een nieuwe richting in te slaan: soul. Dat paste uitstekend bij de muzikale ontwikkelingen van 1967–1969.

Een grote formatie

Soul Serenade was geen klein beatbandje. De formatie bestond doorgaans uit ongeveer tien muzikanten. Vooral de blazerssectie was belangrijk voor het geluid. De groep combineerde soul met een spectaculaire podiumshow.

Van der Wiel vertelde later dat de muzikanten allemaal witte pakken droegen en dat het vooral moest swingen. Dat beeld past uitstekend bij de Nederlandse soulbands uit die periode, die steeds meer nadruk gingen leggen op show, kleding en presentatie.

John Sonneveld

Een interessant Rotterdams verband is John Sonneveld. Hij werd later een bekende Nederlandse producer/engineer, maar speelde in zijn jonge jaren basgitaar in verschillende Rotterdamse rock- en soulbands, waaronder Rocking Jesters, Tie-Pies en Soul Serenade.

Dat maakt Soul Serenade ook onderdeel van een netwerk van Rotterdamse muzikanten die later in de Nederlandse muziekindustrie actief zouden blijven.

Optredens door heel Nederland

De groep werd professioneel geboekt en kreeg Eddy Nelson als manager. Nelson was eerder bekend als zanger van Eddy Nelson and the Eddysons. Hij ging zich later ook met productie bezighouden. Via concertorganisator Paul Acket kreeg Soul Serenade toegang tot belangrijke Nederlandse podia.

Een van de opvallendste optredens was in De Doelen in Rotterdam, waar Soul Serenade in het voorprogramma stond van de Britse Small Faces.

Volgens Bert van der Wiel was dat een memorabele avond. Hij vond zelfs dat Soul Serenade uiteindelijk beter overkwam dan de Britse hoofdact.

Ook buiten Nederland traden ze op. Een advertentie uit 1969 vermeldt bijvoorbeeld dat Frank Burt and Soul Serenade net terug was van een tien dagen durende Engelse tournee, waar de groep volgens de organisator veel succes had gehad.

De plaat: Face to Face With Heartaches

Soul Serenade maakte uiteindelijk één bijzonder interessante single:

Soul Serenade – "Face to Face With Heartaches" / "You've Lost That Smile"

De single verscheen in 1969 op Decca, catalogusnummer 10 411 AT. De plaat wordt expliciet beschreven als afkomstig van een groep uit Rotterdam.

De twee nummers waren:

Face to Face With Heartaches
You've Lost That Smile

Bij de auteurs/componisten vinden we onder andere Bert van der Wiel en C. van der Zijp.

De single werd geproduceerd onder leiding van Eddy Nelson, die zich later als producer Eddy Owens zou noemen. De plaat werd zelfs gepresenteerd bij platenzaak Dankert aan de Coolsingel in Rotterdam.

Helaas werd het geen hit. Van der Wiel vertelde daar later nogal nuchter over: de plaat verkocht niet echt goed. Toch bleef de band volop werk houden.

Een mooi krantenbewijs uit 1969

Een bijzonder waardevolle bron is een krant uit april 1969. Daarin wordt Soul Serenade aangekondigd als een tienmansformatie en wordt de groep omschreven als een formatie met een "fenomenale show". Ook wordt de Engelse tournee genoemd.

Dat is belangrijk, want het laat zien dat Soul Serenade destijds niet zomaar een lokaal Rotterdams bandje was. Ze werden daadwerkelijk landelijk geboekt en als een belangrijke soulact gepresenteerd.

Het einde

Soul Serenade heeft uiteindelijk ongeveer drie jaar bestaan. Toen de grote soulrage aan het begin van de jaren zeventig wat afnam, verdween ook de groep van de podia.

Bert van der Wiel zou daarna echter opnieuw een opmerkelijke carrière krijgen. Hij werd in de jaren zeventig een van de zangers van Champagne, de Rotterdamse groep die grote hits scoorde met onder andere Rock and Roll Star. In bronnen over Champagne wordt Van der Wiel expliciet genoemd als voormalig lid van Soul Serenade.

Jessy and his Flaming Stars

Jessy and his Flaming Stars

Jessy and his Flaming Stars was een Rotterdamse beat- en rock-'n-rollband die vooral actief was in de eerste helft en het midden van de jaren zestig. De groep kwam voort uit Rotterdam-Zuid en groeide daar uit tot een populaire lokale band met een grote eigen aanhang. De band wordt ook genoemd in historische overzichten van de Rotterdamse beatscene.

Het begin

Het verhaal begint rond 1961 met de broers Wim en John Fiolet. John leerde gitaar spelen en bouwde zelf, uit een oude radio, zijn eerste versterker. Wim hield zich steeds meer bezig met zingen.

De muziek die zij speelden was sterk beïnvloed door Elvis Presley, maar ook door onder andere The Everly Brothers en Cliff Richard.

John vertelde op zijn werk dat hij in een band speelde. Dat was eigenlijk wat voorbarig, want er was nog helemaal geen band. Toen zijn werkgever een personeelsavond organiseerde, werd John gevraagd om met zijn band te komen spelen. Er zat dus niets anders op dan snel een band bij elkaar te zoeken!

De eerste bezetting bestond grotendeels uit familieleden.

De eerste bezetting

Een vroege bezetting wordt genoemd als:

Jessy – Wim Fiolet – zang
John Fiolet – gitaar
André van Ringelensteijn – gitaar
Kees van Berkel – gitaar
Wim Fiolet – zang/gitaar
Piet van der Stighel – invaldrums

Later kwamen er andere muzikanten bij, waaronder Peter Broekzitter op bas. De bezetting wisselde in de eerste jaren regelmatig.

Een andere historische beschrijving noemt daarnaast Thea van Ringelestein als zangeres en Aad Lantinga als drummer in een vroege samenstelling. Later werden onder anderen Cor den Herder en Peter Broekzitter aangetrokken.

Dat maakt de reconstructie van de volledige bezetting nogal interessant: de band heeft verschillende samenstellingen gehad.

Rotterdam-Zuid als thuisbasis

De Flaming Stars waren sterk verbonden met Rotterdam-Zuid. Een van hun vroege belangrijke optredens vond plaats op 14 september 1962 in Speeltuin De Driehoek.

Daar ontstond ook een echte fanclubachtige aanhang. Fans maakten zelfs een fanblad en een clublied voor de band.

Dat zegt veel over de populariteit van de groep. Het was niet zomaar een lokaal bandje dat af en toe ergens speelde: Jessy and his Flaming Stars had in Rotterdam-Zuid daadwerkelijk een eigen achterban.

Talentenjachten en concoursen

De band deed in de jaren zestig mee aan verschillende talentenjachten en concoursen.

In 1963 namen Jessy and his Flaming Stars deel aan een Teenager Festival aan de Strevelsweg in Rotterdam. Met Jessy als zanger behaalden ze daar de vierde prijs.

Een jaar later, in 1964, werden de resultaten nog beter. Bij verschillende concoursen werden prijzen behaald. Bij het White Strangers Concours in gebouw De Spil aan de Dordtsestraatweg wonnen ze zelfs de eerste prijs.

Ook bij het Kaagconcours kwamen ze ver. De groep behaalde daar de tweede prijs. Dat concours werd georganiseerd door Jaap van Praag in samenwerking met Bovema Gramophonehouse en Muziek Expres.

Een echte fanclub

De populariteit van de band was behoorlijk groot. Fans reisden mee wanneer de band buiten Rotterdam optrad.

Bij optredens in bijvoorbeeld Hotel De Keijzer in Spijkenisse kwamen Rotterdamse fans zelfs met de stoomtrein naar de optredens. Volgens de overlevering zorgden sommige fans op de terugreis voor zoveel herrie en baldadigheid dat er uiteindelijk politiebegeleiding aan te pas kwam.

Dat geeft een prachtig beeld van de Rotterdamse beatcultuur in de jaren zestig.

Oostvoorne en Dancing Burchtzicht

Ook Oostvoorne werd een belangrijke plek voor de band.

In 1965 kreeg de groep regelmatig werk bij Dancing Burchtzicht, eigendom van Nico van Marion. Veel Rotterdamse fans hadden familie of een vakantiehuisje in Oostvoorne, waardoor de optredens daar extra aantrekkelijk waren.

De groep trad daarnaast op in onder meer:

Rotterdam-Zuid
Hoogvliet
Oostvoorne
Spijkenisse
Rhoon
en zelfs in België.
De plaat uit 1965

Dit is misschien wel het interessantste onderdeel voor verzamelaars.

Omdat de grote platenmaatschappijen volgens de band geen belangstelling hadden voor een opname, besloot men zelf een plaat te maken. Er verscheen een EP in eigen beheer.

Er werden aanvankelijk 1.000 exemplaren gemaakt. Die werden volgens de band goed verkocht; later volgde zelfs een tweede persing van 500 exemplaren.

De EP bevatte onder meer Beatles-covers. Discografische gegevens vermelden:

Jessy & Flaming Stars – 1965

No Reply
Eight Days a Week

De plaat verscheen als Nederlandse EP en wordt ook als Rotterdamse/Dutch Indo-Rock-uitgave gecatalogiseerd.

Dat maakt de plaat tegenwoordig bijzonder interessant voor liefhebbers van Nederlandse sixtiesmuziek.

Muzikale stijl

De band begon duidelijk vanuit de rock-'n-roll en Elvis-hoek, maar schoof mee met de ontwikkelingen van de jaren zestig.

De invloeden waren onder andere:

Elvis Presley → Everly Brothers → Cliff Richard → The Shadows → The Beatles → The Rolling Stones

Daarmee zie je eigenlijk de ontwikkeling van de Nederlandse beatmuziek binnen één band terug.

Einde van de eerste periode

Jessy and his Flaming Stars hield rond 1968 op te bestaan. Daarna werd in 1969 een doorstart gemaakt onder de naam Jessy's New Selection.

Die formatie trad onder andere op in café Centraal aan de Beijerlandselaan en speelde tijdens het zomerseizoen ook buiten Rotterdam. Uiteindelijk kwam ook aan die periode een einde.

De grote reünie

Bijzonder is dat de band tientallen jaren later opnieuw belangstelling kreeg.

In 1992 werd via Radio Rijnmond een oproep gedaan door oude fans die de band graag nog eens wilden zien. Dat leidde tot een reünie in 1993 in Oostvoorne.

Het werd een enorm succes: ongeveer 800 mensen kwamen erop af. Ook in 1994 en 1995 waren er opnieuw optredens.

De zanger Wim "Jessy" Fiolet overleed op 8 september 1996.

Waarom Jessy and his Flaming Stars belangrijk is

Voor de geschiedenis van de Rotterdamse beatscene is deze band interessant omdat je er vrijwel het hele verhaal van de vroege jaren zestig in terugziet:

familieband → zelfgebouwde versterkers → speeltuinoptredens → fanclub → talentenjachten → grote zalen → eigen EP → optredens buiten Rotterdam → naamsbekendheid → reünie.

En belangrijk: er is dankzij de familie veel materiaal bewaard gebleven, waaronder foto's, krantenknipsels, herinneringen en informatie over optredens. Daardoor kunnen we deze band veel beter reconstrueren dan sommige andere Rotterdamse groepen uit die periode.

The Common Four

The Common Four – Pendrecht

De groep was rond 1966 actief en repeteerde aanvankelijk in een garagebox aan de Papendrechtsestraat in Pendrecht. Daar werden de eerste nummers ingestudeerd. In die begintijd speelden de vier nog akoestisch; later werd de groep elektrisch versterkt. De vader van bassist Arie de Zeeuw was technisch aangelegd en bouwde voor de band zelfs grote speakerkasten.

De bezetting

De oorspronkelijke bezetting bestond uit:

John van der Meulen – slaggitaar
John van der Linden – sologitaar
Arie de Zeeuw – basgitaar
Ron van der Linden – drums

Ron en John van der Linden waren dus broers.

Optredens

Toen de band eenmaal over een elektrische installatie en een echt drumstel beschikte, kwamen de eerste optredens. Het eerste podium was eigenlijk de eigen garage. Daarna trad The Common Four onder meer op in:

zaal Bredevoorde aan de Slinge
de zaal onder de St. Bavokerk
De Open Hof
een zaal aan de Van Vollenhovenstraat
Berkel en Rodenrijs
de recreatiezaal van het Jan Meertenshuis

Dat laatste optreden was bijzonder: ze speelden voor een ouder publiek en pasten daarom hun repertoire enigszins aan.

Repertoire

The Common Four zat midden in de klassieke Rotterdamse beatperiode. Ze speelden vooral nummers van:

The Beatles
The Kinks
The Shadows
Them

Een vaste favoriet was "Gloria" van Them. Daarnaast had de groep ook enkele eigen instrumentale composities op het repertoire.

Er was ook een zangeres

De groep heeft korte tijd een zangeres gehad: Lydia Duimelaar. Die combinatie bleek echter geen blijvende bezetting te zijn en ze verdween weer uit de groep.

Het bijzondere verhaal van de verloren LP

Dit is misschien wel het interessantste verhaal rond The Common Four.

In 1969 werd er namelijk een LP van de groep gemaakt — maar er werd volgens John van der Linden slechts één exemplaar van geproduceerd.

De opnamen vonden plaats tijdens een optreden in de garage. Een buurtgenoot, Eddy van der Hoest, woonde in dezelfde straat. Hij was geluidsman bij de NTS en beschikte over professionele opnameapparatuur. Vanuit de garage liepen vier of vijf kabels naar zijn kamer, waar een vier-sporenbandrecorder stond.

Er werden ongeveer twaalf nummers opgenomen. Vervolgens liet Van der Hoest hiervan één langspeelplaat maken.

En daar wordt het verhaal bijzonder: die LP is spoorloos verdwenen.

Volgens Van der Linden wist niemand meer waar het enige exemplaar was gebleven. Hij hoopte daarom dat iemand die oude plaat ooit nog zou terugvinden. Ook wilde hij graag opnieuw contact met bassist Arie de Zeeuw, die na het uiteenvallen van de band uit beeld raakte en volgens Van der Linden mogelijk naar Utrecht verhuisde.

Plaats in de Rotterdamse beatgeschiedenis

The Common Four was geen landelijke topact zoals sommige Nederlandse beatgroepen, maar past heel goed in de enorme underground van Rotterdamse buurt- en beatbands uit de jaren 1960. Rotterdam kende toen tientallen groepen die optraden in buurthuizen, kerken, danszalen, sociëteiten en jeugdclubs. The Common Four wordt ook genoemd in een overzicht van Rotterdamse zestigerjarenbands.

Kort samengevat: The Common Four was een typische Pendrechtse beatgroep van de tweede helft van de jaren zestig, met Beatles-, Kinks-, Shadows- en Them-nummers, een eigen garage als repetitie- en eerste speelplek, en vooral bijzonder vanwege de unieke LP uit 1969 waarvan slechts één exemplaar zou hebben bestaan.

The Roadrunners 

The Roadrunners uit Maassluis

The Roadrunners ontstonden in Maassluis in de jaren zestig, in een periode waarin overal in Nederland jonge jongens bandjes begonnen onder invloed van The Beatles, The Rolling Stones, The Kinks, The Animals en Them. De Historische Vereniging Maassluis noemt The Roadrunners expliciet als een van de belangrijke Maassluise beatbands uit die periode, naast bijvoorbeeld The Black Specs, The Zorro's en The Mimics.

Een belangrijke naam binnen de groep was Jan Booister, die als zanger aan de band verbonden was. Een historische terugblik op de Maassluise muziekscene noemt daarnaast Cor van der Made, Ludo Tegelaar, Harry Gordijn en John Braspenninx als leden van de bezetting.

