Delfshaven - Informatie over dit stadsdeel

Ontdek Delfshaven

Een verborgen parel van Rotterdam

Delfshaven is een historisch stadsdeel van Rotterdam, bekend om zijn rijke maritieme verleden. Hier vindt men typische Nederlandse architectuur, mooie havens en talrijke gezellige cafés en restaurants. Dit maakt Delfshaven tot een ideale bestemming voor een ontspannen dagje uit. Wandel langs de schilderachtige wateren, ontdek de unieke winkels en geniet van de authentieke sfeer die deze buurt uitstraalt. Of je nu komt voor de geschiedenis, de culinaire hoogstandjes of gewoon om te relaxen, Delfshaven biedt voor ieder wat wils.

De wijken binnen het stadsdeel Delfshaven

Delfshaven is een bestuurscommissiegebied van de gemeente Rotterdam. Delfshaven heeft een oppervlakte van 5,80 km² en telde in 2019 76.215 inwoners. Oorspronkelijk was Delfshaven een onderdeel van Delft, maar in 1795 werd het een zelfstandige gemeente, en in 1886 door Rotterdam geannexeerd.

Delfshaven-Schiemond

Delfshaven-Schiemond is een bestuurlijke entiteit van het stadsdeel Delfshaven in Rotterdam.

Beschrijving
Delfshaven-Schiemond wordt begrensd door de Coolhaven in het noorden, de Parkhaven in het oosten en de Nieuwe Maas in het zuiden. In het westen verloopt de grens via de Aelbrechtskolk en de Voorhaven in Historisch Delfshaven en de Pelgrimsstraat. De wijk bestaat uit drie delen: Delfshaven ten noorden van de Westzeedijk, Schiemond ten westen van de haven Schiemond en het nieuwe Lloydkwartier ten oosten van de haven Schiemond.

Bospolder-Tussendijken

Bospolder-Tussendijken is een wijk in Rotterdam, in het stadsdeel Delfshaven.

Beschrijving
Bospolder-Tussendijken is een vooroorlogse stadswijk in het westen van de stad met ongeveer 14.500 inwoners. De wijk wordt in het oosten begrensd door de Delfshavense Schie en de Voorhaven in historisch Delfshaven, in het zuidwesten door het spoorwegemplacement bij de Hudsonstraat. In het noordwesten vormt de Mathenesserweg de grens met de wijk Spangen. De wijk bestaat uit twee delen: Bospolder is het deel ten zuiden van de Schiedamseweg, Tussendijken ligt ten noorden van de Schiedamseweg.

Geschiedenis
Bospolder-Tussendijken is bebouwd vanaf 1910. In dat jaar is de Schiedamseweg aangelegd vanaf de Aelbrechtskolk in historisch Delfshaven. Een aanzienlijk deel van Tussendijken werd bebouwd met sociale woningbouw, ontworpen door architect J.J.P. Oud. Rond 1930 was de aanleg van de wijk voltooid. Op 31 maart 1943 werd het westelijk deel van de wijk getroffen door een geallieerd bombardement op Rotterdam-West waarbij minstens 417 doden vielen. In de jaren vijftig is de wijk herbouwd. Aan de Jan Kruijffstraat stond tussen 1930 en 1973 de Sint-Antonius-Abtkerk. Op deze plaats werd het bejaardenhuis De Schans gebouwd, dat in 2005 eveneens gesloopt werd en vervangen door een nieuw bejaardenhuis.

Bevolking
De laatste dertig jaar is de wijk sterk van aanzien veranderd: vanaf de jaren zeventig zijn veel allochtonen in de wijk komen wonen. Zij vormen nu de meerderheid van de bevolking. Sinds de jaren tachtig zijn veel oude woningen gesloopt en vervangen door nieuwbouw.

Spangen

Spangen is een wijk in Rotterdam, in het stadsdeel Delfshaven.

Beschrijving
Spangen is een stadswijk in het westen van de stad met ongeveer 9500 inwoners. Vanaf het centrum wordt de entree tot Spangen gevormd door de Mathenesserbrug over de Delfshavense Schie. De brug zet zich voort in de Mathenesserweg, die de scheidslijn vormt tussen de wijken Tussendijken (links) en Spangen (rechts). De buurt tot aan de Mathenesserdijk wordt 'bovendijks' Spangen genoemd. Aan de voet van de dijk, van de kade langs de Delfshavense Schie tot aan de Spaansebocht in het westen en de Horvathweg in het noorden, ligt 'benedendijks' Spangen.

Het ontwerp van de wijk is wereldwijd beroemd onder architecten en stedenbouwkundigen, maar dat is voor de argeloze bezoeker niet het eerste dat opvalt. Spangen is in sociaal-economisch opzicht een van de armste stadswijken van het land. Diverse blokken worden gerestaureerd, andere staan nog op de nominatie en zijn in de tussentijd dichtgespijkerd. De bevolking heeft voor ruim 85 procent een recente migratieachtergrond. Met vallen en opstaan probeert de wijk zich te verheffen uit de ellende van de jaren tachtig en negentig van de twintigste eeuw (zie onder).

Midden in Spangen staat het oudste voetbalstadion van Nederland, het Kasteel van Sparta uit 1916. Dit stadion werd in 1999 volledig gerenoveerd en staat nu officieel bekend als het Sparta-Stadion Het Kasteel.

Bij het Spiekmanmonument op het P.C. Hooftplein (meer informatie hieronder) wordt elk jaar op 1 mei de Internationale gezongen door een aantal socialisten, waaronder raadsleden.

Geschiedenis
Het ontstaan

In de dertiende eeuw behoorde dit gebied bij het ambacht Hogenban. In de dertiende eeuw stond in de Spangense polder het kasteel Spangen, dat door de Delftenaren in 1574 met de grond gelijk werd gemaakt. In 1340 werd er door Willem van Henegouwen al gesproken over het doortrekken van de Schie naar de Maas. Dit was vooral in het belang van de stad Delft. In 1389 werd er werk van gemaakt. Waar het kanaal uitkwam op de Maas kreeg Delft zijn eigen haven, Delfshaven.

