
Blues
🎸 Blues – de muziek van gevoel en verhaal
De blues is een van de belangrijkste muziekgenres uit de geschiedenis van de populaire muziek. Het genre ontstond aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw in de zuidelijke Verenigde Staten, vooral onder Afro-Amerikaanse gemeenschappen. Vanuit de blues ontstonden later onder andere rock-'n-roll, rhythm-and-blues, soul, funk en veel vormen van rock.
🎵 Waar komt de blues vandaan?
De blues heeft wortels in verschillende Afro-Amerikaanse muziektradities, waaronder work songs, spirituals, field hollers en Afrikaanse muzikale tradities. De teksten gingen vaak over het dagelijks leven: liefde, verdriet, armoede, reizen, eenzaamheid en problemen.
Een belangrijk kenmerk is dat de blues vaak persoonlijk en direct klinkt. Een zanger vertelt als het ware zijn verhaal aan de luisteraar.
🎼 Het typische bluesgeluid
Veel bluesnummers gebruiken de zogenaamde 12-matenblues. Een eenvoudig voorbeeld is:
I – I – I – I
IV – IV – I – I
V – IV – I – I
Daarnaast zijn de bluestonen belangrijk. Dit zijn tonen die tussen de normale majeur- en mineurklanken in lijken te zitten. Vooral gitaristen gebruiken veel bending, waarbij een toon omhoog wordt gebogen.
Andere typische instrumenten zijn:
🎸 elektrische en akoestische gitaar
🎹 piano
🎷 saxofoon
🎺 trompet
🥁 drums
🎸 basgitaar
🎤 zang
soms mondharmonica
🎸 Blues en rock-'n-roll
De blues is rechtstreeks verbonden met de ontwikkeling van de rock-'n-roll in de jaren 1950.
Artiesten als Elvis Presley, Chuck Berry, Little Richard en Jerry Lee Lewis namen elementen uit blues, rhythm-and-blues en country over.
Daarna gingen ook Britse bands zich sterk door de blues laten beïnvloeden. Denk aan:
The Rolling Stones
The Yardbirds
John Mayall
Eric Clapton
Chicago Blues
Chicago blues 🎸
Chicago blues is een van de belangrijkste stromingen binnen de blues. Het genre ontstond vooral in Chicago in de jaren 1940 en 1950, toen veel Afro-Amerikanen vanuit het zuiden van de Verenigde Staten naar industriesteden in het noorden trokken. Zij namen hun Delta blues mee en ontwikkelden die tot een veel krachtiger, elektrisch geluid.
🎸 Van Delta blues naar Chicago blues
De traditionele Delta blues was vaak vrij eenvoudig: een zanger met een akoestische gitaar. In Chicago kwamen daar elektrische instrumenten en een volledige band bij.
Typisch Chicago blues werd daardoor:
elektrisch versterkt
harder en rauwer
gebaseerd op elektrische gitaar en mondharmonica
ondersteund door bas en drums
vaak aangevuld met piano
geschikt voor danszalen, clubs en cafés
Een belangrijk verschil met de oudere country- en Delta blues is dus het volle bandgeluid.
🎤 Belangrijke artiesten
Muddy Waters is waarschijnlijk de belangrijkste naam. Hij kwam oorspronkelijk uit Mississippi en verhuisde naar Chicago. Zijn elektrische blues werd een enorme invloed op latere blues- en rockmuzikanten.
Bekende nummers zijn onder andere:
Rollin' Stone
Hoochie Coochie Man
I Just Want to Make Love to You
Mannish Boy
Andere grote namen zijn:
Howlin' Wolf – bekend om zijn enorme, rauwe stem en krachtige uitstraling.
Bekende nummers: Smokestack Lightnin', Spoonful en Back Door Man.
Willie Dixon – vooral belangrijk als songwriter, bassist en producer. Hij schreef talloze bluesklassiekers die door andere artiesten werden opgenomen.
Little Walter – maakte de elektrische mondharmonica tot een belangrijk solo-instrument binnen de Chicago blues.
Elmore James – beroemd om zijn agressieve slidegitaarspel en het nummer Dust My Broom.
Jimmy Reed – had een eenvoudiger, swingend en herkenbaar geluid en scoorde hits met onder andere Bright Lights, Big City.
💿 Chess Records
Een zeer belangrijke rol speelde Chess Records, het platenlabel uit Chicago van de gebroeders Leonard en Phil Chess.
Het label bracht veel van de belangrijkste Chicago-bluesplaten uit. Onder anderen Muddy Waters, Howlin' Wolf, Little Walter, Willie Dixon en Chuck Berry waren aan Chess verbonden.
De beroemde Chess-studio aan 2120 South Michigan Avenue werd later zelfs vereeuwigd in de rockgeschiedenis door The Rolling Stones, met het instrumentale nummer 2120 South Michigan Avenue.
🎶 De typische sound
Een klassiek Chicago-bluesnummer heeft vaak:
drums + bas + elektrische gitaar + mondharmonica + piano + zang
De gitaar kan stevig en vervormd klinken, terwijl de mondharmonica vaak bijna als een tweede zanger door het nummer heen speelt.
Veel nummers gebruiken bovendien de traditionele 12-bar blues en het bekende vraag-en-antwoordprincipe (call and response).
🤘 Invloed op rock-'n-roll
Chicago blues heeft een enorme invloed gehad op de ontwikkeling van de rockmuziek.
In de jaren 1960 ontdekten Britse bands de Amerikaanse blues. Onder andere The Rolling Stones, The Yardbirds, Cream, Fleetwood Mac en Led Zeppelin namen elementen van Chicago- en Delta blues over.
Daardoor loopt er een directe muzikale lijn:
Delta blues → Chicago blues → Britse blues → bluesrock → hardrock
Chicago blues is daarmee eigenlijk de elektrische stadse tegenhanger van de Delta blues: rauw, ritmisch, versterkt en enorm invloedrijk op de muziek die daarna kwam.


City Blues
City blues wordt meestal gebruikt als een andere benaming voor urban blues: blues die zich ontwikkelde in de grote Amerikaanse steden, in tegenstelling tot de meer landelijke country blues.
🎵 Ontstaan van de City Blues
De ontwikkeling kwam vooral op gang in de eerste helft van de 20e eeuw. Veel Afro-Amerikanen verhuisden vanuit het zuiden van de Verenigde Staten naar industriesteden zoals Chicago, St. Louis, Detroit en Memphis. Zij namen hun muzikale tradities, waaronder de Delta blues, mee naar de stad.
In de stad veranderde de muziek. Een akoestische gitaar en zang waren vaak niet voldoende om boven het lawaai van cafés, clubs en danszalen uit te komen. Daardoor kwamen elektrische gitaar, versterkte mondharmonica, piano, bas en drums steeds meer centraal te staan.
🏙️ City blues tegenover Country blues
Country blues City blues
Vooral platteland Grote steden
Vaak solo of duo Vaak volledige band
Akoestische gitaar Elektrische gitaar
Eenvoudige begeleiding Bas, drums, piano, gitaar
Delta, Mississippi Chicago, St. Louis, Memphis
Landelijk leven Stad, werk, relaties en dagelijks leven
City blues werd bovendien ritmischer en vaak krachtiger. De muziek moest geschikt zijn voor een publiek in drukke clubs en dansgelegenheden.
🎸 Belangrijke steden
Chicago werd uiteindelijk het belangrijkste centrum. Daar ontstond de beroemde Chicago blues, met artiesten als Muddy Waters, Howlin' Wolf, Little Walter en Willie Dixon. Vooral Chess Records speelde een grote rol bij de verspreiding van deze muziek.
Memphis ontwikkelde een eigen stedelijke bluesstijl rond onder andere Beale Street. Daar ontstonden onder meer jug-bandtradities en later een meer verfijnde, uptown blues met blazers en grotere ensembles.
St. Louis had weer een eigen karakter, waarbij vooral piano, ragtime en jazz een belangrijke invloed hadden.
🎷 De invloed op latere muziek
City blues was enorm belangrijk voor de ontwikkeling van rhythm-and-blues, soul, rock-'n-roll en uiteindelijk rockmuziek. De elektrische Chicago-blues werd bijvoorbeeld een belangrijke inspiratiebron voor Britse groepen in de jaren zestig.
Voor jouw radioprogrammering is het mooi om City Blues als overgang te zien:
Delta Blues → City/Urban Blues → Chicago Blues → Rhythm & Blues → Rock-'n-Roll
Dat maakt City Blues eigenlijk een belangrijke schakel tussen de oude akoestische blues en de elektrische blues van de jaren 40 en 50.
Delta Blues
🎸 Delta blues
De Delta blues is een van de belangrijkste vroege vormen van de Amerikaanse blues. De muziek ontstond vooral in de Mississippi Delta, het gebied tussen de Mississippi en Yazoo-rivieren. De stijl ontwikkelde zich vooral vanaf het begin van de 20e eeuw en kreeg grote invloed op vrijwel alle latere blues- en rockmuziek.
🎵 Hoe klinkt Delta blues?
Delta blues staat bekend om een rauwe, directe en vaak donkere klank. Vaak hoor je:
🎸 akoestische gitaar als belangrijkste instrument
🎤 een krachtige, soms schreeuwende zangstem
🎶 bottleneck- of slidegitaar
👏 een sterk ritmisch gevoel, soms met handgeklap of stampen
🔄 herhalende bluesriffs en akkoordpatronen
❤️ teksten over liefde, verdriet, armoede, reizen en het harde leven
Een gitarist kon bijvoorbeeld een metalen of glazen buis over de snaren schuiven. Daarmee ontstond die typische glijdende, huilende gitaarklank.
🌾 Waar komt de naam vandaan?
De Mississippi Delta was lange tijd een arm landbouwgebied waar veel Afro-Amerikanen op katoenplantages en boerderijen werkten. Muziek speelde een belangrijke rol in het dagelijks leven.
Bluesmuzikanten traden onder andere op in:
juke joints
cafés en kleine clubs
dansgelegenheden
straatfeesten
lokale bijeenkomsten
Veel muzikanten reisden bovendien van plaats naar plaats en verdienden geld met optredens.
⭐ Belangrijke Delta-bluesmuzikanten
Charley Patton
Charley Patton
Wordt vaak beschouwd als een van de belangrijkste grondleggers van de Delta blues. Zijn gitaarspel was ritmisch en energiek en hij had grote invloed op jongere bluesmuzikanten.
Son House
Son House
Bekend om zijn zeer emotionele zang en krachtige slidegitaar. Zijn muziek klinkt vaak intens en bijna bezwerend.
Robert Johnson
Robert Johnson
Een van de beroemdste bluesartiesten ooit. Hij maakte slechts een beperkt aantal opnamen, maar nummers als "Cross Road Blues", "Hellhound on My Trail" en "Sweet Home Chicago" werden bluesklassiekers.
Muddy Waters
Muddy Waters
Begon met de Delta-blues maar verhuisde later naar Chicago. Daar hielp hij de elektrische Chicago blues vorm te geven.
Howlin' Wolf
Howlin' Wolf
Ook afkomstig uit Mississippi. Zijn rauwe stem en krachtige stijl vormden een belangrijke verbinding tussen Delta blues en Chicago blues.
🎸 Delta blues en de gitaar
Een belangrijk kenmerk is de manier waarop de gitarist zang en gitaar met elkaar laat reageren. De gitaar kan als het ware antwoord geven op de zang. Dit noemen we vaak call-and-response.
Een andere belangrijke techniek is fingerpicking: met verschillende vingers worden basnoten, akkoorden en melodieën tegelijkertijd gespeeld. Daardoor kan één muzikant klinken alsof er meerdere instrumenten spelen.
🔥 Van Delta blues naar rock-'n-roll
De invloed van Delta blues is enorm. Toen veel zwarte muzikanten vanuit het zuiden naar steden als Chicago, Detroit en Memphis trokken, veranderde de muziek.
De akoestische Delta blues werd steeds vaker:
Delta blues → elektrische blues → rhythm-and-blues → rock-'n-roll → rock
Artiesten als Eric Clapton, The Rolling Stones, Led Zeppelin, Cream en The Allman Brothers Band namen elementen uit deze traditie over.
Kort gezegd: Delta blues is de rauwe, vaak sobere bluestraditie uit het Mississippi-gebied die een enorme basis vormde voor de latere elektrische blues, rhythm-and-blues en rockmuziek.


Detroit Blues
Detroit blues
De Detroit blues is een belangrijke vorm van de elektrische blues die ontstond in Detroit, Michigan, vooral vanaf de jaren 1940. De stijl heeft sterke wortels in de Delta blues, maar kreeg in de industriestad een duidelijker elektrisch en stedelijk karakter.
🚗 Hoe ontstond Detroit blues?
De ontwikkeling hangt nauw samen met de Great Migration. Veel Afro-Amerikanen verhuisden vanuit het zuiden van de Verenigde Staten naar industriesteden als Detroit, op zoek naar werk in de fabrieken van onder andere de auto-industrie.
Ze namen hun muziek mee: Delta blues, gospel, boogie en andere zuidelijke stijlen. In Detroit werd die muziek aangepast aan het lawaaiige stadsleven en de drukke clubs. Elektrische versterking werd daardoor steeds belangrijker.
Een belangrijk centrum van de scene was de wijk Black Bottom, met name de clubs rond Hastings Street. Daar speelden bluesmuzikanten in cafés, clubs en op zogenaamde rent parties.
🎸 Het geluid
Detroit blues ligt dicht bij de Chicago blues, maar heeft vaak een wat rauwer en eenvoudiger karakter.
Typisch zijn:
elektrische gitaar
mondharmonica
piano
basgitaar
drums
soms saxofoon
krachtige, ritmische gitaarpartijen
sterke invloed van Delta blues en boogie
vaak een wat losse, bijna geïmproviseerde uitvoering
Een belangrijk verschil met de oude Delta blues is dus de overgang van de akoestische gitaar naar elektrisch versterkte instrumenten.
⭐ John Lee Hooker
De allergrootste naam uit de Detroit blues is zonder twijfel John Lee Hooker.
Hooker werd in 1917 geboren in Mississippi en kwam in 1943 naar Detroit. Hij werkte aanvankelijk in de industrie, maar speelde 's avonds en in het weekend blues in clubs en op feesten.
In 1948 werd hij ontdekt door platenman Bernie Bessman. Dat leidde tot zijn beroemde opname:
“Boogie Chillen” (1948)
Het nummer werd in 1949 een enorme R&B-hit en werd een van de bepalende vroege elektrische bluesplaten. Opvallend is dat Hooker op de oorspronkelijke opname grotendeels alleen zichzelf begeleidt met elektrische gitaar en zijn karakteristieke stampende ritme.
Andere belangrijke Hooker-nummers zijn:
Boogie Chillen
Hobo Blues
Crawling King Snake
I'm in the Mood
Boom Boom
Hooker werd uiteindelijk een internationale blueslegende en beïnvloedde later onder andere rockbands en artiesten.
🎵 Detroit blues en Motown
Detroit werd later natuurlijk vooral beroemd door Motown, met artiesten als The Supremes, Marvin Gaye en The Temptations. Maar blues was al veel eerder onderdeel van het muzikale DNA van de stad.
Dat maakt Detroit interessant: Delta blues → Detroit blues → rhythm-and-blues → rock-'n-roll en uiteindelijk ook Motown en andere moderne Detroit-muziek.
De blues bleef bovendien in Detroit bestaan naast jazz, gospel, soul en rock.
Louisiana Blues
Louisiana blues
Louisiana blues is een karakteristieke regionale vorm van de blues uit de Amerikaanse staat Louisiana. Het genre ontstond uit een mengeling van Delta blues, country blues, New Orleans R&B, zydeco en Cajun-muziek. Vooral vanaf de jaren 1940 en 1950 kreeg de Louisiana-blues een duidelijk eigen geluid.
🎸 Hoe klinkt Louisiana blues?
De muziek is vaak wat donkerder, zompiger en relaxter dan bijvoorbeeld Chicago blues. Typisch zijn:
elektrische én akoestische gitaar
een zware, soms slepende bas
eenvoudige maar krachtige drums
mondharmonica
veel shuffle- en boogieritmes
invloeden uit Cajun en zydeco
teksten over liefde, armoede, drank, reizen en het leven in het Zuiden
Een belangrijke variant is de swamp blues. Die klinkt vaak langzaam, broeierig en hypnotiserend, alsof de muziek rechtstreeks uit de moerassen van Louisiana komt.
🌿 Swamp blues
Swamp blues ontwikkelde zich vooral rond Baton Rouge. De muziek heeft vaak een eenvoudige structuur en een sterk ritmisch gevoel. De gitaar klinkt soms bijna loom, terwijl de drummer en bassist een voortdurende groove neerzetten.
Een van de bekendste namen is:
Slim Harpo
Hij werd een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de swamp blues. Zijn grote hit “I'm a King Bee” uit 1957 werd later door verschillende rock- en bluesartiesten gecoverd.
Andere belangrijke artiesten zijn:
Lightnin' Slim
Lazy Lester
Silas Hogan
Lonesome Sundown
Guitar Gable
Phil Phillips
Clarence “Gatemouth” Brown
Tab Benoit — een veel latere vertegenwoordiger van de Louisiana-bluestraditie
🎵 Louisiana blues en New Orleans
Louisiana heeft meerdere muzikale tradities naast elkaar. In New Orleans ontstond een veel ritmischer en jazzy geluid, met invloeden van jazz, boogie-woogie en R&B.
Artiesten als Professor Longhair, Fats Domino en Smiley Lewis bevinden zich daardoor op het kruispunt van blues, New Orleans R&B en vroege rock-'n-roll.
Buiten New Orleans, vooral rond Baton Rouge, bleef de blues sterker verbonden met de Delta- en countrybluestraditie.
💿 Belangrijke platenlabels
Een belangrijke rol speelde Excello Records, een label uit Nashville dat vanaf de jaren 1950 veel Louisiana-blues uitbracht. Vooral de platen van Slim Harpo, Lightnin' Slim en Lazy Lester zijn belangrijk voor de geschiedenis van de swamp blues.
🤠 Invloed op rock-'n-roll
Louisiana blues heeft ook grote invloed gehad op de rockmuziek. De combinatie van blues, country, R&B en een sterke backbeat vormde een belangrijke voedingsbodem voor de ontwikkeling van rock-'n-roll.
Nummers van Louisiana-bluesartiesten werden later opgenomen door onder andere The Rolling Stones, The Kinks, The Yardbirds en andere Britse blues- en rockbands.
Kort gezegd: Louisiana blues is de ontmoeting van Delta blues, New Orleans R&B, Cajun/zydeco en de moerassige sfeer van Zuid-Louisiana. Vooral de swamp blues uit Baton Rouge is herkenbaar aan zijn trage, broeierige en hypnotiserende sound.


New Orleans Blues
🎷 New Orleans blues
New Orleans blues is een bijzondere bluesstijl die vooral in de jaren 1940 en 1950 in en rond New Orleans, Louisiana ontstond. De muziek klinkt vaak vrolijker en swingender dan bijvoorbeeld Delta blues, doordat de blues daar werd vermengd met jazz, boogie-woogie, rhythm-and-blues en Caribische ritmes.
🎹 Het typische geluid
Bij New Orleans blues staat de piano vaak centraal. Daarnaast hoor je veel:
🎹 piano en boogie-woogie
🎷 saxofoon en trompet
🥁 een stevige, dansbare drumbeat
🎸 elektrische gitaar
🎺 invloeden uit de brassband- en Dixielandtraditie
🌴 Caribische ritmes zoals rumba, mambo en calypso
🎤 zowel ontspannen zang als krachtige gospelachtige blues-shouts
Een belangrijk kenmerk is de zogenaamde second-line feel: een licht stuwend, syncoperend ritme waardoor de muziek bijna vanzelf tot dansen uitnodigt. De timing kan bovendien iets achter de tel liggen, waardoor de muziek een ontspannen, bijna lui swingend gevoel krijgt.
🌴 Waarom klinkt New Orleans blues zo anders?
New Orleans was een enorme culturele smeltkroes. Afrikaanse muzikale tradities, blues, spirituals, jazz, Europese muziek en Caribische invloeden kwamen er bij elkaar. Daardoor ontwikkelde zich een heel eigen muzikale cultuur.
De blues werd er daardoor minder een puur sombere muzieksoort. Zelfs wanneer de tekst over ellende of liefdesverdriet gaat, kan de begeleiding feestelijk en swingend klinken.
⭐ Professor Longhair – de grote pionier
Een van de belangrijkste namen is Professor Longhair, geboren als Henry Roeland Byrd.
Hij combineerde bluespiano met boogie-woogie en Caribische ritmes en ontwikkelde daarmee een zeer herkenbare New Orleans-stijl. Nummers als “Tipitina”, “Mardi Gras in New Orleans” en “Big Chief” zijn klassiekers geworden.
Zijn invloed is enorm geweest op latere New Orleans-muzikanten, waaronder Fats Domino, James Booker, Allen Toussaint en Dr. John.
🎸 Guitar Slim
Een andere belangrijke figuur was Guitar Slim (Eddie Jones).
Hij combineerde blues, gospel en R&B en werd vooral bekend door “The Things That I Used to Do” uit 1953. Zijn agressieve, vervormde elektrische gitaarspel was vernieuwend en had later invloed op de ontwikkeling van rock en soul.
🎹 Fats Domino
Fats Domino hoort eveneens bij deze traditie.
Hij bracht boogie-woogie, New Orleans-ritmes, blues, jazz en R&B samen met zijn karakteristieke warme zangstem. Zijn muziek werd in de jaren 1950 enorm populair en vormde een belangrijke brug tussen New Orleans R&B en rock-'n-roll.
Bekende nummers zijn onder andere:
The Fat Man
Blueberry Hill
Walking to New Orleans
I'm Walkin'
De grens tussen New Orleans blues en New Orleans R&B is overigens behoorlijk vaag. Veel muzikanten uit de stad bewogen zich moeiteloos tussen beide stijlen.
🎸 Invloed op rock-'n-roll
New Orleans blues en R&B waren enorm belangrijk voor de ontwikkeling van rock-'n-roll. De combinatie van blues, piano, backbeat, blazers en dansbare ritmes vormde een belangrijke basis voor de muziek die in de jaren 1950 doorbrak.
Later namen artiesten als Dr. John deze traditie mee naar de jaren 1960 en 1970 en mengden New Orleans blues met funk, rock, psychedelische muziek en soul.
Piedmont Blues
🎸 Piedmont blues
Piedmont blues is een regionale vorm van de Amerikaanse country blues, ontstaan aan de oostkant van de Verenigde Staten, vooral in de staten Virginia, North Carolina, South Carolina en Georgia. Het gebied ligt rond het Piedmont-plateau, tussen de Atlantische kust en de Appalachen. De stijl kwam vooral in de jaren 1920 en 1930 tot bloei.
Wat Piedmont blues zo bijzonder maakt, is vooral de gitaartechniek. Waar Delta blues vaak rauw, zwaar en ritmisch klinkt, heeft Piedmont blues een veel lichtere, swingende en ragtime-achtige klank.
🎸 Het kenmerkende gitaarspel
De gitarist speelt vaak met fingerpicking:
de duim speelt voortdurend een afwisselende baspartij;
de vingers spelen tegelijkertijd de melodie op de hoge snaren;
bas en melodie lopen daardoor onafhankelijk van elkaar;
het resultaat klinkt bijna alsof er een pianist op een gitaar speelt.
Deze techniek is sterk beïnvloed door ragtime, stride piano, banjo- en stringbandmuziek.
Daarom heeft Piedmont blues vaak een dansbaar en vrolijker karakter dan bijvoorbeeld Delta blues.
🎶 Piedmont blues versus Delta blues
Piedmont blues Delta blues
Oostelijke VS Mississippi Delta
Veel fingerpicking Vaak eenvoudiger gitaarpatronen
Sterke ragtime-invloed Sterke Afrikaanse en country-invloeden
Swingend en syncopisch Vaak rauw en intens
Bas + melodie tegelijk Vaak nadruk op zang en gitaar
Minder nadruk op slide Slide komt veel vaker voor
Vaak bijna pianistisch Vaak donkerder en aardser
Het verschil is overigens niet absoluut: muzikanten reisden veel en stijlen beïnvloedden elkaar voortdurend.
⭐ Belangrijke Piedmont-bluesartiesten
Blind Blake
Blind Blake
Blind Blake geldt als een van de belangrijkste grondleggers van de Piedmont-gitaarstijl. Hij maakte vanaf 1926 tientallen opnamen voor Paramount Records en ontwikkelde een zeer ingewikkelde, ragtime-achtige fingerpickingstijl.
Luister bijvoorbeeld naar:
“West Coast Blues”
“Early Morning Blues”
“Diddie Wa Diddie”
Zijn gitaar kan soms werkelijk klinken alsof er een ragtimepianist meespeelt.
Blind Boy Fuller
Blind Boy Fuller
Blind Boy Fuller werd in de jaren dertig een van de populairste vertegenwoordigers van de stijl. Hij speelde veel in en rond Durham, North Carolina, en maakte meer dan honderd opnamen.
Bekende nummers:
“Step It Up and Go”
“Truckin' My Blues Away”
“Rag Mama Rag”
Zijn muziek is vaak snel, ritmisch en behoorlijk humoristisch.
Reverend Gary Davis
Reverend Gary Davis
Gary Davis was een uitzonderlijk virtuoze gitarist. Hij combineerde blues, ragtime en gospel en werd later een zeer belangrijke figuur tijdens de Amerikaanse folkrevival van de jaren zestig.
Bekende nummers:
“Samson and Delilah”
“Death Don't Have No Mercy”
“Candy Man”
Zijn invloed reikte veel verder dan de blues. Hij beïnvloedde onder anderen Bob Dylan, Dave Van Ronk, Jorma Kaukonen en leden van Grateful Dead.
Blind Willie McTell
Blind Willie McTell
Blind Willie McTell kwam uit Georgia en is vooral bekend om zijn uitstekende gitaarspel, waaronder het gebruik van 12-snarige gitaar. Hij verbond Piedmont blues met ragtime, gospel en andere zuidelijke muziekstijlen.
Een bekend nummer is:
“Statesboro Blues”
Dat nummer kreeg later een veel groter rockpubliek door The Allman Brothers Band.
Sonny Terry & Brownie McGhee
Sonny Terry en Brownie McGhee
Dit duo werd vooral bekend door de combinatie van akoestische gitaar en mondharmonica. Ze speelden een belangrijke rol in de folkrevival vanaf de jaren vijftig en traden onder meer op tijdens het eerste Newport Folk Festival in 1959.
Etta Baker
Etta Baker
Een belangrijke vrouwelijke vertegenwoordiger van de Piedmont-traditie. Baker stond bekend om haar rustige, verfijnde fingerpicking en speelde zowel gitaar als banjo.
Andere belangrijke namen zijn Josh White, Elizabeth Cotten, Cephas & Wiggins, John Jackson, Buddy Moss, Curley Weaver, Peg Leg Howell en Barbecue Bob.
🎵 Waar komt die vrolijke klank vandaan?
Een interessant aspect van Piedmont blues is dat de muziek niet altijd klinkt alsof de muzikant diep ongelukkig is. De ragtime-invloed zorgt voor een rollende, bijna dansbare beweging.
Je hoort vaak:
bas – melodie – bas – melodie – bas – melodie
terwijl de gitarist daar tussendoor syncopische accenten speelt.
Daardoor kan één gitarist tegelijkertijd de rol van basgitarist, ritmegitarist en solist vervullen.
✝️ Blues en gospel
Piedmont blues heeft bovendien een sterke relatie met gospelmuziek. Dat is vooral goed te horen bij Reverend Gary Davis. Veel muzikanten konden zowel wereldlijke blues als religieuze muziek spelen.
Dat verklaart ook waarom Piedmont blues soms ineens kan veranderen van een vrolijk ragtime-achtig nummer naar een zeer intens religieus stuk.
📻 Invloed op latere muziek
De Piedmont-stijl verdween na de Tweede Wereldoorlog gedeeltelijk uit de populaire muziek, maar werd tijdens de folkrevival van de jaren 1950 en 1960 opnieuw ontdekt.
De fingerpickingtechniek had invloed op onder andere:
folk
country
ragtime guitar
blues
bluegrass
singer-songwriter
akoestische rock
Muzikanten als Bob Dylan, Eric Clapton, Ry Cooder, David Bromberg en Jorma Kaukonen werden beïnvloed door oudere Piedmont-spelers.