Bezetting

De in bronnen genoemde oorspronkelijke bezetting was:

Jan Booister – zang
Cor van der Made – drums
Ludo Tegelaar – sologitaar
Harry Gordijn – slaggitaar
John Braspenninx – basgitaar

Dat maakt de band een vrij klassieke vijfmansformatie voor de Nederlandse beatperiode: zang, twee gitaren, bas en drums.

Muziek

Het repertoire was sterk gericht op de Britse beat- en rhythm-and-bluesgolf. The Roadrunners speelden onder andere nummers van:

The Rolling Stones
The Kinks
Them
The Animals

Vooral de Stones hadden een grote invloed. De band ontwikkelde zich later, toen de soulmuziek populairder werd, richting een soul-georiënteerd repertoire. Er kwamen uiteindelijk ook blazers en een pianist bij.

Optredens in Rotterdam

Hoewel The Roadrunners uit Maassluis kwamen, waren ze zeker niet alleen plaatselijk actief. Ze bouwden ook een publiek op in Rotterdam.

Een bijzondere locatie was De Grot op Zuid. Volgens Jan Booister traden The Roadrunners daar ongeveer vijftien keer op. Ook speelden ze in:

De Roef aan de Claes de Vrieselaan
zaal Spes aan de Dordtsestraatweg
een beatmarathon in Rotterdam
verschillende zalen in Hoogvliet

Daarnaast traden ze verschillende keren op in België.

Voorprogramma van The Rolling Stones

Een van de mooiste verhalen uit de geschiedenis van The Roadrunners is hun optreden als voorprogramma van The Rolling Stones.

In maart 1966 werden de Maassluizers op het laatste moment toegevoegd aan een Stones-programma in Den Bosch. Het optreden werd pas zo laat geregeld dat de groep niet eens meer op de affiches kon worden vermeld.

Er kwamen ongeveer 9.000 bezoekers op het evenement af. Voor een jonge band uit Maassluis moet dat een enorme ervaring zijn geweest.

De Toverbal

The Roadrunners horen ook bij het verhaal van De Toverbal, het legendarische jongerencentrum in Maassluis dat in 1965 werd opgericht.

In Maassluis ontstonden in die jaren veel beatbandjes. De jongeren hadden behoefte aan een eigen plek waar ze konden luisteren naar en dansen op moderne muziek. De Toverbal werd daardoor een belangrijk podium voor de plaatselijke muziekscene.

Interessant is dat Jan Booister in een terugblik vertelt dat de Roadrunners eigenlijk veel meer waren dan alleen een muziekband. Rond de groep hing een vrij grote jongerenbeweging, met mensen die betrokken waren bij de maatschappelijke en politieke veranderingen van de jaren zestig.

Van Roadrunners naar Full of Soul

De geschiedenis van de groep stopte niet direct bij The Roadrunners. Door de veranderende muzieksmaak verschoof het accent steeds meer richting soul.

Na personele veranderingen werd de naam eerst Booisters Collection en daarna Full of Soul. Uiteindelijk hield ook die formatie op te bestaan.

Later werd de groep opnieuw opgericht als The Roadrunners Band, met onder anderen Jan Booister en Cor van der Made. Die latere formatie richtte zich voornamelijk op Rolling Stones-materiaal.

Belangrijk onderscheid

Er is trouwens een interessante naamverwarring. Er bestond in dezelfde periode ook een Rotterdamse groep die The Road Runner Sect heette. Die band had niets te maken met de Maassluise Roadrunners. De Maassluise band wordt in historische bronnen zelfs expliciet genoemd als een groep die vanwege de naam soms met de Rotterdamse band werd verward.

Kort samengevat: The Roadrunners waren een echte Maassluise sixties-beatband, met Jan Booister als een van de centrale figuren. Ze begonnen met Stones-, Kinks-, Them- en Animals-materiaal, speelden zowel in Maassluis als Rotterdam en België en bereikten in 1966 een hoogtepunt met het voorprogramma van The Rolling Stones in Den Bosch. Later maakten ze de overstap richting soul en gingen ze verder onder andere namen.

Memphis Junction

Memphis Junction – Rotterdamse soul uit de jaren 60

De oorsprong van Memphis Junction ligt in Schiebroek. De groep kwam voort uit de gitaargroep Shape. Toen de soulmuziek in Nederland steeds populairder werd, besloten de muzikanten hun band uit te breiden met blazers en twee zangers. De nieuwe formatie kreeg aanvankelijk de naam Roy and Rich & Memphis Junction.

De vaste kern bestond uit:

Cor van der Pligt – orgel
Richard (Rich) van der Pligt – zang en percussie
Arie Blonk – tenorsaxofoon
Fred Sohns – baritonsaxofoon

Daarom was Memphis Junction ook duidelijk meer dan een gewone beatgroep: de blazers en het orgel gaven de band een stevig soul- en rhythm-and-bluesgeluid.

Eerste optreden

Na enkele maanden repeteren trad de groep in september 1968 voor het eerst op. Dat gebeurde in de Artist-Sjock, een wijkzaal/sociëteit aan de Strevelsweg in Rotterdam-Zuid.

Het ging vervolgens opvallend snel.

Bij hun tweede optreden, in Arcade in Schiedam, stonden ze in het voorprogramma van de Britse groep The Nice. Daar werd de band gezien door een scout van impresario Paul Acket. Memphis Junction werd vervolgens opgenomen in de stal van de Paul Acket-organisatie.

Dat was voor een jonge Rotterdamse soulband een belangrijke doorbraak.

Bekende podia

Memphis Junction trad niet alleen in Rotterdam en omgeving op. Tot de plaatsen waar de groep speelde behoorden onder andere:

Spes Bona
De Brakke Grond in Amsterdam
Discotheek Boule 7 in Noordwijk

Ook speelde de groep regelmatig in het voorprogramma van grote Nederlandse en buitenlandse artiesten.

Een bijzonder interessant bewijs uit die periode is een krant uit 1969 waarin Memphis Junction wordt aangekondigd voor een soulavond. In augustus 1969 werd de groep omschreven als een 12-mans soulformatie en als een van de meest gevraagde groepen van Nederland.

Voorprogramma's van grote namen

De band stond op het podium met een indrukwekkende reeks artiesten. Fred Sohns herinnerde zich onder andere:

Blue Cheer, The Free, After Tea, Brainbox, The Cats, Golden Earring, Focus en de Oscar Benton Blues Band.

Dat geeft een goed beeld van de positie van Memphis Junction: ze waren geen onbekend lokaal cafébandje meer, maar maakten deel uit van het professionele Nederlandse club- en concertcircuit.

Jimmy Walker

Een belangrijke verandering kwam in mei 1969.

Zanger Roy verliet de groep. Daarna werd de Amerikaanse zanger Jimmy Walker, afkomstig uit Amsterdam, aangetrokken. Vanaf dat moment ging de band verder als:

Jimmy Walker & Memphis Junction

Met Walker kreeg de groep een nog sterker soulprofiel. De combinatie van een Amerikaanse soulzanger met de Rotterdamse muzikanten maakte de groep bijzonder voor het Nederlandse circuit. In 1969 werd Jimmy Walker & Memphis Junction zelfs aangeprezen als een van de meest gevraagde groepen van Nederland.

Ook naar het buitenland

De populariteit bleef niet beperkt tot Nederland. Memphis Junction ging optreden in:

Duitsland → Zwitserland → België → Noorwegen

Volgens Fred Sohns maakte de groep later zelfs een veertiendaagse tournee door Noorwegen.

Dat is behoorlijk indrukwekkend voor een Rotterdamse band die pas in 1968 voor het eerst optrad.

De single

Het grootste tastbare muziekdocument van Memphis Junction kwam in 1970.

In maart 1970 ging de groep naar de Soundpush Studio in Blaricum om een single op te nemen:

“We Share That Same Old Magic Feeling”

Het nummer was geschreven door Jimmy Walker.

De single kwam echter pas veel later daadwerkelijk uit. Volgens Fred Sohns was de vertraging zo groot dat de plaat tegen de tijd van verschijnen eigenlijk al muzikaal achterhaald was. Daardoor werd het helaas geen succes.

Overigens wordt Memphis Junction ook opgenomen in Nederlandse discografische overzichten, wat bevestigt dat er daadwerkelijk een Nederlandse platenregistratie onder die naam bestaat.

Het einde

Begin 1971 vertrok Jimmy Walker.

De soulperiode liep inmiddels langzaam ten einde en de groep besloot een andere muzikale richting te zoeken. Richard (Rich) van der Pligt, die al die tijd als tweede/backupzanger bij de groep betrokken was geweest, werd de belangrijkste zanger.

Dat hield nog ongeveer zeven maanden stand. Uiteindelijk gingen de muzikanten ieder hun eigen weg en werd Memphis Junction opgeheven.

Een bijzondere plaats in de Rotterdamse muziekgeschiedenis

Memphis Junction hoort wat mij betreft bij de interessante vergeten Rotterdamse soulbands van de late jaren zestig. De band was relatief kort actief, maar in die korte periode gebeurde er veel:

1968 – ontstaan vanuit Shape
september 1968 – eerste optreden
1968/69 – doorbraak via The Nice en Paul Acket
1969 – Roy vertrekt, Jimmy Walker komt erbij
1969–1970 – grote landelijke optredens en buitenlandse tournees
maart 1970 – opname van de single
1971 – einde van de groep

Een extra aardigheid is dat Memphis Junction ook voorkomt in internationale vakpublicaties uit die tijd. In een Duits muziekblad uit 1971 wordt Memphis Junction bijvoorbeeld genoemd tussen Nederlandse acts waarvoor de Paul Acket Organization boekingsrechten had, naast namen als Brainbox, After Tea, Cuby + Blizzards, Livin' Blues en Q65.

The Dukes

The Dukes uit Rotterdam

De Rotterdamse The Dukes ontstonden volgens een terugblik op de Rotterdamse beatscene halverwege de jaren zestig. Vijf Rotterdamse jongens besloten toen een echte beatband te beginnen. Opvallend is dat de naam The Dukes al gekozen was voordat de groep überhaupt een noot had gespeeld.

De oorspronkelijke bezetting die in deze bron wordt genoemd:

Karel van Oostveen – sologitaar
Herman Huizinga – slaggitaar
Ton Gloudie – drums
Theo Reuvers – basgitaar
John Diamant – zang en mondharmonica

Dat is een interessante bezetting, omdat de mondharmonica van John Diamant erop wijst dat The Dukes niet alleen de pure Beatles-beat speelden, maar ook een duidelijke blues/R&B-invloed hadden.

Optredens

The Dukes waren vooral actief in en rond Rotterdam. Optredens buiten de regio kwamen volgens John Diamant niet zo vaak voor. Een optreden in Montfoort herinnert hij zich nog goed. De groep was daar eigenlijk meegekomen met een andere Rotterdamse band, maar kreeg toestemming om een paar nummers te spelen. Volgens Diamant werden ze na twee nummers alweer van het podium gehaald omdat het publiek veel enthousiaster reageerde op The Dukes dan op de hoofdact.

Een ander bijzonder optreden vond plaats in het Libanonlyceum in Rotterdam. Daar stonden onder andere een andere beatgroep en The Dutch Swing College Band op het programma. The Dukes stonden beneden in de kelder, waar ze hun nieuwe geluidsinstallatie uitprobeerden. Het geluid was volgens Diamant zo enorm hard dat mensen uit het hele gebouw naar beneden kwamen om te kijken wat er gebeurde.

Het optreden op de Bergse Plas

Misschien wel het mooiste verhaal over The Dukes is hun optreden op een eilandje in de Bergse Plas.

Daar was geen elektriciteit. De bandleden moesten daarom zelf een enorme hoeveelheid elektriciteitskabel regelen. Uiteindelijk werd ongeveer 150 meter kabel aan elkaar gekoppeld. Het publiek werd vervolgens met bootjes naar het eiland gebracht.

John Diamant beschouwde dit als het meest legendarische optreden van The Dukes.

Personeelswisselingen

The Dukes zouden ongeveer vijf jaar hebben bestaan. In die periode vonden verschillende personeelswisselingen plaats. Er kwam zelfs enige tijd een organist bij de groep. John Diamant bleef ongeveer twee jaar bij The Dukes en verliet daarna de band.

Zijn opvolger was John van Katwijk. Dat is achteraf een interessante naam: Van Katwijk zou later bekend worden als manager van onder anderen René Froger. Met Van Katwijk als zanger nam The Dukes het nummer "She Was a Gipsy" op.

Belangrijk onderscheid

Er bestaan dus meerdere Nederlandse groepen met de naam The Dukes. De Rotterdamse groep is een andere band dan de groep die met Friday on My Mind bekend werd.

De Nijmeegse The Dukes hadden onder meer Ed Holtzhuizer, Joop van der Plas, Wim Heynman en Jan van der Werf in de gelederen en brachten diverse Decca-singles uit, waaronder Friday on My Mind in 1966.

Trio Mustang

Trio Mustang – Schiedam/Rotterdam

Trio Mustang werd geleid door de uit Schiedam afkomstige Bob van Vliet. Hij had daarvoor al in verschillende Rotterdamse bandjes gespeeld. Rond het midden van de jaren zeventig besloot hij een eigen groep te beginnen. De eerste bezetting bestond uit:

Bob van Vliet – zang en gitaar
Cock Björkman – toetsen
Ed de Clerk – drums

Dat trio vormde de basis van Trio Mustang.

Van Top 40 naar grote hit

In het begin speelde Trio Mustang voornamelijk Top 40-muziek. Een belangrijke stap was hun vaste optreden in City Corner, op de hoek van de Jonker Fransstraat en de Goudsesingel in Rotterdam. Ze speelden daar vier dagen per week en verzorgden tussendoor zelfs bingo-avonden. Ook traden ze veel op in Rotterdamse buurthuizen en jongerencentra.

De naam Mustang kwam van het bekende Amerikaanse/Duitse jeansmerk. Bob van Vliet vertelde dat hij contact opnam met het Duitse bedrijf en dat het merk vervolgens sponsor werd. De band reed zelfs met een busje rond waarop het Mustang-logo stond.

„Naar de caravan”

Het grote succes kwam met „Naar de caravan”. De single verscheen in 1981 op het label Vloot, catalogusnummer 103.275.

Het werd een enorme Nederlandstalige meezinger en volgens verschillende bronnen bereikte het nummer de eerste plaats van de Nederlandse Top 40.

Daarmee veranderde Trio Mustang van een regionaal Rotterdams/Schiedams trio in een landelijk bekende act.

Televisie en bekende artiesten

Na het succes van „Naar de caravan” was Trio Mustang regelmatig te zien op televisie, onder andere in programma's als Op Volle Toeren en Nederland Muziekland. Ze stonden daarnaast op podia door het hele land.

De groep trad onder meer op met bekende Nederlandse artiesten als:

André Hazes
Doe Maar
Conny van den Bos
Willem Duyn
en anderen.

Trio Mustang speelde zelfs als gastmusici tijdens concerten van André Hazes in Ahoy.

Bob van Vliet

Bob van Vliet was veel meer dan alleen de zanger van Trio Mustang. Hij schreef en componeerde ook voor andere Nederlandse artiesten. Zo schreef hij onder andere voor André Hazes, Nico Haak, Conny Vandenbos en Willem Duyn.

Ook na de glorietijd van Trio Mustang bleef hij actief als artiest, presentator en schrijver. Later trad hij ook op als Duo Mustang, samen met Fred Snel.

Van Vliet beschreef zijn muzikale loopbaan ook in zijn boek Avonturen van een mazzelpik, dat in 2015 verscheen.