Tot het begin van de twintigste eeuw was de polder ten westen van het kanaal onbebouwd. Door de toestroom van vele nieuwe arbeiders naar het snel groeiende Rotterdam was uitbreiding naar het westen, richting Schiedam, noodzakelijk. Ir. A. Stale van de gemeente had de leiding. Het verheffen van de arbeidersklasse was een taak die de overheid op zich nam, en een van de speerpunten was het zorgen voor moderne, goede huisvesting. A.C. Burgdorffer, directeur van de Dienst Plaatselijke Werken, gaf de opdracht aan ir. Pieter Verhagen (specialist in stadsuitbreiding) om volgens de modernste inzichten een geheel nieuwe arbeiderswijk te bouwen. Het stratenplan werd geheel symmetrisch aangelegd. Een nieuwigheid was de invoering van gemeenschappelijke tuinen. Dankzij de oprichting van de Gemeentelijke Woningdienst in 1917 konden architecten als Oud, Brinkman, Buskens, Kruithof en Meischke en Schmidt in de nieuwe wijk grote woningbouwprojecten realiseren. De meest gerenommeerde kunstenaars en ontwerpers, zoals Theo van Doesburg leverden bijdragen aan het ontwerp. Het woonblok aan de Justus van Effenstraat, het Justus van Effencomplex van architect Michiel Brinkman, is wereldberoemd.


Midden in de wijk stond het hypermoderne voetbalstadion van Sparta. Deze club, opgericht in 1888, was tussen 1909 tot en met 1915 vijf keer landskampioen geworden. In 1916 werd dit beloond met het eerste stadion in Nederland. Als herinnering aan het oorspronkelijke slot in deze polder kreeg de voorgevel trekjes van een kasteel. Om het stadion heen werd de woonwijk Spangen gebouwd.

In 1922 werd er op het P.C. Hooftplein een door Berlage ontworpen monument opgericht ter nagedachtenis aan de jonggestorven Hendrik Spiekman, het eerste socialistische raadslid van Rotterdam, die een groot voorvechter was geweest van sociale woningbouw.

Na 1950
Tot in de jaren vijftig, zestig was Spangen een nette wijk, waarin veel ambtenaren, onderwijzers en ambachtslieden woonden. Sparta was een topclub, die in 1959 nog landskampioen werd.

Twintig jaar later was Spangen onherkenbaar veranderd. De huizen waren slecht onderhouden en de meeste oorspronkelijke Spangenaren verhuisd naar elders. In hun plaats kwamen de armsten, waaronder veel migranten. Huisjesmelkers kochten woningen op en de boel verpauperde in een hoog tempo. De gemeente maakte plannen voor renovatie, maar daarvan kwam weinig terecht doordat de onteigening van de huisjesmelkers veel langer duurde dan men had ingeschat. De deels dichtgetimmerde woningen trokken nu veel junks en drugsdealers aan.

Het in de jaren twintig met zo veel elan opgebouwde Spangen was nu een toevluchtsoord voor verslaafden en criminelen. Dagelijks kwamen er tientallen drugskoeriers uit Noord-Frankrijk op bezoek om een voorraad verdovende middelen in te slaan. Ontwikkelingen elders in de stad, zoals de sluiting van het beruchte Perron Nul bij het Centraal Station en de verplaatsing van de tippelzone van de G.J. de Jonghweg naar de Keileweg (begin jaren negentig) zorgden ervoor dat Spangen de twijfelachtige eer kreeg te verworden tot een van de eerste 'no go areas' in Nederland. Voetbalclub Sparta, met wie het in de competitie ook al niet zo best ging, zocht naar andere huisvesting, waarbij zelfs werd gedacht aan Capelle aan den IJssel.

De overgebleven bewoners begonnen steeds feller te protesteren tegen deze ontwikkelingen. Auto's met een Frans kenteken werden tegengehouden, soms met geweld. Annie Verdoold werd de spreekbuis van de bewoners. Spangen kreeg landelijke bekendheid als uiterst gevaarlijke wijk. Hieraan heeft de wijk ook de televisieserie Spangen te danken. De serie werd tussen 1999 en 2006 uitgezonden, met Linda de Mol als politieagente.

Renovatie na 2000
Halverwege de jaren negentig leken de bewoners eindelijk te worden gehoord. Burgemeester Bram Peper bracht een bezoek aan de wijk. Daarna leek het tij te keren. In het post-Fortuyn-tijdperk begon de gemeente werk te maken van de renovaties. Spangen werd aangemerkt als 'hotspot', dat wil zeggen als probleemwijk met de hoogste prioriteit. De al vele jaren dichtgetimmerde blokken werden eindelijk gesloopt en langs de Delfshavense Schie verrezen koopappartementen. Huisjesmelkers werden aangepakt. De woningbouwvereniging zorgde voor betaalbare huurwoningen. Beetje bij beetje kwamen ook de hogere inkomens terug, mede dankzij gemeentelijke projecten in de periode 2003-2008, waarbij bewoners 'gratis' huizen aangeboden kregen als zij zich verenigden in een Vereniging van Eigenaars en dan financieel en praktisch meehielpen om zogenaamde kluswoningen op te knappen, alvorens daar zelf te gaan wonen. Het Wallisblok in Spangen is daar een voorbeeld van.

Sparta bleef uiteindelijk in Spangen en het 'Kasteel' (het Sparta-stadion) werd ingrijpend verbouwd, waarbij het veld een kwartslag werd gedraaid.

Bekende Spangenaren
Cees Laban (1925-1977), Tweede Kamerlid van de PvdA
Andries van Dijk (1935-1984), keeper van Sparta
Annie Verdoold (1950), landelijk bekend actievoerster uit Spangen
Emms (1992), rapper
 

Oud-Mathenesse

Oud-Mathenesse is een polder en vooroorlogse woonwijk in Rotterdam, waar het onderdeel is van het stadsdeel Delfshaven. De wijk telt 6.985 inwoners (1 januari 2025).

Beschrijving
Oud-Mathenesse ligt in het uiterste westen van Rotterdam. Aan de westkant wordt de wijk begrensd door de Hogenbanweg, die tevens de gemeentegrens tussen Rotterdam en Schiedam vormt. De zuidgrens wordt gevormd door de lange dijk tussen Rotterdam en Schiedam, de Schiedamseweg/Rotterdamsedijk. Achter de dijk bevindt zich de Merwehaven en het Vierhavensgebied, met vroeger voornamelijk havens voor overslag. Het is anno 2026 een gebied met bedrijfjes, ateliers, laboratoria en een stadsboerderij. In het oosten wordt de wijk begrensd door het Witte Dorp en de Tjalklaan. De Horvathweg is de noordgrens.