Swamp Blues
.🌿 Swamp blues – de zompige blues uit het zuiden van de VS
Swamp blues is een sfeervolle bluesstijl die vooral in de jaren 50 en 60 ontstond in Zuid-Louisiana, met name rond Baton Rouge. De muziek klinkt vaak traag, loom, broeierig en ritmisch – alsof je de warme, vochtige moerassen van Louisiana kunt horen.
Swamp blues heeft duidelijke raakvlakken met Louisiana blues, Chicago blues, zydeco, R&B en vroege rock-'n-roll.
🎸 Het typische geluid
Swamp blues herken je vaak aan:
een langzaam tot middelmatig tempo
een zwaar, wiegend ritme
elektrische gitaar met een eenvoudige, maar karakteristieke sound
prominente harmonica
eenvoudige bas- en drumpartijen
soms een echoënde of galmende productie
een ontspannen, bijna hypnotiserende zangstijl
invloeden uit Louisiana R&B en Cajun-muziek
Het geluid is meestal minder hard en agressief dan bijvoorbeeld de klassieke Chicago blues.
🎤 Belangrijke artiesten
Een van de belangrijkste namen binnen de swamp blues is Slim Harpo.
Zijn echte naam was James Isaac Moore. Hij werd een van de bekendste vertegenwoordigers van de Baton Rouge-blues. Zijn grote nummers zijn onder andere:
“I'm a King Bee” – 1957
“Rainin' in My Heart” – 1961
“Scratch My Back” – 1966
“Baby Scratch My Back” – 1966
Vooral “I'm a King Bee” werd later door rockartiesten opnieuw opgenomen.
Een andere belangrijke naam is Lightnin' Slim. Hij werkte veel samen met producer Jay Miller en gitarist Lazy Lester.
Ook Lazy Lester is zeer belangrijk. Hij was vooral bekend om zijn harmonica- en gitaarspel en zijn samenwerking met Slim Harpo en Lightnin' Slim.
Andere namen die je bij swamp blues tegenkomt zijn:
Lonesome Sundown
Silas Hogan
Arthur “Guitar” Kelley
Phil Phillips
Muddy Waters – niet specifiek swamp blues, maar wel invloedrijk
Jimmy Anderson
🎵 Swamp blues en de Excello Records-sound
Een belangrijk hoofdstuk in de geschiedenis is het platenlabel Excello Records uit Nashville.
Excello bracht vanaf de jaren 50 veel blues uit van artiesten uit Louisiana. Producer Jay Miller speelde daarbij een enorme rol.
De typische Excello-opnamen hebben vaak een rauwe maar tegelijkertijd warme, donkere en galmende sound. Daardoor is “Excello sound” bijna synoniem geworden met de klassieke Louisiana/swamp-bluesklank.
🌴 Invloed van Louisiana
Swamp blues ontstond niet zomaar. Louisiana had een eigen muzikale cultuur waarin verschillende stijlen door elkaar liepen:
Blues + R&B + Cajun + Creoolse muziek + gospel + country
Dat hoor je terug in het ritme en de ontspannen manier waarop de muzikanten spelen.
De muziek heeft daardoor vaak iets zuidelijks, broeierigs en hypnotiserends.
🎸 Invloed op rock
Swamp blues had later invloed op verschillende rockmuzikanten. Vooral de Britse bluesrockscene ontdekte de muziek uit Louisiana.
Onder anderen:
The Rolling Stones
The Yardbirds
The Kinks
The Pretty Things
Them
namen nummers en stijlen uit de Amerikaanse blues over.
Slim Harpo's “I'm a King Bee” werd bijvoorbeeld later opgenomen door The Rolling Stones.
Texas Blues
🎸 Texas blues
Texas blues is een regionale bluesstijl uit de Amerikaanse staat Texas. Het is geen volledig vastomlijnd genre: door de jaren heen veranderde de muziek sterk. Kenmerkend zijn vooral de gitaar, een vaak swingende groove, improvisatie en invloeden uit jazz, country, boogie-woogie en rhythm-and-blues.
🌵 Het ontstaan
De wortels liggen in de Afro-Amerikaanse muziekcultuur van Texas. Bluesmuzikanten trokken rond langs werkkampen, olievelden, houtzagerijen, kleine plaatsen en later de grote steden. Dallas, Houston en Austin werden belangrijke centra.
Een van de belangrijkste vroege namen was Blind Lemon Jefferson. Hij ontwikkelde in de jaren twintig een zeer persoonlijke gitaarstijl met afzonderlijke basnoten, arpeggio's en jazzachtige improvisaties. Zijn werk had grote invloed op latere Texas-bluesgitaristen.
🎸 Van akoestisch naar elektrisch
In de jaren twintig was Texas blues voornamelijk akoestisch. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde dat snel.
Een enorme invloed was T-Bone Walker. Hij combineerde blues met jazz en swing en maakte de elektrische gitaar tot een belangrijk solo-instrument binnen de blues. Zijn single-string gitaarlijnen werden een voorbeeld voor generaties gitaristen.
De elektrische Texas blues kreeg daardoor vaak:
elektrische leadgitaar
swingende ritmes
jazzy gitaarlijnen
blazers en piano
veel ruimte voor solo's
een combinatie van dansbaarheid en rauwe blues
🎤 Lightnin' Hopkins
Een andere gigant is Lightnin' Hopkins uit Houston.
Zijn muziek klinkt heel anders dan de strakke elektrische blues van bijvoorbeeld Chicago. Hopkins kon met alleen stem en gitaar een compleet verhaal vertellen. Zijn timing was los en spontaan; hij veranderde teksten en fraseringen regelmatig tijdens optredens. Smithsonian Folkways beschrijft zijn muziek als bijzonder spontaan en improviserend.
Dat maakt Lightnin' Hopkins bijzonder geschikt om te horen wat men bedoelt met de persoonlijke vrijheid van Texas blues.
🔥 Belangrijke artiesten
Een mooie chronologische luisterlijst is:
Vroege Texas blues
Blind Lemon Jefferson
Blind Willie Johnson
Texas Alexander
Mance Lipscomb
Henry Thomas
Elektrische Texas blues
T-Bone Walker
Lightnin' Hopkins
Clarence "Gatemouth" Brown
Freddie King
Albert Collins
Johnny "Guitar" Watson
Big Mama Thornton
Moderne Texas blues
Johnny Winter
Edgar Winter
The Fabulous Thunderbirds
Jimmie Vaughan
Stevie Ray Vaughan
ZZ Top
Deze artiesten vertegenwoordigen overigens verschillende kanten van de Texas-traditie.
🤠 Texas blues tegenover Chicago blues
Het verschil is goed te horen:
Texas blues Chicago blues
Vaak swingender Vaak zwaardere shuffle
Sterke gitaarrol Gitaar én mondharmonica zeer belangrijk
Jazz- en country-invloeden Sterke urban/R&B-invloeden
Veel ruimte voor improvisatie Vaak strakkere bandstructuur
Elektrische gitaar als blikvanger Elektrische gitaar + harmonica
Dallas, Houston, Austin Chicago
Texas blues kan daardoor soms lichter en losser klinken dan Chicago blues, hoewel er natuurlijk veel overlap bestaat.
🎸 Stevie Ray Vaughan en de revival
In de jaren zeventig en vooral tachtig kreeg Texas blues een enorme nieuwe impuls. Stevie Ray Vaughan bracht een krachtige, moderne versie van de stijl naar een groot internationaal publiek.
Hij combineerde traditionele blues met bluesrock, een enorme gitaarversterkerklank en virtuoos spel. Samen met onder andere Albert Collins en The Fabulous Thunderbirds hielp hij Austin opnieuw op de kaart te zetten als belangrijk bluescentrum.
Kort gezegd: Texas blues is vooral de blues van de grote gitaarpersoonlijkheid: swingend, improviserend, soms rauw en soms bijna jazzy — van Blind Lemon Jefferson tot Stevie Ray Vaughan.


West Coast Blues
🎸 West Coast Blues
West Coast blues is een stijl binnen de blues die vooral vanaf de jaren 1940 en 1950 in Californië tot ontwikkeling kwam. De muziek combineert de traditionele blues met invloeden uit jazz, jump blues, swing, rhythm-and-blues en boogie-woogie.
🎷 Hoe ontstond West Coast Blues?
Veel Afro-Amerikaanse muzikanten verhuisden tijdens de Great Migration vanuit het zuiden van de Verenigde Staten naar steden aan de westkust, vooral Los Angeles en Oakland. Zij namen hun bluestradities mee, maar kwamen daar in aanraking met de swingende jazz- en R&B-scene van Californië.
Een belangrijke grondlegger was T-Bone Walker. Zijn elektrische gitaarspel had enorme invloed op de ontwikkeling van de moderne bluesgitaar.
🎸 Kenmerken
West Coast blues klinkt vaak:
swingend en dansbaar
relatief gepolijst en verzorgd
sterk beïnvloed door jazz
met veel elektrische gitaar
met uitgebreide gitaarsolo's
regelmatig met piano en blazers
minder rauw dan bijvoorbeeld Delta blues
vaak gebaseerd op jump blues en swingende ritmes
De gitaar kan zowel bluesy als bijna jazzy klinken. Vooral het gebruik van single-note lijnen, bends en jazzy akkoorden is kenmerkend.
⭐ Belangrijke artiesten
T-Bone Walker
Een van de belangrijkste figuren. Zijn elektrische gitaarstijl werd een blauwdruk voor talloze latere bluesgitaristen. Bekende nummers zijn “Call It Stormy Monday” en “Mean Old World”.
Lowell Fulson
Afkomstig uit Oklahoma maar nauw verbonden met de West Coast-bluesscene. Hij combineerde een stevige bluesstijl met invloeden uit R&B. Zijn “Reconsider Baby” werd een bluesklassieker.
Pee Wee Crayton
Een belangrijke elektrische gitarist die bekendstond om zijn krachtige, heldere gitaarspel.
Jimmy McCracklin
Een pianist, zanger en songwriter uit Californië die een belangrijke rol speelde in de overgang van blues naar rhythm & blues.
Roy Milton
Met zijn Solid Senders was hij belangrijk voor de ontwikkeling van de West Coast R&B en jump blues.
🎶 West Coast Blues en jump blues
Een belangrijk onderscheid met bijvoorbeeld Chicago blues is dat West Coast blues vaak lichter en swingender klinkt.
Je kunt het ongeveer zo zien:
Delta blues → elektrische blues → West Coast blues → R&B
Maar de stijlen lopen natuurlijk sterk door elkaar heen.
🌴 Los Angeles als centrum
Los Angeles werd in de jaren 1940 en 1950 een belangrijk centrum. Clubs, danszalen en platenlabels zoals Black & White Records en Aladdin Records speelden een belangrijke rol.
De muziek was daardoor niet alleen bedoeld om naar te luisteren, maar vooral ook om op te dansen.
🎵 Invloed op latere muziek
West Coast blues had grote invloed op:
rhythm & blues
rock-'n-roll
jump blues
jazz-blues
soul
moderne bluesgitaar
Vooral het elektrische gitaarwerk van T-Bone Walker werd een enorme inspiratiebron voor gitaristen als B.B. King, Chuck Berry en later veel blues- en rockgitaristen.
St. Louis Blues
🎵 St. Louis Blues
St. Louis blues is een stedelijke bluesstijl die ontstond rond St. Louis, Missouri, en vooral bekendstaat om de combinatie van blues met ragtime, jazz, piano en blaasinstrumenten. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Delta blues klinkt St. Louis blues vaak wat meer georganiseerd, swingend en stedelijk.
🎹 Het belangrijkste verschil
Bij Delta blues denk je vaak aan een zanger met gitaar, terwijl St. Louis blues sterk werd beïnvloed door de muziekcultuur van de stad. Piano, kleine combo's, grotere bands en blazers spelen er een belangrijke rol in. De stijl heeft daardoor vaak een duidelijke relatie met piano blues, ragtime en vroege jazz.
Typische kenmerken zijn:
🎹 veel piano
🎺 trompetten en andere blaasinstrumenten
🎸 gitaar, maar vaak niet zo dominant als bij Delta blues
🥁 swingende en soms syncopische ritmes
🎤 expressieve zang
🎷 duidelijke invloed van jazz en ragtime
🕺 soms een behoorlijk dansbaar karakter
⭐ W.C. Handy en "St. Louis Blues"
De naam van de stijl is natuurlijk onlosmakelijk verbonden met W. C. Handy.
Handy publiceerde "St. Louis Blues" in 1914. Het nummer werd één van de belangrijkste vroege bluescomposities en was bijzonder omdat Handy verschillende muzikale werelden met elkaar combineerde. Het stuk bevat onder meer een mineurgedeelte met een habanera/tango-achtig ritme, naast blues- en ragtime-elementen.
Het nummer groeide vanaf ongeveer 1921 uit tot een enorme hit en werd vervolgens door talloze artiesten opgenomen.
Een van de beroemdste uitvoeringen is die van Bessie Smith uit 1925, met Louis Armstrong op cornet. Die opname werd een soort blauwdruk voor de langzamere, meer bluesy uitvoering van het nummer.
🎼 St. Louis en East St. Louis
Een belangrijk punt is dat de bluesgeschiedenis niet alleen over de stad St. Louis gaat. Aan de overkant van de Mississippi ligt East St. Louis, Illinois, waar eveneens een belangrijke Afro-Amerikaanse muziekscene ontstond.
In de jaren 1930 was pianist en zanger Peetie Wheatstraw daar een belangrijke figuur. Hij kreeg de bijnaam "The Devil's Son-in-Law" en maakte blues over het harde leven tijdens de crisisjaren.
Later kwamen uit de regio ook grote namen voort zoals:
Albert King
Little Milton
Lonnie Johnson
Chuck Berry
Ike Turner
St. Louis was bovendien een belangrijk vervoersknooppunt, waardoor blues- en jazzmuzikanten er regelmatig terechtkwamen.
🎸 Albert King
Voor de ontwikkeling van de latere, elektrische St. Louis blues is Albert King bijzonder belangrijk. Hij ontwikkelde een zeer herkenbare, zware gitaarstijl en werd later een grote naam bij het label Stax in Memphis.
Zijn album Born Under a Bad Sign uit 1967 werd bijzonder invloedrijk voor de bluesrock en inspireerde onder andere gitaristen uit de rockwereld.
Kort gezegd: St. Louis blues is de blues van de stad, de piano en de jazzinvloeden. Het vormt een mooie muzikale brug tussen de vroege country- en Delta-blues enerzijds en de latere elektrische blues, soul en rock-'n-roll anderzijds.


The Aces
The Aces – belangrijke pioniers van de Chicago blues
The Aces waren een zeer invloedrijke Amerikaanse bluesband uit Chicago, vooral actief vanaf het einde van de jaren 1940 en gedurende de jaren 1950. Ze behoren tot de muzikanten die een belangrijke bijdrage leverden aan de ontwikkeling van de elektrische Chicago blues.
Wat The Aces bijzonder maakt, is dat ze vooral bekend werden als begeleidingsband van Little Walter, maar zelf uit uitstekende muzikanten bestonden.
De belangrijkste leden
De kern van The Aces bestond uit:
Louis Myers – gitaar en mondharmonica
Dave Myers – gitaar en later elektrische bas
Fred Below – drums
Junior Wells – mondharmonica, in de vroege bezetting
De broers Louis en Dave Myers kwamen oorspronkelijk uit Byhalia, Mississippi. Hun familie verhuisde in 1941 naar Chicago. Daar kwamen ze in aanraking met zowel de Mississippi-blues als de moderne jazz en swing.
Van The Little Boys naar The Aces
De geschiedenis van de groep kent verschillende namen. Louis en Dave begonnen samen als The Little Boys. Toen mondharmonicaspeler Junior Wells erbij kwam, werden ze achtereenvolgens The Three Deuces en The Three Aces genoemd.
Toen drummer Fred Below rond 1950 toetrad, ontstond eerst de naam The Four Aces, die later werd ingekort tot The Aces.
De samenwerking met Little Walter
Een belangrijk moment kwam in 1952. Little Walter verliet de band van Muddy Waters om voor zichzelf te beginnen. Junior Wells nam vervolgens Walters plaats bij Muddy Waters in.
Little Walter koos de overgebleven Aces als zijn begeleidingsband. Daarmee ontstond een van de belangrijkste combinaties uit de vroege elektrische Chicago blues.
Op platen werden ze onder verschillende namen vermeld, waaronder Little Walter & His Jukes.
Ze begeleidden Little Walter onder andere op:
“Mean Old World”
“Sad Hours”
“Off the Wall”
“Tell Me Mama”
“Blues with a Feeling”
Vooral hun samenspel was belangrijk. Little Walter kon zijn mondharmonica bijna als een saxofoon laten klinken, terwijl The Aces daar een krachtige, swingende ritmesectie onder legden.
Fred Below en de shuffle
Fred Below verdient hierbij extra aandacht. Hij had een achtergrond in de jazz en bracht die muzikale kennis mee naar de blues.
Zijn drumstijl hielp de moderne Chicago-blues shuffle verder vorm te geven. Daardoor kreeg de blues een steviger, swingender ritme dan de meer traditionele plattelandsblues uit Mississippi.
Dat is een van de redenen waarom The Aces zo belangrijk zijn voor de ontwikkeling van de latere elektrische blues.
Dave Myers en de elektrische bas
Ook Dave Myers was vernieuwend. Hij stapte later over van gitaar naar elektrische bas, een instrument dat in de Chicago blues steeds belangrijker werd. Daarmee hielp hij mee aan de overgang naar de krachtige bandbezetting die we tegenwoordig als typisch Chicago blues herkennen.
Na Little Walter
Halverwege de jaren vijftig gingen de oorspronkelijke leden hun eigen weg. De Aces bleven echter terugkeren in verschillende bezettingen en werkten als begeleiders en studiomuzikanten met talrijke bluesartiesten.
In de jaren zestig en zeventig verschenen ze opnieuw regelmatig op podia en platen. In 1972 waren The Aces bijvoorbeeld actief tijdens het Montreux Jazz Festival, waar ze ook andere grote blues- en rhythm-and-bluesartiesten begeleidden.
Albums onder eigen naam
Hoewel ze vooral als begeleidingsband beroemd werden, maakten The Aces ook eigen platen.
Belangrijke titels zijn onder andere:
Kings of the Chicago Blues Vol. 1 – 1973
The Aces and Their Guests – 1976
Chicago Beat – later uitgebracht met opnamen uit de jaren 1970.
Op die platen werkten ze onder meer samen met bluesmuzikanten als Eddie Taylor, Jimmy Rogers, Mickey Baker, Willie Mabon en anderen.
Waarom The Aces zo belangrijk zijn
The Aces waren eigenlijk méér dan een begeleidingsband. Ze vormden een muzikale brug tussen de Mississippi-blues, jazz, swing en de moderne elektrische Chicago blues.
Hun invloed zit vooral in:
Mississippi blues → elektrische gitaar → swingende drums → elektrische bas → krachtige Chicago blues
Zonder muzikanten als The Aces zou het geluid van de jaren vijftig waarschijnlijk heel anders hebben geklonken. De Blues Foundation nam The Aces dan ook in 2018 op in de Blues Hall of Fame.
Woodrow Adams
Woodrow Adams – een vergeten stem uit de Mississippi Delta
Woodrow Adams (1917–1988) was een Amerikaanse Delta-blueszanger, gitarist en harmonicaspeler. Hij is een bijzonder interessante figuur omdat hij geen professionele muzikant was: hij werkte jarenlang als tractorchauffeur en op een plantage, terwijl hij in zijn vrije tijd blues speelde.
Jeugd in Mississippi
Woodrow Wilson Adams werd geboren op 9 april 1917 in Tchula, Mississippi. Hij groeide op in een omgeving van landarbeiders. Al op jonge leeftijd leerde hij gitaar en mondharmonica spelen. Zijn muzikale ontwikkeling kwam vooral voort uit de lokale bluestraditie van de Mississippi Delta.
Een belangrijke invloed was Howlin' Wolf. Adams leerde van Wolf mondharmonica spelen en zijn latere nummer "How Long" vertoont duidelijk overeenkomsten met Wolfs stijl en diens nummer Baby How Long uit 1954.
Pas op 35-jarige leeftijd de studio in
Bijzonder is dat Adams pas rond zijn 35e professioneel werd opgenomen. Op 24 mei 1952 ging hij naar de studio van Sam Phillips in Memphis, de man die later beroemd zou worden door Sun Records. Adams werd daar begeleid door de 3 B's, met onder anderen de legendarische Delta-muzikant Fiddlin' Joe Martin.
Zijn eerste single was:
"Pretty Baby Blues" / "She's Done Come and Gone" – Checker Records, 1952
De plaat is tegenwoordig bijzonder zeldzaam; er zou slechts één origineel exemplaar van de single bekend zijn.
Van Delta-blues naar R&B
In 1955 nam Adams opnieuw op, ditmaal met de Boogie Blues Blasters. Daaruit kwam:
"Wine Head Woman" / "Baby You Just Don't Know" – Meteor Records, 1955
Hier horen we Adams langzaam opschuiven richting de meer commerciële rhythm-and-blues van de jaren vijftig. Zijn rauwe Delta-achtergrond bleef echter duidelijk hoorbaar.
Zijn derde en laatste officiële single verscheen in 1961:
"Something on My Mind" / "Sad and Blue" – Home of the Blues Records
Geen van zijn platen werd een commercieel succes. Adams bleef daarom gewoon op de plantage werken.
"How Long" – een bijzonder nummer
Een van zijn interessantste opnamen is "How Long". Het nummer geeft een kijkje in Adams' leven als zwarte landarbeider in het Mississippi van die tijd. De muziek heeft een duidelijke Howlin' Wolf-achtige sfeer: rauwe zang, eenvoudige gitaarpartijen en nadrukkelijke mondharmonica.
In 1974 verschenen "Pony Blues" en "How Long" alsnog op de compilatie High Water Blues. Daardoor kreeg Adams jaren na zijn oorspronkelijke opnamen opnieuw aandacht.
De laatste opnamen
In 1967 werd Adams opnieuw vastgelegd door bluesonderzoeker David Evans. Een opname uit Robinsonville van 28 augustus 1967 bevat onder meer "Mean Mistreater" en "Sitting on Top of the World". Adams zingt en speelt harmonica, met Curtis Allen op gitaar en Fiddlin' Joe Martin op drums.
Fiddlin' Joe Martin was overigens een belangrijke muzikale partner van Adams. Hij speelde op alle Adams-opnamen en trad jarenlang met hem op in de juke joints van Mississippi.
Overzicht
Jaar Gebeurtenis
1917 Geboren in Tchula, Mississippi
jaren 1930–40 Leert gitaar en mondharmonica
1952 Eerste opnamen bij Sam Phillips in Memphis
1952 Pretty Baby Blues – Checker
1955 Wine Head Woman – Meteor
1961 Something on My Mind – Home of the Blues
1967 Nieuwe veldopnamen met David Evans
1974 How Long en Pony Blues opnieuw uitgebracht
1988 Overlijdt in Mississippi
2015 Al zijn bekende opnamen verzameld op This Is the Blues, Vol. 4
Waarom is Woodrow Adams belangrijk?
Adams behoort niet tot de grote commerciële bluesnamen zoals Muddy Waters, B.B. King of Howlin' Wolf. Juist daarom is hij interessant. Zijn opnamen laten horen hoe lokale, ongepolijste Delta-blues langzaam overging in de elektrische blues en rhythm & blues van de jaren vijftig.