Plaatwerk

Van Trio Mustang verschenen volgens een uitgebreid overzicht 22 singles, drie lp's en drie dvd's. Een bijzonder project was Rotterdam uit en Thuis, waarop ook Rotterdamse artiesten als Annie de Reuver, Peter Blanker en Jaap Valkhoff te horen waren.

De single „Naar de caravan” is inmiddels een echt stukje Nederlandse nostalgische popgeschiedenis. De oorspronkelijke 7-inch single uit 1981 is nog altijd terug te vinden in discografische verzamelingen.

Kort gezegd: Trio Mustang was dus geen jaren-60-beatband zoals The Trifids of The Cheetahs, maar een Schiedams-Rotterdamse formatie uit de tweede helft van de jaren zeventig, die in 1981 landelijk doorbrak met „Naar de caravan”.

The Dangers

The Dangers uit Schiebroek

De groep ontstond begin jaren zestig in Schiebroek. De inspiratie kwam vooral uit de toen enorm populaire Indorock. De Tielman Brothers en Electric Johnny and his Skyrockers maakten grote indruk op de jonge muzikanten. Nadat Electric Johnny in het Schiebroekse Meiersplein had opgetreden, besloten drie jongens zelf een band te beginnen.

De oorspronkelijke bezetting bestond uit:

Kees de Jong – sologitaar en zang
Gerry Ochse (Ger Ochse) – slaggitaar
Jan d'Hous – drums
Ton Geene – basgitaar

Deze bezetting wordt ook bevestigd door een terugblik uit Schiebroek.

Hoe kwamen ze aan de naam The Dangers?

Dat is misschien wel het leukste verhaal.

Bij een van hun eerste optredens in Overschie mochten de jongens de geluidsinstallatie van de zaal gebruiken. Er werden een paar snoeren verkeerd aangesloten en de geluidsboxen werden opgeblazen. De zaaleigenaar riep vervolgens iets in de trant van: "Jullie zijn danger!"

De jongens vonden dat kennelijk zo'n mooie naam dat The Dangers geboren waren.

Van Indorock naar The Shadows

In het begin speelden ze echte Indorock. Onder andere nummers als "Black Eyes Rock" en "18th Century Rock" stonden op het repertoire. Ze repeteerden zelfs met oude radio's die als primitieve versterkers werden gebruikt.

Later veranderde hun repertoire. De Indorock maakte geleidelijk plaats voor nummers van onder andere:

The Shadows
Cliff Richard
andere populaire beatnummers uit de eerste helft van de jaren zestig.

Dat paste goed bij de ontwikkeling van de Rotterdamse muziekscene: de pure Indorock maakte steeds meer plaats voor de Britse beat en rhythm & blues.

Optredens in Rotterdam

The Dangers waren vooral actief in Rotterdam en omgeving. Ze speelden onder andere in:

De Brandaris
Spes
Spes Bona
Odeon
de zaal van de Goede Herderkerk

Ook buiten Rotterdam traden ze op, onder meer in Epe en Zwolle.

Bijna een internationale carrière

Een bijzonder hoofdstuk kwam in 1965.

De bekende rockzanger Robert Williams wilde The Dangers als begeleidingsband meenemen op een tournee door Duitsland, Oostenrijk en Italië. De eerste contacten werden gelegd in dancing De Wiek van Ab Molenaar. Na repetities en try-outs leek de tour klaar voor vertrek.

Maar toen ging het mis: Gerry Ochse was nog geen achttien jaar en kreeg daardoor geen werkvergunning. De hele band besloot uiteindelijk niet te vertrekken. Daarmee liep een mogelijk heel belangrijke internationale stap voor The Dangers stuk.

Einde van de band

The Dangers gingen na het mislukken van de tour nog ongeveer een jaar door. In 1966 hield de oorspronkelijke groep op te bestaan.

Maar het verhaal eindigde daar niet.

Kees de Jong en Gerry Ochse verloren elkaar tientallen jaren uit het oog. Uiteindelijk vonden ze elkaar weer via internet. Dat leidde tot een nieuwe Indorockformatie. In latere jaren ontstond zelfs een nieuwe versie van The Dangers, met onder anderen Kees de Jong en Gerry Ochse.

Een mooie plaats in de Rotterdamse beatgeschiedenis

The Dangers zijn daarmee een mooi voorbeeld van de overgang die zich in Rotterdam voltrok:

Indorock → Shadows → Britse beat → jarenzestig-pop.

Ze waren geen landelijke hitgroep zoals The Motions of Cuby + Blizzards, maar voor de Rotterdamse en Schiebroekse muziekscene waren ze wel degelijk een actieve groep. Vooral het verhaal over hun ontstaan, de optredens in Rotterdam en de bijna-tournee met Robert Williams maken The Dangers bijzonder.

Interessant detail: er bestaat ook een andere groep met een sterk gelijkende naam, The Danger Sect, die in 1967 in Schiedam werd opgericht. Dat is dus een andere band.

The Atlantics

Deze groep moet niet worden verward met de veel bekendere Australische surfband The Atlantics uit Sydney, bekend van Bombora.

The Atlantics uit Rotterdam

De Rotterdamse groep ontstond halverwege de jaren zestig en wilde aansluiten bij de enorme populariteit van de Britse beatmuziek. Volgens de historische beschrijving van Beat aan de Maas wilden de muzikanten zelfs een eigen "Maassound" ontwikkelen, naar voorbeeld van de Merseybeat.

Bijzonder aan The Atlantics was dat er voor die tijd een opvallende bezetting was: een meisje speelde basgitaar.

Ylona van der Koijk

Een van de interessantste namen die bij deze Rotterdamse Atlantics naar voren komt is Ylona van der Koijk. Zij vertelde later dat zij in 1963, op zeventienjarige leeftijd, werd gevraagd om basgitaar te spelen.

Dat was behoorlijk ongewoon. Een vrouwelijke bassist in een beatband was in Rotterdam begin jaren zestig een zeldzaamheid. Ze had dan ook aanvankelijk haar twijfels over hoe het publiek daarop zou reageren. Drummer Henk Ruseler wist haar echter over te halen.

De oorspronkelijke bezetting die uit haar herinneringen naar voren komt:

Ylona van der Koijk – basgitaar
Henk Ruseler – drums
John Vis – sologitaar
Piet – slaggitaar, achternaam onbekend

Dit is interessante informatie, omdat veel Nederlandse beatbands uit die periode inmiddels redelijk goed gedocumenteerd zijn, terwijl kleinere Rotterdamse groepen vaak alleen via herinneringen van voormalige muzikanten zijn te reconstrueren.

Optreden in Schiedam

Een belangrijk vroeg optreden vond plaats in Musis Sacrum aan de Lange Haven in Schiedam. Dat optreden was volgens Van der Koijk het eerste waarbij zij als bassiste met de groep op het podium stond.

Daarna veranderde de samenstelling verschillende keren.

Op een gegeven moment kwam een zanger bij de groep die zich Edgar noemde. De band ging toen tijdelijk verder als:

Edgar and the Atlantics

Ook dat was echter maar van korte duur.

Van The Atlantics naar D21

De band kende vervolgens verschillende personeelswisselingen. Nadat onder andere een nieuwe gitarist, Aad, weer vertrok, kwam John Vis terug.

Daarna werd de naam veranderd in:

Desillusion 21

en later simpelweg:

D21

Dat werd uiteindelijk een veel professionelere band. D21 kreeg vaste maandcontracten en speelde onder andere in:

Hotel America
de Tudorbar
De Wiek

Ook werd er buiten Rotterdam gewerkt, onder andere in Amsterdam en Duitsland. Volgens Van der Koijk werd in Duitsland zelfs zeven dagen per week gespeeld.

Ylona verlaat de groep

Ylona van der Koijk bleef ongeveer drie jaar bij de groep en stapte in 1967 uit. Daarmee was een opmerkelijke Rotterdamse carrière van een van de eerste vrouwelijke bassisten in de plaatselijke beatscene voorbij.

Waarom deze band interessant is

Voor de geschiedenis van de Rotterdamse jaren-60-muziek is The Atlantics vooral interessant omdat de groep laat zien hoe groot de beatexplosie in Rotterdam was. Het ging niet alleen om bekende groepen die platen uitbrachten. Er waren tientallen kleinere bands die in zalen, bars, jeugdclubs en dansgelegenheden speelden.

En The Atlantics/D21 heeft daarbij een bijzonder verhaal:

Rotterdam → The Atlantics → Edgar and the Atlantics → Desillusion 21 → D21

en bovendien een zeventienjarige vrouwelijke bassist, Ylona van der Koijk, in een tijd waarin dat absoluut niet gebruikelijk was.

Er zijn overigens nog gaten in de documentatie. Vooral de volledige bezetting, exacte oprichtingsdatum, repertoire, optredens in Rotterdam en eventuele plaat- of demo-opnamen zijn nog niet goed vastgelegd in de online bronnen die ik nu kan vinden.

Liszy and the All Rhythms  

🎶 Liszy and the All Rhythms

De groep was halverwege de jaren zestig actief in Rotterdam en maakte deel uit van de grote Indische muziekscene die in die periode naast de gewone beatmuziek bestond. Terwijl groepen als The Motions, The Kinks en The Beatles de jeugd bedienden, was er in Rotterdam ook een groot publiek voor Indische muziek, krontjong en Indorock.

Liszy and the All Rhythms groeide uit tot een succesvol gezelschap binnen die scene.

De bezetting

Volgens de beschikbare historische bron bestond de groep uit:

Liszy – zang
Ruud Reindorp – basgitaar
Ruud Pesch – sologitaar
Ed Klee – slaggitaar
Rob Veerman – slaggitaar
Jan van Suchtelen – drums

Later raakte ook Willem Bos nauw bij de groep betrokken. Hij was geen muzikant, maar zorgde onder meer voor het vervoer van de band en de apparatuur. Hij had bovendien een relatie met Liszy.

Interessant is dat Ruud Reindorp eerder bij The Evergreens speelde. Die Rotterdamse Indische groep had in 1965 zelfs een single uitgebracht. De overstap van Reindorp naar The All Rhythms past daarmee mooi in de ontwikkeling van de Rotterdamse Indorockscene.

📍 Café Centraal aan de Beijerlandselaan

Een belangrijke thuisbasis van Liszy and the All Rhythms was Café Centraal aan de Beijerlandselaan, waar ze regelmatig speelden voor het publiek van 'tante Greet'.

Ze werden daar ongeveer één keer per maand voor een heel weekend geboekt:

vrijdagavond – zaterdagavond – zondagmiddag.

Volgens Willem Bos zat het café dan helemaal vol. De band kreeg destijds ongeveer 80 gulden per muzikant per weekend, plus drinken.

Dat geeft een mooi beeld van hoe het Rotterdamse uitgaansleven er in de jaren zestig uitzag. Een band hoefde niet per se een hitplaat te hebben om ieder weekend voor een volle zaal te spelen.

🇮🇩 Vooral Indische avonden

Toen de groep in Rotterdam bekendheid had gekregen, kwamen er optredens buiten de stad. Ze speelden vooral op Indische avonden, onder andere in Zwijndrecht en Dordrecht.

Ook traden ze op tijdens een feestavond van het Cartesius Lyceum in Amsterdam. Vrijwel ieder weekend stond de groep ergens op het podium.

💿 Een bijzondere plaatgeschiedenis

Het meest bijzondere verhaal rond Liszy and the All Rhythms is misschien wel hun contact met Bovema, een van de belangrijkste Nederlandse platenmaatschappijen.

Willem Bos nam zelf contact op met Bovema. Tot hun verbazing werd de groep uitgenodigd om naar de studio in Heemstede te komen.

Daar namen ze een EP met vier Indische nummers op.

Maar vervolgens gebeurde er iets heel merkwaardigs.

De band hoorde maandenlang niets meer. Pas ongeveer negen maanden later kregen ze te horen dat de plaat in Singapore was uitgebracht.

De muzikanten kregen naar eigen zeggen zelfs geen exemplaar van hun eigen plaat en hebben er ook nooit geld voor ontvangen.

Dat maakt Liszy and the All Rhythms voor verzamelaars van Nederlandse Indorock en Indische muziek extra interessant.

⏳ Slechts ongeveer vier jaar

Liszy and the All Rhythms heeft uiteindelijk ongeveer vier jaar bestaan, waarbij de bezetting in die periode verschillende keren veranderde. Daarna ging Liszy verder als zangeres.

Ze zong later onder andere bij The Tielman Brothers en The Entertainers.

Ook Rob Veerman bleef in de muziek actief. Later vormden Liszy en Rob Veerman samen het duo HADIAH, waarmee ze onder andere optraden in restaurant Indonesia in Hendrik-Ido-Ambacht.

Een belangrijke naam in de Rotterdamse Indorock

Wat ik vooral interessant vind aan Liszy and the All Rhythms, is dat de groep laat zien dat de Rotterdamse muziekscene van de jaren zestig veel breder was dan alleen de bekende beatgroepen.

Naast The Motions, The Golden Earrings, The Bintangs en allerlei Rotterdamse beatgroepen bestond er een levendige Indische muziekscene, met eigen cafés, dansavonden, verenigingen en bands.

Liszy and the All Rhythms hoort duidelijk bij die vergeten geschiedenis van Rotterdam.

The Raves  

The Raves – Rotterdam-Zuid

The Raves ontstond in de eerste helft van de jaren zestig in Rotterdam-Zuid. In eerste instantie was het vooral een instrumentale band. Met de opkomst van de beatmuziek veranderde het repertoire en ging de groep nummers spelen van onder andere The Beatles en The Kinks.

Een opvallend detail is dat de naam The Raves jarenlang groot op de spoorbrug richting De Kuip stond geschilderd. Daardoor moet de naam door enorme aantallen Feyenoord-supporters en bezoekers van Rotterdam-Zuid zijn gezien. Wie de naam destijds precies op de brug heeft geschilderd, is tot op heden niet duidelijk.

Eerste bezetting

Tot de muzikanten die in de beginperiode bij The Raves betrokken waren, worden genoemd:

Peter van Toorn
Ad Langerak
Peter Barendrecht
Jaap Ensel
Evert Hartman

De band speelde vooral in zalen en gelegenheden op Rotterdam-Zuid.

Interessant is dat Peter van Toorn daarvoor bij The Scouts speelde. Volgens een terugblik op de Rotterdamse beatscene besloot hij daaruit te stappen om zijn eigen band, The Raves, te beginnen.

Een nieuwe Raves

Rond 1968 leek het einde van de band gekomen. De groep viel uiteen, maar kort daarna kwam er een nieuwe bezetting.

Deze nieuwe Raves bestond onder andere uit:

Peter Barendrecht – sologitaar
Sjaak Schoonewil – drums
Chiel Berkhout – zang
Simon Lagendijk – basgitaar
daarnaast een tweede gitarist die Peter heette

Berkhout en Lagendijk waren afkomstig uit Danny and the Saints.

De muzikale richting veranderde eveneens. De nieuwe Raves speelden vooral soul en blues, met nummers van onder meer Sam & Dave en Wilson Pickett. Volgens bassist Simon Lagendijk waren The Raves tegen het einde van de jaren zestig behoorlijk populair in Rotterdam.

Veel optredens

The Raves waren bepaald geen band die alleen in een oefenruimte speelde. Ze stonden volgens Lagendijk vrijwel ieder weekend op het podium. Ze traden onder andere op in:

zalen
jongerencentra
kerkgebouwen
feestzalen
Spes
en bij particuliere feesten

Ook buiten Rotterdam waren ze actief, onder andere in Dordrecht, Tilburg en Eindhoven. De groep had bovendien een eigen fanclub en organiseerde speciale fanclubavonden.