Het hart van de wijk is de Franselaan, een doorgaande straat met winkels. Deze scheidt de wijk in twee buurten: in het noorden de Schepenbuurt, en in het zuiden de Landenbuurt. De Schepenbuurt bestaat voornamelijk uit portiekflats. In de Landenbuurt staan deels ook portiekflats, deels vooroorlogse bouw met boven- en benedenwoningen.

Oud-Mathenesse is een multiculturele, vooroorlogse stadswijk. In tegenstelling tot het iets verderop gelegen Spangen is Oud-Mathenesse de rustigste wijk van de deelgemeente Delfshaven, die zelden in het nieuws is.

Geschiedenis
Het ambacht Mathenesse wordt al genoemd in documenten uit 1276. De ambachtsheer was Dirk Bokel. Diens kleinzoon noemde zich Dirc van Mathenesse. In 1339 betrok deze een kasteel, waarvan de restanten van de donjon nog altijd te zien zijn in het centrum van Schiedam, naast het Stadskantoor aan de Broersvest.

In de Franse tijd, in 1795, werd Mathenesse een gemeente. In 1811 werd deze voor 5 jaar opgeheven en bij Schiedam en Kethel en Spaland gevoegd. Van 1 april 1817 tot 1 januari 1868 was Oud- en Nieuw-Mathenesse weer een zelfstandige gemeente. Per 1868 werd heel Oud en Nieuw Mathenesse onderdeel van Schiedam en in 1909 ging het grootste deel naar de gemeente Rotterdam.
Een deel van Schiedam wordt ook nu nog aangeduid met Nieuw-Mathenesse. De huidige Rotterdamse wijk Oud-Mathenesse werd gebouwd in de jaren dertig van de twintigste eeuw in de weilanden tussen Rotterdam en Schiedam.

De wijk Oud-Mathenesse, gelegen beneden aan de dijk van de Schiedamseweg, werd vroeger in de volksmond wel De Put genoemd. Maatschappelijk gezien stonden de bewoners net iets hoger in aanzien dan ongeschoolde arbeiders. In Oud-Mathenesse woonden veel lagere ambtenaren, onderwijzers, ambachtslieden en werknemers van de scheepswerven in Schiedam.

Midden in de wijk lag de Rijksseruminrichting, waar diergeneeskundig onderzoek werd gedaan. Het hoofdgebouw werd ontworpen door de stadsarchitect Ad van der Steur en biedt thans plaats aan bejaardenwoningen. In een van de bijgebouwen aan de Grieksestraat is een quarantaineverblijf van diergaarde Blijdorp gevestigd. De andere gebouwtjes doen dienst als buurthuis.

Nieuw-Mathenesse

Nieuw-Mathenesse is een polder en bedrijventerrein op de grens van Rotterdam en Schiedam. Het Rotterdamse deel is onderdeel van het stadsdeel Delfshaven. Het Schiedamse deel is een buurt van de Schiedamse wijk Schiedam-Oost.

Beschrijving
Nieuw-Mathenesse is een buitendijks gebied. Nieuw-Mathenesse wordt in het oosten begrensd door de wijk Schiemond, in het noorden door de spoorwegemplacementen bij de Vierhavensstraat en de Schiedamseweg / Rotterdamsedijk, in het westen door de Buitenhaven en de Voorhaven in Schiedam en in het zuiden door de Nieuwe Maas. De gemeentegrens tussen Rotterdam en Schiedam loopt over de Van Deventerstraat, een deel van de Nieuw-Mathenesserstraat, de Van Berckenrodestraat en een deel van de Gustoweg in het westen van het gebied.

Geschiedenis
Aan de Schiedamse kant van Nieuw-Mathenesse was de Gusto-werf van 1905 tot 1978 gevestigd. De rest van het gebied rond de Nieuw Mathenesserstraat is in de jaren vijftig tot ontwikkeling gebracht.

De eerste Rotterdamse haven die in Nieuw-Mathenesse werd gegraven was de Keilehaven, gegraven in 1910, gevolgd door de Koushaven in 1911 en de Lekhaven en de IJselhaven, gegraven in 1912. Aan deze vier havens dankt de Vierhavensstraat, de belangrijkste ontsluitingsweg van het gebied, zijn naam. Aan deze havens waren industriële bedrijven en stukgoed-overslag bedrijven gevestigd.

Vanaf 1923 werd in het westen van Nieuw-Mathenesse de Merwehaven aangelegd. De Merwehaven is tegenwoordig van belang voor de overslag van fruit.

Bij het Marconiplein staat het Europoint-complex: het Overbeekhuis uit 1965 en drie kantoortorens van 90 meter hoog uit de periode 1971-1975. In het Europointcomplex was onder meer Gemeentewerken Rotterdam gevestigd.

Door de relatief hoge leeftijd vertoont Nieuw-Mathenesse een aantal verouderingskenmerken, zoals verouderde en leegstaande bedrijfsgebouwen, onvoldoende representativiteit, bodemverontreiniging en net zoals in de rest van de deelgemeente Delfshaven een zeer hoge criminaliteit. Een belangrijke bron van criminaliteit, de tippelzone aan de Keileweg is in 2005 gesloten.

Voor de herstructurering van Nieuw-Mathenesse is een visie opgesteld. In samenwerking met de bedrijvenvereniging BOR, afdeling Nieuw-Mathenesse, de gemeenten Schiedam en Rotterdam, de provincie Zuid-Holland, de Kamer van Koophandel Rotterdam en het adviesbureau Buck Consultants International heeft deze visie vertaald in een herstructureringsprogramma. Het herstructureringsprogramma beschrijft het ideaalbeeld van het bedrijventerrein.

Dat alle partijen achter het herstructureringsprogramma staan en hier daadwerkelijk mee aan de slag willen, is bekrachtigd door het ondertekenen van een samenwerkingsovereenkomst.