Luther Allison
Luther Allison was een van de krachtige gitaristen uit de Chicago blues. Hij stond bekend om zijn vurige gitaarspel, sterke stem en vooral zijn spectaculaire liveoptredens. Hij wordt vaak gerekend tot de grote elektrische bluesgitaristen van zijn generatie.
🎸 Wie was Luther Allison?
Luther Sylvester Allison werd geboren op 17 augustus 1939 in Widener, Arkansas. Zijn familie verhuisde in 1951 naar Chicago. Daar kwam hij als tiener terecht in de bruisende blueswereld van de South en West Side. Hij leerde zichzelf gitaar spelen en probeerde als jonge muzikant binnen te komen in de bluesclubs.
Al snel kreeg hij de kans om mee te spelen met grote namen. Hij jamde onder andere met Howlin' Wolf, Muddy Waters, Freddie King, Otis Rush, Magic Sam en Jimmy Dawkins. Die ervaring vormde zijn stijl: stevige Chicago-blues, maar met een opvallend agressieve en soms bijna rockachtige gitaarbenadering.
🎶 Zijn muziekstijl
Allison speelde voornamelijk elektrische Chicago blues, maar zijn muziek ontwikkelde zich verder dan de traditionele blues.
Typisch voor hem waren:
krachtige, overstuurde elektrische gitaar
lange gitaarsolo's
veel string bending
een rauwe, emotionele zangstem
stevige bluesrock-invloeden
lange en energieke liveoptredens
Zijn gitaarspel kon behoorlijk hard en explosief zijn. Daardoor sprak hij niet alleen bluesliefhebbers aan, maar ook liefhebbers van rock. Zijn optredens konden bijna vier uur duren.
💿 Belangrijke albums
Zijn eerste album was Love Me Mama, opgenomen in Chicago en uitgebracht in 1969 op Delmark Records. Het was zijn officiële debuut als soloartiest.
Daarna volgden onder andere:
Bad News Is Coming – 1973
Luther's Blues – 1974
Love Me Papa – 1977
Live in Paris – 1979
Southside Safari – 1983
Life Is a Bitch – 1984
Serious – 1987
Soul Fixin' Man – 1994
Blue Streak – 1995
Reckless – 1997
Vooral Soul Fixin' Man en Blue Streak zijn interessant wanneer je zijn krachtige jaren-90-geluid wilt leren kennen. Blue Streak bevat bijvoorbeeld een stevige uitvoering van Magic Sams “What Have I Done Wrong”.
⭐ Motown-periode
Een opmerkelijk hoofdstuk was zijn periode bij Motown Records. Nadat hij in 1969–1971 indruk had gemaakt tijdens de Ann Arbor Blues Festivals, kreeg hij in 1972 een contract bij Motown. Daarmee kwam hij terecht bij een platenmaatschappij die vooral bekendstond om soul en R&B.
Dat zegt veel over Allison: hij was niet alleen een traditionele bluesman, maar wilde de blues verbinden met een breder, moderner publiek.
🇺🇸 Later succes
In de jaren 80 en vooral de jaren 90 kreeg Allison opnieuw veel aandacht. Zijn samenwerking met Alligator Records bracht hem bij een internationaal bluespubliek. Zijn muziek werd steeds krachtiger en kreeg meer bluesrock-elementen, zonder zijn Chicago-bluesbasis te verliezen.
Zijn live-album Live in Chicago, opgenomen tijdens onder andere het Chicago Blues Festival en bij Buddy Guy's Legends, laat volgens de beschikbare bronnen goed horen hoe sterk hij als podiumartiest was.
👨👦 Bernard Allison
Luther Allison kreeg ook een muzikale opvolger binnen zijn eigen familie: zijn zoon Bernard Allison werd eveneens een bekende bluesgitarist en zanger. Bernard groeide letterlijk op tussen de bluesmuzikanten en trad uiteindelijk ook met zijn vader op.
Bernard ontwikkelde later een eigen stijl waarin Chicago blues werd gecombineerd met funk, R&B, Texas blues en rock.
🕯️ Zijn overlijden
Luther Allison overleed op 12 augustus 1997, slechts enkele dagen voor zijn 58e verjaardag. Hij had toen nog maar kort daarvoor zijn laatste album Reckless uitgebracht.
Hij werd na zijn overlijden in 1998 opgenomen in de Blues Hall of Fame.
Mose Allison
Mose Allison – de eigenzinnige brug tussen blues en jazz
Mose Allison (1927–2016) was een Amerikaanse pianist, zanger en songwriter die een heel eigen plaats innam tussen blues, jazz, boogie-woogie en singer-songwriter. Hij stond bekend om zijn droge humor, ironische teksten en zeer herkenbare pianospel. De National Endowment for the Arts benoemde hem in 2013 tot NEA Jazz Master.
🎹 Zijn jeugd in Mississippi
Mose John Allison Jr. werd geboren op 11 november 1927 op de boerderij van zijn grootvader bij Tippo in de Mississippi Delta.
Hij kreeg vanaf zijn vijfde pianoles en leerde al snel blues- en boogiewoogie-stukjes op gehoor spelen. De muziek die hij in zijn jeugd hoorde, kwam onder andere van Louis Armstrong, Fats Waller, Duke Ellington, Louis Jordan en vooral Nat "King" Cole.
Ook speelde hij trompet. Tijdens zijn militaire dienst speelde hij in een legerband.
🗽 Naar New York
Na zijn studie aan Louisiana State University verhuisde Allison in 1956 naar New York. Daar kwam hij terecht in de bloeiende jazzscene.
Hij werkte onder andere met:
Stan Getz
Al Cohn
Zoot Sims
Gerry Mulligan
Al Cohn speelde een belangrijke rol in zijn beginperiode in New York. In 1957 kreeg Allison een platencontract bij Prestige Records.
Zijn eerste belangrijke album was Back Country Suite (1957). Daarop bracht hij de sfeer van zijn Mississippi-jeugd samen met moderne jazz.
🎵 Wat maakte Mose Allison zo bijzonder?
Het interessante aan Allison is dat hij eigenlijk moeilijk in één hokje te plaatsen was.
Zijn pianospel combineerde:
Delta blues + boogie-woogie + jazz + bebop
Daarbovenop zong hij zijn eigen, vaak geestige teksten.
Zijn stem was rustig en soms bijna nonchalant, terwijl zijn teksten behoorlijk scherp konden zijn. Hij schreef vaak over alledaagse situaties, menselijke eigenaardigheden en de absurditeit van het leven.
Daarom wordt hij soms omschreven als een soort blues-jazz verhalenverteller.
⭐ Bekende nummers
Een aantal belangrijke nummers uit zijn repertoire zijn:
"Parchman Farm"
"Your Mind Is on Vacation"
"I Don't Worry About a Thing"
"Young Man Blues"
"Everybody's Cryin' Mercy"
"If You're Going to the City"
"7th Son"
"The Way of the World"
"Wild Man on the Loose"
"Back on the Corner"
Vooral "Parchman Farm" is interessant vanuit de bluestraditie. Het nummer verwijst naar de beruchte Parchman Farm-gevangenis in Mississippi.
💿 Belangrijke albums
Voor een radioprogramma zou ik vooral deze albums in de gaten houden:
Jaar Album
1957 Back Country Suite
1957 Local Color
1958 Young Man Mose
1958 Ramblin' with Mose
1958 Creek Bank
1959 Autumn Song
1960 I Love the Life I Live
1962 I Don't Worry About a Thing
1963 Mose Allison Sings
1965 Wild Man on the Loose
1968 I've Been Doin' Some Thinkin'
1973 The Seventh Son
1976 Your Mind Is on Vacation
1982 Middle Class White Boy
1998 Gimcracks and Gewgaws
2010 The Way of the World
🎸 Grote invloed op de rockmuziek
Mose Allison was vooral belangrijk omdat Britse en Amerikaanse rockmuzikanten zijn songs ontdekten.
Zijn nummers werden onder andere opgenomen door:
The Who
The Clash
Van Morrison
Bonnie Raitt
Elvis Costello
The Yardbirds
Eric Clapton
Ook Tom Waits, Pete Townshend, Ray Davies en Elvis Costello hebben Allison als belangrijke invloed genoemd.
Een mooi voorbeeld is The Who – "Young Man Blues". Daarmee kreeg een compositie van Allison een veel harder rockgeluid.
🇬🇧 Vooral populair in Engeland
Allison had opvallend veel invloed op de Britse blues- en rockscene van de jaren zestig. Zijn combinatie van Amerikaanse blues, jazz en ironische teksten sprak muzikanten aan die bezig waren met de ontwikkeling van de Britse rhythm-and-blues.
Hij werd daardoor een belangrijke schakel tussen de oude Amerikaanse bluestraditie en de Britse rockexplosie van de jaren zestig.
🎤 Zijn laatste jaren
Allison bleef uitzonderlijk lang actief. Zijn laatste studioalbum, The Way of the World, verscheen in 2010, toen hij 82 was. In 2013 werd hij uitgeroepen tot NEA Jazz Master.
Hij overleed op 15 november 2016, vier dagen na zijn 89e verjaardag.


Kip Anderson
Kip Anderson was een Amerikaanse zanger, pianist en songwriter die vooral bekend werd met Southern Soul, Deep Soul en Soul Blues. Zijn carrière liep van het einde van de jaren vijftig tot in de jaren negentig. Hij werd geboren als Kipling Taquana Anderson op 24 januari 1938 in Starr, South Carolina, en overleed op 29 augustus 2007.
🎙️ Van gospel naar soul
Anderson groeide muzikaal op in de kerk, waar hij zong en piano speelde. Al op jonge leeftijd werd hij ontdekt door gospelzangeres Edna Gallman Cooke. Later ontmoette hij radio-dj en muzikant Charles Derrick, die een belangrijke rol zou spelen in zijn verdere carrière.
In 1959 verscheen zijn eerste single "I Wanna Be the Only One". De plaat werd aanvankelijk uitgebracht via Derrick en later door Vee-Jay Records gedistribueerd.
🎵 De jaren zestig
Zijn muziek ontwikkelde zich steeds verder richting soul en R&B. Hij nam onder andere op voor Vee-Jay, Everlast, ABC-Paramount, Checker en later Excello Records.
Een belangrijk succes was:
"That's When the Crying Begins" – 1964, bereikte nummer 79 in de Amerikaanse Billboard Hot 100.
"A Knife and a Fork" – 1967
"You'll Lose a Good Thing" – 1967
"I Went Off and Cried" – 1968
Vooral "I Went Off and Cried" wordt tegenwoordig beschouwd als een prachtig voorbeeld van diepe Southern Soul. Het nummer staat ook op verzamelalbums die de geschiedenis van Southern Soul documenteren.
💔 "I Went Off and Cried"
Dit is waarschijnlijk het nummer waarmee je Kip Anderson het beste kunt introduceren in een blues- of soulprogramma.
Het is een langzame, emotionele soulballad, waarin Anderson zijn gospelachtergrond duidelijk laat horen. Zijn zang is niet glad of gepolijst, maar juist intens en doorleefd. Dat typische "churchified" geluid – de invloed van gospel in wereldlijke soulmuziek – is sterk aanwezig.
Het nummer werd later een geliefde plaat onder liefhebbers van Deep Soul en Southern Soul.
🍴 "A Knife and a Fork"
Een heel andere kant van Anderson horen we in "A Knife and a Fork" uit 1967. Dit is veel ritmischer en speelser dan zijn dramatische ballads en groeide uit tot een van zijn bekendste nummers. Het werd uiteindelijk zelfs de titel van twee latere compilatiealbums van Anderson.
📻 Kip Anderson als radio-dj
Naast zijn werk als zanger was Anderson lange tijd actief als radio-dj. Dat is een interessant onderdeel van zijn verhaal: ondanks zijn grote talent als soulzanger was optreden en platen maken niet altijd zijn belangrijkste bron van inkomsten. Zijn werk bij de radio bleef een belangrijke rol in zijn leven spelen.
Later presenteerde hij onder andere een gospelprogramma en bleef hij actief binnen de radiowereld.
⛪ Een moeilijke periode
Anderson kende ook moeilijke periodes. Zijn carrière werd onderbroken door problemen met drugs en een gevangenisstraf. Tijdens zijn verblijf in de gevangenis vormde hij samen met andere gevangenen een gospelgroep. Zij mochten onder toezicht optreden in kerken en bij lokale evenementen.
Na zijn vrijlating keerde hij terug naar de muziek.
💿 Comeback in de jaren 90
In de jaren negentig kreeg Anderson opnieuw aandacht. Voor Ichiban Records verschenen onder andere:
A Dog Don't Wear No Shoes – 1992
A Knife and a Fork – 1993
In 1996 werkte hij samen met blues- en R&B-zanger Nappy Brown aan Best of Both Worlds.
Anderson werkte gedurende zijn loopbaan met en rond artiesten als Sam Cooke, The Drifters, Jerry Butler en Jackie Wilson.
Etta Baker
Etta Baker – een grootmeesteres van de Piedmont blues
Etta Baker (1913–2006) was een Amerikaanse gitariste, banjospelers en zangeres uit North Carolina. Ze geldt als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Piedmont blues, vooral vanwege haar prachtige fingerpicking op de akoestische gitaar.
🎸 Haar jeugd
Etta werd op 31 maart 1913 geboren als Etta Lucille Reid in Caldwell County, North Carolina. Haar vader, Boone Reid, was zelf een ervaren Piedmont-bluesmuzikant en werd haar belangrijkste muziekleraar.
Ze begon ongelooflijk jong: al rond haar derde jaar zette ze haar eerste gitaarnoten. Later leerde ze onder andere zes- en twaalfsnarige gitaar en vijf-snarige banjo spelen. In haar muzikale familie speelden verschillende broers en zussen eveneens instrumenten.
🎶 Wat maakte haar gitaarspel zo bijzonder?
Etta Baker gebruikte vooral een two-finger picking style: voornamelijk duim en wijsvinger. Daarmee kon ze tegelijkertijd een stevige bas en melodische lijnen spelen.
Dat is typisch voor de Piedmont blues. In tegenstelling tot de vaak zwaardere en rauwere Delta blues klinkt Piedmont blues doorgaans lichter, ritmischer en melodieuzer.
Baker combineerde blues met invloeden uit:
old-time mountain music
ragtime
gospel
boogiewoogie
folk
traditionele dansmuziek
parlor music
Ze gebruikte zowel zes- als twaalfsnarige gitaar.
Een mooie uitspraak van Baker vat haar benadering samen: ze wilde dat haar gitaarspel helder bleef en dat iedere noot een functie had.
🎵 "One Dime Blues"
Een van haar bekendste nummers is "One Dime Blues".
In 1956, toen Etta 43 jaar oud was, ontmoette ze toevallig de folkzanger en verzamelaar Paul Clayton. Haar vader vroeg Clayton naar zijn dochter te luisteren. Baker speelde onder andere "One Dime Blues", waarna Clayton zo onder de indruk was dat hij de volgende dag met een bandrecorder naar haar huis kwam.
Dit leidde tot haar eerste opnamen voor Instrumental Music of the Southern Appalachians.
Het bijzondere is dat Etta daarna niet onmiddellijk een professionele muziekcarrière begon. Ze keerde grotendeels terug naar haar gezinsleven en werk.
👨👩👧👦 Een muzikante die lang buiten de schijnwerpers bleef
Etta trouwde met Lee Baker en samen kregen ze negen kinderen. Ze bleef vooral thuis spelen voor familie en vrienden.
Ze werkte jarenlang in een textielfabriek. Pas nadat ze met pensioen was gegaan, kreeg muziek opnieuw een centrale plaats in haar leven. In de jaren zeventig begon ze weer meer op te treden en later volgden festivals en concerten.
Het bijzondere aan Etta Baker is dus dat haar grote bekendheid pas op latere leeftijd kwam.
💿 One-Dime Blues
In 1991, toen ze 78 was, verscheen haar album One-Dime Blues. Daarmee werd ze voor een veel groter publiek bekend.
Daarna bleef ze optreden en opnemen. Ze werkte onder andere samen met Taj Mahal. Ook nummers als "Carolina Breakdown", "Railroad Bill" en "Knoxville Rag" behoren tot haar belangrijke repertoire.
"Knoxville Rag" is bijzonder: Baker vertelde dat ze de akkoorden van het nummer in haar slaap hoorde en ze daarna op gitaar uitwerkte.
🌟 Invloed
Etta Baker werd uiteindelijk een belangrijke inspiratiebron voor meerdere generaties muzikanten. Haar muziek werd onder meer bewonderd door Bob Dylan en Taj Mahal.
Ze kreeg verschillende belangrijke onderscheidingen:
1989 – North Carolina Folk Heritage Award
1991 – NEA National Heritage Fellowship
1992 – Brown-Hudson Folklore Award, samen met haar zus Cora Phillips
2003 – North Carolina Award
🕯️ Overlijden
Etta Baker overleed op 23 september 2006, op 93-jarige leeftijd. Ze had toen een muzikale carrière achter de rug die bijna negen decennia besloeg.


John Henry Barbee
John Henry Barbee – een vergeten meester van de countryblues
John Henry Barbee (14 november 1905 – 3 november 1964) was een Amerikaanse blueszanger en gitarist uit Henning, Tennessee. Hij wordt vooral gerekend tot de countryblues en vroege Delta-blues. Zijn carrière was bijzonder omdat hij al in de jaren dertig opnam, vervolgens tientallen jaren vrijwel uit de muziekindustrie verdween en pas in de jaren zestig opnieuw werd ontdekt.
🎸 Beginjaren
Barbee leerde als jonge man gitaar spelen in zijn geboortestreek. In de jaren twintig en dertig trok hij als rondreizende muzikant door het Amerikaanse Zuiden. Hij speelde onder andere met Big Joe Williams, Sunnyland Slim en Sonny Boy Williamson I (John Lee Williamson). Vooral zijn slidegitaarspel was belangrijk in zijn vroege stijl.
Zijn muziek heeft daardoor een mooie verbinding met verschillende blueswerelden:
Tennessee countryblues
Mississippi/Delta-blues
Memphis-blues
Chicago-blues
slidegitaartraditie
💿 Zijn eerste plaat
In 1938 nam hij in Chicago op voor Vocalion Records. Een van zijn belangrijkste vroege nummers was:
“Six Weeks Old Blues”
Daarnaast werd “God Knows I Can't Help It” opgenomen. De platen deden voldoende om Vocalion opnieuw belangstelling voor Barbee te laten tonen, maar tegen die tijd was hij alweer verdwenen uit de muziekscene.
Dat maakt zijn discografie uit de jaren dertig erg klein: juist daardoor zijn deze vroege opnamen historisch interessant.
🌑 Jarenlang uit beeld
Barbee verdween vervolgens vrijwel volledig uit de muziekwereld. Hij werkte verschillende gewone banen en leidde lange tijd een veel minder zichtbaar bestaan.
Pas tijdens de bluesrevival van de jaren zestig werd opnieuw naar hem gezocht. Bluesproducent en muzikant Willie Dixon hielp mee om Barbee terug te vinden. Hij bleek in Chicago te wonen en onder andere als ijsverkoper te werken.
🇪🇺 Comeback in Europa
Zijn comeback kwam op een bijzonder moment: in 1964 werd Barbee uitgenodigd voor het American Folk Blues Festival in Europa.
Daar stond hij tussen grote namen uit de Amerikaanse blues, waaronder Lightnin' Hopkins en Howlin' Wolf. Tijdens de Europese tournee werd hij bovendien opgenomen in Denemarken. De opnamen van 8 en 9 oktober 1964 verschenen later op Storyville-platen.
Een belangrijk album is:
John Henry Barbee – Portraits in Blues Vol. 9
Storyville, 1964
Daarop staan onder andere:
“Dust My Broom”
“Hey Baby”
“That's Alright”
“Early Morning Blues”
“I Heard My Baby”
“I Ain't Gonna Pick No More Cotton”
“Worried Life Blues”
“Miss Nelly Grey”
“Tell Me Baby”
“John Henry”
🎵 Zijn stijl
Wat Barbee bijzonder maakt, is dat hij geen spectaculaire elektrische Chicago-bluesman was zoals Muddy Waters. Zijn kracht lag juist in de intieme, akoestische countryblues.
Zijn gitaarspel is:
ritmisch en eenvoudig
sterk gebaseerd op traditionele bluespatronen
regelmatig voorzien van slidegitaar
geschikt voor lange verhalende blues
nauw verbonden met de oudere Memphis- en Mississippi-traditie
Zijn stem klinkt bovendien doorleefd en persoonlijk. Daardoor krijgen nummers als “Early Morning Blues”, “Worried Life Blues” en “Backwater Blues” een sterk autobiografisch karakter.
🚗 Een tragisch einde
Zijn comeback duurde helaas maar kort.
Barbee was ernstig ziek en leed aan kanker. Na zijn Europese tournee keerde hij terug naar Chicago. Met zijn verdiende geld kocht hij een auto – naar verluidt de eerste auto die hij ooit bezat. Kort daarna raakte hij betrokken bij een dodelijk verkeersongeval waarbij een voetganger om het leven kwam. Terwijl hij in afwachting van zijn rechtszaak vastzat, kreeg hij een hartaanval.
Hij overleed op 3 november 1964, slechts elf dagen voor zijn 59e verjaardag.
Lou Ann Barton
Lou Ann Barton
Lou Ann Barton is een Amerikaanse blues- en rhythm-and-blueszangeres, geboren op 17 februari 1954 in Fort Worth, Texas. Ze werd vooral bekend binnen de Austin-bluesscene en staat bekend om haar krachtige, rauwe en tegelijkertijd soulvolle stem. Haar stijl ligt vooral op het gebied van Texas blues, electric blues, jump blues, R&B en vroege rock-'n-roll.
Begin in Austin
Barton verhuisde in de jaren zeventig naar Austin, dat in die periode uitgroeide tot een belangrijk centrum voor blues en rootsmuziek. Daar kwam ze terecht in de kring rond W.C. Clark en Stevie Ray Vaughan.
In 1977 maakte ze deel uit van de Triple Threat Revue, samen met W.C. Clark en Stevie Ray Vaughan. Toen Clark de groep verliet, ging Vaughan verder onder de naam Double Trouble. Barton bleef tot 1979 bij de band betrokken. Daarmee maakte ze deel uit van de vroege geschiedenis van de band die later wereldberoemd zou worden.
Samenwerking met Stevie Ray Vaughan
De bandrelatie met Stevie Ray Vaughan is een belangrijk onderdeel van haar carrière. Barton en Vaughan zaten midden in de Austin-blueswereld en werkten ook later regelmatig samen.
Ze werkte daarnaast met onder anderen:
Jimmie Vaughan
W.C. Clark
Marcia Ball
Angela Strehli
Kim Wilson
Roomful of Blues
Omar Dykes
Sue Foley
Roky Erickson
Daarmee staat Barton midden in de geschiedenis van de moderne Texas blues.
Roomful of Blues
Begin jaren tachtig verhuisde Barton tijdelijk naar Rhode Island, waar ze zangeres werd bij Roomful of Blues. Deze band combineerde blues met jump blues, swing en rhythm & blues. Daar werd haar talent ook opgemerkt door producer Jerry Wexler, bekend van zijn werk met onder andere Aretha Franklin en Ray Charles.
Old Enough – 1982
In 1982 verscheen haar eerste grote soloalbum:
Lou Ann Barton – Old Enough
Het album werd geproduceerd door Jerry Wexler en Glenn Frey van The Eagles. Er werkten bovendien uitstekende studiomuzikanten aan mee, waaronder de Muscle Shoals Horns en gitarist Jimmie Vaughan.
Hoewel het album goede recensies kreeg, werd het commercieel geen grote hit. Het is inmiddels wel een interessante plaat voor liefhebbers van Texas blues en Amerikaanse rootsmuziek.
Forbidden Tones – 1986
In 1986 verscheen Forbidden Tones. Barton produceerde het album zelf en koos hier voor een wat modernere en meer popgerichte richting. Het album werd echter geen commercieel succes.
Read My Lips – 1989
Voor liefhebbers van haar echte blueswerk is Read My Lips uit 1989 waarschijnlijk een van de interessantste platen.
Hier keerde Barton nadrukkelijk terug naar haar roots: Texas blues, R&B, jump blues en rock-'n-roll. Ze nam onder andere nummers op die eerder bekend waren geworden door artiesten als Slim Harpo, Hank Ballard en Wanda Jackson.
Nummers die je zeker kunt beluisteren zijn:
Shake Your Hips
You Can Have My Husband
You'll Lose a Good Thing
Sugar Coated Love
Shake a Hand
It's Raining
Dreams Come True – 1990
Een bijzonder project kwam in 1990, toen Barton samenwerkte met Marcia Ball en Angela Strehli.
Het album Dreams Come True wordt gezien als een belangrijk album binnen de vrouwelijke Austin-bluesscene. De drie zangeressen brachten ieder hun eigen stijl mee, maar vormden samen een bijzonder sterke combinatie.
Een echte livezangeres
Wat Lou Ann Barton bijzonder maakt, is dat haar reputatie niet alleen gebaseerd is op platen. Ze heeft gedurende haar carrière duizenden optredens gedaan in clubs en dancehalls in Texas en daarbuiten.
Haar stem is krachtig genoeg om boven een volledige bluesband met gitaren, blazers en drums uit te komen. Tegelijkertijd heeft ze volgens AllMusic een natuurlijke podiumuitstraling waarin kracht, zelfvertrouwen en elegantie samenkomen.
Belangrijke albums
Jaar Album Bijzonderheid
1982 Old Enough Debuut, Jerry Wexler & Glenn Frey
1986 Forbidden Tones Meer pop/R&B
1989 Read My Lips Sterke terugkeer naar Texas blues
1990 Dreams Come True Met Marcia Ball & Angela Strehli
1998 Sugar Coated Love Texas-bluesproject
2001 Thunderbroad Blues
2002 Someday Soloalbum
Waarom is Lou Ann Barton belangrijk?
Lou Ann Barton is vooral belangrijk omdat ze een brug vormt tussen de oudere Texas blues/R&B-traditie en de moderne Austin-bluesbeweging. Ze stond letterlijk naast muzikanten als Stevie Ray Vaughan, Jimmie Vaughan en W.C. Clark toen die scene nog volop in ontwikkeling was.