Opnamen

The Raves hebben zelfs geprobeerd een plaatje te maken. Er werden bandopnamen gemaakt in een platenstudio, maar volgens Simon Lagendijk was het project eigenlijk meer een initiatief van een vader van één van de bandleden en is er nooit een officiële plaat van de Rotterdamse Raves verschenen.

Dat maakt de band tegenwoordig extra interessant voor verzamelaars van de Rotterdamse beatgeschiedenis: de groep was lokaal bekend, maar heeft voor zover de beschikbare bronnen aangeven geen officiële single uitgebracht.

Einde rond 1970

De Rotterdamse Raves hielden het uiteindelijk vol tot ongeveer 1970. Daarna kwam definitief een einde aan de groep. Simon Lagendijk ging later met Chiel Berkhout verder in Refresher, maar stopte daarna met actief muziek maken.

The Raves worden tegenwoordig ook genoemd in overzichten van de enorme Rotterdamse beatscene van de jaren zestig. In een overzicht van Rotterdamse bands staan ze naast groepen als The Atlantics, The Tremors, The Mad Jumpers, The Candles, The Outfaces, The Rocking Thunders, The Eddysons en vele andere Rotterdamse formaties.

Belangrijk: er bestaat ook een Amerikaanse jaren-60-groep met de naam The Raves uit New York/Brooklyn. Die bracht singles uit op Smash Records, waaronder Mother Nature en Don't Chop Down My Tree. Dat is een andere band dan de Rotterdamse The Raves

The Eddysons  

🎸 Het ontstaan

De geschiedenis begint rond 1965. De groep kwam voort uit een Schiedams rock-'n-rollbandje, de Flying Arrows. Manager Theo Smit bracht de muzikanten in contact met de Rotterdamse zanger Arie Ouwens, die zich als artiest Eddy Ouwens of Eddy Nelson noemde.

De nieuwe formatie ging aanvankelijk door het leven als Eddy Nelson & The Eddysons. Later werd de naam eenvoudig The Eddysons.

De bezetting die vooral met de bekende periode wordt geassocieerd:

Eddy Ouwens (Eddy Nelson) – zang
Kees de Blois – sologitaar en zang
Han Schotel – basgitaar en zang
Martin Agterberg – toetsen/orgel en gitaar
Fred de Groot – drums

In de allereerste bezetting zat drummer Pim Rietveld; hij werd later vervangen door Fred de Groot.

🎤 De Wiek aan de Westblaak

Een belangrijk Rotterdams hoofdstuk speelde zich af in De Wiek, een nachtclub/dancing aan de Westblaak, naast de Cinerama.

De Eddysons traden daar in 1965 voor het eerst op. Ze speelden onder andere nummers van The Beatles en andere Engelse beatgroepen. Het optreden werd een succes en de groep kreeg vervolgens vaste speelavonden.

Dat was typisch voor de Rotterdamse dancescene van die jaren: jonge beatgroepen konden vanuit cafés en dancings doorgroeien naar een professioneel bestaan.

De Eddysons werden zelfs beroepsmuzikanten. Ze speelden lange avonden — soms van ongeveer negen uur 's avonds tot half vier 's nachts — en traden niet alleen in Rotterdam op, maar door heel Nederland en ook in Duitsland.

💿 Hun grote hit: Ups and Downs

Hun bekendste plaat kwam in 1968:

The Eddysons – “Ups and Downs”

Het nummer werd een echte Nederlandse hit en bereikte nummer 23 in de Top 40.

Dat succes veranderde veel voor de groep. Ze konden daarna veel meer schnabbelwerk aannemen en stonden soms 's middags in België en dezelfde avond alweer ergens in Friesland op het podium.

📀 Singles

The Eddysons maakten in korte tijd behoorlijk wat singles. Onder andere:

I Count the Tears / Sandie's Heart – 1967
Oh Susanna / Oh So Wrong – 1967
Turn of the Year / Love So Divine – 1967
Ups and Downs / Our Love Is Slipping Away – 1968
A Face / I Protect Her from the Rain – 1968
Watching the City / The Evening of Our Date – 1968
Baby You Got to Stay / Jenny Artichoke – 1969
Little Miss Understood / Spirit Don't Let Me Down – 1969
Cousin Pretty / Sad Old Song – 1969

Een bijzonder plaatje was “Oh Susanna / Oh So Wrong”. Deze werd als zogenaamde flexi-single op grote schaal — ongeveer 400.000 exemplaren — onder scholieren verspreid in het kader van een campagne tegen roken.

🇩🇪 Ook populair in Duitsland

The Eddysons waren niet alleen in Nederland actief. Ze werkten ook langere periodes in Duitse clubs en dancings. Kees de Blois vertelde dat ze in 1966 bijvoorbeeld in Hamburg waren en daar in de Top Ten-Club naar andere groepen luisterden. De muziek van The Beach Boys inspireerde de groep daarbij opnieuw.

Het einde van The Eddysons

In 1969 verliet Eddy Ouwens de groep. Hij had inmiddels andere ambities en zou later een zeer belangrijke rol krijgen als producer, componist en artiest.

De overgebleven muzikanten gingen verder. Met John Vis, afkomstig uit de Rotterdamse groep D21, ontstond Purple Pillow. Daarna veranderde de naam opnieuw in Jumbo en uiteindelijk Circus.

⭐ En Eddy Ouwens?

Dat is misschien wel het opmerkelijkste verhaal. De jonge zanger van The Eddysons groeide later uit tot de bekende Eddy Ouwens en gebruikte ook de artiestennaam Danny Mirror.

Hij werd producer en songwriter en werkte later onder meer met Teach-In, Bolland & Bolland en The Shoes. Hij schreef bovendien mee aan “Ding-a-Dong”, waarmee Teach-In in 1975 het Eurovisie Songfestival won.

In 1977 had hij als Danny Mirror zelf een enorme hit met “I Remember Elvis Presley (The King Is Dead)”.

📻 Voor de Rotterdamse muziekgeschiedenis

The Eddysons zijn daarom bijzonder interessant: ze vormen een duidelijke verbinding tussen de Schiedamse rock-'n-rollscene, de Rotterdamse beatclubs van de jaren zestig, de Nederlandse Nederbeat en later de grote Nederlandse platen- en productiewereld.

Attack

Attack – Rotterdamse beatband

De geschiedenis van Attack begint in het begin van de jaren zestig met de Rotterdamse broers Bertus en John Raadtgever. Na verschillende personeelswisselingen en veranderingen in het repertoire kreeg de groep uiteindelijk de naam Attack en ontwikkelde zij zich tot een echte Rotterdamse beatband.

De bezetting die regionaal bekend werd bestond onder meer uit:

Bertus Raadtgever – basgitaar
Jan Kroon – sologitaar
Cor Gravensteijn – drums
Peter Miedema – toetsen/Hammondorgel

Deze formatie richtte zich sterk op meerstemmige zang. Op het repertoire stonden nummers van onder andere The Buffoons, The Beatles, The Ivy League en The Spencer Davis Group.

Eerste optredens

Een belangrijk beginpunt was het eerste optreden van deze formatie in dancing Janssen aan de Vijverhofstraat in Rotterdam. Daar werden zogenaamde vrije avonden georganiseerd waar beginnende beatgroepen konden optreden. Attack speelde er vervolgens regelmatig en wist zich zo steeds beter op elkaar in te spelen.

Niet veel later werd Attack in de weekenden zelfs een van de vaste publiekstrekkers van Janssen.

Daarna trok de groep verder het Rotterdamse uitgaanscircuit in. Ze traden volgens Peter Miedema op in onder meer:

De Togoclub
De Grot
Spes Bona
Café Centraal
Tudorbar
B14
De jeugdhonken De Arend en De Zeemeeuw
Dancing Alhena in Schiedam

Ook Oostvoorne en Hoek van Holland stonden op het programma.

Een serieuze band

Interessant is dat Attack volgens Miedema al snel meer was dan een plaatselijk bruiloftsbandje. Er kwam zoveel werk dat de muzikanten er behoorlijk aan konden verdienen.

Op een gegeven moment vroeg Attack volgens de overlevering minimaal 500 gulden per optreden. Dat was in die tijd een fors bedrag. Het geld werd echter grotendeels weer geïnvesteerd in instrumenten en geluidsapparatuur.

De manager was Frans Naterop. Hij beschikte over een omgebouwde caravan waarmee de groep naar de optredens werd gebracht. Dat geeft een mooi beeld van hoe het Rotterdamse beatcircuit in die jaren functioneerde.

Zangles

Een bijzonder detail is dat de muzikanten van Attack zangles kregen van Annie Hans, een zangpedagoge die aan de Walenburgerweg woonde.

Dat was vooral bedoeld om de meerstemmige zang verder te verbeteren. De muzikanten deden onder andere ademhalingsoefeningen en zongen gezamenlijk partijen in. Volgens Peter Miedema was dat behoorlijk intensief, maar heeft het de band muzikaal veel geleerd.

Bezettingswisselingen

Na ongeveer anderhalf jaar vertrokken Jan Kroon en Cor Gravensteijn.

Zij werden vervangen door:

Ed de Clerk – later bekend van Trio Mustang
Ruud Andriessen

Ook John Raadtgever, een van de oorspronkelijke grondleggers, keerde terug naar Attack.

Deze laatste bezetting heeft echter maar kort bestaan. Volgens Peter Miedema heeft Attack daarna nog slechts ongeveer drie keer opgetreden.

In totaal heeft de Rotterdamse Attack ongeveer drie jaar bestaan.

Attack is juist een mooi voorbeeld van de vele semi-professionele Rotterdamse beatgroepen die in de jaren 60 een belangrijk onderdeel vormden van het lokale uitgaansleven, maar nooit een landelijke platenhit kregen.

The Mystery's  

The Mystery’s – Rotterdamse beatband

The Mystery’s waren een Rotterdamse beatgroep die in de tweede helft van de jaren zestig optrad in het Nederlandse danscircuit. Een interessante, concrete vermelding staat in het archief van de voormalige bar-dancing De Aap in Roosendaal: op 23 juli 1967 staat daar The Mystery’s – Rotterdam geprogrammeerd.

Dat is belangrijk, omdat de naam The Mystery’s ook door andere groepen werd gebruikt. Zo bestond er bijvoorbeeld een Australische groep met dezelfde naam, die niets met Rotterdam te maken had.

The Mistery's – gereconstrueerde geschiedenis

The Mistery's ontstonden omstreeks 1960 in Rotterdam. De oprichters kwamen uit de omgeving van de Eendrachtstraat, Mauritsstraat en Schiedamsesingel. Ze waren allemaal nog erg jong; Henk Smol was bij de start ongeveer zestien jaar.

De oorspronkelijke bezetting was:

Muzikant    Instrument
Ger Driel Vis    slaggitaar
Henk Smol    basgitaar
Ger van Oorschot    drums
Peter Dof    sologitaar

Ze repeteerden in De Jeugdhaven aan de Mauritsstraat, een belangrijke ontmoetingsplek voor Rotterdamse jongeren. Hun eerste nummer was “Wheels” van The String-A-Longs.

Van Shadows naar beat

Het repertoire van de jonge groep bestond aanvankelijk vrijwel volledig uit instrumentale muziek. Dat past precies bij de Rotterdamse muziekscene van rond 1960-1962: de muziek van The Shadows en vergelijkbare instrumentale gitaarbands was enorm populair.

The Beatles waren volgens Henk Smol in die beginperiode nog helemaal niet in beeld.

Hun eerste optreden vond plaats in De Jeugdhaven aan de Mauritsstraat. Daarna traden ze regelmatig op in andere Jeugdhaven-locaties, onder andere:

Van Vollenhovenstraat
Kortenaerstraat
Spangen

Volgens Smol traden ze buiten Rotterdam niet op. Zijn typerende omschrijving was dat ze in Rotterdam "wereldberoemd" waren.

Eerste belangrijke wisseling

Peter Dof bleef niet lang bij de groep. Hij werd vervangen door een zeer jonge gitarist:

Egon Verhoeven, toen pas ongeveer elf jaar oud.

Henk Smol was daar achteraf bijzonder enthousiast over en beschreef Verhoeven als een uitzonderlijk talent. Met Verhoeven als sologitarist kreeg The Mistery's een nieuwe impuls en trad de groep regelmatig op.

Later kwam ook zanger Ton Verheij bij de groep. Daarmee schoof The Mistery's dus enigszins op van de oorspronkelijke instrumentale Shadows-stijl richting de vocale beatmuziek die midden jaren zestig populair werd.

Het einde van The Mistery's

De groep heeft waarschijnlijk maar ongeveer twee jaar bestaan. Het einde lijkt nogal abrupt te zijn gekomen.

Volgens Henk Smol ontstond er een conflict met de manager. Smol vond dat de bandleden geen geld kregen voor hun optredens. Na een flinke ruzie werd hij uit de groep gezet. Hij denkt dat The Mistery's daarna kort daarop ophielden te bestaan.

Daarna gingen de muzikanten hun eigen weg.

Egon Verhoeven ontwikkelde zich tot een opvallende professionele gitarist. Hij speelde later onder meer bij:

The Free
Amsterdam
de begeleidingsband van Hans Dulfer

Met Dulfer maakte hij internationale tournees.

Henk Smol ging na The Mistery's onder andere spelen bij Freddy Scott and The Condors en later bij Hank Peterson and The Four Strangers, waarmee hij zelfs in Frankrijk, Duitsland en Engeland optrad.

De Mega's  

De Mega’s waren een opvallende Rotterdamse beatgroep uit de jaren zestig. Ze waren vooral rond 1965–1968 erg populair in Rotterdam en omgeving.

De beginjaren

De Mega’s ontstonden waarschijnlijk rond 1963. De oorspronkelijke bezetting bestond volgens de beschikbare bronnen uit:

Herman Smink – drums
Jan van Dooren – sologitaar
Barry Westerweel – basgitaar
Hans Boogaarts – slaggitaar

Aanvankelijk was het vooral een instrumentale beatgroep, met veel nummers van The Shadows op het repertoire.

Een belangrijke ontwikkeling kwam in 1965, toen The Starfighters ermee stopten. De Mega’s namen toen de fanclub van The Starfighters over. Dat zorgde ervoor dat de groep ineens over een grote achterban beschikte. De manager Henk van der Seis speelde daarbij een belangrijke rol.

Van instrumentaal naar zang

Na het aantrekken van zanger Henk Sintnicolaas veranderde het repertoire. De Mega’s gingen nummers spelen van onder andere:

The Beatles
The Kinks
Them
andere Britse beatgroepen

Sintnicolaas vertelt dat hij drummer Herman Smink tijdens zijn werk ontmoette en vervolgens bij een repetitie terechtkwam. De repetities vonden onder andere plaats in de kelder van modezaak Modela aan het Mathenesserplein.

Sintnicolaas bleef overigens maar ongeveer zes maanden. Hij werd opgevolgd door Okkie (Ockie) Huijsdens, die zanger én organist was. Huijsdens zou later overstappen naar The Fab.

Populair in Rotterdam

De Mega’s waren bepaald geen onbekende schoolband. Ze trokken in het midden van de jaren zestig een grote groep fans en speelden onder andere op fanavonden in Rotterdam en Schiedam.

Ook in het Groothandelsgebouw traden ze op, bij instuiven in Het Bosje. Verder worden zalen aan de Van Vollenhovenstraat en de Bruinstraat genoemd.

Een mooie aanwijzing voor hun populariteit vinden we ook in Schiedam. In 1966 stond in een programma van de leerlingenvereniging van de Rijks HBS/Schravenlant een optreden aangekondigd van "De Mega's, Rotterdams beste beatgroep" in Musis Sacrum.