Nieuwe Westen

Het Nieuwe Westen is een vooroorlogse wijk in het westen van Rotterdam, gelegen tussen de Heemraadssingel en de Delfshavense Schie in het stadsdeel Delfshaven.

Het Nieuwe Westen is gebouwd in het begin van de twintigste eeuw. Net als in de aangrenzende wijk Middelland is het Nieuwe Westen een wijk van contrasten: op 100 meter van de statige Heemraadssingel en Mathenesserlaan zijn volledig gerenoveerde straten te vinden. Een bekend punt in de wijk is het Mathenesserplein dat tussen 1927 en 1929 verrees naar een ontwerp van Jo van den Broek.

In het Nieuwe Westen wonen ruim 18.000 mensen waarvan bijna driekwart een niet-Europese achtergrond heeft. De wijk was lange tijd een van de onveiligste buurten van Nederland, de leefbaarheid was er ernstig aangetast door een gebrek aan algemeen aanvaarde waarden en normen. Een actieve bewonersorganisatie zet zich sinds lange tijd met succes in om verbetering te realiseren. Het is een open organisatie met 300 participerende bewoners.

Het begrip "opzoomeren" vond zijn oorsprong eind jaren tachtig in de Opzoomerstraat in Het Nieuwe Westen en werd door veel steden elders in de wereld gebruikt. De stichting die in het level is geroepen om het opzoomeren aan te moedigen heeft ook haar kantoor in deze wijk.

Het Nieuwe Westen grenst aan de wijken Spangen en Middelland.

Middelland

Middelland is een vooroorlogse wijk in het westen van Rotterdam met zo'n 11.000 inwoners en maakt deel uit van het stadsdeel Delfshaven.

De wijk wordt in het noorden begrensd door de emplacementen van het Centraal Station, in het oosten door de Henegouwerlaan en de 's-Gravendijkwal, in het zuiden door de Rochussenstraat en in het westen door de Heemraadssingel.

Middelland is ontworpen naar een plan van Gerrit de Jongh uit 1887 die de wijk meer allure wilde geven dan het aangrenzende Oude Westen. Middelland is een gemêleerde wijk waar statige lanen (Mathenesserlaan, Heemraadssingel, Claes de Vrieselaan), drukke winkelstraten (Middellandstraat, Nieuwe Binnenweg), gerenoveerde straten (bij de Middellandstraat) en drukke straten (Rochussenstraat) bij elkaar liggen. Ingeklemd tussen de Jan van Vuchtstraat en de Bellevoysstraat ligt het Branco van Dantzigpark.

Bekende gebouwen in de wijk zijn het oude Gemeentearchief, de HH. Laurentius & Elisabeth kathedraal en het 65 meter hoge GEB-gebouw uit 1931, dat lange tijd het hoogste kantoorgebouw van Nederland was.

Bekende bewoners
Pim Fortuyn
Anna Blaman

Historisch Delfshaven

Dit is het oudste stukje Rotterdam en een toeristisch trekpleister binnen het stadsgebied Delfshaven

Piet Heijn

Pieter Pietersen Heyn, meestal Piet Hein genoemd (Delfshaven, 25 november 1577 – 17 juni 1629, Nabij Oostende op de Noordzee) was een Nederlandse luitenant-admiraal en commandant van de West-Indische Compagnie. Hein is vooral bekend van de verovering van de Spaanse zilvervloot in 1628, maar vond zelf dat hij voor zijn eerdere wapenfeiten te weinig erkenning kreeg.

Jeugd, gevangenschap en VOC-tijd
Piet Hein werd geboren in 1577 in het bij Delft behorende Delfshaven als zoon van de schipper Pieter Corneliszoon Hein (-1623) en Neeltgen Claeszdochter. Van Piet Heins jeugd is weinig bekend, behalve dat hij kennelijk leerde lezen en schrijven en dat hij drie jongere broers had, Jacob, Simon en Cornelis, die allen koopman werden. In 1598 raakte hij – samen met zijn vader – in Spaanse gevangenschap. Hein werd ingezet als een galeislaaf (roeier) in de vloot van Ambrosio Spinola, gelegen bij Sluis. Hij kwam pas vrij in 1602 bij een uitwisseling van gevangenen.

In Heins latere leven heeft hij op verschillende momenten aangegeven dat hij medelijden voelde voor Afrikaanse en inheemse tot slaafgemaakten. Hij was kritisch over de manier waarop zij door Europeanen werden behandeld. Waarschijnlijk zijn zijn ervaringen als galeislaaf van invloed geweest op zijn visie op slavernij.

In 1603 raakte Hein als schipper van de Kleine Neptunus opnieuw gevangen en werd hij opgesloten in het fort van Havana. Omdat in het vaderland zijn lot onbekend was, liet koopman Jan Gerritszoon Meerman zijn schipper op de Wassende Maen, in 1605 op handelsreis naar Cuba, speciaal informatie inwinnen. In 1607 was Hein terug, maar het is niet overgeleverd hoe en wanneer.

Oude of Pelgrimvaderskerk

De Oude of Pelgrimvaderskerk aan de Aelbrechtskolk 20 is een kerk in Rotterdam-Delfshaven. Het exterieur heeft een karakteristieke voorgevel in régencestijl (1761) en klokkentorentje.

De kerk is als Sint-Antoniuskapel gebouwd in 1417 en maakte deel uit van de parochie Schoonderloo. In 1574 is de kerk in protestantse handen terechtgekomen.

De Oude of Pelgrimvaderskerk dankt haar naam aan de Pilgrim Fathers, die in 1620 vanuit Delfshaven de overtocht naar Amerika begonnen. Er is wel gesuggereerd dat zij voor hun vertrek dienst hebben gehouden in de kerk, maar hier is geen bewijs voor. Henry Martyn Dexter en Morton Dexter noemen deze bewering 'bewezen noch waarschijnlijk'.

In 1761 is de kerk ingrijpend verbouwd. De kerk kreeg zijn huidige voorgevel en werd ook 3,5 meter verhoogd.

De kerk is in 1958 gerestaureerd. Na aankoop door de Stichting Oude Hollandse Kerken is de kerk in de laatste jaren van de vorige eeuw (afronding in 1998) gerestaureerd. Ook het Witte-orgel is toen hersteld. De kerk wordt inmiddels beheerd door een zelfstandige stichting.