Johnnie Bassett
Johnnie Bassett – de elegante bluesman uit Detroit
Johnnie Alexander Bassett (9 oktober 1935 – 4 augustus 2012) was een Amerikaanse bluesgitarist, zanger en songwriter die vooral bekend werd als een belangrijke vertegenwoordiger van de Detroit blues. Hij combineerde blues met jump blues, swing, soul en jazz, waardoor zijn muziek vaak veel lichter en eleganter klinkt dan de hardere Chicago-blues.
Jeugd en beginjaren
Bassett werd geboren in Marianna, Florida. In 1944 verhuisde zijn familie naar Detroit. Daar kwam hij al jong in aanraking met blues en R&B. Zijn vader had een grote verzameling bluesplaten en tijdens familiefeesten traden bekende bluesmuzikanten op, onder anderen Tampa Red, Big Bill Broonzy en Lonnie Johnson.
Als tiener kreeg Johnnie zijn eerste gitaar en begon hij samen met schoolvriend Joe Weaver in de groep Joe Weaver & the Blue Notes te spelen. De groep won talentenjachten en werd vervolgens gevraagd als begeleidingsband voor bekende artiesten.
Fortune Records en de Detroit-scene
De Blue Notes werden uiteindelijk een soort huisband van Fortune Records in Detroit. Tussen 1953 en 1956 waren ze betrokken bij tientallen opnamen. Bassett speelde daarbij voor artiesten als:
Nolan Strong & the Diablos
Andre Williams
The Five Dollars
Joe Weaver
John Lee Hooker
Eddie Burns
Alberta Adams
Ook begeleidde hij artiesten als Dinah Washington en Ruth Brown tijdens optredens.
Een interessant detail voor liefhebbers van vroege Detroit R&B: Bassett speelde ook mee op vroege opnamen van Smokey Robinson & the Miracles, waaronder hun eerste single Got a Job.
Invloed van T-Bone Walker
Zijn gitaarstijl werd sterk beïnvloed door T-Bone Walker, naast onder anderen B.B. King, Albert King, Tiny Grimes en Billy Butler.
Bassett speelde daardoor niet alleen traditionele blues. Zijn stijl bevatte veel swingende ritmes, jazzy akkoorden en jump-bluesinvloeden. Zijn gitaarspel was vaak verfijnd en melodisch.
Dat leverde hem later de bijnaam “The Gentleman of the Blues” op.
Seattle en Tina Turner
Na zijn militaire dienst verhuisde Bassett in de jaren zestig enige tijd naar Seattle. Daar werkte hij als begeleidingsmuzikant en speelde hij onder andere met Tina Turner en Little Willie John. Een jonge Jimi Hendrix kwam regelmatig naar clubs waar Bassett speelde en zocht hem zelfs op voor advies.
Daarna keerde Bassett terug naar Detroit, waar hij de rest van zijn leven bleef wonen en werken.
De Blues Insurgents
Hoewel Bassett tientallen jaren actief was, kwam zijn grote doorbraak als soloartiest pas relatief laat.
In de jaren negentig vormde hij Johnnie Bassett & the Blues Insurgents. Vanaf dat moment kreeg hij ook buiten Detroit veel meer bekendheid. In 1994 kreeg hij de Lifetime Achievement Award van de Detroit Blues Society.
Zijn eerste belangrijke eigen album was:
I Gave My Life to the Blues – 1997
Het album verscheen op het Nederlandse label Black Magic Records, wat bijzonder interessant is voor Nederlandse bluesliefhebbers. Daarna volgden onder andere:
Bassett Hound – 1997
Cadillac Blues – 1998
Party My Blues Away – 1999
The Gentleman Is Back – 2009
I Can Make That Happen – 2012
Cadillac Blues
Een van zijn bekendste platen is Cadillac Blues uit 1998. Het album werd genomineerd voor maar liefst vijf W.C. Handy Awards.
De titel past uitstekend bij Bassett: zijn blues gaat niet uitsluitend over ellende en verdriet. Hij combineert de blues met humor, auto's, liefde, het stadsleven en het karakter van Detroit.
Zijn zang
Bassett was niet alleen gitarist. Zijn warme, rustige zang werd een belangrijk onderdeel van zijn stijl. Volgens het Michigan Traditional Arts Program stond hij erom bekend dat hij iedere lettergreep zeer duidelijk uitsprak. Zijn teksten konden tegelijkertijd serieus, romantisch en humoristisch zijn.
Een echte vertegenwoordiger van Detroit
Wat Johnnie Bassett bijzonder maakt, is dat hij verschillende generaties Detroit-muziek met elkaar verbond:
jazz → jump blues → R&B → soul → moderne Detroit blues
Hij maakte de overgang mee van de kleine R&B-labels uit de jaren vijftig naar de grote soulperiode van Detroit en uiteindelijk naar de moderne bluesfestivals en internationale blueswereld.
Hij overleed op 4 augustus 2012, 76 jaar oud. Zijn laatste album, I Can Make That Happen, verscheen datzelfde jaar.
Johnnie Bassett is daarmee een mooie schakel tussen de klassieke blues van de jaren 40/50 en de moderne Detroit-blues van de jaren 90 en 2000.
Lefty Bates
Lefty Bates – een vergeten meester van de Chicago-blues
Lefty Bates (William H. Bates, 9 maart 1920 – 7 april 2007) was een Amerikaanse blues- en rhythm-and-bluesgitarist die een belangrijke, maar vaak onderschatte rol speelde in de ontwikkeling van de Chicago-blues. Zijn bijnaam "Lefty" kreeg hij omdat hij linkshandig gitaar speelde.
🎸 Van Alabama naar Chicago
Bates werd geboren in Leighton, Alabama, maar groeide op in St. Louis, Missouri. Op de middelbare school richtte hij samen met anderen de Hi-De-Ho Boys op. In 1936 verhuisde de groep naar Chicago, waar ze in clubs speelden en voor Decca Records opnamen.
Na zijn militaire dienst tijdens de Tweede Wereldoorlog sloot Bates zich aan bij de Aristo-Kats, die voor RCA Victor opnamen. Later keerde hij terug naar de Hi-De-Ho Boys.
🎶 Eigen trio
Begin jaren vijftig vormde Bates een trio met bassist Quinn Wilson en pianist Horace Palm. Het trio speelde jarenlang in de clubs van Chicago en werd soms uitgebreid met een blazerssectie.
Bates maakte zelf relatief weinig platen. Zijn kracht lag vooral in het livewerk en sessiewerk. Hij was een zeer veelzijdige gitarist die zowel ritmegitaar als leadgitaar kon spelen.
Een mooi voorbeeld van zijn leadgitaarwerk is "Rock Alley", een nummer waarop hij volgens de gespecialiseerde discografie duidelijk als solist te horen is.
⭐ Een belangrijke sessiegitarist
Dit is misschien wel het interessantste aspect van Lefty Bates. Hij stond regelmatig achter de schermen bij opnamen van grote artiesten.
Hij werkte onder andere met:
Jimmy Reed
John Lee Hooker
Buddy Guy
Tampa Red
Etta James
Sunnyland Slim
Earl Hooker
Arbee Stidham
The El Dorados
The Flamingos
The Impressions
Zijn naam komt daardoor op veel meer platen voor dan je op basis van zijn eigen discografie zou verwachten.
💿 The El Dorados – "At My Front Door"
Een bijzonder moment kwam in 1955, toen Bates gitaar speelde op "At My Front Door" van de El Dorados. De plaat werd een grote R&B-hit en bereikte zelfs de eerste plaats van de Billboard R&B-hitlijst.
Dat laat mooi zien hoe Bates zich bewoog tussen blues, R&B, doo-wop en soul.
🎙️ Jimmy Reed
Bates werd ook een vaste kracht rond Jimmy Reed. Hij speelde bijvoorbeeld mee op:
"Baby What You Want Me to Do" (1959)
Jimmy Reed at Carnegie Hall (1961)
Jimmy Reed Plays 12 String Guitar Blues (1963)
The New Jimmy Reed Album (1967)
Soulin' (1967)
Big Boss Man (1968)
Bij Reed was Bates vooral belangrijk als ritmegitarist: niet altijd op de voorgrond, maar essentieel voor de swingende, ontspannen Chicago-bluesgroove.
🎸 John Lee Hooker
Bates was bovendien een van de gitaristen die goed konden omgaan met de veel vrijere stijl van John Lee Hooker. Hij speelde mee op Travelin' uit 1960 en The Folk Lore of John Lee Hooker uit 1961.
Dat is interessant, omdat Hookers muziek vaak veel minder strak georganiseerd was dan de typische Chicago-blues van bijvoorbeeld Jimmy Reed.
📻 Vee-Jay Records
Bates werd uiteindelijk onderdeel van de studio- en begeleidingsband rond Vee-Jay Records. Daar werkte hij onder anderen met bassist Al Smith en saxofonist Red Holloway.
Die studioformatie begeleidde allerlei artiesten uit de blues, R&B, jazz en doo-wop. Bates moest dus telkens zijn gitaarstijl aanpassen aan de artiest en het nummer.
🎸 Invloed op jongere gitaristen
Zijn invloed reikte verder dan zijn eigen platen. De latere Chicago-bluesgitarist Lacy Gibson vertelde dat hij veel van Lefty Bates leerde. Bates was daarmee een van de oudere gitaristen die een nieuwe generatie Chicago-muzikanten beïnvloedde.
🏠 Clubmuzikant
Bates was jarenlang een vaste waarde in de clubs van Chicago, waaronder het beroemde Theresa's Lounge. Hij verdiende zijn geld vooral met optredens en sessiewerk en veel minder met platen onder zijn eigen naam.
Dat verklaart waarom hij tegenwoordig minder bekend is bij het grote publiek dan bijvoorbeeld Muddy Waters, Howlin' Wolf of Buddy Guy.
Zijn carrière laat bovendien zien dat een gitarist niet altijd een grote solocarrière nodig heeft om belangrijk te zijn. Bates was vooral de man die de juiste gitaarpartij op het juiste moment speelde.
Lefty Bates overleed op 7 april 2007 in Chicago, 87 jaar oud.


Carey Bell
Carey Bell – een grootmeester van de Chicago blues
Carey Bell, voluit Carey Bell Harrington, was een Amerikaanse blueszanger en vooral een zeer invloedrijke harmonicaspeler. Hij werd geboren op 14 november 1936 in Macon, Mississippi, en overleed op 6 mei 2007 in Chicago. Zijn muziek hoort vooral bij de Chicago blues en elektrische blues.
🎵 Zijn jeugd in Mississippi
Bell kreeg de blues al heel jong mee. Hij begon rond zijn achtste harmonica te spelen. Eigenlijk wilde hij graag saxofoon spelen, maar die was voor zijn familie te duur; een harmonica was wel bereikbaar. Op dertienjarige leeftijd trad hij al professioneel op met zijn peetvader, pianist Lovie Lee.
In 1956 verhuisde hij naar Chicago, samen met Lovie Lee. Daar kwam hij terecht in de bruisende blueswereld rond onder andere Maxwell Street.
🎹 Eerst ook bassist
Een interessant onderdeel van zijn carrière is dat Bell niet uitsluitend harmonicaspeler was. Toen er onvoldoende werk voor harmonicaspelers was, schakelde hij over op elektrische basgitaar. Daarmee speelde hij onder anderen achter Robert Nighthawk, Johnny Young en Big Walter Horton.
Dat maakte hem bijzonder waardevol als begeleider: hij begreep niet alleen de harmonica, maar ook het ritmische fundament van een bluesband.
🎺 Zijn harmonicaspel
Zijn belangrijkste voorbeelden waren drie grote namen:
Little Walter
Big Walter Horton
Sonny Boy Williamson II
Bell nam elementen van deze grootheden over, maar ontwikkelde een herkenbare eigen stijl. Zijn elektrische harmonica kon ruw, krachtig, huilend en bijna schreeuwend klinken. Vooral zijn diepe, soms vervormde toon en zijn plotselinge uitroepen en wails werden kenmerkend voor hem.
Daarmee vormde hij een belangrijke schakel tussen de oudere generatie Chicago-harpisten en de latere bluesharmonicaspelers.
🎸 Muddy Waters en Willie Dixon
In de jaren zestig en zeventig werd Bell steeds belangrijker binnen de Chicago-blueswereld.
Hij werkte onder andere met:
Muddy Waters
Willie Dixon
Big Walter Horton
Earl Hooker
Robert Nighthawk
Louisiana Red
Jimmy Dawkins
Johnny Young
Bell speelde in de vroege jaren zeventig regelmatig met Muddy Waters en Willie Dixon en toerde met hen. Hij is bijvoorbeeld te horen op Muddy Waters' beroemde The London Muddy Waters Sessions uit 1972.
💿 Eerste eigen album
In 1969 verscheen zijn eerste album onder eigen naam:
Carey Bell's Blues Harp – Delmark Records
Het album werd opgenomen in Chicago en bevat onder anderen gitaristen Eddie Taylor en Jimmy Dawkins en pianist Pinetop Perkins.
Voor iemand die vooral bekend was als sideman was dit een belangrijk moment: Bell liet hiermee horen dat hij ook als bandleider een sterke persoonlijkheid was.
⭐ Harp Attack!
Een van zijn bekendste platenprojecten kwam in 1990:
Harp Attack!
Daarop stond Bell samen met drie andere grote namen van de bluesharmonica:
James Cotton
Junior Wells
Billy Branch
Het album werd een soort ontmoeting tussen verschillende generaties Chicago-harpisten en is voor liefhebbers van bluesharmonica een echte klassieker.
🎶 Deep Down
Een andere belangrijke plaat is Deep Down uit 1995, uitgebracht door Alligator Records. AllMusic beschouwt dit als een van zijn sterkste albums als bandleider.
Ook Good Luck Man uit 1997 en Second Nature uit 2004 zijn goede voorbeelden van zijn latere werk.
👨👦 Zijn zoon Lurrie Bell
De bluesmuziek werd ook een familieaangelegenheid. Zijn zoon Lurrie Bell werd een gerespecteerd bluesgitarist.
Vader en zoon traden regelmatig samen op. Hun samenspel kon bijzonder intens zijn: Carey's krachtige harmonica tegenover Lurrie's expressieve gitaar. Er verscheen uiteindelijk ook Gettin' Up: Live at Buddy Guy's Legends, Rosa's and Lurrie's Home, kort na Carey's overlijden.
🏆 Erkenning
Carey Bell wordt tegenwoordig gerekend tot de belangrijke vertegenwoordigers van de Chicago bluesharmonica. In 2023 werd hij postuum opgenomen in de Blues Hall of Fame.
Hij overleed op 70-jarige leeftijd in Chicago aan hartfalen.
Kort samengevat: Carey Bell was niet de meest commerciële bluesster, maar wel een fundamentele Chicago-bluesmuzikant. Zijn enorme, rauwe harmonicasound, zijn werk met Muddy Waters en Willie Dixon en zijn rol als mentor binnen de volgende generatie maken hem een belangrijke naam in de geschiedenis van de elektrische blues.
Buster Benton
Buster Benton was een Amerikaanse bluesgitarist, zanger en songwriter die vooral bekend werd als vertegenwoordiger van de moderne Chicago blues. Hij combineerde stevige elektrische blues met soul en gospelinvloeden. Zijn bekendste nummer is “Spider in My Stew”, geschreven door Willie Dixon.
🎸 Jeugd en beginjaren
Buster Benton werd op 19 juli 1932 geboren als Arley Benton in Texarkana, Arkansas. In zijn jonge jaren woonde hij onder andere in Toledo, Ohio. Daar raakte hij in de jaren vijftig serieus geïnteresseerd in blues. Hij werd beïnvloed door artiesten als B.B. King en Sam Cooke.
Rond 1959 had Benton zijn eigen band in Chicago. In de jaren zestig maakte hij verschillende singles voor kleine lokale labels, waaronder Melloway, Alteen, Sonic en Twinight. Zijn muziek had toen al een duidelijke combinatie van blues en soul.
🎵 Willie Dixon en de Blues All-Stars
Een belangrijke stap in zijn carrière kwam in 1971, toen Benton zich aansloot bij Willie Dixon's Blues All-Stars. Dixon was een van de belangrijkste figuren van de Chicago blues en schreef ook Bentons bekendste compositie.
Dat nummer was:
“Spider in My Stew”
Het is een prachtige, langzame blues waarin Benton met zijn warme, soulvolle stem en gitaarspel een typisch Chicago-bluesgevoel neerzet. Het nummer werd uitgebracht via Jewel Records en zorgde ervoor dat Benton bij een groter publiek bekend werd.
Daarna volgde “Money Is the Name of the Game”, waarmee zijn reputatie verder groeide.
💿 Belangrijk album
Een album dat je zeker moet kennen is:
Spider in My Stew – 1978
Dit album verscheen op Ronn Records en wordt beschouwd als een van Bentons beste en interessantste platen. Zijn gitaarspel is stevig maar niet overdreven, terwijl zijn zang sterk door soul en gospel wordt beïnvloed.
Andere albums zijn onder meer:
Blues Buster – 1979
Buster Benton Is the Feeling – 1980
First Time in Europe – 1983
Why Me – 1988
Money's the Name of the Game – 1989
I Like to Hear My Guitar Sing – 1991
Blues at the Top – 1993
That's the Reason – 1997
Blues and Trouble – 2002
🇪🇺 Optredens in Europa
Benton kreeg ook in Europa belangstelling. In de jaren tachtig trad hij verschillende keren in Europa op en maakte hij onder andere opnamen voor het Franse label Black & Blue.
Zijn muziek uit deze periode werd soms “disco blues” genoemd. Daarmee werd vooral bedoeld dat zijn blues een sterk ritmisch en dansbaar karakter had; het was zeker geen disco in de traditionele betekenis.
💪 Een opmerkelijk doorzettingsvermogen
Benton kreeg later ernstige gezondheidsproblemen als gevolg van diabetes. Hij moest nierdialyse ondergaan en verloor door problemen met zijn bloedsomloop delen van beide benen. Ondanks deze enorme lichamelijke problemen bleef hij optreden en muziek maken.
Hij overleed op 20 januari 1996 in Chicago, 63 jaar oud.
Let op: Buster Benton wordt soms verward met Buster Bennett, de oudere Chicago-blueszanger en saxofonist. Dat is een andere artiest, geboren in 1914.


Roy Book Binder
Roy Book Binder was een Amerikaanse gitarist, zanger, songwriter en verhalenverteller die een belangrijke rol speelde in de heropleving van de country blues vanaf de jaren 60. Hij stond vooral bekend om zijn akoestische gitaarspel, fingerpicking, slidegitaar en zijn typische gevoel voor humor en sterke verhalen. Hij overleed op 3 maart 2026, op 82-jarige leeftijd.
🎸 Zijn achtergrond
Roy Alan Book Binder werd geboren op 5 oktober 1943 in New York. Tijdens zijn diensttijd bij de Amerikaanse marine raakte hij serieus geïnteresseerd in gitaar. Na zijn militaire dienst kwam hij terecht in de New Yorkse folk- en blueswereld.
Een beslissend moment was zijn ontmoeting met Rev. Gary Davis. Book Binder werd diens leerling en later zelfs chauffeur en reisgenoot. Daardoor leerde hij rechtstreeks van een van de grote meesters van de Amerikaanse fingerstyle- en Piedmont-blues.
Hij kwam daarnaast in contact met blueslegendes als Pink Anderson, Robert Lockwood Jr., Arthur "Big Boy" Crudup en Homesick James.
🎵 Zijn muziekstijl
Book Binder speelde vooral:
Country blues
East Coast blues
Piedmont blues
Acoustic blues
Ragtime blues
Slide guitar
Fingerstyle gitaar
Folk-blues
Zijn gitaarspel was vaak gebaseerd op traditionele technieken, maar hij gaf daar een heel eigen draai aan. Zijn stijl kon tegelijkertijd ritmisch, swingend, rauw en ontspannen klinken.
Een belangrijk kenmerk was dat hij niet alleen zong en gitaar speelde: hij vertelde verhalen tussen de nummers door. Daardoor waren zijn concerten bijna kleine bluesvoorstellingen.
🚐 De reizende bluesman
In de jaren 70 koos Book Binder voor een bijzonder leven. Hij kocht een motorhome/tourbus en trok daarmee jarenlang door Amerika.
Hij speelde in cafés, folkclubs, bluesclubs en op festivals. Ook kwam hij regelmatig naar Europa. Die levensstijl paste uitstekend bij de oude traditie van de rondreizende bluesmuzikant.
Hij trad onder meer op met of naast Bonnie Raitt, B.B. King, Doc Watson, Sonny Terry, Brownie McGhee, Ray Charles en Jorma Kaukonen.
💿 Belangrijke albums
Een paar albums die interessant zijn om voor een bluesprogramma te kennen:
Travelin' Man – 1970/1971
Zijn belangrijke vroege soloalbum en een uitstekend voorbeeld van zijn akoestische countryblues.
Git Fiddle Shuffle – 1970s
Een samenwerking met fiddler Fats Kaplin.
Ragtime Millionaire – 1970s
Nog een album uit zijn periode met Kaplin, met veel ragtime- en countrybluesinvloeden.
Goin' Back to Tampa – 1979
Een mooi voorbeeld van zijn reizende bluesman-periode.
Bookeroo! – 1988
Zijn comeback bij Rounder Records.
The Hillbilly Blues Cats – 1992
Een van zijn bekendste albums en een goede kennismaking met zijn combinatie van country, hillbilly en blues.
Live at the Fur Peace Station – 2005
Bijzonder interessant omdat hier zijn gitaarspel én zijn verhalen goed samenkomen. De opnamen werden gemaakt tijdens optredens in het Fur Peace Ranch van Jorma Kaukonen.
The Good Book – 2013
Een album met voornamelijk eigen composities.
⭐ Waarom is Roy Book Binder belangrijk?
Book Binder was vooral belangrijk als schakel tussen de oudere bluesgeneratie en het moderne publiek.
Hij leerde rechtstreeks van mensen als Rev. Gary Davis en Pink Anderson en bracht die traditionele manier van blues spelen vervolgens tientallen jaren naar nieuwe generaties luisteraars en gitaristen.
Hij was bovendien een gerespecteerd gitaarleraar. Bij Fur Peace Ranch gaf hij les naast Jorma Kaukonen. Zijn lessen behandelden onder andere fingerpicking, akkoorden, turnarounds en verschillende bluesgitaartechnieken.
Elvin Bishop
Elvin Bishop – bluesgitarist met een flinke dosis soul
Elvin Bishop is een Amerikaanse bluesgitarist, zanger en songwriter, geboren op 21 oktober 1942 in Glendale, Californië. Hij werd vooral bekend als gitarist van de Paul Butterfield Blues Band en later als soloartiest. Zijn muziek combineert Chicago blues met R&B, soul, country en southern rock.
Zijn jeugd en ontdekking van de blues
Bishop groeide op op een boerderij in Iowa en verhuisde op tienjarige leeftijd met zijn familie naar Oklahoma. Als tiener hoorde hij via de radio blues en R&B uit Louisiana. Vooral de muziek van Jimmy Reed maakte grote indruk op hem.
In 1959 kreeg hij een beurs voor de University of Chicago. Daar kwam hij midden in de bloeiende Chicago-bluesscene terecht. Hij ontmoette onder anderen bluesgitarist Smokey Smothers, van wie hij belangrijke gitaarlessen kreeg.
Paul Butterfield Blues Band
Begin jaren zestig raakte Bishop bevriend met mondharmonicaspeler en zanger Paul Butterfield. Samen vormden zij de kern van de Paul Butterfield Blues Band.
De band was bijzonder omdat blanke en zwarte muzikanten samen authentieke elektrische Chicago blues speelden. Hun debuutalbum uit 1965 werd belangrijk voor de belangstelling van een nieuwe generatie rockmuzikanten voor de blues.
Bishop speelde ook op het beroemde album East-West en had een belangrijke rol op The Resurrection of Pigboy Crabshaw uit 1967. "Pigboy Crabshaw" was Bishops bijnaam binnen de band.
In 1968 verliet hij de Butterfield Blues Band om zijn eigen muzikale richting te volgen.
San Francisco en de Fillmore
Bishop verhuisde vervolgens naar de omgeving van San Francisco. Hij werd een bekende verschijning in de clubs en bij jamsessies rond de legendarische Fillmore Auditorium.
Daar kwam hij in aanraking met grote namen als Jimi Hendrix, Eric Clapton, B.B. King en leden van de Allman Brothers Band.
Zijn eigen muziek werd geleidelijk breder: naast blues kwamen soul, country, boogie en southern rock steeds sterker naar voren.
De grote hit: Fooled Around and Fell in Love
Zijn grootste commerciële succes kwam in 1976 met:
“Fooled Around and Fell in Love”
Het nummer stond op het album Struttin' My Stuff. Opvallend is dat Bishop zelf de gitarist en songwriter was, maar dat Mickey Thomas de leadzang verzorgde. Thomas zou later bekend worden als zanger van Jefferson Starship.
De single bereikte nummer 3 in de Amerikaanse Billboard Hot 100.
Het nummer klinkt veel toegankelijker en zachter dan Bishops traditionele blueswerk. Het is een prachtige combinatie van blues, soul, rock en een romantische ballad.
Ook in Nederland kreeg het nummer veel aandacht; NPO Radio 5 vermeldt dat de plaat in maart 1976 Alarmschijf was.
Andere belangrijke nummers
Voor een blues- of oldiesprogramma zijn onder andere deze nummers interessant:
Travelin' Shoes – 1974
Sure Feels Good – 1975
Juke Joint Jump – 1975
Fooled Around and Fell in Love – 1976
Struttin' My Stuff – 1976
Spend Some Time – 1976
I Can't Let You Go – interessant voor zijn blues/soul-kant
Albums om te ontdekken
Als je Elvin Bishop voor je radioprogramma verder wilt uitpluizen, zou ik vooral beginnen met:
The Elvin Bishop Group (1969)
Zijn eerste soloalbum na de Butterfield-periode.
Feel It! (1970)
Meer stevige blues en bluesrock.
Rock My Soul (1972)
Een mooie overgang naar een bredere mix van blues, soul en rock.
Let It Flow (1974)
Belangrijk album met Travelin' Shoes.
Juke Joint Jump (1975)
Een goed voorbeeld van zijn vrolijke, energieke blues.
Struttin' My Stuff (1975)
Het album waarop Fooled Around and Fell in Love staat.
Terug naar de blues
Na het grote commerciële succes van de jaren zeventig werd het een tijd rustiger rond Bishop. In 1988 maakte hij met Big Fun een sterke comeback bij het blueslabel Alligator Records. Daarna bleef hij nieuwe bluesalbums maken en optreden.
Een bijzonder project was later de Big Fun Trio, waarin Bishop samenwerkte met Bob Welsh en Willy Jordan. Daarmee keerde hij terug naar een meer akoestische, rootsy en humoristische benadering van de blues.
Erkenning
Bishop werd in 2015 opgenomen in de Rock & Roll Hall of Fame als lid van de Paul Butterfield Blues Band. In 2016 volgde zijn opname in de Blues Hall of Fame als soloartiest.