De Mega’s op plaat

Bijzonder interessant voor verzamelaars is dat De Mega’s op de Imperial-LP Tiener Band Show! uit 1966 staan. Dat is een zeldzame Nederlandse beatcompilatie met opnamen van jonge beat- en garagerockgroepen.

De Mega’s zijn daarop vertegenwoordigd met onder andere:

I'm Gonna Knock On Your Door
Naggin' Woman
Tired of Waiting for You

Vooral Tired of Waiting for You is interessant, omdat dit natuurlijk een nummer van The Kinks was.

De LP Meganique

Het verhaal wordt nog interessanter in 1968. De bezetting was toen opnieuw gewijzigd en bestond uit:

Herman Smink – drums
Cees Stolk – toetsen en zang
Frans Telleman – slaggitaar
Cor van der Geijn – bas
Loek Das – sologitaar

Met deze bezetting werd de LP Mega's Meganique opgenomen. De plaat verscheen op het Rotterdamse Dankers-label, verbonden aan de platenzaak Dankers aan de Coolsingel. Het album bevatte uitsluitend covers en er werden naar schatting enkele honderden exemplaren verkocht.

Er zit trouwens een leuke bijzonderheid aan die LP: Loek Das vertelde later dat de instrumentvermeldingen op de hoes gedeeltelijk verkeerd waren afgedrukt. Hij wordt op de hoes als bassist vermeld, maar volgens Das speelde hij in werkelijkheid gitaar; de rollen waren bij het ontwerpen van de hoes verwisseld.

Wat gebeurde er daarna?

Na Meganique hield De Mega’s niet lang meer stand. Door voortdurende personeelswisselingen verdween ook het contact met de oorspronkelijke fanclub. Kort daarna viel de groep uiteen.

Herman Smink bleef daarna actief in verschillende Rotterdamse groepen, waaronder The Health Band, Desillusion 21 en The Urn. Cees Stolk ontwikkelde zich later tot muzikant, arrangeur en studiomedewerker. Loek Das speelde later onder andere bij Mouth & MacNeal.

De Mega’s zijn daarmee een mooie vertegenwoordiger van de Rotterdamse nederbeat: begonnen met Shadows-instrumentals, vervolgens de Beatles/Kinks/ Them-richting opgegaan en uiteindelijk geëindigd met een eigen LP.

The Next  

The Next – Rotterdam-West

De geschiedenis begon in oktober 1965, toen vier jongens uit Rotterdam-West besloten samen een band te beginnen. Ze wilden nadrukkelijk geen brave amusementsmuziek maken, maar juist ruige beatmuziek. Al ongeveer twee maanden later, op 11 december 1965, stond The Next voor het eerst op het podium.

De oorspronkelijke bezetting

De eerste bezetting bestond uit:

Karel Klijnoot – sologitaar, ex-The Starfighters
Jan van Beuzekom – slaggitaar, ex-The Starfighters
Bep Bosboom – basgitaar
Kees Mallander – drums, afkomstig uit The Djinns

Een bijzonder detail is dat drie van de vier oorspronkelijke muzikanten uit eerdere Rotterdamse bands kwamen. The Next was daarmee duidelijk onderdeel van de Rotterdamse beat-scene die halverwege de jaren zestig explosief groeide.

Repeteren in Oud-Mathenesse

De jongens repeteerden aanvankelijk in een kleuterschool aan de Professor Poelslaan in Oud-Mathenesse. Dat was bepaald geen luxe oefenruimte. Volgens Karel Klijnoot stond er een potkachel om de ruimte warm te houden.

De verhalen uit die tijd geven mooi weer hoe primitief het er bij veel Rotterdamse beatgroepen aan toe ging. De bandleden moesten zelf hun apparatuur regelen en vervoeren en repeteerden waar ze maar een ruimte konden vinden.

Het repertoire

The Next koos voor het stevigere werk. Ze speelden onder andere nummers van:

The Pretty Things
The Rolling Stones
The Doors
Cream

Dat zegt behoorlijk veel over het geluid van de groep. The Next zat duidelijk aan de ruigere kant van de Rotterdamse beat, en niet zozeer bij de keurige Shadows-achtige instrumentale beatgroepen.

Eerste optreden

Het eerste optreden vond volgens drummer Kees Mallander plaats op 11 december 1965 in Spes Bona op Rotterdam-Zuid. Het was een fanclubavond van Freddy Scott & The Condors.

Daarna begon het snel te lopen. The Next speelde in verschillende Rotterdamse jeugdhuizen, sociëteiten en danszalen, waaronder:

De Mast
De Druiventros
Soos '63
De Vuurpijl
De Zevensprong
Ricky Ticky Club

Ook in Schiedam trad de groep op, onder andere in De Groene Fles en Het Beatvat.

Van The Next naar Next

Na enkele maanden moest gitarist Karel Klijnoot vanwege zijn dienstplicht de band verlaten. Hij werd vervangen door Richard van Dijk.

Vanaf dat moment ging de groep verder onder de kortere naam Next.

De bezetting die we op de bekende foto terugzien was:

Richard van Dijk – gitaar
Jan van Beuzekom – gitaar
Bep Bosboom – bas
Kees Mallander – drums

Radio Veronica

Een bijzonder hoogtepunt kwam in oktober 1966.

Radio Veronica besteedde aandacht aan de groep in het programma Red Band Toppers. Er werd een interview van ongeveer acht minuten uitgezonden en bovendien werden twee eigen composities van Richard van Dijk gedraaid.

De nummers waren eerder op een band opgenomen in een Rotterdamse studio. De groep had de tape zelf naar Veronica gestuurd. Volgens Mallander had muziekhandel Saris in de Bruijnstraat mogelijk iets met de opname te maken.

Dat is interessant, want het laat zien dat Next niet uitsluitend een coverband was: er werd ook geprobeerd eigen materiaal onder de aandacht te brengen.

Optredens en het VW-busje

De groep trad enorm veel op. Volgens Kees Mallander schatte hij achteraf dat The Next/Next ongeveer honderd optredens heeft gedaan.

Er werd zelfs korte tijd met een VW-busje door Nederland getourd. Het busje had achterin vier oude vliegtuigstoelen en geen ramen. Volgens de verhalen leverde dat onderweg nogal wat bijzondere situaties op.

Einde van de groep

In juni 1967 kwam er een einde aan Next. Ook Richard van Dijk moest onder de wapenen.

Een wrang detail: de band had volgens Mallander slechts een maand daarvoor de afbetaling van de geluidsinstallatie voltooid. Daarna hield de groep op te bestaan.

Jan van Beuzekom en Bep Bosboom stopten vervolgens met de muziek.

Drummer Kees Mallander ging echter verder. Hij richtte later de groep Benders Engine op, waarin onder anderen gitaristen Jan Noomen (ex-Confrontation) en Tom Brinckmann (ex-Fact) speelden.

Mijn indruk van The Next

The Next is een mooi voorbeeld van de tweede golf Rotterdamse beatgroepen. De groep ontstond precies op het moment dat de muziek in Rotterdam ruiger werd: van Shadows en instrumentale beat naar Stones, Pretty Things, Doors en Cream.

Dat The Next bovendien optrad in zoveel Rotterdamse en Schiedamse jeugdgelegenheden én op Radio Veronica terechtkwam, maakt de groep interessant voor de geschiedenis van de Rotterdamse beatscene.

The Driftin' Fellows  

🎸 Het ontstaan

The Driftin’ Fellows ontstonden in 1963 in Oud-Mathenesse. De basis werd gevormd door twee buurjongens uit de Hekboomstraat:

Hans van Houwelingen – sologitaar
Nico Ouwerkerk – slaggitaar

Daar kwamen Edwin Veenbrink op drums en Berry Kalsbeek op basgitaar bij. Daarmee was de eerste bezetting compleet.

Opvallend is dat de band aanvankelijk letterlijk vanuit een kelderbox repeteerde. Iedere zaterdagmorgen konden de bewoners van de Hekboomstraat dus genieten van de muziek – of het lawaai – van de vier jongens. De geluidsisolatie stelde weinig voor, maar volgens Van Houwelingen waren de bandleden hun buren dankbaar voor hun tolerantie.

🎶 The Shadows en The Spotnicks als voorbeeld

In 1963 was de Nederlandse beatgolf nog maar net begonnen. The Driftin’ Fellows speelden daarom in eerste instantie voornamelijk instrumentale gitaarmuziek.

Hun grote voorbeelden waren onder andere:

The Shadows
The Spotnicks

Het ging dus vooral om de typische vroege jaren-zestig sound van elektrische gitaren, echo en instrumentale melodieën.

Dat maakt The Driftin’ Fellows interessant binnen de Rotterdamse beatgeschiedenis: ze waren actief in de overgang van de rock-'n-roll/instrumentale gitaarperiode naar de echte beatmuziek.

🏆 Talentenjacht in Rotterdam

Na enkele optredens waagden de jongens zich aan een nationaal muziekconcours in het Verzamelgebouw Zuid in Rotterdam.

Ze schreven zich nogal optimistisch in als 'gevorderden'. Om indruk te maken namen ze bovendien een bus vol familie en vrienden mee.

De zelfgebouwde speakerkasten en versterkers hadden het zwaar in de enorme zaal. Toch leverde hun optreden een mooie prestatie op: The Driftin’ Fellows eindigden als vierde.

📍 Waar traden ze op?

In het begin speelden ze veel in Schiedam, onder andere in:

Zaal Irene
De Rank
Soos Kethel

Daarna breidde hun werkgebied zich uit naar Rotterdam en omgeving. In Rotterdam waren ze onder andere te zien bij KWJ-sociëteiten en in 't Centrum aan de Van Vollenhovenstraat.

Een bijzonder optreden vond plaats in de zomer van 1965 bij strandpaviljoen De Golfslag in Hoek van Holland.

Ook speelden ze een keer bij dansschool Jansen onder het spoorwegviaduct in de Vijverhofstraat. Dat leverde een typisch jaren-zestigprobleem op: wanneer er een trein bovenlangs reed, raakte de geluidsinstallatie volledig van slag.

🔄 Wisselingen in de bezetting

De oorspronkelijke bezetting bleef niet helemaal intact.

Edwin Veenbrink werd als drummer vervangen door Piet van Rijthoven. Hans-Willem van der Kuyl nam vervolgens de bas over van Berry Kalsbeek.

Dat veranderde ook het muzikale karakter van de groep. Piet van Rijthoven speelde namelijk niet alleen drums maar ook piano, terwijl Hans-Willem van der Kuyl bovendien saxofoon speelde.

Daardoor kon de band een veel breder repertoire brengen. Ze werden daardoor niet alleen voor dansavonden geboekt, maar ook voor bijvoorbeeld bruiloften en 'bal na'-optredens bij toneelvoorstellingen.

🚕 Een verlengde taxi vol instrumenten

Een mooi detail uit het verhaal van Van Houwelingen is de manier waarop de band naar optredens ging.

Ze hadden geen eigen busje. Via Eurotax uit Schiedam regelden ze een verlengde taxi. De extra bankjes achterin werden eruit gelaten zodat de versterkers en apparatuur konden worden meegenomen.

Het complete drumstel moest bovendien met moeite in de kofferbak passen. Volgens Van Houwelingen paste het allemaal uiteindelijk precies.

⛔ Einde in 1966

In het laatste jaar van de band kwam Cor Vierboom nog enige tijd als drummer in beeld.

Maar uiteindelijk was het vooral de dienstplicht die de groep de das omdeed. In september 1966 kwam er definitief een einde aan The Driftin’ Fellows. Daarmee hadden ze ongeveer vier jaar bestaan.

📝 De bekende bezettingen

Op basis van het beschikbare materiaal kunnen we de band als volgt reconstrueren:

Periode    Bezetting
Beginperiode    Hans van Houwelingen – sologitaar
    Nico Ouwerkerk – slaggitaar
    Edwin Veenbrink – drums
    Berry Kalsbeek – bas
Latere periode    Hans van Houwelingen – sologitaar
    Nico Ouwerkerk – slaggitaar
    Piet van Rijthoven – drums/piano
    Hans-Willem van der Kuyl – bas/saxofoon
Laatste periode    Cor Vierboom – drums (tijdelijk)

De belangrijkste bron hiervoor is een terugblik van Hans van Houwelingen zelf, gepubliceerd in De Oud-Rotterdammer onder de rubriek Beat aan de Maas.

The Driftin’ Fellows zijn daarmee een mooi voorbeeld van de vele Rotterdamse groepen die vóór en tijdens de grote beatexplosie van 1964-1966 in zaaltjes, sociëteiten en dansgelegenheden actief waren. Hun verhaal is bovendien bijzonder omdat we dankzij Van Houwelingen vrij precies weten waar ze repeteerden, wie er in de band zaten en waar ze optraden.

The Tremble Tones  

.The Tremble Tones

The Tremble Tones ontstonden in het begin van de jaren zestig en waren vooral actief in de regio Rotterdam, Vlaardingen en Schiedam. In de beginperiode waren ze behoorlijk populair bij het dansende jongerenpubliek. Hun repertoire bestond voornamelijk uit instrumentale en vocale nummers van The Shadows en The Everly Brothers.

De groep past daarmee mooi in de overgang van de vroege rock-'n-roll naar de Nederlandse beatmuziek. In de eerste jaren was de invloed van The Shadows heel duidelijk: veel gitaarwerk, melodieuze instrumentale nummers en een stevig ritme waarop in zalen en jeugdclubs werd gedanst.

Bezetting

Een van de belangrijkste gitaristen was Ludwig Smit, een Rotterdammer. Hij kwam bij de groep nadat Ed Boender wegens zijn militaire dienst moest vertrekken. De bezetting bestond verder uit:

Ludwig Smit – sologitaar
Arnold Streng – basgitaar
Martin Steenhoven – slaggitaar
Gerrit van de Most – drums

Later keerde Ed Boender terug. Ook werd Hans Calpa als organist aangetrokken. Daardoor groeide The Tremble Tones uit tot een zesmansformatie met twee sologitaristen.

Veel optredens

The Tremble Tones waren volgens de beschikbare herinneringen bepaald geen band die alleen in één plaats speelde. Ze traden door de hele regio en ook daarbuiten op. Rock-'n-roll was in die jaren enorm populair en bij de optredens werd volop gedanst.

Dat maakt de groep interessant voor de geschiedenis van de Rotterdamse muziekscene: de band zat precies in het circuit van lokale danszalen, jeugdclubs en beatoptredens dat in de eerste helft van de jaren zestig snel groter werd.

Einde rond 1965

Toen vanaf ongeveer 1964-1965 de beatmuziek volledig doorbrak, veranderde ook de muzikale smaak. The Tremble Tones kregen te maken met die nieuwe ontwikkeling. Sommige leden wilden met de nieuwe beatmuziek meegaan, maar uiteindelijk werd besloten de groep in 1965 op te heffen.

Daarmee behoort The Tremble Tones tot de vele regionale groepen die de belangrijke overgang meemaakten van rock-'n-roll en Shadows-achtige instrumentale muziek naar de Rotterdamse beat.

Een interessante kanttekening

Er lijkt nogal eens verwarring te bestaan tussen The Tremble Tones, The Tremors en The Trembling Five. Dat waren niet dezelfde groepen. Vooral The Tremors waren een andere Rotterdamse band, die bijvoorbeeld in de Tudorbar aan de Nieuwe Binnenweg een belangrijke rol speelde.

The Tremble Tones zijn dus vooral te plaatsen als een Vlaardingen/Schiedam-Rotterdamse regionale band, met Rotterdammer Ludwig Smit als een belangrijk lid.