De belangrijkste bijzonderheden van de Oude Kerk zijn naast het orgel een 44 klokken tellend carillon, de rijk versierde preekstoel uit de 18de eeuw, het doophek, de glas-in-loodramen en de in oude stijl herstelde tuin.

De belangrijkste gebruiker van de Oude of Pelgrimvaderskerk is nog steeds de Hervormde Gemeente Delfshaven. De kerk wordt ook verhuurd voor niet-kerkelijke activiteiten zoals concerten, lezingen, exposities en privéfeesten.

Zakkendragers huisje Delfshaven

Het Zakkendragershuisje in Delfshaven is een historisch huis dat een unieke kijk biedt op het leven van de zakkendragers in de 17e eeuw. Dit karakteristieke pand diende ooit als woon- en werkruimte voor de mannen die de goederen naar de haven en de markten vervoerden.

Het huisje is een belangrijk deel van het erfgoed van Delfshaven en is een symbool van de rijke geschiedenis van de regio. Bezoekers kunnen hier meer leren over de traditionele ambachten en de rol van de zakkendragers in de handel en economie van die tijd.

Daarnaast organiseert het Zakkendragershuisje regelmatig tentoonstellingen en activiteiten die gericht zijn op het behoud van deze historische tradities. Dit maakt het een levendige plek waar zowel locals als toeristen meer kunnen ontdekken over de cultuur van Delfshaven.

De locatie is ook ideaal voor een wandeling langs de oude haven, waar men kan genieten van het uitzicht op de historische gebouwen en de sfeer van het verleden. Het Zakkendragershuisje is daarmee niet alleen een museum, maar ook een plek waar men het verleden kan ervaren.

Een bezoek aan het Zakkendragershuisje is een uitstekende manier om meer te leren over de geschiedenis van Delfshaven en de invloed van de zakkendragers op de ontwikkeling van deze unieke havenstad. Het huisje staat symbool voor de trots en de veerkracht van de gemeenschap in deze historische omgeving.

Henkes Jenever stokerij

Henkes Jenever was tot 1986 een jeneverstokerij gevestigd te Delfshaven, vanaf 1968 te Hendrik-Ido-Ambacht Vanaf 1986 voortgezet als merknaam

Geschiedenis
In 1824 kocht Johannes Hermanus Henkes (ca.1799-1877) met twee vennoten, Arie de Jong en Gerke d'Arnaud Gerkens, een reeds bestaande korenwijnbranderij aan de Voorhaven 27 te Delfshaven. Ze noemden deze De Ooyevaar, mogelijk in verband met de Haagse afkomst van De Jong. Ook namen zij een aandeel in de moutmolen De Distilleerketel, die zich op het Middelhoofd bevond. Op het ogenblik van aankoop was de branche herstellende van de crisis onder de Franse tijd, toen bijna de helft van de Delfshavense destilleerderijen sloot. In 1850 verving Henkes (in 1852 alleen-eigenaar) de rosmolen in de destilleerderij door een stoommachine. Hij was daarmee de eerste in zijn branche. In de jaren 60 van de 19e eeuw werd het nog bestaande pand gebouwd; het adres Voorhaven 27 bestreek de huisnummers 19 t/m 31. Het product van De Ooyevaar werd ook geëxporteerd. Het verwierf een medaille op de Wereldtentoonstelling van 1867 te Parijs.

Ondertussen spreidde de familie Henkes haar activiteiten. Zo werd de Rotterdamsche Boek- en Kunstdrukkerij opgezet. Daarnaast werd een vennootschap aangegaan met steenfabriek De Vlijt te Halsteren. In 1887 werd, eveneens te Halsteren, de eerste conservenfabriek in Noord-Brabant opgezet, Het Klaverblad geheten. In 1901 volgde de Henkes Jam-, Pulp-, Vruchten- en Groentefabriek te Breda. Vrijwel onmiddellijk daarna kwamen er moeilijkheden. In 1902 volgde surseance van betaling en in 1904 werd Henkes in een naamloze vennootschap omgezet.

Van 1948 tot 1977 werden merken als Henkes Jonge Jenever, Henkes Vieux, Henkes Bessenjenever en vruchtendranken op de Nederlandse markt gebracht. In 1959 verkreeg Henkes het predicaat Hofleverancier. In 1967 werd de productie verplaatst naar Hendrik-Ido-Ambacht. Henkes was nu in handen gekomen van de Suiker Unie. In 1970 werd Henkes Verenigde Distilleerderijen (HVD) opgericht, waarin de distilleerderijen van de Koninklijke Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek en die van de Zuid-Nederlandsche Melasse-Spiritusfabriek werden ondergebracht. Iets later werd Rynbende overgenomen. In 1986 kocht Bols, marktleider op dit terrein, Henkes op, waarmee Henkes een merknaam van Bols. Met de overname van Bols door Nolet in 2024 is Henkes in Schiedamse handen.

Heden
Het pand aan de Voorhaven werd verkocht aan de gemeente Rotterdam. In de jaren 90 van de 20e eeuw werd het gerestaureerd en in 1993 opnieuw in gebruik genomen. Het herbergt nu een museum, een aantal winkels en horeca.

De Dubbele Palmboom

De Dubbelde Palmboom is een voormalig pakhuis en museum in Delfshaven in Rotterdam.

Geschiedenis
In 1825 werd het pand gebouwd als graanpakhuis Denemarken. In 1860-1861 werd het pand ingrijpend verbouwd tot distilleerderij en kreeg het de huidige naam. Vanaf 1910 was in het pand een kistenfabriek van de firma Nijman gevestigd.

Het pand stond in 1969 model voor het 33e Delfts blauwe huisje van KLM.

Na een lange periode van leegstand werd eind jaren zestig besloten het historische karakter van Delfshaven te versterken en gebouwen te restaureren. Het pand onderging in 1975 een ingrijpende verbouwing, waarbij het zijn huidige gevel (naar Schiedams model) kreeg.

Museum
In het gebouw werd het historisch museum de Dubbelde Palmboom gevestigd. Het museum werd 11 september 1975 door burgemeester André van der Louw geopend. als een dependance van Museum Rotterdam.