Bobby Bland
Bobby Bland — meestal bekend als Bobby “Blue” Bland — was een van de belangrijkste zangers die de overgang van blues en rhythm-and-blues naar soul vormgaven. Hij had een krachtige, soms rauwe stem, maar kon tegelijkertijd bijzonder soepel en emotioneel zingen. De Blues Foundation noemt hem zelfs een van de grote blueszangers aller tijden.
🎙️ Beginjaren
Bobby Bland werd geboren als Robert Calvin Bland op 27 januari 1930 in Rosemark, Tennessee, in de omgeving van Memphis. Hij groeide op met gospel en begon als jonge man in kerken te zingen. Eind jaren veertig trok hij naar Memphis, waar hij terechtkwam in de bruisende muziekscene rond Beale Street.
Daar raakte hij bevriend met onder anderen B.B. King, Rosco Gordon, Johnny Ace en Junior Parker. De groep muzikanten rond hen werd later bekend als de Beale Streeters.
Zijn vroege muzikale achtergrond was heel breed: gospel, blues, country en ook populaire zangers zoals Nat King Cole, Tony Bennett en Perry Como hadden invloed op hem. Juist die combinatie zou later zijn kenmerkende stijl opleveren.
🎺 De grote doorbraak bij Duke Records
In de jaren vijftig kwam Bland onder contract bij Duke Records. Daar werkte hij nauw samen met bandleider en arrangeur Joe Scott. De typische Duke-sound bestond uit:
krachtige gospelachtige zang
stevige bluesritmes
blazerssecties
elektrische gitaar
dramatische arrangementen
een sterk soulgevoel
In 1957 kwam zijn grote doorbraak met “Farther Up the Road”. Het nummer bereikte de eerste plaats op de R&B-hitlijst en werd later een echte bluesklassieker. De gitaar van Pat Hare is bijzonder kenmerkend voor de opname.
⭐ Zijn belangrijkste hits
Bland had vooral in de jaren vijftig en zestig een indrukwekkende reeks R&B-hits. Tot zijn bekendste behoren:
Farther Up the Road – 1957
I'll Take Care of You – 1960
I Pity the Fool – 1961
Don't Cry No More – 1961
Turn On Your Love Light – 1961
Stormy Monday Blues – 1962
That's the Way Love Is – 1963
Ain't Nothing You Can Do – 1964
I Wouldn't Treat a Dog (The Way You Treated Me) – 1974
Ain't No Love in the Heart of the City – 1974
Zijn Duke-periode leverde tientallen R&B-hits op; de Texas State Historical Association vermeldt 46 nummers die tussen 1957 en 1972 de R&B-hitlijsten bereikten.
❤️ “Ain't No Love in the Heart of the City”
Voor veel latere luisteraars is dit waarschijnlijk zijn bekendste nummer. Het verscheen in 1974 op het album Dreamer.
Het nummer werd later opnieuw bekend door Whitesnake, dat het in 1978 opnam, en kreeg nog een veel jonger publiek toen Jay-Z Blands opname samplede op The Blueprint uit 2001.
🎤 De stem van Bobby Bland
Wat Bland zo bijzonder maakte, was zijn manier van zingen. Hij was geen pure rauwe blueszanger zoals bijvoorbeeld Howlin' Wolf, maar ook geen gladde soulzanger.
Hij kon:
fluisteren → zacht zingen → krachtig uithalen → bijna schreeuwen
en dat binnen één nummer.
Zijn stem had een licht schorre, emotionele klank. Daarbij gebruikte hij zijn timing en frasering heel bewust. De Rock & Roll Hall of Fame omschrijft zijn stem als tegelijk “velvety and primal” — fluweelzacht én oerachtig.
Dat maakte hem enorm invloedrijk voor latere soul-blues.
🤝 Bobby Bland & B.B. King
Bland en B.B. King waren al bevriend vanaf hun jonge jaren in Memphis. Later gingen ze ook gezamenlijk optreden en maakten ze albums.
Een mooi voorbeeld is ** Together for the First Time...Live **, waarmee ze hun sterke muzikale relatie lieten horen. Ook in de jaren tachtig en negentig bleven ze samen optreden.
B.B. King had bovendien enorm veel respect voor Bland. Bij Blands opname in de Rock & Roll Hall of Fame in 1992 was B.B. King degene die hem introduceerde.
💿 Two Steps from the Blues
Als je Bobby Bland voor je radioprogramma wilt leren kennen, is ** Two Steps from the Blues (1961)** een uitstekend startpunt.
Het album laat precies horen waarom Bland zo belangrijk was: blues, gospel, R&B en soul komen hier samen.
Ook interessant zijn zijn albums Here's the Man! (1962), Call on Me/That's the Way Love Is (1963) en The Soul of the Man (1966).
🏆 Erkenning
Bobby Bland kreeg gedurende zijn carrière belangrijke onderscheidingen:
Blues Hall of Fame – 1981
Rock & Roll Hall of Fame – 1992
Grammy Lifetime Achievement Award – 1997
Memphis Music Hall of Fame – 2012
Zijn opname van “Farther Up the Road” werd bovendien in 2022 opgenomen in de Blues Hall of Fame als een van de klassieke blues-singles.
Bobby Bland overleed op 23 juni 2013, 83 jaar oud.
Rory Block
.Rory Block is een Amerikaanse blueszangeres, gitariste en songwriter die vooral bekendstaat om haar zeer authentieke uitvoering van country blues, Delta blues en akoestische blues. Haar echte naam is Aurora “Rory” Block. Ze werd geboren in Princeton, New Jersey, en groeide op in Manhattan.
🎸 Beginjaren
Block groeide op in de levendige folk- en blueswereld van Greenwich Village. Haar vader had daar een sandalenwinkel waar allerlei muzikanten over de vloer kwamen. Ze leerde rond haar tiende gitaar spelen en kwam als tiener in contact met de muziek van onder anderen Robert Johnson, Son House, Mississippi John Hurt en Reverend Gary Davis.
Een heel bijzonder onderdeel van haar geschiedenis is dat ze als jonge tiener daadwerkelijk enkele van deze oude bluesmeesters ontmoette. Ze trok op met gitarist Stefan Grossman en maakte kennis met onder meer:
Son House
Mississippi John Hurt
Reverend Gary Davis
Mississippi Fred McDowell
Skip James
Ze bestudeerde hun manier van spelen rechtstreeks, iets wat haar latere carrière sterk heeft bepaald.
🎵 Haar stijl
Rory Block is vooral een meesteres van de akoestische country blues. Haar gitaarspel combineert:
fingerpicking
krachtige slidegitaar
open stemmingen
ritmisch gitaarspel
rauwe, expressieve zang
traditionele Delta-bluespatronen
Haar slidegitaarstijl werd onder andere beïnvloed door Son House en Mississippi Fred McDowell. Block gebruikt daarbij een vrij ongebruikelijke slide-techniek waarbij ze de slide aan haar ringvinger draagt.
Wat haar bijzonder maakt, is dat haar muziek niet klinkt als een moderne muzikant die simpelweg oude blues probeert na te spelen. Ze heeft de oude stijl echt bestudeerd bij mensen die de traditie zelf hadden meegemaakt.
💿 Belangrijke albums
Een aantal albums die interessant zijn voor een bluesprogramma:
High Heeled Blues (1981)
Een belangrijk album in haar terugkeer naar de traditionele blues. Het werd uitgebracht door Rounder Records.
I've Got a Rock in My Sock (1986)
Een album waarop onder anderen Taj Mahal en David Bromberg meewerkten.
Mama's Blues (1991)
Een sterk voorbeeld van haar traditionele blueswerk.
Ain't I a Woman (1992)
Een belangrijk album waarmee ze veel erkenning kreeg.
Confessions of a Blues Singer (1998)
Een van haar bekende akoestische bluesalbums.
The Lady and Mr. Johnson (2006)
Een volledig project rond Robert Johnson. Dit album vormde de basis voor haar latere reeks eerbetonen aan blueslegendes.
📚 De "Mentor Series"
Voor jouw bluesprogramma is vooral haar zogenaamde Mentor Series interessant. Block maakte albums waarin ze de muziek behandelde van bluesartiesten die ze persoonlijk had ontmoet:
Jaar Album Blueslegende
2006 The Lady and Mr. Johnson Robert Johnson
2008 Blues Walkin' Like a Man Son House
2011 Shake 'Em on Down Mississippi Fred McDowell
2012 I Belong to the Band Reverend Gary Davis
2013 Avalon Mississippi John Hurt
2014 Hard Luck Child Skip James
2016 Keepin' Outta Trouble Bukka White
Deze serie laat heel mooi zien hoe sterk haar muziek geworteld is in de oorspronkelijke country-bluestraditie.
🏆 Erkenning
Rory Block heeft gedurende haar carrière meerdere belangrijke bluesprijzen gewonnen, waaronder verschillende W.C. Handy Awards en later Blues Music Awards. Haar werk wordt vooral gewaardeerd vanwege haar bijdrage aan het levend houden van de traditionele akoestische blues.
Ze is bovendien nog steeds actief. Haar officiële website noemt Heavy On The Blues als haar recente album; daarop werkt ze onder meer samen met Ronnie Earl, Jimmy Vivino en Joanna Connor.


Mike Bloomfield
Mike Bloomfield (Michael Bernard Bloomfield, 28 juli 1943 – 15 februari 1981) was een van de belangrijkste Amerikaanse bluesgitaristen van de jaren zestig. Hij speelde een grote rol bij het verbinden van Chicago-blues, rock, soul en psychedelische muziek.
🎸 Beginjaren in Chicago
Bloomfield werd geboren in Chicago en raakte als tiener diep geïnteresseerd in de blues. Hij bezocht de clubs aan de South Side en ontmoette daar grote bluesmuzikanten. Hij speelde al op jonge leeftijd met onder anderen Muddy Waters, Sleepy John Estes, Little Brother Montgomery en Howlin' Wolf-muzikanten.
Hij was bijzonder geïnteresseerd in de authentieke zwarte Chicago-blues en leerde niet alleen elektrische blues, maar bestudeerde ook folk-blues, country, bluegrass en gospel. Dat brede muzikale fundament werd later heel herkenbaar in zijn gitaarspel.
🎵 Paul Butterfield Blues Band
Zijn grote doorbraak kwam in 1965, toen hij samen met Paul Butterfield en Elvin Bishop de Paul Butterfield Blues Band vormde.
Het debuutalbum The Paul Butterfield Blues Band (1965) was bijzonder belangrijk. De band speelde rauwe, krachtige Chicago-blues met een rockachtige energie. Bloomfields gitaarspel was een van de grote blikvangers.
Daarna kwam het legendarische:
East-West – 1966
Vooral het titelstuk "East-West" was vernieuwend. Het nummer combineerde blues met jazzachtige improvisatie en invloeden uit Indiase raga. Het was een lange instrumentale jamsessie en liet horen hoe ver bluesrock kon worden opgerekt.
🎤 Bob Dylan
Bloomfield speelde vervolgens een belangrijke rol bij Bob Dylan.
Hij speelde gitaar op het beroemde album:
Highway 61 Revisited (1965)
waarop onder andere "Like a Rolling Stone" staat.
Ook speelde Bloomfield tijdens Dylans beruchte elektrische optreden op het Newport Folk Festival van 1965. Dat optreden werd een belangrijk moment in de overgang van Dylan van folkmuzikant naar elektrische rockartiest.
⚡ The Electric Flag
In 1967 richtte Bloomfield The Electric Flag op. Hij wilde meer doen dan alleen blues en combineerde blues met soul, R&B, rock en blazers.
De band werkte onder andere aan de soundtrack van de film The Trip uit 1967. In 1968 verscheen het album A Long Time Comin'.
De bezetting bevatte onder anderen:
Mike Bloomfield – gitaar
Buddy Miles – drums/zang
Barry Goldberg – keyboards
Nick Gravenites – zang
Harvey Brooks – bas
🔥 Super Session
Een van Bloomfields bekendste projecten was Super Session (1968) met Al Kooper.
De eerste helft van het album bestaat grotendeels uit instrumentale blues waarbij Bloomfield zijn enorme improvisatietalent laat horen. Door ernstige slapeloosheid kon hij de sessie echter niet afmaken; Stephen Stills nam vervolgens zijn plaats in.
Het album werd een groot succes en is tegenwoordig een klassieker van de Amerikaanse bluesrock.
Een absolute aanrader voor jouw radioprogrammering is:
"Albert's Shuffle"
"Stop"
"His Holy Modal Majesty"
"Really"
Daarna volgde The Live Adventures of Mike Bloomfield and Al Kooper, opgenomen in 1968 in de Fillmore West in San Francisco.
🎸 Zijn gitaarstijl
Bloomfield speelde niet zoals veel latere rockgitaristen die vooral op snelheid waren gericht. Zijn kracht zat in gevoel, toon, timing en improvisatie.
Zijn spel bevatte elementen van:
Chicago blues → B.B. King → Muddy Waters → gospel → country → jazz → rock
Zijn beroemde 1959 Gibson Les Paul Standard werd sterk verbonden met zijn karakteristieke, dikke gitaargeluid.
Zijn stijl had veel invloed op de generatie gitaristen die na hem kwam. Hij wordt vaak genoemd als een belangrijke voorloper van gitaristen als Eric Clapton, Jimi Hendrix en Jimmy Page.
🎙️ Solo
In 1969 verscheen zijn eerste soloalbum:
It's Not Killing Me
Daarna bleef Bloomfield vooral actief als sessiemuzikant, bluesgitarist en samenwerker. Hij werkte onder meer met Janis Joplin, Muddy Waters, Paul Butterfield, Al Kooper en vele anderen.
Een bijzonder album is Fathers and Sons (1969) van Muddy Waters, waarop Bloomfield samen met onder anderen Paul Butterfield en Sam Lay speelt.
⚠️ Laatste jaren
Bloomfield had gedurende een groot deel van de jaren zeventig ernstige problemen met alcohol en drugs. Daardoor werd zijn carrière onregelmatiger en trok hij zich steeds meer terug uit de grote rockwereld. Toch bleef hij actief in de blues.
Hij overleed op 15 februari 1981 in San Francisco, slechts 37 jaar oud. Zijn dood werd veroorzaakt door een overdosis drugs.
🏆 Zijn betekenis
Bloomfield wordt tegenwoordig gezien als een van de grote pioniers van de Amerikaanse bluesrock. Hij was bovendien belangrijk omdat hij als jonge blanke muzikant de zwarte Chicago-blues niet probeerde te veranderen in simpele popmuziek, maar juist diep in die muziek dook en de stijl naar een nieuw publiek bracht.
Hij werd in 2012 opgenomen in de Blues Hall of Fame en als lid van de Paul Butterfield Blues Band in 2015 in de Rock and Roll Hall of Fame.
Boogie Woogie Red
Boogie Woogie Red – de pianist van de Detroit-blues
Boogie Woogie Red was de artiestennaam van Vernon Harrison (18 oktober 1925 – 2 juli 1992), een Amerikaanse bluespianist, zanger en songwriter. Hij werd vooral bekend door zijn combinatie van boogie-woogie, piano-blues en Detroit-blues.
Jeugd en Detroit
Vernon Harrison werd geboren in Rayville, Louisiana, maar verhuisde als klein kind met zijn familie naar Detroit, waar hij vanaf 1927 opgroeide. Als tiener raakte hij betrokken bij de lokale bluesscene. Hij leerde grotendeels zichzelf piano spelen en werd sterk beïnvloed door onder anderen Big Maceo Merriweather en Dr. Clayton.
Detroit zou zijn muzikale thuisbasis blijven. Hij speelde daar in clubs en werkte met een indrukwekkende reeks bluesartiesten.
Samenwerking met John Lee Hooker
Een van de belangrijkste hoofdstukken uit zijn carrière was zijn samenwerking met John Lee Hooker. Red speelde jarenlang piano in Hookers omgeving en is op verschillende Hooker-opnamen als pianist te horen. Ook werkte hij met onder meer Sonny Boy Williamson, Baby Boy Warren, Lonnie Johnson, Tampa Red, Memphis Slim en Washboard Willie.
Zijn pianospel paste uitstekend bij de rauwe Detroit-blues: een stevige linkerhand, rollende boogiefiguren en een ritmische aanpak die de gitarist of zanger veel ruimte gaf.
Waarom heette hij "Boogie Woogie Red"?
Zijn bijnaam verwees natuurlijk naar zijn pianospel, maar er is ook een interessant detail: bronnen uit de blueswereld vermelden dat "Red" te maken had met zijn lichte huidskleur. De toevoeging Boogie Woogie benadrukte zijn reputatie als pianist.
Een bijzondere entertainer
Red was niet alleen pianist. Hij stond ook bekend als een verteller, entertainer en imitator. Zijn vader had een achtergrond in vaudeville, en die theatrale invloed was bij Red terug te vinden. Tijdens optredens kon hij verhalen vertellen, grappen maken en verschillende stemmen en personages imiteren.
Dat maakte hem bijzonder populair in clubs.
De Blind Pig
In de jaren zeventig kreeg Boogie Woogie Red een nieuwe impuls in zijn carrière. Hij werd een vaste waarde in The Blind Pig in Ann Arbor, Michigan, waar hij onder andere tijdens de beroemde Blue Mondays optrad.
Daar werd in 1974 zijn eerste eigen album uitgebracht:
Live at the Blind Pig (1974)
Het album geeft een goed beeld van Red als solo-pianist, zanger en entertainer. Een contemporaine recensie beschreef hoe hij na tientallen jaren spelen eindelijk een eigen album kreeg.
Daarna verscheen:
Red Hot (1977)
Europese bluesliefhebbers ontdekten hem
In de jaren zeventig ging Red ook naar Europa op tournee. Hij maakte deel uit van de American Blues Legends-tournee, waarmee oudere Amerikaanse bluesartiesten voor Europese bluesliefhebbers gingen optreden. In 1973 kwam hij bijvoorbeeld naar Groot-Brittannië en andere Europese landen.
Ook Baby Boy Warren trok in die periode met hem door Europa.
Zijn stijl
Als je Boogie Woogie Red op de radio draait, hoor je vooral:
🎹 Boogie-woogie
🎹 Piano blues
🎹 Detroit blues
🎤 Blueszang
🥁 Sterke, ritmische linkerhand
🎹 Rollende rechterhandfiguren
😄 Veel gevoel voor humor en entertainment
Hij was geen spectaculaire showpianist zoals sommige boogie-woogievirtuozen. Zijn kracht zat juist in de groove, timing en bluesfeeling.
Zijn betekenis
Boogie Woogie Red is misschien minder bekend bij het grote publiek dan John Lee Hooker, Muddy Waters of Memphis Slim, maar voor de geschiedenis van de Detroit-blues is hij een belangrijke figuur. Hij vormde bovendien een muzikale verbinding tussen de oudere piano-bluestraditie en de naoorlogse elektrische blues van Detroit.
de jonge pianist Mark Braun, later bekend als Mr. B., kreeg rechtstreeks les en inspiratie van Boogie Woogie Red. Daarmee werd Red een schakel naar een nieuwe generatie boogie-woogiepianisten.
Kort gezegd: Boogie Woogie Red was een echte Detroit-bluesveteraan: pianist, zanger, entertainer en begeleider van grote bluesnamen, met een carrière die van de jaren veertig tot begin jaren negentig liep.


Eddie Boyd
Eddie Boyd – een belangrijke pionier van de Chicago-blues
Eddie Boyd (Edward Riley Boyd, 25 november 1914 – 13 juli 1994) was een Amerikaanse blueszanger, pianist en songwriter. Hij werd vooral bekend door zijn grote hit “Five Long Years” uit 1952, maar zijn carrière omvatte ruim vijf decennia.
🎹 Van Mississippi naar Chicago
Boyd werd geboren in de omgeving van Stovall, Mississippi, in de Mississippi Delta. Hij leerde zichzelf gitaar en piano spelen en werd beïnvloed door pianisten als Roosevelt Sykes en Leroy Carr.
In de jaren dertig trok hij naar Memphis, waar hij met onder andere de Dixie Rhythm Boys speelde. In 1941 verhuisde hij naar Chicago, waar hij naast zijn muzikale werk ook in een staalfabriek werkte. In Chicago kwam hij in contact met belangrijke bluesartiesten zoals Muddy Waters, Sonny Boy Williamson en Tampa Red.
⭐ “Five Long Years”
Zijn grote doorbraak kwam in 1952 met:
“Five Long Years”
Het nummer verscheen op het kleine J.O.B.-label en werd een enorme R&B-hit. Het stond maar liefst zeven weken op nummer 1 van de R&B-hitlijst. Het is een typisch voorbeeld van de naoorlogse Chicago-blues: een stevige pianobegeleiding, elektrische begeleiding en een tekst over hard werken, teleurstelling en een verbroken relatie.
Het nummer werd later opgenomen door onder anderen B.B. King, Muddy Waters en Jimmy Reed en groeide uit tot een bluesstandard.
🎵 Zijn andere grote nummers
Na het succes van “Five Long Years” kwam Boyd bij Chess Records terecht. Daar maakte hij in 1953 nog twee belangrijke hits:
“24 Hours” – R&B #3
“Third Degree” – R&B #3
Vooral “Third Degree”, geschreven samen met Willie Dixon, werd later een geliefd nummer bij bluesmuzikanten.
🇪🇺 Europa en Nederland
Een interessant hoofdstuk in Boyds leven begon in de jaren zestig. In 1965 kwam hij naar Europa met het American Folk Blues Festival. Hij werd hier enthousiast ontvangen en werkte vervolgens samen met verschillende Europese en Britse bluesmuzikanten.
Hij nam onder andere op met Cuby + Blizzards en werkte samen met leden van de Britse bluesrockscene. Een bijzonder album is:
Eddie Boyd and His Blues Band – 1967
Daarop spelen onder anderen Peter Green, John McVie en Mick Fleetwood mee.
Dat maakt Eddie Boyd ook interessant voor liefhebbers van de overgang van Chicago-blues naar de Britse bluesrock.
🇫🇮 Eddie Boyd in Finland
Boyd voelde zich in de Verenigde Staten steeds minder prettig door de raciale discriminatie waarmee hij werd geconfronteerd. Hij verhuisde eerst naar Europa en vestigde zich uiteindelijk rond 1970/1971 in Helsinki, Finland.
Daar bleef hij actief als muzikant en maakte hij nog verschillende albums. Hij werd in Finland een belangrijke vertegenwoordiger van de Amerikaanse bluestraditie. Hij woonde er tot zijn overlijden in 1994.
🎹 Zijn stijl
Boyd was geen flamboyante pianist zoals bijvoorbeeld Memphis Slim of Otis Spann. Zijn kracht lag vooral in de combinatie van:
eenvoudige maar effectieve pianopartijen
een rauwe bluesstem
sterke, directe teksten
een typisch Chicago-bluesgevoel
verhalen over werk, relaties, geld en tegenslag
Zijn nummers klinken daardoor vaak persoonlijk en doorleefd.
Lonnie Brooks
Lonnie Brooks – de man achter de ‘Voodoo Blues’
Lonnie Brooks was een Amerikaanse blueszanger en gitarist die een heel eigen brug sloeg tussen Louisiana-blues, swamp blues, Chicago blues, rhythm & blues en rock-'n-roll. Hij stond bekend als een zeer energieke live-artiest met een krachtige stem en een herkenbaar elektrisch gitaargeluid.
Geboren als Lee Baker Jr.
Lonnie Brooks werd geboren als Lee Baker Jr. op 18 december 1933 in Dubuisson, Louisiana. Zijn grootvader speelde banjo en bracht hem al vroeg met muziek in aanraking.
In de jaren vijftig verhuisde hij naar Port Arthur, Texas. Daar kwam hij in aanraking met onder anderen T-Bone Walker, Clarence "Gatemouth" Brown, B.B. King en Long John Hunter. Vooral de combinatie van blues, rock-'n-roll en de muziek uit Louisiana zou grote invloed op hem hebben.
Guitar Junior
Zijn professionele loopbaan begon hij onder de naam Guitar Junior. Een belangrijke stap was zijn samenwerking met zydeco-pionier Clifton Chenier.
In 1957 maakte hij opnamen voor het Louisiana-label Goldband Records. Zijn nummers "Family Rules" en "The Crawl" werden regionale hits. "The Crawl" werd later ook opgenomen door de Fabulous Thunderbirds.
Zijn vroege muziek had een heerlijk mengsel van:
swamp blues
rock-'n-roll
rhythm & blues
Louisiana-muziek
country-invloeden
Dat maakt deze vroege Guitar Junior-opnamen bijzonder interessant voor een programma met 50's en 60's rootsmuziek.
De verhuizing naar Chicago
Een belangrijk moment kwam in 1959, toen Brooks tijdens een tournee bevriend raakte met Sam Cooke. Cooke moedigde hem aan om naar Chicago te komen en hielp hem daar op weg.
In Chicago bleek echter dat er al een andere muzikant onder de naam Guitar Junior werkte. Daarom nam Lee Baker de naam Lonnie Brooks aan.
Chicago veranderde zijn muziek. Hij speelde veel in clubs aan de South Side en West Side en werkte als begeleider en sessiemuzikant. Hij speelde onder andere met Jimmy Reed en was betrokken bij diens bekende opname "Big Boss Man".
Van Louisiana naar Chicago
Het mooie aan Lonnie Brooks is dat hij zijn Louisiana-roots nooit verloor.
Hij combineerde de harde elektrische Chicago-blues met de ritmische en soms bijna moerassige sfeer van Louisiana. Zijn muziek werd daarom regelmatig omschreven als "voodoo blues". Daarin hoor je ook invloeden van R&B, soul, country en Cajun/zydeco.
Dat maakte hem anders dan veel traditionele Chicago-bluesgitaristen.
Doorbraak bij Alligator Records
Zijn grote doorbraak kwam eind jaren zeventig. In 1978 verscheen hij op de belangrijke Living Chicago Blues-serie van Alligator Records.
Dat leidde in 1979 tot zijn eerste album voor Alligator:
Bayou Lightning
Het album werd een belangrijk moment in zijn carrière. In 1980 kreeg het album bovendien de Grand Prix du Disque tijdens het Montreux Jazz Festival.
Daarna volgden onder andere:
Turn On the Night – 1981
Hot Shot – 1983
Wound Up Tight – 1986
Live from Chicago: Bayou Lightning Strikes – 1988
Satisfaction Guaranteed – 1991
Roadhouse Rules – 1996
Lone Star Shootout – 1999, met Long John Hunter en Phillip Walker
"Sweet Home Chicago"
Een nummer dat je zeker moet kennen is "Sweet Home Chicago". Brooks maakte er een krachtige eigen versie van. Het nummer paste perfect bij zijn muzikale identiteit: de Louisiana-man die uiteindelijk een echte Chicago-bluesman was geworden.
Een echte showman
Brooks was niet alleen gitarist en zanger; hij was ook een uitgesproken entertainer. Zijn optredens stonden bekend om hun energie.
Hij kon rauwe blues combineren met soulvolle zang en lange, melodieuze gitaarpartijen. Zijn muziek was daardoor vaak toegankelijker voor een groot publiek dan de meest traditionele blues.
Hij trad bovendien op met grote namen uit de blueswereld, waaronder B.B. King, Koko Taylor en Buddy Guy.
De familie Brooks
De blues werd ook een familiezaak.
Zijn zonen Ronnie Baker Brooks en Wayne Baker Brooks werden eveneens professionele bluesgitaristen. Ronnie speelde al vroeg in de band van zijn vader en ontwikkelde later een eigen carrière.
Blues Hall of Fame
In 2010 werd Lonnie Brooks opgenomen in de Blues Hall of Fame. Hij bleef tot op hoge leeftijd optreden en opnemen.
Lonnie Brooks overleed op 1 april 2017 in Chicago, 83 jaar oud.