Heaven and Hell

Heaven and Hell – Rotterdam

Volgens de beschikbare historische beschrijving werd Heaven and Hell aan het eind van de jaren zestig opgericht. De groep onderscheidde zich van veel Rotterdamse beatgroepen doordat zij zich nadrukkelijk richtte op rockmuziek. De band bestond bovendien uit een relatief grote bezetting van zes muzikanten.

De bekende bezetting was:

Paul van den Vijver – sologitaar en zang
Peter Diepstraten – slaggitaar
René van den Eijk – basgitaar
Joop Regoord – drums
Aad Noordhoek – zang
Rob Ferwerda – slaggitaar
Een behoorlijk stevige band

Heaven and Hell speelde volgens de overlevering uitsluitend rockmuziek. Dat is interessant, want rond 1968/69 veranderde de Rotterdamse muziekscene snel. De klassieke beat maakte steeds meer plaats voor hardere rock, bluesrock en psychedelische invloeden.

De band was bovendien berucht genoeg om tijdens een van de eerste optredens problemen te veroorzaken. Het eerste optreden vond plaats in sociëteit Onesimus in Kralingen, een sociëteit die verbonden was aan een kerk. Volgens drummer Joop Regoord werd het optreden voortijdig beëindigd omdat men de muziek te heftig vond.

Dat zegt wel iets over het muzikale karakter van Heaven and Hell: dit was duidelijk geen rustig dansorkest.

Schoolfeesten en Rotterdamse podia

Na het optreden in Kralingen speelde Heaven and Hell veel op schoolfeesten en andere evenementen in Rotterdam en omgeving. De groep stond ook een keer op een manifestatie op het Doelenplein.

De band bleef ongeveer drie jaar actief en trad in wisselende samenstellingen op.

Een belangrijke wisseling

Een interessante naam in de geschiedenis van Heaven and Hell is Onno Holkers. Hij kwam bij de band nadat zanger Aad Noordhoek was vervangen. Holkers was afkomstig uit de Rotterdamse groep Eastern Jam, die je eerder ook hebt genoemd.

Daarmee is Heaven and Hell dus ook verbonden met het netwerk van andere Rotterdamse sixtiesbands.

Joop Regoord

Drummer Joop Regoord is waarschijnlijk een van de belangrijkste bronnen voor de geschiedenis van de groep. Hij kwam in 1970 bij Heaven and Hell, nadat hij zijn dienstplicht had vervuld. Daarvoor had hij in Heavy Duty gespeeld.

Na het uiteenvallen van Heaven and Hell speelde Regoord verder in onder andere Beautiful Garden en Kolibrie. Later ontstond Windmill, een heel ander soort band, die zich meer richtte op amusementsmuziek en feestavonden. Windmill begeleidde in de jaren zeventig onder andere de toen nog niet landelijk doorgebroken Lee Towers.

Het einde van Heaven and Hell

Na de komst van Onno Holkers hield Heaven and Hell er relatief snel mee op. Daarmee was de groep maar enkele jaren actief, maar ze hoort wel bij de overgang van de Rotterdamse beatperiode naar de zwaardere rock aan het einde van de jaren zestig.

Kort samengevat: Heaven and Hell was geen typische Shadows-/beatgroep, maar een Rotterdamse rockformatie die juist in de periode 1968–1971 aansluiting zocht bij de steeds steviger wordende rockmuziek. Hun optreden in sociëteit Onesimus is een mooi voorbeeld van hoe vernieuwend en soms zelfs confronterend die muziek toen kon zijn.

The Scouts  

The Scouts uit Rotterdam-Zuid

The Scouts kwamen uit Rotterdam-Zuid en bestonden uit tieners die allemaal in Bloemwijk woonden. De groep was actief in de eerste helft van de jaren zestig, in de periode waarin de Rotterdamse beatcultuur snel opkwam. Een belangrijke bron is Beat aan de Maas, waarin bassist Louis de Frel terugblikt op de groep.

De bezetting die daar wordt genoemd was:

Louis de Frel – basgitaar
Joop Leeflang – sologitaar
Jan Izelaar – slaggitaar
Aad Schouten – drums
John Borghout – zang

Bij de beginperiode hoorde ook Peter van Toorn. Hij verliet The Scouts echter al vrij snel om zijn eigen band te beginnen: The Raves, eveneens een Rotterdamse beatgroep.

Repertoire

In 1963 was de grote Britse beatexplosie nog maar net begonnen. The Scouts speelden daarom vooral de populaire rock-'n-roll en pophits van dat moment. In de historische beschrijving worden onder andere Ricky Nelson, Paul Anka en Chuck Berry genoemd.

Dat maakt The Scouts interessant: ze behoorden tot die generatie Rotterdamse jongeren die vanuit rock-'n-roll en Amerikaanse popmuziek overstapten naar de nieuwe beatmuziek.

Rotterdam-Zuid als voedingsbodem

De groep past heel mooi in het verhaal van de Rotterdamse beatcultuur van begin jaren zestig. In buurten als Bloemwijk ontstonden verschillende groepjes die elkaar bovendien kenden en beïnvloedden. Het vertrek van Peter van Toorn naar The Raves is daar een mooi voorbeeld van.

Later werden The Scouts ook genoemd bij de nostalgische Beat aan de Maas-bijeenkomsten, samen met andere Rotterdamse namen als The Next, The Dangers, The Main Team en The Rocking Thunders.

Niet verwarren met andere The Scouts

Er is hier wel een belangrijk punt van voorzichtigheid. Er waren in de jaren zestig meerdere Nederlandse bands met de naam The Scouts. Zo bestond er ook een bekende groep uit Spanbroek/West-Friesland, met vier broers Zuurbier. Die groep had zelfs een single, I Wonder Why, en is dus een geheel andere band.

Ook bestond er een The Scouts uit Beverwijk, die in 1965 voortkwam uit The Squadrons.

De Rotterdamse The Scouts zijn dus de groep met Louis de Frel, Joop Leeflang, Jan Izelaar, Aad Schouten en John Borghout.

The Sharks  

The Sharks – Rotterdam

De groep begon oorspronkelijk onder de naam The Rocking Four. Begin jaren zestig traden ze veel op in Rotterdam-Zuid en omgeving en wisten ze daar een behoorlijke populariteit op te bouwen. Toen de groep later de mogelijkheid kreeg om in Duitsland te gaan werken, veranderden ze hun naam in The Sharks.

De bezetting van The Sharks bestond uit:

Dick Mudde – sologitaar
Ton Schmeitz – slaggitaar
Henny Kanselaar – basgitaar
Henk Kuipers – drums

Een eerdere bassist was Simon Pols; hij verliet de groep voordat het Duitse avontuur begon.

Duitsland

Een belangrijk moment kwam rond 1965. Via Karl Inoks, een neef van Dick Mudde en destijds een bekende danser, kwamen contacten met Duitse organisatoren tot stand. The Sharks kregen vervolgens maandcontracten en gingen als beroepsmuzikanten in Duitsland werken.

Ze speelden aanvankelijk vooral in de omgeving van Keulen, maar werden ook gevraagd voor grotere festivals en evenementen in Duitsland en Zwitserland. Een bijzonder optreden was in de Beethovenhalle in Bonn, waar duizenden mensen aanwezig waren.

Plaat voor Polydor

Het succes in Duitsland leidde zelfs tot contact met Polydor in Keulen. De groep nam daar een single op:

“Hey, Komm in den Club”
met op de B-kant “Baby Kiss Kiss”.

Het nummer was een cover van een song van The Dave Clark Five en kwam volgens de beschikbare historische bron in de Top 10 van Radio Luxemburg terecht.

Daarna werd The Sharks ook gevraagd voor studiowerk. Ze werkten onder andere mee aan producties met Roy Black, Liane Govi en het Günter Kallmann Koor. Met Roy Black traden ze bovendien live op.

Einde van de groep

Aan het succes kwam uiteindelijk een einde toen Henk Kuipers en Dick Mudde in militaire dienst moesten. Daarmee hield de oorspronkelijke groep op te bestaan.

Er kwam later nog een soort vervolg: in oktober 2001 kwamen voormalige leden, aangevuld met andere muzikanten, bijeen voor een reünieconcert in Ahoy Rotterdam.

Plaats in de Rotterdamse beatgeschiedenis

The Sharks horen duidelijk thuis in de lange lijst Rotterdamse sixtiesbands. Een overzicht van de Rotterdamse beatgeschiedenis noemt The Sharks naast groepen als The Atlantics, The Tremors, The Mad Jumpers, The Candles, The Rocking Thunders, The Mystery's, The Raves en vele andere Rotterdamse groepen.

Bijzonder aan The Sharks is dus vooral dat ze de stap maakten van een plaatselijke Rotterdamse beatgroep naar een professionele band die in Duitsland werkte, platen opnam voor Polydor en zelfs op grote podia stond.

The Diamond Strings 

Ja, The Diamond Strings is inderdaad een Rotterdamse groep die al vóór de grote beat-explosie actief was. Ik heb een interessante bron gevonden die vrij veel details over de groep geeft.

The Diamond Strings – Rotterdam/Charlois

The Diamond Strings werd in 1959 opgericht in Charlois, op Rotterdam-Zuid. Daarmee behoorde de groep tot de vroege Rotterdamse gitaar- en dansorkesten die de overgang meemaakten van de jaren-50-rock-'n-roll naar de beatmuziek van de jaren zestig.

De oorspronkelijke bezetting was:

Piet Breukhoven – basgitaar
Jan van Bokkum – drums
Theo Wols – slaggitaar en zang
Jan Gelok – sologitaar en zang

De gitaristen hadden les gehad van Luut Buysman, gitarist en zanger van het bekende Rotterdamse gezelschap De Kilima Hawaiians. Dat is een mooi detail, want het laat zien hoe de Rotterdamse muziekscene van vóór de beatgeneratie rechtstreeks doorliep in deze nieuwe gitaarbands.

Optredens op Rotterdam-Zuid

The Diamond Strings speelden vooral op dansavonden en verenigingsfeesten. Tot hun podia behoorden onder andere:

Gebouw Zuid
het buurthuis in Pendrecht
het Carnissehuis
scholen
kerken
verenigingszalen

Vrijwel ieder weekend was er wel een optreden. Dansen was daarbij minstens zo belangrijk als het luisteren naar de band.

Begin jaren zestig waren ze bovendien vaste deelnemer aan het jaarlijkse muziekfeest in De Spil aan de Dordtsestraatweg, waar meerdere Rotterdamse beat- en gitaarbandjes optraden.

De komst van Ria van der Ster

Een belangrijke verandering kwam in 1964, toen Ria van der Ster als zangeres bij de groep kwam.

Dat viel precies samen met de enorme veranderingen in de popmuziek. The Beatles waren inmiddels overal te horen en de Rotterdamse bands moesten hun repertoire aanpassen. Volgens Van der Ster speelden The Diamond Strings wel Beatles-nummers, maar vonden ze de muziek van The Rolling Stones eigenlijk wat te ruig.

Met Ria van der Ster gingen ze onder meer nummers zingen van:

Petula Clark
Lucille Starr
andere actuele hits uit de hitparade

De band speelde volgens haar eigenlijk "alles wat in de hitparade stond".

Een opvallende fanclub

The Diamond Strings waren bepaald geen onbeduidend buurtbandje. Ze hadden op een gegeven moment een fanclub met meer dan 300 leden, compleet met een bestuur en een eigen fanclubblad.

Hun repetitieruimte bevond zich onder het podium van het Carnissehuis. Dat geeft een prachtig beeld van hoe de Rotterdamse beatcultuur in die jaren georganiseerd was: overdag repeteren in een wijkgebouw en 's avonds of in het weekend optreden voor een zaal vol jongeren.

Talentenjacht

Een van de hoogtepunten was het winnen van een trofee tijdens een talentenjacht van het Dordts Dagblad.

Daarna hoopte de groep op een platencontract. Er werden volgens Ria van der Ster allerlei mooie beloften gedaan over platenaanbiedingen, maar uiteindelijk kwam daar niets van terecht.

Dat verklaart waarschijnlijk ook waarom The Diamond Strings tegenwoordig veel minder bekend zijn dan sommige andere Rotterdamse zestigerjarenbands: ze hadden wel een behoorlijke regionale populariteit, maar geen bekende plaatuitgave die hun naam voor het nageslacht heeft vastgelegd.

Een mooi verhaal over een optreden in het Westland

In 1964 stond er een optreden in het Westland gepland. De band had daarvoor speciaal een busje gehuurd.

Maar Ria's vader vond het optreden te ver weg en was bang dat het voor zijn dochter te laat zou worden. Hij gaf haar aanvankelijk geen toestemming om mee te gaan.

Twee bandleden gingen vervolgens bij haar vader langs en beloofden dat ze goed op Ria zouden passen en haar na afloop veilig thuis zouden brengen. Vader ging uiteindelijk akkoord.

Na het optreden werd Ria inderdaad midden in de nacht veilig thuisgebracht.

Waarom The Diamond Strings interessant zijn

Voor de geschiedenis van de Rotterdamse sixties vind ik The Diamond Strings juist een heel interessante groep. Ze vormen een soort schakel tussen:

dansorkest/gitaargroep uit de jaren 50 → rock-'n-roll → vroege beat → hitparademuziek van de jaren 60.

Ze kwamen bovendien uit Charlois, en hun verhaal speelt zich grotendeels af op Rotterdam-Zuid. Daarmee geven ze een goed beeld van de enorme hoeveelheid lokale bands die in de jaren zestig in Rotterdam actief waren, maar waarvan tegenwoordig nauwelijks nog iets bekend is.

Bezetting die we nu met zekerheid hebben:

Periode    Naam    Instrument
vanaf 1959    Piet Breukhoven    basgitaar
vanaf 1959    Jan van Bokkum    drums
vanaf 1959    Theo Wols    slaggitaar, zang
vanaf 1959    Jan Gelok    sologitaar, zang
vanaf 1964    Ria van der Ster    zang

De bron noemt Ria van der Ster als zangeres gedurende ongeveer anderhalf jaar.

Er is overigens een belangrijke naamverwarring: er bestond óók een The Diamond Strings uit Leerdam/Culemborg, met onder andere Henk Bickes en Louis Diamond. Die groep is dus niet dezelfde Rotterdamse band.

Formation  

Formation – Rotterdam

De groep stond in 1969 voor het eerst op het podium onder de naam Diversion. De oorspronkelijke bezetting bestond uit:

Jan Aardoom – basgitaar
David de Jong – solo- en slaggitaar
Ron Breedveld – zang
Anja Ermen – zang
Peter Zonnevijlle – drums

Het eerste optreden vond plaats in sociëteit Het Bosje aan de Noordsingel in Rotterdam. Volgens drummer Peter Zonnevijlle kreeg de groep al snel een grote aanhang.

Van Diversion naar Formation

Manager Hendriks adviseerde de groep om een toetsenist toe te voegen. Dat werd Tino van Anraad. Vervolgens kwam ook Joop Leeflang als sologitarist bij de band.

De groep ontwikkelde zich steeds meer richting soulmuziek. Eind 1969 won Diversion een talentenjacht in Ridderkerk, wat zelfs resulteerde in een contract bij Polydor. Een plaatopname kwam er echter uiteindelijk niet.

Daarna vertrok zanger Ron Breedveld en werd hij vervangen door John Rober, die eerder bij That Soul Formation had gezongen. Rober en Anja Ermen vormden vervolgens het vocale hart van de groep.

In deze periode werd de naam Diversion veranderd in Formation.

Repertoire

Formation ging zich nadrukkelijk richten op Amerikaanse soul. Op het repertoire stonden onder meer nummers van:

Otis Redding
Wilson Pickett
andere grote Amerikaanse soulartiesten

Daarnaast kon zangeres Anja Ermen ook nummers van Shocking Blue uitstekend vertolken.