In 2012 moest het museum sluiten als gevolg van grote bezuinigingen bij de gemeente Rotterdam. Op 30 september 2012 was het museum voor het laatst voor het publiek geopend. Na jaren leegstand werd in april 2019 aangekondigd dat het Dutch Pinball Museum in het pand zou trekken.

Dutch Pinball Museum


Het Dutch Pinball Museum (Nederlands: Nederlands Flipperkastmuseum) is een museum in het historische gedeelte van de wijk Delfshaven van de Zuid-Hollandse stad Rotterdam. Het museum werd geopend door voormalig minister van Financiën Gerrit Zalm en was van 2015 tot 2019 gevestigd in de wijk Katendrecht in de loods Fenix II van de Fenixloodsen aan de Rijnhaven.

Begin 2020 is het museum verhuisd naar de huidige locatie in de Dubbelde Palmboom aan de Voorhaven 12 in het oude Delfshaven.

Dutch Pinball Museum sfeerimpressie flipperkasten
Dutch Pinball Museum sfeerimpressie flipperkasten
In het museum staan circa honderdzesitg flipperkasten opgesteld, verspreid over vier verdiepingen, waarvan het overgrote deel te bespelen is. Op de begane grond zijn de oudere flipperkasten te vinden, zoals de eerste flipperkast met flippers uit 1947, de Humpty Dumpty. Maar ook is de Toupie Hollandaise te zien uit 1853. Dit wordt gezien als de vroege voorloper van de huidige flipperkast. Naast zeer unieke flipperkasten waarvan er soms maar één of een paar van zijn gemaakt zijn er veel unieke zaken te vinden die te maken hebben met de hoogtijdagen van de flipperkast.

Op de bovenliggende etages zijn de jongere flipperkasten te vinden vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw tot heden. Ook wordt op verschillende manieren de werking en techniek van een flipperkast uitgelegd. Dit wordt onder andere gedaan door een unieke, volledig transparante, flipperkast.

De vrij bespeelbare flipperkasten zijn opgesteld in verschillende thematisch aangeklede ruimtes.

Voor mindervalide bezoekers zijn er verschillende opties beschikbaar om de flipperkasten te bespelen.

In 2025 heeft het Dutch Pinball Museum de eerste TWIPY (This Week In Pinball) award gewonnen voor "Best Location Europe". 

Museum Rotterdam ‘40 – ‘45 NU

Experience
Een belangrijk onderdeel van het bezoek is de indringende Experience. Je neemt plaats aan een acht meter lange touchscreen-tafel. En voor je het weet is het 14 mei 1940. Bommen vallen, de stad brandt, mensen schreeuwen, gebouwen storten in en huizen zijn vernietigd. En dan is er ineens niets meer. Een troosteloze kale vlakte. Toch is dit niet het einde van de stad. De Rotterdammers pakken samen de draad weer op en de wederopbouw is een feit. In deze korte film beleef je de oorlog van dichtbij en je ziet waardoor de stad Rotterdam zo anders is geworden dan de meeste steden in Nederland.

Collectie
In een 28 meter lange vitrinegalerij staan bijna alle objecten uit onze verzameling opgesteld. Er zijn wapens te zien en uniformen, maar ook alledaagse voorwerpen waarvan je niet een twee drie begrijpt waarom. Achter die soms doodgewone dingen steken vaak bijzondere verhalen. Zoals de porseleinen klompjes van mevrouw Smit, gekregen op de kermis van haar eerste vriendje. Of de trein van blik en hout voor Gerhard, gemaakt door zijn vader toen ze waren ondergedoken. Voorwerpen en verhalen. Samen onderdeel van onze geschiedenis. Een geschiedenis die alleen bewaard blijft als we de verhalen blijven vertellen.

Museum Rotterdam ’40 – ’45 NU
Coolhaven 375
3015 GC Rotterdam

Dit is er te doen in het stadsdeel Delfshaven

Het stadsdeel Delfshaven heeft veel te bieden niet alleen aan de bewoners van de diverse wijken maar ook als u als toerist naar Rotterdam komt

Hier is het gerecht kapsalon uitgevonden

Een kapsalon is een Nederlands gerecht bestaande uit friet bedekt met shoarma, afgetopt met kaas, even onder de grill gezet, zodat de kaas smelt, met bovenop salade. In plaats van shoarma, wordt de kapsalon ook wel klaargemaakt met kebab, döner, gyros, kip of falafel. Vaak wordt de kapsalon geserveerd met knoflooksaus en sambal. In Suriname wordt de kapsalon geserveerd met knoflooksaus en Javaans-Surinaamse pindasaus. Traditioneel wordt de kapsalon bij afhalen of bezorging geserveerd in een aluminium bakje of schaal. Het uitserveren op een eetbord, bij een maaltijd in een eethuis, komt ook voor.

Ontstaan en verspreiding
Het gerecht is volgens de gangbare verklaring in 2003 ontstaan toen Nataniël "Tati" Gomes (1976-2023), de eigenaar van een kapsalon aan de Rotterdamse Schiedamseweg, bij de even verderop gelegen shoarmazaak "El Aviva" een lunchschotel liet samenstellen met daarin al zijn favoriete ingrediënten. Het werd voor hem een regelmatige bestelling. Aangezien zijn gerecht nog naamloos was, vroeg hij om "het vaste recept voor de kapsalon", maar al snel volstond het uitspreken van slechts het woord "kapsalon". Daarmee verkreeg het gerecht zijn naam.

Het gerecht werd populair onder jongeren en is in veel Nederlandse en Belgische snackbars en shoarmazaken te verkrijgen. Ook buiten Nederland en België won het gerecht aan populariteit, zoals in Vientiane, de hoofdstad van Laos, waar lokale varianten van de kapsalon met tonijn en rundvlees aanslaan. De schotel werd in 2017 een hype onder de elite van de Nepalese hoofdstad Kathmandu. Een kok die Nederland had bezocht introduceerde hem daar. Ook in Indonesië blijkt de kapsalon een succes, ontdekte de Rotterdamse journalist Tenny Tenzer in 2022: een Indonesiër die in Rotterdam studeerde, introduceerde het gerecht in Jakarta. Hij bedacht tevens een variant met gele rijst in plaats van patat. Een vegetarische variant onder de naam Kap Karma werd bedacht door Jürgen Verwoerd.