Charles Brown
Charles Brown – de elegante stem van de West Coast-blues
Charles Brown (13 september 1922 – 21 januari 1999) was een Amerikaanse blueszanger, pianist en songwriter. Hij was een van de belangrijkste grondleggers van de West Coast-blues en speelde een grote rol in de overgang van blues naar rhythm-and-blues. Zijn stijl was opvallend zacht, verzorgd en jazzy, eerder een soort bluesballade dan de rauwe blues die we bijvoorbeeld bij veel Delta-bluesartiesten horen.
Zijn jeugd
Brown werd geboren in Texas City, Texas. Zijn moeder overleed toen hij nog maar zes maanden oud was en hij werd opgevoed door zijn grootouders. Zijn grootmoeder was actief in de kerk en liet hem al op jonge leeftijd piano spelen.
Hij kreeg een klassieke pianoopleiding, maar ontdekte daarnaast zelf de blues en boogie-woogie. Hij werd sterk beïnvloed door onder anderen Art Tatum, wiens virtuoze pianospel een belangrijke invloed op Brown zou blijven.
Opvallend is dat Brown aanvankelijk helemaal niet van plan was beroepsmuzikant te worden. Hij studeerde scheikunde aan Prairie View A&M College en behaalde in 1942 zijn diploma. Hij werkte vervolgens onder meer als scheikundeleraar.
Naar Los Angeles
In de jaren veertig verhuisde Brown naar Californië. In Los Angeles kwam hij terecht in de bloeiende muziekscene rond Central Avenue.
Daar ontmoette hij gitarist Johnny Moore en bassist Eddie Williams. Samen vormden ze Johnny Moore's Three Blazers. Brown speelde piano en nam steeds vaker de zang voor zijn rekening.
Het trio ontwikkelde een heel eigen geluid:
rustige piano
warme, bijna fluwelen zang
jazzinvloeden
bluesakkoorden
langzaam en ontspannen tempo
een nachtclubachtige sfeer
Deze stijl werd later een belangrijk onderdeel van de West Coast-blues.
⭐ "Driftin' Blues"
De grote doorbraak kwam in 1945 met "Driftin' Blues".
Het nummer werd opgenomen met Johnny Moore's Three Blazers en groeide uit tot een enorme R&B-hit. Brown schreef het nummer en zijn combinatie van piano en zang werd een voorbeeld voor veel latere artiesten.
"Driftin' Blues" is voor een radioprogramma over de ontwikkeling van R&B eigenlijk een fantastische plaat om te draaien, omdat je hierin duidelijk hoort hoe de oude blues langzaam verandert in de moderne rhythm-and-blues.
🎄 "Merry Christmas, Baby"
Een andere klassieker is "Merry Christmas, Baby", oorspronkelijk opgenomen in 1947.
Het nummer werd een van de bekendste blueskerstliederen ooit. Brown maakte er geen vrolijk kerstliedje van, maar een ontspannen, sensuele bluesballad.
Later nam hij ook "Please Come Home for Christmas" op, een nummer dat eveneens een klassieker werd.
Dat maakt Charles Brown bijzonder geschikt voor een kerstspecial met oude blues, R&B en soul.
Zijn solocarrière
Aan het einde van de jaren veertig verliet Brown de Three Blazers en begon hij zelfstandig te werken.
Hij had vervolgens grote hits met onder andere:
"Trouble Blues" – 1949
"Get Yourself Another Fool"
"Black Night" – 1951
"In the Evening When the Sun Goes Down"
"Please Come Home for Christmas"
"Merry Christmas, Baby"
"Trouble Blues" bereikte in 1949 de eerste plaats van de Billboard R&B-hitlijst.
🌙 "Black Night"
Een van zijn mooiste en meest karakteristieke nummers is "Black Night" uit 1951.
Het is een langzaam, donker bluesnummer waarin Brown wordt begeleid door een kleine groep met onder meer saxofonist Maxwell Davis. Het nummer bereikte eveneens de nummer 1-positie op de R&B-hitlijst en bleef daar maar liefst 14 weken staan.
Voor liefhebbers van de meer rustige kant van de blues is "Black Night" een absolute aanrader.
Charles Brown en Ray Charles
Brown had grote invloed op een nieuwe generatie muzikanten. Een van de belangrijkste was Ray Charles.
Ook Amos Milburn, Floyd Dixon, Sam Cooke en andere R&B-artiesten werden door zijn stijl beïnvloed.
Je hoort bij Brown al iets wat later belangrijk zou worden in soul en R&B: de zanger staat centraal, terwijl piano, bas en gitaar een ondersteunend en sfeervol geheel vormen.
De overgang naar rock-'n-roll
Toen in de jaren vijftig de rock-'n-roll explodeerde, veranderde de muzieksmaak snel. De stevige, energieke muziek van artiesten als Chuck Berry, Little Richard en Elvis Presley stond ver af van Browns rustige nachtclubstijl.
Daardoor raakte hij tijdelijk op de achtergrond. Zijn muziek paste steeds minder goed bij de nieuwe commerciële ontwikkelingen. In de jaren zestig en zeventig was hij veel minder succesvol.
Een opmerkelijke comeback
In de jaren tachtig werd de belangstelling voor oude blues en R&B opnieuw groter.
Zijn album One More for the Road uit 1986 betekende een belangrijke comeback. Daarna ging Brown opnieuw uitgebreid optreden, ook op bluesfestivals in de Verenigde Staten en Europa.
Een belangrijke rol in zijn herontdekking speelde Bonnie Raitt, die Brown bewonderde en hem opnieuw bij een groot publiek onder de aandacht bracht.
Zijn laatste jaren
Brown bleef tot in de jaren negentig optreden en platen maken. In 1997 kreeg hij de prestigieuze NEA National Heritage Fellowship.
Op 21 januari 1999 overleed Charles Brown in Oakland, Californië.
Datzelfde jaar werd hij opgenomen in de Rock & Roll Hall of Fame in de categorie Musical Influence.
Kort gezegd: Charles Brown was geen schreeuwende bluesman. Hij maakte de blues stijlvol, warm, jazzy en intiem. Zijn zachte bariton en elegante pianospel vormden een belangrijke brug tussen blues, jazz, R&B en de latere soulmuziek.
Clarence "Gatemouth" Brown
Clarence “Gatemouth” Brown
Clarence “Gatemouth” Brown (1924–2005) was een buitengewoon veelzijdige Amerikaanse muzikant, zanger, gitarist en violist. Hij wordt vaak bij de blues ingedeeld, maar eigenlijk was hij veel breder: Texas blues, jump blues, swing, jazz, country, Cajun, R&B en rock-'n-roll kwamen allemaal in zijn muziek samen.
Jeugd in Texas en Louisiana
Brown werd op 18 april 1924 geboren in Vinton, Louisiana, maar groeide op in de omgeving van Orange, Texas, vlak bij de grens met Louisiana. Zijn vader was muzikant en leerde Clarence al jong verschillende instrumenten bespelen.
Op zijn vijfde speelde hij al viool en rond zijn tiende speelde hij gitaar. Als tiener trad hij op met swingbands en speelde hij ook drums. Zijn diepe stem leverde hem de bijnaam “Gatemouth” op.
Die omgeving was muzikaal enorm belangrijk. Hij hoorde er onder andere Cajun, country, bluegrass, jazz, swing, R&B en polka. Dat verklaart waarom zijn muziek later zo moeilijk in één hokje te plaatsen was.
Doorbraak na de Tweede Wereldoorlog
Na zijn militaire dienst begon Brown professioneel op te treden. In 1947 maakte hij zijn eerste opnamen voor Aladdin Records. Zijn vroege muziek was vooral energieke jump blues, met een sterke elektrische gitaar.
Daarna kwam hij bij Peacock Records van Don Robey terecht. Zijn nummer “Mary Is Fine” werd in 1949 een R&B-hit en bereikte de achtste plaats van de R&B-hitlijst.
Hij kreeg vervolgens een enorme band achter zich: een 23-koppig orkest waarmee hij door het zuiden van de Verenigde Staten trok.
Zijn gitaarstijl
Gatemouth Brown was geen typische langzame bluesgitarist. Zijn spel was vaak scherp, ritmisch, springerig en agressief, met veel invloeden uit swing en jazz.
Zijn vroege opnamen zoals:
“Gatemouth Boogie”
“Guitar in My Hand”
“Boogie Rambler”
“She Walks Right In”
“Just Got Lucky”
laten goed horen hoe krachtig zijn elektrische gitaarspel al eind jaren veertig was.
Hij had invloed op latere gitaristen zoals Guitar Slim, Albert Collins en Johnny “Guitar” Watson.
Maar vooral: hij was een geweldige violist
Wat Gatemouth Brown bijzonder maakt, is dat hij niet alleen een uitstekende bluesgitarist was. Hij was ook een fantastische fiddler.
Hij kon elektrische gitaar en viool bijna als gelijkwaardige stemmen gebruiken. Daardoor ontstond een heel eigen geluid waarin Texas swing, blues en country door elkaar liepen.
Hij speelde daarnaast onder meer mandoline, harmonica, piano, drums en viola.
Een moeilijke periode in de jaren zestig
In de jaren zestig veranderde de muziekindustrie snel. De commerciële belangstelling voor Brown nam af. Hij trok zich gedeeltelijk terug uit de muziek en werkte zelfs als hulpsheriff in New Mexico.
In de jaren zeventig maakte hij echter een opmerkelijke comeback. Vanaf dat moment werd zijn veelzijdigheid juist een groot voordeel. Hij kon moeiteloos schakelen tussen blues, country, swing, jazz en rock-'n-roll.
Alright Again!
Een van zijn belangrijkste albums is Alright Again! uit 1981/1982.
Het album betekende een belangrijke heropleving van zijn carrière en leverde hem een Grammy Award voor Best Traditional Blues Album op.
Daarna bleef Brown actief opnemen en optreden. Albums als Standing My Ground, Gate Swings, Back to Bogalusa en Timeless laten verschillende kanten van zijn muzikale persoonlijkheid horen.
Gatemouth was eigenlijk een muzikale brug
Voor jouw bluesprogramma is Gatemouth Brown interessant omdat hij verschillende werelden bij elkaar brengt:
Blues → R&B → Jump Blues → Texas Swing → Country → Cajun → Jazz → Rock-'n-roll
Hij was daarmee een belangrijke vertegenwoordiger van de muzikale cultuur van Texas en Louisiana. Zijn muziek klinkt vaak alsof een bluesband, een countryband en een swingorkest tegelijkertijd aan het spelen zijn.
Brown overleed op 10 september 2005 in Orange, Texas, op 81-jarige leeftijd. Hij werd in 1999 opgenomen in de Blues Hall of Fame en ontving gedurende zijn carrière acht W.C. Handy Awards.
Kort gezegd: Clarence “Gatemouth” Brown was veel meer dan alleen een bluesman. Hij was een Texas/Louisiana-muzikale alleskunner, die gitaar, fiddle, swing, blues, country, jazz en R&B samenbracht op een manier die vrijwel uniek was.


Roy Brown
Roy Brown – een vergeten pionier van de rock-'n-roll
Roy Brown was een Amerikaanse zanger en songwriter die een zeer belangrijke schakel vormde tussen gospel, jumpblues, rhythm-and-blues en de vroege rock-'n-roll. Hij wordt tegenwoordig minder vaak genoemd dan Elvis Presley of Little Richard, maar zonder artiesten als Brown zou de rock-'n-roll van de jaren vijftig er waarschijnlijk heel anders hebben uitgezien.
Geboren in New Orleans
Roy James Brown werd geboren in New Orleans, Louisiana. Over zijn geboortejaar bestaat enige onzekerheid: meestal wordt 1925 genoemd, terwijl officiële documenten na zijn overlijden op 1920 wezen. Hij groeide op met gospelmuziek. Zijn moeder was organiste en koordirigente in de kerk.
Die kerkelijke achtergrond werd later heel belangrijk voor zijn zangstijl. Brown zong namelijk blues met een sterk gospelachtige, emotionele manier van zingen. Dat was in de jaren veertig behoorlijk vernieuwend.
"Good Rockin' Tonight"
Zijn grote doorbraak kwam in 1947 met zijn eigen compositie:
"Good Rockin' Tonight"
Brown schreef het nummer toen hij in Galveston, Texas, optrad. Hij probeerde het aanvankelijk aan Wynonie Harris te verkopen, maar Harris zag er eerst niets in. Uiteindelijk nam Brown het zelf op voor DeLuxe Records, in de J&M Studio van Cosimo Matassa in New Orleans.
Het resultaat was een energieke jumpbluesplaat met een sterke beat, swingende blazers en Browns karakteristieke, bijna smekende zang.
Het nummer wordt vaak genoemd als een van de belangrijke voorlopers van de rock-'n-roll. Zelfs het woord rockin' in de titel is interessant: de muziek zat precies op het kruispunt van de toenmalige rhythm-and-blues en de muziek die enkele jaren later als rock-'n-roll bekend zou worden.
Wynonie Harris maakte er een grotere hit van
Het bijzondere verhaal is dat Wynonie Harris later alsnog besloot het nummer op te nemen.
Zijn versie uit 1948 werd een veel grotere hit dan Browns oorspronkelijke opname en bereikte de top van de R&B-hitlijst. Daardoor werd Brown als schrijver wel bekend, maar kreeg Harris een groot deel van de commerciële eer.
Browns eigen hits
Roy Brown bleef daarna zelf grote R&B-platen maken. Vooral de periode 1948–1951 was bijzonder succesvol. De Blues Foundation vermeldt dat hij in die jaren maar liefst 15 platen in de hitlijsten had.
Belangrijke nummers zijn onder andere:
Good Rockin' Tonight – 1947
Long About Midnight
Rockin' at Midnight
Hard Luck Blues
Boogie at Midnight
Miss Fanny Brown
Cadillac Baby
Butcher Pete
Mighty, Mighty Man
Vooral "Hard Luck Blues" werd een belangrijke plaat in de naoorlogse rhythm-and-blues. Zijn stijl was een combinatie van blues, swing, boogie en gospel.
Een belangrijke invloed op latere zangers
Wat Roy Brown bijzonder maakt, is niet alleen zijn repertoire, maar vooral zijn manier van zingen.
Hij gebruikte een melodische, emotionele zangstijl waarbij hij meerdere noten op één lettergreep kon zingen. Die gospelachtige benadering had grote invloed op latere R&B- en soulzangers.
Tot zijn bewonderaars en beïnvloedde artiesten worden onder meer gerekend:
Bobby "Blue" Bland
B.B. King
Little Richard
Jackie Wilson
James Brown
Little Milton
Elvis Presley
Buddy Holly
De Blues Foundation noemt Brown zelfs een belangrijke invloed op zowel de blues/R&B-kant als de vroege rock-'n-roll.
Elvis Presley en Roy Brown
Elvis nam "Good Rockin' Tonight" in 1954 op tijdens zijn vroege Sun-periode. Daarmee bracht hij Browns compositie naar een nieuw publiek en gaf hij het nummer een uitgesproken rock-'n-rollkarakter. Het nummer werd vervolgens ook opgenomen door onder andere Carl Perkins en Jerry Lee Lewis.
Waarom raakte hij later op de achtergrond?
Dat is eigenlijk opmerkelijk. Brown was eind jaren veertig een grote R&B-ster, maar toen de rock-'n-roll explosief populair werd, verdwenen veel van de oorspronkelijke pioniers naar de achtergrond.
Zijn platen voor King Records bleven muzikaal sterk, maar verkochten minder goed. Zijn commerciële succes uit 1948–1951 keerde niet meer volledig terug.
Toch bleef hij optreden. In de jaren zeventig kwam er zelfs opnieuw belangstelling voor zijn muziek. Hij trad onder andere op tijdens het Monterey Jazz Festival en maakte in 1978 een Europese tournee.
Roy Brown overleed op 25 mei 1981 in Californië.
Walter Brown
Walter Brown – blues shouter uit de Kansas City-scene
Walter Brown (17 augustus 1917 – juni 1956) was een Amerikaanse blues- en jazzzanger die vooral bekend werd als de krachtige zanger van het orkest van pianist en bandleider Jay McShann. Hij behoort tot de belangrijke, maar tegenwoordig minder bekende, blues shouters uit de jaren veertig.
🎙️ Beginjaren
Walter Brown werd geboren in Dallas, Texas. Hij kwam terecht in de bloeiende muziekscene van Kansas City, waar blues, boogie-woogie, swing en jazz sterk met elkaar verweven waren.
In 1941 werd hij de zanger van het orkest van Jay McShann. Dat was een bijzonder gezelschap: in de band speelde namelijk ook een jonge Charlie Parker, die later een van de grondleggers van de bebop zou worden.
Brown was geen crooner zoals Bing Crosby of Dick Haymes. Hij was een echte blues shouter: een zanger met een krachtige, enigszins rauwe en directe stem die zich gemakkelijk boven een luid swingend orkest kon handhaven.
🎷 Jay McShann & Charlie Parker
De combinatie van Walter Brown, Jay McShann en Charlie Parker maakt de opnamen uit deze periode historisch interessant.
McShanns orkest speelde een stijl waarin Kansas City swing en blues centraal stonden. Parker zorgde ondertussen met zijn vernieuwende altsaxofoonspel voor elementen die vooruitwezen naar de bebop. De opnamen uit 1941-1942 behoren daardoor tot de belangrijke overgangsmomenten tussen swing en de moderne jazz.
Brown was daarbij een belangrijk onderdeel van het commerciële succes van de band.
⭐ "Confessin' the Blues"
Zijn bekendste nummer is zonder twijfel:
"Confessin' the Blues"
Brown schreef het nummer samen met Jay McShann. De opname werd een grote hit en groeide later uit tot een bluesklassieker, die door talloze andere artiesten werd opgenomen.
Het nummer is interessant omdat het precies laat horen waar Brown goed in was: een ontspannen maar krachtige blueszang, gedragen door een swingend orkest.
Een andere belangrijke opname uit deze periode is:
"Hootie Blues"
"Confessin' the Blues"
"The Jumpin' Blues" – met McShanns orkest in dezelfde Kansas City-traditie.
🎤 Van McShann naar een solocarrière
Brown bleef ongeveer tot 1945 bij Jay McShann. Daarna probeerde hij een eigen carrière op te bouwen. Dat werd echter aanzienlijk minder succesvol dan zijn periode bij McShann.
Hij nam in de tweede helft van de jaren veertig op voor verschillende labels, waaronder King, Signature, Mercury, Capitol en Peacock. Tot zijn repertoire behoren onder andere "Mean Old World", "I'm Glad to Be Back", "Fine Brown Baby", "W.B. Blues" en "Work Don't Bother Me".
In 1947 werkte hij bovendien met het Tiny Grimes Sextet. Daaruit kwam een versie voort van "Open the Door, Richard!", een nummer dat in die tijd veel aandacht kreeg maar vanwege de gewaagd geachte tekst door veel radiostations werd geweerd.
🔄 Terug naar Jay McShann
In 1949 kwam Brown opnieuw samen met Jay McShann voor enkele opnames. De samenwerking herinnerde aan de succesvolle jaren veertig, maar Browns solocarrière kwam uiteindelijk niet echt van de grond. Zijn laatste opnamen werden in 1951 in Houston gemaakt en verschenen op het Peacock-label.
⚠️ Tragisch einde
Walter Brown overleed in juni 1956 in Lawton, Oklahoma, slechts 38 of 39 jaar oud, afhankelijk van de gehanteerde geboortedatum/rekenwijze. Zijn leven werd mede overschaduwd door problemen met drugsverslaving.
Zijn carrière was daardoor relatief kort, maar zijn opnamen met Jay McShann zijn belangrijk gebleven.