Een behoorlijk professionele band

Formation was voor een Rotterdamse club-/soulband opvallend professioneel georganiseerd. De groep beschikte over:

een eigen technicus voor licht en geluid
twee bussen met chauffeurs
een grote geluidsinstallatie
een uitgebreide PA
een indrukwekkende wand van London City-versterkers

Volgens Zonnevijlle behoorde Formation daarmee tot de weinige groepen die zo'n grote productie achter zich hadden staan.

De band trad niet alleen in Rotterdam op. Ze gingen ook naar België en Luxemburg en stonden op grote evenementen. Een opmerkelijk optreden was een personeelsfeest van C. Jamin, waar Formation de hoofdact was. In het voorprogramma stonden onder andere The Tee Set en Saskia & Serge. Ook speelde Formation samen met Big Wheel en de Engelse groep The Fortunes.

Een flinke tegenslag

De groep kreeg ook een zware klap toen bij een inbraak in dansschool Jansen aan de Vijverhofstraat instrumenten en apparatuur werden gestolen. Dankzij het huren van vervangende apparatuur bij muziekhandel Saris en hulp van manager Bob van Vliet kon Formation toch verder.

Het einde

In april 1971 verliet toetsenist Tino van Anraad de groep. Dat luidde het begin van het einde in. In 1972 hield Formation definitief op te bestaan.

De muzikanten gingen vervolgens verschillende kanten op:

John Rober → The Machine
Anja Ermen → Flash
Peter Zonnevijlle → Ebonnies & Connection en later Surface
Joop Leeflang → De BTW'ers en Mustang
Tino van Anraad, John Rober en Peter Zonnevijlle kwamen jaren later opnieuw samen in Double D.

Double D bracht uiteindelijk twee singles uit op het Dureco-label.

Bijzonder detail: Formation had volgens de beschikbare bron een fanclub van meer dan duizend leden. Dat geeft wel aan dat dit geen onbekend hobbybandje was, maar een groep die in het Rotterdamse uitgaanscircuit daadwerkelijk een behoorlijke populariteit had.

The Trifids  

The Trifids – de beginjaren

De oorsprong ligt rond 1961, toen twee jonge Schiedamse gitaristen, Kees van der Kraan en Johan van Krogten, samen begonnen te spelen. Hun eerste groep heette The Rapids. Ze speelden aanvankelijk vooral instrumentale gitaarmuziek van The Shadows.

Toen de beatmuziek begin jaren zestig doorbrak, veranderden ze hun naam in The Trifids. De groep werd uitgebreid met:

Kees van der Kraan – slaggitaar
Johan van Krogten – basgitaar
Phil Eschbach – zang
Barend van den Bor – toetsen
Wim de Ruiter – drums

De muzikanten waren nog bijzonder jong; Van Krogten vertelde later dat ze ongeveer zestien jaar oud waren toen ze al optraden.

Optredens in Rotterdam

The Trifids waren beslist niet alleen een Schiedamse band. Ze traden op in Schiedam, Rotterdam, Maassluis en Hoogvliet, onder andere in jeugdsociëteiten. Hun repertoire bestond uit covers van de grote beatbands van die tijd, waaronder The Beatles, The Kinks en The Animals.

Halverwege de jaren zestig hadden ze zelfs een eigen fanclub. Voor de fans werd iedere maand een fanavond georganiseerd in Musis Sacrum in Schiedam. Dat geeft aan dat The Trifids in de lokale beatwereld behoorlijk bekend waren.

De EP uit 1966

Een bijzonder hoofdstuk is de plaat die de groep in 1966 opnam.

The Trifids gingen naar de Siegro Studio in Rotterdam om daar een EP met vier nummers op te nemen. De plaat werd niet door een grote platenmaatschappij uitgebracht, maar in eigen beheer.

De vader van toetsenist Barend van den Bor trad op als sponsor. Er werden ongeveer 500 exemplaren geperst. De verkoop viel destijds echter behoorlijk tegen. Achteraf werd de EP juist interessant voor verzamelaars; Van Krogten vertelde dat hij hoorde dat er later bedragen van ongeveer duizend gulden voor een exemplaar werden geboden.

Dat maakt deze EP tegenwoordig een interessant stukje geschiedenis van de Rotterdamse/Schiedamse beatcultuur.

Daarna: opnieuw The Trifids

Na het verschijnen van de EP leek de oorspronkelijke groep uit elkaar te vallen. Kees van der Kraan en Johan van Krogten kwamen vervolgens terecht bij The Zorro's, een beatband uit Maassluis.

De naam The Zorro's verdween uiteindelijk en de muzikanten haalden de naam The Trifids weer tevoorschijn. De nieuwe bezetting bestond onder andere uit:

Johan van Krogten
Kees van der Kraan
Bertus van der Linden – drums
Wim van der End – bas
Henk Koudijzer – slaggitaar

Daarna volgden verschillende bezettingswisselingen. Ook zangeressen kwamen bij de groep, onder anderen Sylvia van Asten en Joke Schaper.

Begeleidingsband voor Patricia Paay

Een van de interessantste feiten over de latere Trifids is dat ze ook Patricia Paay begeleidden. Ze speelden met haar onder andere in De Doelen in Rotterdam.

Dat is een mooie aanwijzing dat de groep zich inmiddels verder had ontwikkeld dan alleen een plaatselijk tienerbandje. Ze konden ook als begeleidingsband voor professionele artiesten functioneren.

Er was zelfs een optreden waarbij ook Ria Valk zou worden begeleid. Volgens Van Krogten ontstond daar een komisch conflict over de begeleidende organist, waarna uiteindelijk een oplossing werd gevonden.

Einde van de band

The Trifids bleven uiteindelijk tot 1973 bestaan. Door het ouder worden van de muzikanten, huwelijken en andere levenskeuzes viel de groep definitief uiteen. In 1984 kwam er nog een reünieconcert in De Ark in Maassluis.

Een interessante naamsverwarring

Er zijn overigens meerdere groepen met bijna dezelfde naam.

De The Trifids uit Schiedam/Maassluis waar jij naar vraagt, zijn niet dezelfde groep als de bekende Australische alternatieve rockband The Triffids, die pas eind jaren zeventig in Perth werd opgericht.

Ook bestond er in de jaren zestig een The Triffits uit Ridderkerk, actief ongeveer 1963–1965. Die groep is dus eveneens een andere formatie.

Kort samengevat: The Trifids waren een jonge Schiedamse beatgroep die een duidelijke plaats innam in het Rotterdamse en Waterwegse beatcircuit. Ze begonnen met Shadows-instrumentals, schakelden over op Beatles/Kinks/Animals-beat, kregen een fanclub, maakten in 1966 een eigen EP in een Rotterdamse studio en ontwikkelden zich later tot een begeleidingsband voor onder anderen Patricia Paay.

The Danger Sect  

The Danger Sect

The Danger Sect werd in 1967 in Schiedam opgericht en was een vijfmans beatband die vooral actief was in Schiedam, Rotterdam en omgeving. De groep heeft maar kort bestaan: ongeveer een jaar, van 1967 tot mei 1968.

De eerste bezetting bestond uit:

Ben Bouwman – sologitaar
Aad Schenk – slaggitaar
Bauke Groeneveld – basgitaar
Rini Eijsberg – drums
Dick Schruijer – zang

Toen bassist Bauke Groeneveld aan het einde van de zomer van 1967 vertrok, werd hij vervangen door Albert Weterings.

Repertoire

The Danger Sect begon met nummers van onder andere:

The Shadows
The Outsiders
Wilson Pickett
later ook The Rolling Stones
The Spencer Davis Group

Daarmee schoof de groep van instrumentale beat richting de stevigere rhythm-and-blues en soul die in 1967 populair werd.

Rotterdamse optredens

Hoewel de groep uit Schiedam kwam, was Rotterdam een belangrijk onderdeel van hun werkgebied. Ze traden onder andere op in:

Sociëteit Levenslust in Overschie en de AMVV-schipperssociëteit in een gebouw bij de voormalige Veemarkt in Rotterdam. Ook organiseerde de groep fanavonden in zaal Tivoli in Schiedam.

Een mooi verhaal gaat over een optreden in Sarto aan het Afrikaanderplein. De zaal stond bekend als een plek waar vooral Elvis-fans kwamen. De jongens van The Danger Sect waren daarom behoorlijk zenuwachtig. Hun oplossing was nogal origineel: bij vrijwel ieder Stones- of Spencer Davis-nummer kondigden ze aan dat het een nummer van Elvis Presley was. Het publiek reageerde enthousiast en de groep werd daarna opnieuw geboekt.

Tivoli en Martin Green

Een belangrijk optreden vond plaats op Tweede Kerstdag 1967 bij de Green's R&B Society in Tivoli in Schiedam. Organisator Martin Green haalde daar bekende Nederlandse en buitenlandse acts naar toe. The Danger Sect stond daar tussen namen als John Mayall and the Bluesbreakers, The Flower Pot Men en Cuby and the Blizzards.

Dat geeft wel aan dat The Danger Sect voor een betrekkelijk jonge en kort bestaande band behoorlijk goed bezig was.

Het einde

In de eerste maanden van 1968 trad de band zeer regelmatig op. Uit de plakboeken van Albert Weterings bleek later dat ze in totaal ongeveer veertig optredens hebben gedaan. Op één dag moesten ze zelfs drie keer verkassen van de ene zaal naar de andere.

Het vele optreden werd uiteindelijk juist een probleem. Volgens Weterings ging de band eigenlijk ten onder aan het succes: de leden trokken zo veel met elkaar op dat dit uiteindelijk te zwaar werd.

Het laatste optreden vond plaats op 6 mei 1968 in Sarto. Daarna viel The Danger Sect uiteen. In 1969 werd nog geprobeerd de groep opnieuw op te starten, maar dat leverde slechts één optreden op de vliegbasis Ypenburg op..

The Mixers  

The Mixers – Rotterdam

The Mixers kwamen voort uit The Sabres, een kwartet dat eind jaren vijftig was ontstaan binnen de KAJ (Katholieke Arbeiders Jeugd) in Crooswijk. In 1960 besloten enkele muzikanten uit The Sabres een nieuwe groep te beginnen. Die kreeg de naam The Mixers.

De bezetting die in de bronnen wordt genoemd was:

Nico Ermers – basgitaar
Harry Verkaart – gitaar
Harry van Grinsven – piano en vibrafoon
Michel van Grinsven – drums
Ada van Grinsven-Witkamp – zang

Het was dus geen typische harde beatgroep zoals sommige latere Rotterdamse bands, maar eerder een dans- en amusementsorkest dat met de nieuwe tijd meeging. Hun repertoire en optredens bewogen zich tussen dansmuziek en de populaire muziek van de vroege jaren zestig.

Veel optredens in Rotterdam

The Mixers waren vooral actief in het Rotterdamse dans- en verenigingscircuit. Ze speelden onder andere in dansscholen als Wuyster en Meyer et Fils. Ook waren ze te horen tijdens soosavonden van Monsieur Jaques, Soos Noord en in sociëteit Het Bosje in café-restaurant Engels.

Een bijzondere plek was het Palace, waar The Mixers na toneelvoorstellingen voor de muzikale omlijsting zorgden. Palace was in die periode een belangrijke uitgaansgelegenheid in Rotterdam en kon grote aantallen bezoekers ontvangen. Ook andere bekende orkesten traden daar op.

Daarnaast verzorgden ze personeelsavonden voor grote bedrijven, waaronder DuPont in Dordrecht en het Rotterdamse sleepbotenbedrijf Smit.

Hotel Atlanta

Een mooie aanwijzing voor het niveau waarop The Mixers opereerden is hun optreden in hotel-restaurant Atlanta in Rotterdam. Ze mochten daar spelen op de dinsdagavond, de vrije avond van het vaste beroepsorkest.

Voor een amateurband was dat volgens Harry van Grinsven een bijzondere ervaring. Atlanta was bovendien een druk bezochte gelegenheid, mede omdat dinsdag de dag van de Rotterdamse veemarkt was.

Zangeres Ada

Een interessant verhaal betreft Ada van Grinsven-Witkamp. Zij was niet alleen zangeres van The Mixers, maar werd begin jaren zestig gevraagd om te zingen in het vaste orkest van Atlanta.

Dat gebeurde via Theo Moens, die een belangrijke naam was in het Rotterdamse uitgaansleven en verbonden was geweest aan het legendarische Pschorr aan de Coolsingel. Ada deed het werk met zoveel succes dat zij zelfs werd gevraagd om met het orkest mee naar Duitsland te gaan. Ze koos echter voor haar gezin en ging niet mee.

Einde van de groep

The Mixers hielden het ongeveer zeven jaar vol. Rond 1967 kwam er een einde aan de groep. De belangrijkste reden was heel herkenbaar voor veel amateurbands uit die periode: de muzikanten hadden allemaal een baan en het werd steeds moeilijker om werk en optredens te combineren.

Er was uiteindelijk nog één bijzondere reünie. In 1979, tijdens de vijftigste verjaardag van Harry van Grinsven, kwamen de voormalige Mixers nog eenmaal bij elkaar.

Kort samengevat: The Mixers waren een typisch voorbeeld van de overgang van het Rotterdamse naoorlogse dansorkest naar de nieuwe muziekcultuur van de jaren zestig. Ze waren actief op dansscholen, in sociëteiten, restaurants en bedrijfsevenementen en vormden daarmee een belangrijk onderdeel van het Rotterdamse uitgaansleven vóór de grote explosie van de beatmuziek.

The Flaschers  

The Flaschers – Rotterdam, jaren 60

The Flaschers werden in 1964 opgericht door vier jongens uit de Zegenstraat in Charlois:

Henk Madern – slaggitaar
Cees Oudenaarde – drums
Hans Gouw – basgitaar
Jan-Willem van der Linden – sologitaar

In de beginperiode maakte ook Herman Boshoven deel uit van de groep als zanger.

Waarom heetten ze The Flaschers?

Een leuk detail is dat de naam eigenlijk een vergissing was. De jongens wilden zich The Flashers noemen. Toen de visitekaartjes echter werden gedrukt, stond er The Flaschers, met een c.

Cees Oudenaarde vertelde later dat hij vermoedde dat de drukker Duitse ouders had. Omdat de kaartjes eenmaal gedrukt waren, besloten ze de naam maar te houden. Zo ontstond de nogal bijzondere naam The Flaschers.

Hun muziek

Aanvankelijk speelde de groep vooral instrumentale gitaarnummers, zoals bij veel Rotterdamse groepen in het begin van de jaren zestig. De invloed van The Shadows en de instrumentale gitaargroepen uit die periode was duidelijk aanwezig.

Al snel schakelden ze echter over op de populaire beatmuziek. Op het repertoire stonden onder andere:

Wooly Bully
Hello Josephine
later nummers van The Kinks
The Rolling Stones
The Animals

Daarmee maakte de groep de typische ontwikkeling door van een instrumentale gitaargroep naar een echte Rotterdamse beatband.

Optredens in Rotterdam-Zuid

The Flaschers waren vooral actief in Rotterdam-Zuid en omgeving. Een van hun vaste plekken was sociëteit Timotheus van de CJV aan de Boergoensestraat.

Hun eerste optreden vond volgens drummer Cees Oudenaarde plaats in een kerkzaal, vermoedelijk de Bavo-kerk aan de Slinge.

Een mooi, typisch jaren-zestigverhaal komt uit een optreden in Timotheus. Tijdens het spelen vloog een bekken van het drumstel van Oudenaarde de zaal in en kwam boven op het hoofd van een bezoeker terecht. Gelukkig liep het goed af.