Voedingswaarde
Een kapsalon is calorierijk door met name de grote hoeveelheid vlees, kaas en sauzen: een gewone portie bevat ongeveer 1200 kcal en een grote portie zelfs 1800 kcal (ter vergelijking: de aanbevolen dagelijkse inname van energie voor de gemiddelde volwassen vrouw is 2000 kcal). De Haagse vegetarische variant telt 788 kcal.

Weekmarkt in Delfshaven

Iedere donderdag en zaterdag is er in het stadsdeel Delfshaven een markt aan het grote visserijplein.

De markt is van 9 tot 16 uur en het betreft hier een markt met name vis groenten en fruit.

Winkel straten

Het stadsdeel Delfshaven heeft diverse winkelstraten zoals: de Vierhavenstraat, Schiedamseweg, Mathenesserweg, Vierambachtstraat, Middellandstraat, Nieuwe Binnenweg,.

Omdat het stadsdeel veel allochtone bewoners heeft vindt je er diverse winkels en eethuisjes met producten uit de diverse landen van herkomst van de bewoners uit het stadsdeel Delfshaven.

André van Duin

André van Duin, artiestennaam van Adrianus Marinus (Adri) Kyvon[noot  (Rotterdam, 20 februari 1947), is een Nederlandse komiek, revueartiest, zanger, acteur, regisseur, presentator, tekstschrijver en programmamaker. Het Algemeen Dagblad noemde hem in 2017 'ruim een halve eeuw Nederlands grootste volkskomiek'. Ook in Vlaanderen is Van Duin een zeer populaire komiek en televisiepersoonlijkheid.

Al vanaf het begin van zijn carrière nam Van Duin singles op. De tamme boerenzoon (1974), Willempie (1976), 'k Heb hele grote bloemkoole (1979), Nederland, die heeft de bal (1980), Er staat een paard in de gang (1981), Als je huilt / Bim bam (1982), Als de zon schijnt (1983), De heidezangers (1983), Pizzalied (1993) en De balletjes van de koningin (2009) behoren tot zijn grootste hits.

Biografie
André van Duin werd in 1947 geboren in de Watergeusstraat in Rotterdam-West als Adrianus Marinus Kloot. Zijn vader werkte als magazijnbediende bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij. Van Duin zag daar als kleine jongen op personeelsfeesten optredens van onder anderen Johnny Kraaykamp en Rita Corita. Hierop bekwaamde hij zich in het imiteren van bekende Nederlanders. Op de lagere school viel Van Duin niet alleen op vanwege zijn rode haar, maar ook door deze imitaties en zijn gevoel voor humor.

Na de lagere school ging Van Duin naar de ambachtsschool voor een opleiding als machinebankwerker. Zijn grote interesse bleef echter het parodiëren van artiesten, al waren zijn leerkrachten vaak niet blij met de momenten die Van Duin koos voor zijn imitaties.

Carrière
Hij typte in september 1962 een open sollicitatiebrief aan de chefs lichte muziek van de verschillende omroepen. Deze ondertekende hij met zijn artiestennaam, André van Duin, want hij vreesde met zijn echte achternaam niet serieus te worden genomen. Hij werd afgewezen, maar bleef het proberen. Intussen vond hij werk als jongste bediende bij een Rotterdams verzekeringskantoor. In 1964 hadden zijn brieven succes. Hij mocht een aantal optredens verzorgen voor het radioprogramma Minjon. Van Duin was toen zestien jaar.

In datzelfde jaar organiseerde de AVRO de talentenjacht Nieuwe Oogst. Van Duin meldde zich meteen aan. Hij doorliep de voorrondes met gemak. Op 24 juni 1964 won hij de finale: hij kreeg een bokaal en een optreden in de Zaterdagavondshow van Willy en Willeke Alberti. Zo brak hij definitief door als Van Duin. Twee weken later, op 8 augustus 1964, vormde zijn bandparodie het voorprogramma van het legendarische optreden van de Rolling Stones in het Kurhaus. Hierna kreeg hij veel aanbiedingen. Van Duin zocht en kreeg managers: Theo Rekkers en Huug Kok, oftewel De Spelbrekers. Al snel richtten ze André van Duin Producties op. In 1966 werd bij koninklijk besluit een vertaling van zijn oorspronkelijke achternaam officieel veranderd in Kyvon.

Muziek
In 1965 kwam Van Duins eerste single uit bij Philips: Hé! Hé! (Ik heet André), bekend van zijn optreden bij Willy en Willeke Alberti. Zijn tweede single, uit 1965, was Stoele stoele, een persiflage op Wooly bully van Sam the Sham & the Pharaohs. (Veel) meer persiflages volgden. Soms werd Van Duins persiflage een grotere hit dan het origineel. Zo bereikte Van Duin met Doorgaan de zesde plaats in de Nationale Hitparade, terwijl het origineel van Ramses Shaffy niet verder kwam dan nummer 22. Van Duin bracht ook oorspronkelijk werk, zoals Jo met de jojo en Family story, in 1973 geschreven door Bas en Aad van Toor.

Van Duin heeft ook een aantal carnavalsnummers opgenomen. Hieronder vallen onder meer Willempie (1976), 'k Heb hele grote bloemkoole (1979), Er staat een paard in de gang/Flip Fluitketel (1981), Joep Meloen (1982), Gatzdeladigee (1983), Wij zijn de vuilnisman (1984), Mijn opoe heeft een zadel op d'r rug (1985) en De balletjes van de koningin (2009). Van Duin schreef daarnaast ook carnavalsnummers voor onder meer Corrie van Gorp en Ria Valk.

Willempie was een groot succes. Het nummer stond drie weken op de eerste plaats van de Nederlandse top 40. Willempie ging over een verstandelijk minder begaafd iemand. Sommigen vatten het op als de spot drijven met verstandelijk gehandicapten. Ouders en verzorgers van verstandelijk gehandicapten spanden een kort geding aan, omdat Willempie volgens hen een karikatuur van de verstandelijk gehandicapte medemens zou zijn, waarbij deze in zijn menselijke waardigheid zou worden aangetast. AVRO's Toppop, dat de Nationale hitparade volgde, toonde het nummer daarom enige tijd niet. Van Duin voorkwam de rechtszaak door in Toppop zijn excuses aan te bieden voor het onopzettelijk kwetsen van de betrokkenen.