Roy Buchanan
Roy Buchanan – de “gitarist van de gitaristen”
Roy Buchanan (Leroy Buchanan, 23 september 1939 – 14 augustus 1988) was een Amerikaanse blues- en rockgitarist die vooral bekend werd om zijn uitzonderlijke beheersing van de Fender Telecaster. Hij wordt vaak omschreven als een van de meest invloedrijke, maar tegelijkertijd ondergewaardeerde gitaristen uit de bluesrock.
🎸 Jeugd en muzikale ontwikkeling
Buchanan werd geboren in Ozark, Arkansas, maar groeide op in Californië. Zijn vader was boer en predikant. Via de kerkmuziek kwam hij al jong in aanraking met gospel, terwijl hij via nachtelijke radio-uitzendingen de blues en rhythm-and-blues ontdekte.
Hij begon al rond zijn zevende met gitaar spelen. Eerst speelde hij steelgitaar, maar op zijn dertiende stapte hij over op elektrische gitaar. De Fender Telecaster werd uiteindelijk zijn handelsmerk.
Als tiener trok hij naar Los Angeles, waar hij onder anderen in contact kwam met Johnny Otis, Jimmy Nolen en Johnny "Guitar" Watson.
🎶 Een veelzijdige gitarist
Wat Roy Buchanan bijzonder maakte, was dat hij niet simpelweg een bluesgitarist was. In zijn spel kwamen verschillende stijlen samen:
blues
bluesrock
country
rock-'n-roll
R&B
gospel
soul
jazzinvloeden
rockabilly
Zijn gitaarspel kon tegelijkertijd ruig, huilend, zacht en bijna zingend klinken.
Een belangrijk onderdeel van zijn geluid was zijn gebruik van de volume- en toonregeling van zijn Telecaster. Daarmee kon hij tijdens het spelen enorme verschillen in klank creëren zonder allerlei effecten te gebruiken.
⭐ “The Best Unknown Guitarist in the World”
In de jaren zestig werkte Buchanan vooral als begeleider en sessiegitarist. Hij speelde onder andere met Dale Hawkins en andere artiesten en bouwde in Washington D.C. een sterke reputatie op met zijn band The Snakestretchers.
In 1971 verscheen een televisiedocumentaire met de veelzeggende titel:
The Best Unknown Guitarist in the World
Dat was een belangrijke doorbraak. Kort daarna kreeg hij een platencontract bij Polydor.
💿 Zijn bekendste platen
Zijn eerste grote album onder zijn eigen naam verscheen in 1972:
Roy Buchanan – Roy Buchanan
Daarop staat misschien wel zijn bekendste compositie:
🎵 “The Messiah Will Come Again”
Dit instrumentale nummer is een prachtige demonstratie van zijn stijl. Buchanan speelt niet voortdurend snel; hij laat de gitaar als het ware zingen en huilen.
Andere belangrijke nummers om te beluisteren zijn:
Sweet Dreams
Pete's Blue
John's Blues
After Hours
Hey Joe
When a Guitar Plays the Blues
Down by the River
Five String Blues
Zijn versie van “Sweet Dreams” is bijzonder interessant omdat hij daarmee een countryklassieker van Don Gibson volledig naar zijn eigen bluesachtige gitaarwereld trekt.
💿 Belangrijke albums
Jaar Album
1972 Roy Buchanan
1973 Second Album
1974 That's What I'm Here For
1975 Live Stock
1976 A Street Called Straight
1977 Loading Zone
1978 You're Not Alone
1981 My Babe
1985 When a Guitar Plays the Blues
1986 Dancing on the Edge
1987 Hot Wires
Vooral When a Guitar Plays the Blues is interessant als je Buchanan vanuit zijn pure blueskant wilt leren kennen.
🎸 De Telecaster-specialist
Roy Buchanan wordt vaak in één adem genoemd met andere grote gitaristen zoals Jeff Beck, Gary Moore en Billy Gibbons. Zijn invloed zat niet alleen in zijn composities, maar vooral in de manier waarop hij de Telecaster gebruikte.
Zijn geluid kon bijvoorbeeld bestaan uit:
heldere toon → volume terug → lichte aanslag → langzaam vibrato → plotselinge oversturing
Daardoor kreeg één noot soms bijna de expressie van een menselijke stem.
Hij werd daarom later een echte “guitarist's guitarist” genoemd: een muzikant die door andere gitaristen enorm werd bewonderd, ook al was hij bij het grote publiek nooit zo bekend als bijvoorbeeld Eric Clapton of Jimi Hendrix.
Rolling Stones
Een bekend verhaal uit zijn carrière is dat Buchanan naar verluidt werd benaderd om bij de Rolling Stones te komen spelen. Hij zou dat hebben afgewezen. De exacte details van dit verhaal zijn niet altijd even goed gedocumenteerd, maar het past bij zijn reputatie: Buchanan had weinig belangstelling om zijn eigen muzikale identiteit op te geven voor het grote commerciële succes.
De jaren tachtig
Buchanan raakte in de jaren tachtig teleurgesteld in de muziekindustrie. Pogingen om hem commerciëler te laten klinken droegen eraan bij dat hij zich enkele jaren uit de muziekwereld terugtrok.
In 1985 kwam hij echter sterk terug met When a Guitar Plays the Blues, uitgebracht door het blueslabel Alligator Records. Daarna volgden Dancing on the Edge (1986) en Hot Wires (1987).
Zijn tragische einde
Op 14 augustus 1988, slechts enkele weken voor zijn 49e verjaardag, overleed Roy Buchanan in Fairfax, Virginia. Hij was kort daarvoor door de politie aangehouden wegens openbare dronkenschap en overleed vervolgens in een politiecel. Zijn dood werd officieel als zelfdoding door ophanging beschouwd.
Zijn overlijden maakte zijn muziek niet vergeten. Integendeel: na zijn dood verschenen verschillende compilaties en live-opnamen, waaronder Sweet Dreams: The Anthology en Guitar on Fire: The Atlantic Sessions.
George "Mojo" Buford
George “Mojo” Buford (1929–2011) was een Amerikaanse blueszanger en vooral een zeer gerespecteerde bluesharmonicaspeler. Hij is vooral bekend geworden door zijn verschillende periodes in de band van Muddy Waters. Zijn spel is stevig geworteld in de Delta-blues en de klassieke Chicago-blues.
🎵 Jeugd en beginjaren
George Carter Buford Jr. werd op 10 november 1929 geboren in Hernando, Mississippi. Zijn vader speelde mondharmonica en George leerde het instrument al op jonge leeftijd. Als tiener verhuisde hij naar Memphis, waar hij volop in aanraking kwam met de blues.
Hij werd sterk beïnvloed door onder anderen Little Walter, die later zijn grote voorbeeld zou worden, maar ook door Muddy Waters, B.B. King en Howlin' Wolf.
In het begin van de jaren vijftig trok Buford naar Chicago. Daar richtte hij met andere muzikanten de Savage Boys op. De groep kreeg contact met Muddy Waters en trad, wanneer Waters zelf op tournee was, op als de Muddy Waters Jr. Band.
🎸 Muddy Waters
In 1959 werd Buford officieel onderdeel van Muddy Waters' band. Hij nam daarbij een belangrijke plaats in als harmonicaspeler na Little Walter.
Hij zou gedurende verschillende periodes met Waters werken:
1959–1962 – eerste belangrijke periode bij Muddy Waters
1967–1968 – terugkeer bij Waters
begin jaren 70 – opnieuw langdurig onderdeel van de band
later keerde hij nog verschillende keren terug
Daarmee was hij een van de weinige muzikanten die in meerdere decennia met Muddy Waters speelde.
Interessant voor bluesliefhebbers is dat Buford niet alleen als begeleider belangrijk was. Hij bracht een krachtige, rauwe en weinig gepolijste harmonicastijl mee die goed paste bij de elektrische Chicago-blues. Zijn spel draaide meer om expressie en groove dan om technische showmanship.
🏙️ Minneapolis
In 1962 verhuisde Buford naar Minneapolis. Daar bouwde hij een eigen carrière op en werkte hij met lokale bluesmuzikanten. Hij bleef echter regelmatig met Muddy Waters optreden en toeren.
In Minneapolis ontstond ook zijn bijnaam “Mojo”. Het publiek vroeg hem vaak om zijn uitvoering van “Got My Mojo Working” te spelen. Die bijnaam bleef vervolgens aan hem verbonden.
💿 Eigen platen
Buford maakte vanaf de jaren zestig ook opnamen onder zijn eigen naam. Een belangrijke vroege plaat was:
The Exciting Harmonica Sound of Mojo Buford – 1963
Later volgden onder andere:
Mojo Buford's Blues Summit – 1979
Still Blowin' Strong – 1996
Harpslinger – 1996
Home Is Where My Harps Is – 1998
State of the Blues Harp – 1998
Champagne & Reefer – 1999
Chicago Blues Summit – 2002
Een bijzonder interessante plaat voor jouw bluesprogramma is State of the Blues Harp. Daarop hoor je heel duidelijk Bufords combinatie van zang en mondharmonica.
🎙️ Ook een zanger
Hoewel hij vooral als harmonicaspeler wordt herinnerd, was Buford ook een sterke blueszanger. Zijn stem was rauw en doorleefd en paste uitstekend bij zijn harmonicaspel. Hij schreef bovendien een deel van zijn eigen repertoire.
⭐ Waarom is Mojo Buford belangrijk?
Buford behoort tot de minder bekende, maar belangrijke namen uit de Chicago-bluesharmonica. Hij stond een beetje in de schaduw van grootheden als Little Walter, Sonny Boy Williamson II, James Cotton en Junior Wells.
Toch had hij een bijzondere positie: hij was een van de weinige harmonicaspelers die gedurende een lange periode telkens weer terugkeerde naar de band van Muddy Waters.
Zijn stijl kun je omschrijven als:
rauw – krachtig – elektrisch – ritmisch – traditioneel – typisch Chicago-blues.
Buford bleef tot op hoge leeftijd optreden. Hij overleed op 11 oktober 2011 in Minneapolis, 81 jaar oud.


Eddie "Guitar" Burns
Eddie “Guitar” Burns was een zeer interessante figuur uit de Detroit blues. Hij was niet alleen gitarist, maar ook een uitstekende mondharmonicaspeler, zanger en songwriter. Zijn muziek vormt een mooie verbinding tussen de oude Mississippi Delta-blues en de elektrische blues van Detroit.
Eddie "Guitar" Burns
🎸 Jeugd en Mississippi
Eddie Burns werd geboren op 8 februari 1928 in Belzoni, Mississippi. Hij groeide voornamelijk op in de omgeving van Clarksdale en Dublin, midden in de Mississippi Delta. Zijn vader speelde gitaar, piano en mondharmonica en zijn grootvader had een juke joint, waardoor Eddie al jong met bluesmuziek in aanraking kwam.
Zijn eerste instrument was de mondharmonica. Hij leerde zichzelf spelen en werd sterk beïnvloed door John Lee “Sonny Boy” Williamson, maar ook door onder anderen Big Bill Broonzy en Tommy McClennan.
Opvallend is dat Burns aanvankelijk helemaal niet als gitarist bekend stond. Zijn reputatie begon juist als mondharmonicaspeler.
🚂 Naar Detroit
In 1948 verhuisde Burns naar Detroit, een stad die na de Tweede Wereldoorlog een enorme aantrekkingskracht had op zwarte muzikanten uit het zuiden.
Daar kwam hij terecht in de bloeiende blueswereld rond Hastings Street en de wijk Black Bottom. Hij raakte bevriend met onder anderen John Lee Hooker.
Volgens Burns zelf hoorde Hooker hem tijdens een huisfeest mondharmonica spelen. Hooker was zo onder de indruk dat hij Burns vroeg mee te doen aan een opnamesessie. Dat leidde tot een belangrijke samenwerking.
Burns speelde vervolgens niet alleen mondharmonica maar ontwikkelde zich in Detroit steeds verder als gitarist.
🎙️ Eerste plaat
Zijn eerste single was “Notoriety Woman”, opgenomen in 1948. Daarop was vooral zijn mondharmonicaspel belangrijk. De gitaar werd gespeeld door John T. Smith.
Daarna volgden opnamen voor onder andere DeLuxe, Checker, Chess, Harvey en Von Records.
Enkele interessante vroege titels:
Notoriety Woman – 1948
Hello Miss Jessie Lee – 1953
Biscuit Baking Mama – 1954
Treat Me Like I Treat You – 1957
Orange Driver – 1961
The Thing to Do – 1961
(Don't Be) Messing with My Bread – 1962
Wig Wearin' Woman – 1965
🎸 Waarom “Guitar” Burns?
In de jaren vijftig werd hij steeds meer gitarist. Hij begeleidde John Lee Hooker en ontwikkelde een eigen stijl waarin zijn Delta-roots gecombineerd werden met de elektrisch versterkte sound van Detroit.
Zijn bijnaam “Eddie Guitar Burns” werd uiteindelijk zijn vaste artiestennaam. De toevoeging “Guitar” werd volgens bronnen mede gebruikt tijdens zijn Europese carrière in de jaren zeventig.
Maar het aardige aan Burns is dat je hem eigenlijk niet alleen als gitarist moet zien. Zijn mondharmonica bleef een essentieel onderdeel van zijn geluid.
🎶 Detroit blues
Burns hoorde bij een generatie die de oude landelijke blues naar de stad bracht.
Zijn muziek bevatte:
Mississippi Delta-blues
↓
elektrische gitaar en mondharmonica
↓
Detroit blues
↓
rhythm & blues
Hij kon daardoor zowel rauwe traditionele blues spelen als moderner klinkende R&B. Dat maakte hem bijzonder geschikt voor de overgang van de jaren vijftig naar de jaren zestig.
Hij stond in Detroit op podia met muzikanten als John Lee Hooker, Bobo Jenkins, Eddie Kirkland, Boogie Woogie Red en Little Sonny.
🇬🇧 Europese erkenning
Hoewel Burns in Detroit gerespecteerd werd, kreeg hij pas in de jaren zeventig een veel groter internationaal publiek.
In 1972 ging hij naar Europa en nam hij in Londen zijn eerste volwaardige album op:
Bottle Up & Go (1972)
Dat was een belangrijk moment in zijn carrière. Vervolgens verscheen in 1975 Detroit Blackbottom. Burns werd ook onderdeel van de rondreizende American Blues Legends-shows, waarmee Amerikaanse bluesmuzikanten in Europa veel nieuwe liefhebbers bereikten.
💿 Belangrijke albums
Voor wie Eddie Burns wil ontdekken, zijn dit goede uitgangspunten:
Jaar Album
1972 Bottle Up & Go
1975 Detroit Blackbottom
1986 Lonesome Feeling
1989/90 Detroit
2002 Snake Eyes
2005 Second Degree Burns
Zijn album Snake Eyes uit 2002 is extra interessant omdat hij daarop samenwerkte met zijn jongere broer Jimmy Burns, die eveneens een bekende bluesmuzikant werd.
👬 Zijn broer Jimmy Burns
Eddie was de oudere broer van Jimmy Burns, geboren in 1943.
Jimmy ontwikkelde zich in Chicago tot gitarist en soulblueszanger. De twee broers kwamen uiteindelijk samen op Snake Eyes, een mooie muzikale familieverbinding tussen de Detroit- en Chicago-blues.
🏆 Erkenning
Burns kreeg in 1994 de Michigan Heritage Award en in 1998 een Lifetime Achievement Award van de Detroit Blues Society. Daarmee werd zijn grote betekenis voor de bluesgeschiedenis van Detroit officieel erkend.
Zijn laatste studioalbum was Second Degree Burns uit 2005. Zijn laatste publieke optreden vond plaats in 2008, samen met Little Sonny tijdens het Motor City Blues & Boogie Woogie Festival.
Eddie Burns overleed in december 2012, 84 jaar oud.
Kort samengevat: Eddie “Guitar” Burns was een brugfiguur tussen de oude Delta-blues en de moderne elektrische Detroit-blues. Hij werd misschien nooit zo beroemd als John Lee Hooker, maar binnen de Detroit-blueswereld behoorde hij tot de belangrijkste muzikanten van zijn generatie.
R. L. Burnside
R. L. Burnside was een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Mississippi Hill Country Blues. Zijn muziek was rauw, ritmisch, hypnotiserend en sterk verbonden met de juke joints van Noord-Mississippi. Hij werd pas op latere leeftijd internationaal bekend.
🎸 Wie was R. L. Burnside?
R. L. Burnside werd geboren als Robert Lee Burnside op 23 november 1926 in Harmontown, Mississippi. Hij groeide op in een familie van landarbeiders en werkte zelf jarenlang als boer, tractorchauffeur en visser. Muziek was aanvankelijk vooral iets dat hij 's avonds en in het weekend speelde.
Hij leerde veel van de legendarische Mississippi Fred McDowell, die bij hem in de buurt woonde. Daarnaast werd hij beïnvloed door onder anderen Muddy Waters, John Lee Hooker en Lightnin' Hopkins.
🎶 Zijn muziek: Hill Country Blues
Burnside speelde geen klassieke, strak opgebouwde blues. Zijn muziek draaide veel meer om ritme, herhaling en groove.
Typisch voor zijn stijl:
sterk herhalende gitaarpatronen;
vaak een eenvoudige baslijn of één akkoord;
veel gebruik van slidegitaar;
een zware, dreunende beat;
invloeden uit de traditionele fife-and-drummuziek van Noord-Mississippi;
rauwe, soms bijna gesproken zang;
de sfeer van een dampende juke joint.
Daarom klinkt Burnside soms eerder als een primitieve vorm van boogie, rock en tranceachtige rootsmuziek dan als de traditionele twaalfmatenblues.
🌾 Juke joints
De juke joint was enorm belangrijk voor Burnside. Dit waren informele uitgaansgelegenheden waar Afro-Amerikanen konden drinken, dansen en naar blues luisteren.
Burnside speelde tientallen jaren in deze omgeving. Zijn vriend en collega Junior Kimbrough was eveneens een belangrijke figuur uit de Hill Country Blues. Beiden werden later bekend door de documentaire Deep Blues.
Interessant voor jouw radioprogramma is dat Burnside niet alleen muzikant was: hij was werkelijk onderdeel van de cultuur waaruit deze muziek voortkwam.
💿 Eerste opnamen
Hoewel Burnside al tientallen jaren speelde, duurde het tot 1967 voordat folklorist George Mitchell hem tijdens veldopnamen vastlegde. Deze opnamen verschenen later via Arhoolie Records.
In de jaren zeventig en tachtig speelde hij regelmatig met een familieband, de Sound Machine, met onder andere zijn zonen en schoonzoon. Buiten Mississippi bleef hij echter lange tijd een vrijwel onbekende bluesman.
🌍 De grote doorbraak
De grote verandering kwam pas in de jaren negentig.
De documentaire Deep Blues uit 1992 bracht Burnside onder de aandacht van een veel groter publiek. Vervolgens kwam hij terecht bij het onafhankelijke Amerikaanse label Fat Possum Records, dat zich sterk richtte op oudere bluesmuzikanten uit Mississippi.
Belangrijke albums zijn onder meer:
Bad Luck City – 1992
Too Bad Jim – 1994
A Ass Pocket of Whiskey – 1996
Mr. Wizard – 1997
Come On In – 1998
Wish I Was in Heaven Sitting Down – 2000
A Bothered Mind – 2004
⚡ Jon Spencer en de rockwereld
Een bijzonder hoofdstuk was zijn samenwerking met Jon Spencer Blues Explosion.
Op A Ass Pocket of Whiskey uit 1996 werd de oude Mississippi-blues gecombineerd met de agressieve energie van de alternatieve rock- en garagescene. Daarmee bereikte Burnside een compleet nieuwe generatie luisteraars.
Later ging hij nog verder experimenteren. Op Come On In werden zijn bluesopnamen gecombineerd met loops, samples en elektronische beats. Dat was voor een traditionele bluesmuzikant behoorlijk vooruitstrevend.
Daarmee werd Burnside uiteindelijk een soort brug tussen de oude Mississippi-blues en moderne rock, garage, hiphop en elektronische muziek.
👨👩👦 Een echte bluesfamilie
Burnside was bovendien de patriarch van een grote muzikale familie. Verschillende zonen en kleinzonen werden eveneens muzikant, waaronder Duwayne Burnside, die later onder andere bij de North Mississippi Allstars betrokken was.
🕯️ Overlijden en nalatenschap
R. L. Burnside overleed op 1 september 2005 in Memphis, Tennessee, op 78-jarige leeftijd. Hij had enkele jaren eerder een hartaanval en bypassoperatie gehad en herstelde daar nooit volledig van.
Zijn betekenis voor de blues is groot. De Mississippi Blues Trail noemt hem een sleutelfiguur in de geschiedenis van de Hill Country Blues en benadrukt dat hij deze regionale muziek wereldwijd bekend hielp maken. In 2014 werd hij postuum opgenomen in de Blues Hall of Fame.


Aron Burton
Aron Burton (1938–2016) was een Amerikaanse blueszanger, bassist en songwriter die vooral belangrijk was binnen de Chicago-blues. Hij was jarenlang een zeer gerespecteerde begeleider van grote bluesartiesten, maar ontwikkelde zich later ook tot een sterke frontman.
🎸 Jeugd en Chicago
Aron Burton werd op 15 juni 1938 geboren in Senatobia, Mississippi. Hij groeide op met gospel en zong als jonge man in kerken. Samen met zijn neef Ruben Burton richtte hij de gospelgroep Victory Travelers op.
In 1955 verhuisde hij naar Chicago, waar hij al snel actief werd in de blueswereld. In 1956 begon hij bas te spelen bij Freddie King. King kocht zelfs Burtons eerste basgitaar voor hem.
🎵 Een veelgevraagde bassist
Burton werd bekend om zijn zeer solide, ontspannen basspel. Hij was het type muzikant dat een band stevig bij elkaar hield zonder voortdurend op de voorgrond te treden.
In de jaren daarna werkte hij onder meer met:
Junior Wells
Fenton Robinson
James Cotton
Eddy Clearwater
Johnny Littlejohn
Big Jack Johnson
Jimmy Witherspoon
Billy Boy Arnold
Carey Bell
Hij speelde bovendien mee op talloze bluesopnamen. Earwig Records vermeldt dat hij gedurende zijn carrière op meer dan dertig opnamen te horen was.
🔥 Albert Collins en de Icebreakers
Een belangrijk hoofdstuk in zijn carrière begon in 1978, toen Burton samen met zijn broer Larry Burton onderdeel werd van de band rond Albert Collins.
Deze muzikanten vormden de oorspronkelijke Icebreakers. Burton speelde bas en Larry gitaar. De groep werd de begeleidingsband van Collins en speelde op diens beroemde album Ice Pickin' uit 1978.
Dit is waarschijnlijk Burtons bekendste werk als sideman. De combinatie van Collins' scherpe gitaar, de krachtige ritmesectie en Burtons diepe basgeluid werd een kenmerkend geluid van de moderne Texas/Chicago-blues.
🌍 Europa
Burton had ook een sterke band met Europa. In de jaren tachtig verbleef hij langere perioden in Europa, onder andere in Duitsland, Zwitserland en Denemarken.
In 1985 speelde hij bijvoorbeeld in Zürich in club Limmatquai 82. Daar ontmoette hij Europese bluesliefhebbers en muzikanten die later belangrijk werden in de Europese blueswereld.
Tijdens zijn Europese periode maakte hij het album Usual Dangerous Guy, met onder andere pianist Champion Jack Dupree. De plaat bestaat uit originele composities van Burton en laat goed horen dat hij niet alleen bassist was, maar ook een uitstekende songwriter en zanger.
🎤 Aron Burton als zanger
Vanaf de jaren negentig kwam zijn eigen zangtalent steeds meer naar voren.
Zijn album Past, Present and Future uit 1993 was belangrijk omdat Burton daarop niet meer alleen als begeleider te horen was, maar nadrukkelijk als bandleider, zanger en songwriter.
Daarna verscheen:
Aron Burton Live – 1996
Good Blues to You – 1999
The Cologne Sessions – 2001
Zijn livealbum uit 1996 werd opgenomen bij Buddy Guy's Legends in Chicago, een van de bekendste bluesclubs van de stad.
⭐ Good Blues to You
Voor een radioprogramma is Good Blues to You uit 1999 een bijzonder interessante plaat.
Burton combineert daarop traditionele Chicago-blues met soul, funk en stevige elektrische blues. Zijn broer Larry Burton speelt gitaar en ook bluesmuzikanten als Billy Branch, Lester Davenport, Dave Specter en Lurrie Bell zijn op de plaat te horen.
Mooie nummers om eens op te zoeken zijn:
“Good Blues to You”
“Stuck in Chicago”
“Good Idea at the Time”
“Southbound Train”
“The Woman I Met Out in the Rain”
“No More Doggin'”
Vooral “Stuck in Chicago” is interessant: een langzaam, bijna slepend bluesnummer over het leven van een hardwerkende muzikant in Chicago.
🎶 Zijn stijl
Burtons muziek zit duidelijk in de traditie van de Chicago electric blues, maar zijn achtergrond in gospel, soul en R&B is goed hoorbaar.
Als bassist was hij vooral:
stevig – diep – swingend – ingetogen – ondersteunend
Als zanger had hij juist een krachtige, donkere stem. Zijn stijl doet op sommige momenten denken aan de meer soulvolle kant van B.B. King. Een recensie van Good Blues to You omschreef zijn zang als krachtig en zijn basspel als zeer solide.
🏆 Erkenning
Hoewel Burton nooit dezelfde commerciële bekendheid kreeg als Albert Collins, Junior Wells of James Cotton, werd hij binnen de blueswereld zeer gewaardeerd. Zijn werk werd meerdere keren genomineerd voor een Blues Music Award in de categorie voor bassisten.
Hij was daarmee een mooi voorbeeld van een muzikant die jarenlang achter de schermen de basis van grote bluesbands vormde, voordat hij zelf als artiest meer op de voorgrond kwam.
🕯️ Overlijden
Aron Burton overleed op 29 februari 2016 in Chicago, 77 jaar oud. Hij had zich rond 2014 grotendeels uit het actieve muziekleven teruggetrokken.
Paul Butterfield
Paul Butterfield was een van de belangrijkste Amerikaanse bluesmuzikanten van de jaren zestig. Hij werd vooral beroemd als zanger, mondharmonicaspeler en bandleider van de Paul Butterfield Blues Band. Zijn krachtige elektrische mondharmonicaspel hielp de authentieke Chicago-blues naar een groot rockpubliek te brengen.
🎵 Wie was Paul Butterfield?
Paul Vaughn Butterfield werd geboren op 17 december 1942 in Chicago en groeide op in Hyde Park, aan de South Side van de stad. Aanvankelijk studeerde hij klassieke fluit, maar als tiener raakte hij volledig gefascineerd door de blues die hij in de clubs van Chicago hoorde. Hij zag onder anderen Muddy Waters, Howlin' Wolf en Little Walter optreden.
Hij leerde eerst gitaar spelen, maar ontdekte al snel dat de mondharmonica zijn echte instrument was. Vooral Little Walter had grote invloed op zijn speelstijl.
🎸 De Paul Butterfield Blues Band
In 1963 vormde Butterfield in Chicago een band met onder andere:
Paul Butterfield – zang, mondharmonica
Elvin Bishop – gitaar
Mike Bloomfield – gitaar
Jerome Arnold – bas
Sam Lay – drums
Mark Naftalin – orgel
Bijzonder was dat de groep zwart en blanke muzikanten samenbracht in een periode waarin de Amerikaanse samenleving nog sterk gesegregeerd was. De band werd daardoor niet alleen muzikaal belangrijk, maar ook cultureel.
De groep speelde een zeer krachtige vorm van elektrische Chicago-blues, maar was niet bang om blues te vermengen met rock, jazz, soul en psychedelische muziek.
💿 Het debuutalbum uit 1965
Het album The Paul Butterfield Blues Band verscheen in 1965 op Elektra. Het bevatte onder andere:
Born in Chicago
Shake Your Money-Maker
Blues with a Feeling
I Got My Mojo Working
Mellow Down Easy
Mystery Train
Last Night
Het album maakte grote indruk en wordt tegenwoordig beschouwd als een belangrijk bluesrockalbum.
⚡ Newport Folk Festival en Bob Dylan
Een historisch moment kwam in 1965 op het Newport Folk Festival. Bob Dylan vroeg leden van de Butterfield-band om hem te begeleiden tijdens zijn beroemde elektrische optreden.
Dylan stapte daarmee definitief richting elektrische rock, tot grote woede van een deel van het aanwezige folkpubliek. De Butterfield Blues Band speelde hierbij een belangrijke rol.
🔥 East-West – een mijlpaal
In 1966 verscheen East-West. Dit album liet zien dat Butterfield veel verder wilde gaan dan traditionele Chicago-blues.
Het titelnummer “East-West” is een lange instrumentale bluesrock-jam waarin onder andere jazz, psychedelica en Indiase muziek samenkomen. Het album werd zeer invloedrijk voor de ontwikkeling van de latere bluesrock.
Vooral Mike Bloomfields gitaar en Butterfields mondharmonica vormen hier een fantastisch duo.
🎺 Een nieuwe richting
Na het vertrek van Bloomfield en verschillende andere muzikanten veranderde het geluid. Op The Resurrection of Pigboy Crabshaw (1967) kwamen bijvoorbeeld blazers prominenter naar voren, met onder anderen David Sanborn.
Daarna werd de muziek steeds meer beïnvloed door soul en R&B. Albums als:
The Resurrection of Pigboy Crabshaw – 1967
In My Own Dream – 1968
Keep On Moving – 1969
Sometimes I Just Feel Like Smilin' – 1971
laten die ontwikkeling goed horen.
🌲 Woodstock 1969
De Paul Butterfield Blues Band trad ook op tijdens Woodstock in augustus 1969. Hun optreden werd uiteindelijk niet in de beroemde Woodstock-film opgenomen, maar “Love March” verscheen wel op het Woodstock-album. De complete Woodstock-set werd later uitgebracht.
🎤 Better Days en solowerk
Na het uiteenvallen van de Butterfield Blues Band in 1971 begon hij Paul Butterfield's Better Days. Daarna maakte hij ook soloalbums, waaronder:
Put It in Your Ear – 1976
North-South – 1981
The Legendary Paul Butterfield Rides Again – 1986
Zijn laatste jaren waren echter moeilijk en zijn gezondheid ging achteruit.
Paul Butterfield overleed op 4 mei 1987, slechts 44 jaar oud, in North Hollywood, Californië.
🏆 Zijn betekenis voor de blues
Butterfield werd in 2006 opgenomen in de Blues Hall of Fame en in 2015 werd de Paul Butterfield Blues Band opgenomen in de Rock & Roll Hall of Fame.
Zijn grootste betekenis ligt misschien wel hierin: hij liet zien dat blanke Amerikaanse muzikanten de Chicago-blues niet alleen konden imiteren, maar er een nieuwe, krachtige vorm van konden maken. Zijn elektrische mondharmonica werd een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling van de bluesrock.