Bijzondere geluidsinstallatie

The Flaschers beschikten voor die tijd over opvallend goede geluidsapparatuur. Dat was grotendeels te danken aan hun geluidsman Rob van Belle.

Van Belle was technisch zeer handig en bouwde zelf versterkers en luidsprekerboxen. Daardoor kon The Flaschers qua geluid concurreren met andere Rotterdamse groepen. De apparatuur droeg alleen geen bekend merk: het waren zelfgebouwde installaties. Van Belle werd later ook manager van de band.

Van The Flaschers naar Outcast

Een belangrijke verandering kwam toen zanger Herman Boshoven vertrok. Hij werd vervangen door Leen den Bak, die sologitaar speelde en ook zong.

De muzikale koers veranderde tegelijkertijd. De wat oudere nummers verdwenen en de groep ging zich sterker richten op de nieuwe beatmuziek.

Daarbij veranderde ook de naam:

The Flaschers → Outcast

Als Outcast speelden ze onder meer nummers van The Kinks, The Rolling Stones en The Animals.

Repetitieruimte op Heyplaat

De groep repeteerde later op Heyplaat, in een kantine van een scheepswerf. Een vader van een van de bandleden werkte daar en wist de ruimte voor de jongens te regelen.

Ze beschikten zelfs over een eigen bestelbusje. Dat hadden ze voor ongeveer 100 gulden gekocht en daarmee reden ze naar de repetities en optredens.

Later stonden ze onder andere op het podium van de bekende Togo-club aan de Tidemanstraat en in zalen op de Zuid-Hollandse eilanden.

Einde van de band

The Flaschers/Outcast hielden het uiteindelijk ongeveer drie jaar vol. Rond 1967 kwam er een einde aan het avontuur.

Een belangrijke reden was de dienstplicht. Cees Oudenaarde moest in militaire dienst en later ook Leen den Bak. Daarnaast kregen verschillende bandleden verkeringen. Het was steeds moeilijker om ieder weekend op pad te gaan om op te treden.

Interessant is dat Cees Oudenaarde later nog steeds actief bleef in de muziek. Hij speelde in Alian, een band die zich richtte op covers uit de jaren zestig.

Plaats in de Rotterdamse beatgeschiedenis

The Flaschers horen bij de enorme groep Rotterdamse beatbands die in de jaren 60 ontstonden. Rotterdam had veel meer beatgroepen dan tegenwoordig vaak wordt beseft. Een overzicht van de Rotterdamse scene noemt naast The Flaschers bijvoorbeeld The Raves, The Dukes, The Mystery's, The Next, The Mega's, The Common Four en tientallen andere groepen.

Kort samengevat:

Jaar/periode    Gebeurtenis
1964    Oprichting The Flaschers in Charlois
Beginperiode    Henk Madern, Cees Oudenaarde, Hans Gouw en Jan-Willem van der Linden
Beginperiode    Herman Boshoven als zanger
Midden jaren 60    Instrumentale nummers → beatmuziek
Later    Leen den Bak komt erbij
Later    Naam verandert in Outcast
1967    Band stopt

Wat The Flaschers extra interessant maakt, is dat we hier niet alleen de namen van de muzikanten, maar ook een behoorlijk goed beeld hebben van hun repetitieruimtes, optredens, apparatuur, repertoire en de overgang naar Outcast. Dat maakt het een mooie vertegenwoordiger van de Rotterdamse beatcultuur van de jaren zestig.

The Lonely Boys  

The Lonely Boys – de beginjaren

The Lonely Boys ontstonden aan het einde van de jaren vijftig. Het waren jonge jongens uit Oud-Beijerland die na schooltijd samenkwamen om de populaire gitaarmuziek van die tijd na te spelen. De naam The Lonely Boys werd al vroeg gekozen.

De initiatiefnemers waren:

Ronald (Ron) de Vries – sologitaar
Harrie Leeuwestein – basgitaar
Jaap Lips – basgitaar
Jan Albag – drums
Wim Bos – zang

Al vrij snel vertrok drummer Jan Albag en werd hij opgevolgd door Rens Hoogvliet.

Een mooi detail uit de beginperiode is dat er bij Ron de Vries thuis vrijwel iedere dag werd gerepeteerd. Zijn moeder had daar zelfs een speciale kamer voor ingericht. De geluidsinstallatie stelde aanvankelijk weinig voor: een radioversterker, waarop de gitaren werden aangesloten.

Muziek

In het begin waren The Lonely Boys vooral een instrumentale gitaarband, helemaal in de traditie van de Nederlandse en Britse gitaarbands.

Later kwam er meer zang in het repertoire. Ze speelden onder andere nummers van:

Elvis Presley
Cliff Richard
Vince Taylor

Daarmee schoof de groep op van het instrumentale Shadows-achtige werk naar de rock-'n-roll en beatmuziek die begin jaren zestig enorm populair werd.

Optredens in Rotterdam en omgeving

Hoewel de groep uit Oud-Beijerland kwam, werd het werkgebied steeds groter. In de beginperiode traden ze veel op in de Hoeksche Waard, onder andere in:

Numansdorp
Puttershoek
Goudswaard

Later kwamen daar optredens bij in Rotterdam, Schiedam, Den Haag en Dordrecht. Daardoor werden ze ook onderdeel van de bredere Rotterdamse beatcultuur.

Ze speelden bovendien regelmatig samen met andere regionale beatgroepen, waaronder The Arrows uit 's-Gravendeel en The Jumping Dynamites uit Ridderkerk. Bij die laatste groep speelde in die periode ook Lee Towers.

Talentenjachten

The Lonely Boys deden ook mee aan verschillende talentenjachten. Ze wonnen bijvoorbeeld de eerste prijs in zaal De Man in Oostvoorne. Daardoor mochten ze deelnemen aan de halve finale van de grote Fender-talentenjacht in Amsterdam.

Daarnaast begeleidden ze bij talentenjachten ook andere zangers en zangeressen. Genoemd worden:

Rebecca van der Wal uit Rockanje
Diny van Engelen uit Oud-Beijerland
Magda Kruijthof uit Strijen

Volgens Ron de Vries hebben ze zelfs een keer met Sandra Reemer op het podium gestaan.

Einde van de groep

The Lonely Boys bestonden ongeveer zes jaar. In 1965 kwam er een einde aan de oorspronkelijke groep.

Toch bleven de herinneringen aan de band sterk. Decennia later werden ze opnieuw bij elkaar gebracht. In 2005 vond een reünie plaats, waarna de muzikanten opnieuw gingen spelen. Ze traden daarna onder andere op tijdens evenementen rond de Cliff Richard & The Shadows-fanclub.

Ook in het Rotterdamse nostalgiecircuit kregen The Lonely Boys een plek. Ze stonden bijvoorbeeld op het programma van Beat aan de Maas, samen met groepen als The Next, The Dangers, The Scouts, The Main Team en The Rocking Thunders.

Een interessante correctie voor jouw Rotterdamse lijst

Voor jouw overzicht van Rotterdamse jaren-60-bands zou ik The Lonely Boys daarom als volgt noteren:

The Lonely Boys
Herkomst: Oud-Beijerland
Actief: ca. eind jaren 50 – 1965
Muziek: instrumentale gitaarmuziek, rock-'n-roll en vroege beat
Bekende bezetting: Ron de Vries, Harrie Leeuwestein, Jaap Lips, Jan Albag, Wim Bos; later Rens Hoogvliet
Werkgebied: Hoeksche Waard, Rotterdam, Schiedam, Dordrecht en omgeving
Bijzonder: finalist/halvefinalist Fender-talentenjacht en later een reünieband.

Er bestaat overigens ook een andere groep met de naam The Lonely Boys, waaronder een Zweedse fictieve jaren-60-band die pas in 1995 werd gecreëerd rond Per Gessle. Die heeft niets met deze Nederlandse groep te maken.

Champagne  

Ja. Er is alleen een belangrijk onderscheid: de bekende Rotterdamse groep Champagne ontstond pas in 1976, dus niet in de jaren 60. De groep kwam wel voort uit muzikanten die in de jaren 60 en vroege jaren 70 al actief waren in de Rotterdamse muziekscene.

Champagne – Rotterdamse popgroep

Champagne bestond uit:

Bert van der Wiel – zang
Paulette Bronkhorst – zang
Trudie Huijsdens (Trudy Schell) – zang
Jan Vredenburg – zang

Het was een opvallende viermansformatie met twee mannen en twee vrouwen. Producer Martin Duiser bracht de vier bij elkaar met het idee een Nederlandse tegenhanger van het immens populaire ABBA te creëren.

De Rotterdamse voorgeschiedenis

Vooral Bert van der Wiel is interessant als je Champagne vanuit de Rotterdamse jaren-60-scene bekijkt. Hij was eerder actief in verschillende Rotterdamse groepen, waaronder Action, Tie Pies en Soul Serenade. Bij Soul Serenade speelde hij in de late jaren 60 een belangrijke rol.

Ook Trudie Schell had een Rotterdamse achtergrond. Zij was onder andere actief bij Flashback, een Rotterdamse groep die vanaf 1970 platen uitbracht.

Dat maakt Champagne dus interessant als schakel tussen de Rotterdamse beat/soulscene van de jaren 60 en de commerciële pop van de jaren 70.

Rock and Roll Star

In 1976 ging Champagne de studio in voor de eerste single:

“Rock and Roll Star”

De muziek kwam van Martin Duiser en de tekst werd geschreven door Wally Tax, de voormalige zanger van The Outsiders. De plaat werd een enorme doorbraak. In Nederland bereikte hij de tweede plaats en ook internationaal werd het nummer een succes. Het haalde zelfs de Amerikaanse Billboard Hot 100.

Daarna volgden onder andere:

Oh Me, Oh My, Goodbye
Valentino
That's Life

Ook deze nummers deden het goed in de hitlijsten.

Bijzonder uiterlijk

Champagne was niet alleen een muzikale groep. De presentatie was een belangrijk onderdeel van de act. De vier traden vaak op in een soort jaren-20/30-look, met elegante kleding en een sterk gechoreografeerde show. In 1979 werd zelfs beschreven dat de groep veel aandacht besteedde aan beweging, speciale effecten en het visuele aspect van de optredens.

Einde van Champagne

Na een zeer succesvolle periode liep het succes terug. De groep bracht uiteindelijk twee albums uit: Champagne en Rollerball. In 1981 viel de oorspronkelijke groep uiteen. In 1983 kwam Champagne nog terug als trio, maar dat werd geen blijvend succes.

Bert van der Wiel overleed in 2009 op 64-jarige leeftijd.

The Merry Boys  

The Merry Boys uit Rotterdam

De groep werd opgericht door vier Rotterdamse jongens die allemaal ongeveer vijftien jaar oud waren:

Kees Knulst – piano
Hans Collee – gitaar en bas
Frits Enschut – zang
Piet Lakeman – accordeon

De eerste repetities vonden plaats in de waterstokerij van de ouders van Kees Knulst. Later repeteerden ze in het verenigingsgebouw aan het Afrikaanderplein.

Hun eerste optreden was tijdens een feestavond van de buurtvereniging in de Putsestraat. De naam ontstond vrij eenvoudig: één van de jongens merkte op dat ze "toch een vrolijk stel" waren. Dat werd vervolgens vertaald naar The Merry Boys.

Geen beatmuziek, maar dansmuziek

Dat is misschien wel het interessantste aan deze groep. Terwijl we bij Rotterdamse bands uit de jaren zestig al snel denken aan beat, rock-'n-roll en The Beatles, speelden The Merry Boys aanvankelijk vooral traditionele dansmuziek:

foxtrot
Engelse wals
tango
populaire dansnummers uit die periode

Ze waren vooral actief op buurtfeesten, verenigingsavonden en dansavonden. Na hun eigen optreden verzorgden ze regelmatig ook het zogenaamde bal na.

Hun opvallende kleding

De jongens hadden bovendien een herkenbare uitstraling. Ze stonden op het podium in:

witte broek + wit overhemd + groene stropdas

Volgens Piet Lakeman verwees die groene stropdas naar de drie Rotterdamse kleuren. Daarmee hadden ze dus een heel eigen Rotterdamse presentatie.

Optredens in Rotterdam-Zuid

The Merry Boys bouwden vooral op Zuid enige bekendheid op. Ze speelden onder andere in:

Spes aan de Dordtsestraatweg
De Spil aan de Dordtsestraatweg
Spes Bona aan de Enk
het Witte Dorp bij de Pleinweg

Ook aan de andere kant van de Maas traden ze op, onder andere in een zaal in de omgeving van de Oudedijk en in zaal Palace tijdens een personeelsfeest.

Er ontstond zelfs een zekere lokale bekendheid. Lakeman herinnerde zich dat de jongens op zaterdag-, zondag- en woensdagavond over de Beyerlandselaan, Groene Hilledijk en Dreef liepen en door jongeren werden herkend als "The Merry Boys".

Einde van de groep

De groep heeft volgens Piet Lakeman ongeveer drie jaar bestaan. Het einde kwam doordat de bandleden ieder hun eigen weg gingen:

Kees Knulst verhuisde naar Vlissingen.
Hans Collee emigreerde naar Australië.

Daarmee kwam er een einde aan The Merry Boys.

Piet Lakeman bleef vervolgens muzikaal actief. Hij speelde nog in een kwartet dat op zaterdagavonden dansmuziek verzorgde op het Noordereiland en maakte later ongeveer vijftien jaar deel uit van het accordeonorkest Vieux Camarades. Dat orkest trad onder meer op in De Harmonie, de Rivièrahal en de theaters Colosseum en Arena.

En toch een link met de jaren 60

Hoewel The Merry Boys zelf dus vooral een naoorlogse Rotterdamse dansgroep waren en niet een typische jaren-60-beatgroep, is hun verhaal interessant voor de ontwikkeling van de Rotterdamse muziekscene. Ze horen bij de generatie die vóór de komst van de beat al optrad in de Rotterdamse zalen en verenigingsgebouwen.

Er was bovendien later nog een reünie van de oorspronkelijke Merry Boys. Bijna dertig jaar na het uiteengaan kwamen ze opnieuw bij elkaar tijdens een reünie van de buurtvereniging van Putsestraatbewoners, in De Spil, dat toen in het Zuiderparkhotel was gevestigd.

Kort samengevat: The Merry Boys waren een vroeg Rotterdams amateurgezelschap van Rotterdam-Zuid, begonnen door tieners uit de Putsestraat. Hun muziek bestond vooral uit dansmuziek en zij speelden in buurtzalen en verenigingsgebouwen. Ze zijn daarmee vooral interessant als voorloper van de enorme explosie aan Rotterdamse dans- en beatbandjes die begin jaren zestig zou volgen.

Wij zijn op zoek naar

Delfshavenradio is op zoek naar geluidsmateriaal van Rotterdamse bands die actief waren in de 60er jaren om een speciale uitzending te maken geheel gewijdt aan deze bands.

Bent u in het bezit van dit materiaal en wilt u dit eventueel naar mp3 of flac formaat omzetten of anders doen wij dat wel zelf aks u dat niet lukt. Ook zulleen wij graag in contact komen met ex bandleden van de diverse Rotterdamse bands uit die tijd voor een interview om te kunnen gebruiken voor ons programma.

Heeft u materiaal en wilt dat aan ons ter beschikking stellen of bent u een ex band lid van een van de vele bands uit die tijd dan kunt u contact met ons opnemen via tel. 06 55 742023 of via e-mail naar rhanegraaf@telfort.nl 

Wij zullen heel erg blij zijn met uw hulp en steun voor onze uitzending.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.