Serieuzer werk bracht Van Duin met enige regelmaat in albumvorm, zoals de vijfdelige And're André-serie, Wij (1982), Wij Twee (1984), Zing (1987, met vertalingen van nummers van Perry Como), Recht uit het hart (1999) en Van Duin zingt Sonneveld (2016, met liedjes van Wim Sonneveld). Met Mijn allergrootste fan uit 1982 behaalde Van Duin jaarlijks de Evergreen Top 1000. In 2016 verscheen het kinderluisterboek De bron van de lach, waarin een prominente rol is weggelegd voor Van Duin als cartoonfiguur. Van Duin gaat op zoek naar de bron van de lach. Kinderen komen gedurende het verhaal de vreemdste figuren en beroemde komieken tegen.

Van Duin is ook een graag geziene gast bij collega-artiesten. In 2009 en 2013 was Van Duin gastartiest bij een reeks concerten van André Rieu in de Amsterdam ArenA en op het Vrijthof in Maastricht. Op 30 april 2013 gaven Van Duin en Rieu op het Museumplein in Amsterdam een concert als afsluiting van de feestelijkheden rond de inhuldiging van koning Willem-Alexander en koningin Máxima eerder die dag. Een jaar later was hij gastartiest tijdens de vier concerten van De Toppers in de Amsterdam ArenA.

Hij bracht in 2021 het nummer Voor altijd uit, samen met Danny Vera. Dit presenteerde hij bij het programma Matthijs gaat door. Het lied gaat over zijn partner, die een jaar daarvoor was overleden. Dit lied bracht veel lovende reacties bij de kijkers teweeg.

In 2022 was Van Duin gastartiest bij Even tot hier, waar hij een bewerking van Een boutje en een moertje en een schroefje en een nippeltje ten gehore bracht, genaamd USB-C Aansluiting. In het najaar van 2023 zong Van Duin de titelsong in van de bioscoopfilm Neem me mee.

Peter Blanker

TPeter Blanker (Rotterdam, 11 juni 1939) is een Nederlands dichter en zanger.

Biografie
Na een carrière als zeeman, druivenplukker en journalist was Blanker sinds 1961 actief als zanger met gitaar in Rotterdam en omstreken. Inspiratie zocht hij bij de Franse chansonnier Georges Brassens en zijn vakgenoot Jules de Corte.

In de jaren 1960 deed Blanker aan cabaret en aanverwante kleinkunst. Hij vertolkte vooral zogenoemde 'luisterliedjes'. In 1972 verscheen de single Laat m'n zonnebril zitten (zijn vrije vertaling van Bury Me in My Shades van Shel Silverstein). Van eind 1975 tot 1978 speelde en zong Blanker mee in de AVRO-kinderserie De holle bolle boom.

In 1981 had hij een top 10-hit met 't Is moeilijk bescheiden te blijven, een vertaling van It's Hard to Be Humble van de Amerikaanse countryzanger Mac Davis. In 1987 zong hij Alles heeft een einde (maar een worst wel twee), een vertaling door Peter Koelewijn van Alles hat ein Ende nur die Wurst hat zwei, een hit van de Duitse zanger Stephan Remmler.

Voor Kinderen voor Kinderen produceerde hij in de beginjaren een aantal liedjes, waaronder Oh dat huiswerk en Roken. Ook speelde hij in 1985 een hoofdrol in de SchoolTV-serie Muziek in de tent van de NOT.[4] Hij was ook de zanger van de tune van de Nederlandse versie van de tekenfilmserie Maja de Bij.

Elf jaar lang verzorgde Blanker het radioprogramma Levenslief en levensleed voor de KRO. Ook gaf hij cursussen in het schrijven van levensliederen. Begin jaren 1990 gaf hij leiding aan een schrijverscollectief dat naar een idee van hem en Gerard Cox de musical Kaat Mossel schreef over de Rotterdamse mosselvrouw.

In 2003 werd een landelijke tournee georganiseerd om met zijn vaste muzikale begeleiders zijn veertigjarig artiestenjubileum te vieren. De harde kern van het Peter Blanker Consort bestond uit Elly Bezemer, Izak Boom en Kees van Velthooven, die zijn liedjes inkleurden op instrumenten als piano, banjo, mandoline en contrabas. Hij nam afscheid van zijn publiek in het Bibliotheektheater Rotterdam, werd 65 en ging op de Shetlandeilanden wonen, waar hij een beetje boerde, een roman, een autobiografie en nog een paar liedjes schreef.

Na bijna twintig jaar was hij terug in Nederland en werd uitgenodigd om nog een keer aan het Amsterdams Kleinkunst Festival mee te doen. Ook bracht hij een cd uit met nieuw en historisch materiaal: Van nu af aan. Op bijna 83-jarige leeftijd maakte hij bekend nu echt te zullen stoppen. Dat vond plaats op 29 mei 2022 in de vorm van een zestig minuten durend optreden in zijn favoriete theater, Peeriscoop in Gorkum.

Peter Blanker is een oom van Jan Kooijman.

Peter Blanker heeft veel liedjes over Rotterdam gemaakt maar ook specifiek over de wijken binnen het stadsdeel Delfshaven. Zoals Delfshaven en Spangen.

RoMartin

Romartin
Martin Snijders (Rotterdam, 1943). Ook actief als De Zingende Strandjutter en onder eigen naam. Lid van De Versierders en Duo X (met echtgenote Joke Snijders-Schuit).

Martin Snijders was ten tijden van de hoogtijdagen van de piratenzenders werkzaam als platen verkoper bij een witgoed winkel aan de Rotterdamse Vierambachtstraat in de wijk Nieuwe Westen binnen het stadsdeel Delfshaven.

Menig etherpiraat die in die tijd daar op vrijdag de nieuwste piratenhits ging kopen en steeds wist Martin Snijders weer met iets nieuws aan te komen omdat hij veel contacten had met kleine platenmaatschappijen die in die tijd veel piratenhits uitbrachten.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.