Carolina Slim
Carolina Slim was het pseudoniem van Edward P. Harris (1923–1953), een Amerikaanse blueszanger en gitarist uit North Carolina. Hij is vooral interessant voor liefhebbers van de overgang van de Piedmont blues naar de naoorlogse, meer stedelijke blues.
🎸 Wie was Carolina Slim?
Harris werd geboren op 22 augustus 1923 in Leasburg, North Carolina. Hij leerde gitaar spelen van zijn vader en werd beïnvloed door onder anderen Blind Boy Fuller en Lightnin' Hopkins. Als rondtrekkende muzikant werkte hij aanvankelijk in de omgeving van Durham. Rond 1950 verhuisde hij naar Newark, New Jersey, waar hij zijn eerste platen maakte.
Hij gebruikte tijdens zijn korte carrière opvallend veel namen, waaronder:
Carolina Slim
Country Paul
Jammin' Jim
Lazy Slim Jim
Paul Howard
Waarom hij verschillende pseudoniemen gebruikte is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk speelde de manier waarop platenmaatschappijen verschillende releases uitbrachten daarbij een rol.
🎶 Zijn muziek
Carolina Slim speelde voornamelijk Piedmont blues, een stijl die vooral bekendstaat om de ritmische fingerpicking en de combinatie van bas- en melodielijnen op gitaar.
Bij Slim hoor je echter ook duidelijk andere invloeden. Zijn muziek ontwikkelde zich richting de Texas blues van Lightnin' Hopkins, terwijl nummers als "Carolina Boogie" sterk de Carolina/Piedmont-traditie vertegenwoordigen. Soms gebruikte hij ook een washboard, waarmee het landelijke karakter van zijn muziek nog sterker naar voren kwam.
Zijn stijl is vaak:
akoestisch en ritmisch
rauw en ongepolijst
sterk gebaseerd op gitaar en zang
soms bijna boogie-achtig
duidelijk geworteld in de zwarte plattelandsblues van het Amerikaanse Zuiden
💿 Opnamen
Zijn eerste bekende opnamen stammen uit 1950, toen hij voor het Savoy/Acorn-label opnam. Zijn eerste single bevatte "Black Chariot Blues" en "Mama's Boogie".
In totaal maakte hij ongeveer 27 nummers gedurende zijn korte opnamecarrière van 1950 tot 1952.
Nummers die de moeite waard zijn om voor een bluesprogramma te draaien:
Black Chariot Blues
Mama's Boogie
Carolina Boogie
Rag Mama
Wine Head Baby
Worry You Off My Mind
Blues Go Away from Me
I'll Never Walk in Your Door
Blues Knocking at My Door
Slow Freight Blues
Shake Boogie
Sugaree
Een mooie verzameling is Complete Recorded Works 1950–1952, waarin zijn 27 bekende opnamen bijeen zijn gebracht.
⚰️ Een veel te kort leven
Carolina Slim kreeg nauwelijks de kans om een grote carrière op te bouwen. Hij overleed op 22 oktober 1953 in Newark, slechts 30 jaar oud. Hij onderging een operatie vanwege rugproblemen en kreeg tijdens de operatie een hartaanval.
Zijn vroege dood is een belangrijke reden waarom er relatief weinig biografische informatie over hem bestaat.
Eric Clapton
Eric Clapton is een van de belangrijkste gitaristen uit de geschiedenis van de blues en rock. Hij werd vooral beroemd door zijn spel bij The Yardbirds, John Mayall’s Bluesbreakers, Cream, Blind Faith en Derek and the Dominos, waarna hij een zeer succesvolle solocarrière opbouwde.
🎸 Jeugd en muzikale invloeden
Eric Patrick Clapton werd geboren op 30 maart 1945 in Ripley, Surrey, Engeland. Als tiener raakte hij gefascineerd door Amerikaanse blues en rhythm-and-blues. Gitaristen als Muddy Waters, Robert Johnson, B.B. King, Freddie King en Buddy Guy zouden grote invloed op hem krijgen.
Clapton kocht rond 1962 met hulp van zijn grootouders zijn eerste elektrische gitaar. Hij speelde vervolgens in kleine Britse R&B-groepen voordat hij in 1963 bij The Yardbirds terechtkwam.
The Yardbirds
Bij The Yardbirds groeide Clapton uit tot een veelbesproken jonge bluesgitarist. Hij speelde er onder andere op Five Live Yardbirds en de opnames met Sonny Boy Williamson.
Toen The Yardbirds met "For Your Love" een commerciëlere richting insloegen, verliet Clapton de groep. Hij wilde vooral de blues blijven spelen.
John Mayall's Bluesbreakers
In 1965 werd hij lid van John Mayall & the Bluesbreakers. Het album Blues Breakers with Eric Clapton uit 1966 werd enorm invloedrijk en wordt beschouwd als een mijlpaal van de Britse blues.
Zijn gitaarspel was zo indrukwekkend dat er op een Londens metrostation graffiti verscheen met de beroemde tekst "Clapton is God".
Cream – de grote doorbraak
In 1966 richtte Clapton samen met bassist/zanger Jack Bruce en drummer Ginger Baker de supergroep Cream op.
Cream combineerde blues met harde rock en psychedelische muziek. Bekende nummers zijn:
I Feel Free
Sunshine of Your Love
White Room
Crossroads
Badge
Vooral "Crossroads", Claptons bewerking van het werk van Robert Johnson, werd een klassieker van de bluesrock.
Cream bestond maar kort, maar had een enorme invloed op de ontwikkeling van de hardrock en bluesrock. Clapton werd in 1993 samen met Cream opgenomen in de Rock & Roll Hall of Fame.
Blind Faith
Na Cream vormde Clapton in 1969 Blind Faith met onder anderen Steve Winwood. De groep maakte slechts één studioalbum. Het bekendste nummer daarvan is "Can't Find My Way Home".
Derek and the Dominos – "Layla"
In 1970 ontstond Derek and the Dominos. De groep bestond naast Clapton uit Bobby Whitlock, Carl Radle en Jim Gordon. Tijdens de opnamen speelde ook Duane Allman een belangrijke rol.
Het resultaat was het legendarische dubbelalbum:
Layla and Other Assorted Love Songs
Het titelnummer "Layla" groeide uit tot een van Claptons beroemdste nummers. Het album werd geïnspireerd door Claptons onbeantwoorde liefde voor Pattie Boyd, die destijds getrouwd was met zijn goede vriend George Harrison.
Solocarrière
Vanaf 1970 ging Clapton steeds meer zijn eigen weg. Zijn muziek werd geleidelijk minder hard en meer gericht op zang, songwriting, soul, reggae, pop en traditionele blues.
Een belangrijk album was 461 Ocean Boulevard uit 1974. Daarop stond zijn grote hitversie van Bob Marley's "I Shot the Sheriff".
Andere belangrijke albums zijn onder meer:
Eric Clapton – 1970
461 Ocean Boulevard – 1974
There's One in Every Crowd – 1975
Slowhand – 1977
Backless – 1978
Another Ticket – 1981
Money and Cigarettes – 1983
Behind the Sun – 1985
Journeyman – 1989
Unplugged – 1992
"Tears in Heaven"
Een van zijn meest persoonlijke nummers is "Tears in Heaven", geschreven na het tragische overlijden van zijn jonge zoon Conor.
Clapton bracht het nummer uit in 1992 en zijn akoestische MTV Unplugged-optreden werd een enorm succes. Tijdens de Grammy Awards van 1993 won hij onder meer Record of the Year voor "Tears in Heaven" en Album of the Year voor Unplugged.
Zijn gitaarstijl
Claptons stijl is sterk gebaseerd op de Amerikaanse blues. Kenmerkend zijn:
expressieve bends
lange, zingende gitaartonen
subtiele vibrato
bluesachtige pentatonische lijnen
veel ruimte tussen de noten
een sterke nadruk op gevoel boven snelheid
Hij was belangrijk omdat hij de Amerikaanse blues naar een groot Brits en Europees rockpubliek bracht.
Een unieke Hall of Fame-prestatie
Clapton heeft een bijzonder record: hij is drie keer opgenomen in de Rock & Roll Hall of Fame:
1992 – The Yardbirds
1993 – Cream
2000 – als soloartiest
Daarmee is hij de enige artiest die drie keer is opgenomen.


Willie Cobbs
Willie Cobbs was een Amerikaanse blueszanger, mondharmonicaspeler en songwriter die vooral bekend werd door één nummer dat uitgroeide tot een echte bluesklassieker: “You Don't Love Me”.
🎵 Wie was Willie Cobbs?
Willie C. Cobbs werd geboren op 15 juli 1932 in Smale, Arkansas. Hij groeide op met gospelmuziek en zong als jongeman in een gospelkwartet. In de jaren veertig verhuisde hij naar Chicago, waar hij terechtkwam midden in de bloeiende Chicago-bluesscene.
Daar kwam hij in contact met grote namen als Little Walter en Eddie Boyd. Little Walter had een belangrijke invloed op Cobbs' ontwikkeling als mondharmonicaspeler. Cobbs speelde bovendien regelmatig op en rond Maxwell Street, een belangrijk ontmoetingspunt voor bluesmuzikanten.
🎶 “You Don't Love Me”
Zijn grote doorbraak kwam in 1960, toen hij in Memphis “You Don't Love Me” opnam voor Mojo Records. De plaat werd lokaal een grote hit en kreeg veel aandacht van het radiostation WDIA in Memphis.
Het nummer heeft een zeer herkenbare, eenvoudige bluesriff. Interessant is dat er later discussie ontstond over het auteurschap, omdat het nummer sterke overeenkomsten vertoont met Bo Diddley's “She's Fine, She's Mine” uit 1955. Die kwestie heeft waarschijnlijk bijgedragen aan het feit dat de plaat geen grote nationale hit werd.
Toch werd “You Don't Love Me” uiteindelijk veel belangrijker dan de oorspronkelijke hitnotering deed vermoeden.
⭐ Een enorme invloed
Het nummer werd door tientallen artiesten opgenomen. Onder anderen:
Junior Wells
Sonny & Cher
Ike & Tina Turner
Albert King
John Mayall & the Bluesbreakers
Booker T. & the M.G.'s
Al Kooper & Stephen Stills
The Allman Brothers Band
Gary Moore
R.L. Burnside
Vooral de uitvoering van de Allman Brothers Band maakte het nummer bij een groot rockpubliek bekend; hun lange liveversie verscheen op At Fillmore East uit 1971.
🇯🇲 Van blues naar reggae
Een bijzonder hoofdstuk is Dawn Penn. Zij nam Cobbs' nummer in Jamaica op als “You Don't Love Me (No, No, No)”. Haar versie werd eerst in 1967 opgenomen in de rocksteady-periode en werd later, na een nieuwe opname in 1994, een enorme internationale hit.
Daardoor loopt er een prachtige muzikale lijn:
Willie Cobbs → Amerikaanse blues → Jamaicaanse rocksteady → reggae/dancehall → internationale pophit.
💿 Verdere carrière
Cobbs bleef na zijn grote hit actief. In de jaren zestig, zeventig en tachtig bracht hij talrijke singles uit, vaak op kleinere labels en soms op zijn eigen labels zoals Riceland, Ricebelt en C&F. Hij werd ook clubeigenaar en runde onder andere de Blue Flame in Stuttgart, Arkansas, en later de Turning Point in Itta Bena, Mississippi.
In 1994 verscheen Down to Earth op Rooster Blues. Dat album bracht hem opnieuw onder de aandacht van bluesliefhebbers.
Willie Cobbs overleed op 25 oktober 2021, 89 jaar oud.
Albert Collins
Albert Collins – The Iceman
Albert Collins was een van de meest herkenbare elektrische bluesgitaristen van de 20e eeuw. Hij stond bekend als “The Iceman”, “Master of the Telecaster” en “The Razor Blade”. Zijn scherpe, snijdende gitaarspel op een Fender Telecaster is vrijwel onmiddellijk herkenbaar.
Jeugd en begin van zijn carrière
Albert Gene Collins werd geboren op 1 oktober 1932 in Leona, Texas. Zijn familie verhuisde uiteindelijk naar Houston, waar Collins in aanraking kwam met de rijke bluescultuur van de stad. Hij werd onder andere beïnvloed door Lightnin' Hopkins, die familie van hem was, maar ook door T-Bone Walker, John Lee Hooker en Clarence “Gatemouth” Brown.
Opvallend is dat Collins aanvankelijk meer belangstelling had voor piano en orgel. Rond zijn achttiende koos hij echter definitief voor de gitaar. In 1952 begon hij professioneel op te treden in de clubs van Houston.
Zijn bijzondere gitaarstijl
Collins speelde vrijwel zijn hele carrière op een Fender Telecaster. Hij gebruikte bovendien ongebruikelijke stemmingen, een capo en speelde voornamelijk met zijn vingers in plaats van met een plectrum. Dat leverde die karakteristieke, ijskoude maar vlijmscherpe klank op.
Zijn gitaarspel bestaat vaak uit:
korte, felle gitaarfrasen;
veel vibrato en bends;
scherpe akkoordaanslagen;
donkere mineurklanken;
plotselinge stiltes en accenten;
een bijna “sprekend” geluid van de Telecaster.
Daarom is zijn stijl veel meer dan alleen traditionele Texas blues. Hij combineerde Texas blues, elektrische blues, rhythm & blues en bluesrock.
“The Freeze” en “Frosty”
In 1958 maakte Collins zijn eerste single, “The Freeze”. Het nummer werd een belangrijke vroege blauwdruk voor zijn instrumentale stijl.
Een van zijn bekendste vroege nummers werd “Frosty”, een instrumentale bluesklassieker. De koude terminologie werd uiteindelijk onderdeel van zijn hele imago: Ice Pickin', Frostbite, Cold Snap, Iceman enzovoort.
De doorbraak
Hoewel Collins in Texas al een gerespecteerde muzikant was, bleef zijn landelijke bekendheid lange tijd beperkt. Een belangrijke wending kwam eind jaren zestig toen Bob Hite van Canned Heat hem ontdekte. Collins kreeg daardoor meer bekendheid tijdens de bluesrevival en verhuisde uiteindelijk naar Californië.
Hij bracht vervolgens albums uit bij Imperial Records en werd een geliefde liveartiest.
The Icebreakers
Een belangrijk onderdeel van zijn geluid was zijn begeleidingsband The Icebreakers. Daarmee ontwikkelde Collins een krachtige combinatie van gitaar, bas, drums, blazers en zang. De band gaf hem bovendien de ruimte om tijdens concerten lange, felle gitaarsolo's te spelen.
Een beroemde gewoonte van Collins was zijn zogenaamde “guitar walk”: hij liep tijdens optredens met zijn gitaar het publiek in. Hij gebruikte daarvoor een extreem lange gitaarkabel. Soms liep hij zelfs naar buiten terwijl zijn band gewoon doorspeelde.
Alligator Records
Zijn carrière kreeg eind jaren zeventig een enorme impuls toen hij bij Alligator Records tekende.
Het album Ice Pickin' (1978) wordt beschouwd als een van zijn belangrijkste platen. Daarna volgden onder andere:
Frostbite (1980)
Frozen Alive! (1981)
Don't Lose Your Cool (1983)
Live in Japan (1984)
Showdown! (1985)
Cold Snap (1986)
Showdown!
Een bijzonder album is Showdown! uit 1985. Collins speelde daarop samen met twee andere grote bluesgitaristen:
Albert Collins – Robert Cray – Johnny Copeland
Het album werd een groot succes en leverde de drie gitaristen een Grammy Award op.
Voor een bluesprogramma is Showdown! daarom een uitstekende plaat om te draaien: drie generaties/benaderingen van elektrische blues komen daar prachtig samen.
Zijn invloed
Albert Collins had grote invloed op gitaristen zoals Robert Cray, Jimmie Vaughan en vele andere blues- en bluesrockgitaristen. Zijn combinatie van eenvoudige maar zeer krachtige bluesstructuren met een extreem herkenbaar gitaargeluid maakte hem bijzonder.
Ook werkte hij met uiteenlopende artiesten, waaronder David Bowie, John Mayall, John Zorn, Jack Bruce en B.B. King.
Laatste jaren
In de jaren tachtig werd Collins eindelijk een internationale bluesster. Hij speelde grote festivals en concertzalen en verscheen zelfs op televisie. In 1991 verscheen zijn album Iceman bij Virgin/Pointblank.
Albert Collins overleed op 24 november 1993, slechts 61 jaar oud.


Johnny Copeland
Johnny Copeland – de vurige Texas-bluesman
Johnny Copeland was een Amerikaanse bluesgitarist en zanger die vooral bekend werd door zijn krachtige zang, vlammende gitaarspel en energieke optredens. Hij werd een belangrijke vertegenwoordiger van de moderne Texas blues en kreeg zijn grootste internationale succes pas relatief laat in zijn carrière.
🎸 Jeugd en beginjaren
Johnny Copeland werd op 27 maart 1937 geboren in Haynesville, Louisiana. Hij groeide gedeeltelijk op in Arkansas en verhuisde op dertienjarige leeftijd met zijn moeder naar Houston, Texas.
Zijn vader overleed toen Johnny nog jong was en liet hem een gitaar na. Een belangrijke invloed op de jonge Copeland was T-Bone Walker, wiens elektrische Texas-blues grote indruk op hem maakte.
In Houston vormde hij samen met gitarist Joe "Guitar" Hughes de Dukes of Rhythm. Copeland ontwikkelde zich daar niet alleen als gitarist, maar ook als zanger en frontman. Hij trad bovendien op met artiesten als Big Mama Thornton, Freddie King en Sonny Boy Williamson II.
🎤 Een combinatie van blues, R&B en soul
Copeland speelde geen pure traditionele blues. Zijn stijl bevatte duidelijke invloeden uit:
Texas blues
elektrische blues
rhythm-and-blues
soul
jump blues
rock-'n-roll
Zijn zang was bijzonder krachtig en rauw. Hij had een grote, soulvolle stem waarmee hij gemakkelijk boven een blazerssectie en een stevige ritmesectie uitkwam. Zijn gitaarspel was fel, direct en vaak explosief.
Hij kreeg vanwege zijn vurige speelstijl de bijnaam "The Fire Maker".
💿 Eerste platen
In 1958 verscheen zijn eerste single "Rock 'n' Roll Lily", waarmee hij regionaal succes had.
Daarna volgden singles bij verschillende labels. Onder andere:
"Rock 'n' Roll Lily"
"Please Let Me Know"
"Down on Bended Knees"
"Blowin' in the Wind" – zijn blues/R&B-bewerking van het nummer van Bob Dylan
Hoewel hij in de jaren zestig en zeventig regelmatig platen maakte en veel optrad, bleef zijn grote nationale doorbraak uit.
🗽 Verhuizing naar New York
Een belangrijk keerpunt kwam in 1974, toen Copeland naar New York verhuisde.
Hij werkte daar overdag in een restaurant en speelde 's avonds in clubs. Vooral in Harlem en Greenwich Village kreeg hij een enthousiast publiek. New York bood hem bovendien toegang tot een veel groter clubcircuit dan Houston op dat moment.
Zijn carrière begon vervolgens in de jaren tachtig sterk te groeien.
🔥 Copeland Special
In 1981 tekende Copeland bij het onafhankelijke blueslabel Rounder Records. Het album Copeland Special betekende een enorme nieuwe impuls voor zijn carrière.
Daarna verschenen onder meer:
Make My Home Where I Hang My Hat (1982)
Texas Twister (1983)
Bringing It All Back Home
When the Rain Starts Fallin'
Ain't Nothing But a Party
Boom Boom
Vooral Texas Twister laat goed horen waarom Copeland zo geliefd werd: harde Texas-blues, krachtige zang en een zeer energieke gitaarstijl. Op enkele nummers speelde bovendien een jonge Stevie Ray Vaughan mee.
⭐ Showdown! – zijn beroemdste plaat
Een absoluut hoogtepunt kwam met Showdown!, waarop Copeland samenwerkte met twee andere grote bluesgitaristen:
Albert Collins
Robert Cray
Johnny Copeland
Het album verscheen in 1985 en won een Grammy Award voor Best Traditional Blues Album.
Dat is een bijzonder interessante combinatie: Albert Collins vertegenwoordigde de messcherpe, koele Texas-gitaarstijl, Robert Cray bracht een modernere soulbluesbenadering en Copeland bracht zijn rauwe stem en explosieve Texas-blues mee.
🌍 Blues in Afrika
Copeland was ook geïnteresseerd in Afrikaanse muziek. Tijdens een tour door West-Afrika nam hij muziek op met plaatselijke muzikanten. Dat resulteerde in Bringing It All Back Home.
Daarmee liet hij horen dat blues niet alleen een Amerikaanse traditie was, maar ook nieuwe muzikale verbindingen kon aangaan met Afrikaanse muziek.
🏆 Erkenning
Zijn carrière kreeg uiteindelijk veel erkenning:
Blues Entertainer of the Year – 1983
Grammy Award – 1987 voor Showdown!
meerdere W.C. Handy Awards
Blues Hall of Fame – 2017, postuum
❤️ Zijn laatste jaren
In de jaren negentig kreeg Copeland ernstige hartproblemen. Ondanks verschillende operaties bleef hij zo lang mogelijk optreden. In 1996 kreeg hij een harttransplantatie.
Hij overleed op 3 juli 1997, slechts 60 jaar oud, aan complicaties na een operatie.
Een bijzonder detail is dat zijn dochter Shemekia Copeland later zelf een succesvolle blues- en soulblueszangeres werd. Johnny nam haar in zijn laatste periode mee tijdens optredens en hielp haar zo haar eigen carrière op te bouwen.
🎵 Waarom Johnny Copeland belangrijk is
Johnny Copeland is interessant omdat hij de brug vormt tussen de klassieke Texas blues van T-Bone Walker en de moderne bluesgolf van de jaren tachtig en negentig.
Zijn muziek heeft veel van wat je in Texas blues zoekt: grommende gitaar, stevige ritmes, blazers, soulvolle zang en vooral enorm veel energie.
James Cotton
James Cotton was een van de grote namen van de Amerikaanse bluesharmonica. Hij stond bekend als “Mr. Superharp” en had een uitzonderlijk krachtige, energieke speelstijl. Hij werkte met onder anderen Sonny Boy Williamson II, Howlin’ Wolf en Muddy Waters, voordat hij een succesvolle solocarrière opbouwde.
🎵 Jeugd in Mississippi
James Henry Cotton werd geboren op 1 juli 1935 in Tunica, Mississippi, midden in de Mississippi Delta. Zijn moeder gaf hem als kind een mondharmonica. Al heel jong raakte hij gefascineerd door Sonny Boy Williamson II, die hij hoorde via het beroemde radioprogramma King Biscuit Time.
Toen Cotton ongeveer negen jaar oud was, waren zijn beide ouders overleden. Hij kwam vervolgens onder de hoede van Sonny Boy Williamson, die hem meenam op tournee. Zo kreeg Cotton als kind rechtstreeks les van een van de belangrijkste bluesharpspelers uit die tijd.
🎺 Howlin' Wolf en Sun Records
Begin jaren vijftig werkte Cotton in Memphis met Howlin' Wolf. Hij speelde daar samen met onder anderen gitarist Hubert Sumlin en maakte vroege opnamen bij Sun Records, onder leiding van Sam Phillips.
Een van zijn eerste belangrijke eigen platen was:
“Cotton Crop Blues” – 1954
Het nummer is bijzonder omdat Cotton daarop niet alleen zijn krachtige mondharmonica laat horen, maar ook een rauwe zangstijl heeft. De gitaar werd gespeeld door Pat Hare.
🎸 De jaren met Muddy Waters
In 1954/1955 kwam een belangrijk keerpunt. Muddy Waters hoorde Cotton spelen en haalde hem naar Chicago. Cotton werd een belangrijk onderdeel van de Muddy Waters Band en bleef ongeveer twaalf jaar bij Waters.
Daarmee werd Cotton onderdeel van de gouden generatie van de Chicago blues. Hij stond in dezelfde muzikale wereld als:
Muddy Waters
Little Walter
Howlin' Wolf
Willie Dixon
Otis Spann
Junior Wells
Walter Horton
Cottons spel was echter anders dan dat van Little Walter. Hij speelde harder, ruiger en zeer fysiek. Zijn mondharmonica werd bijna een extra ritme-instrument binnen de band.
🔥 “Mr. Superharp”
Op het podium was James Cotton een enorme showman. Hij bewoog voortdurend, zong rauw en speelde de harmonica met enorme kracht. Zijn bijnaam “Superharp” werd dan ook zeer toepasselijk.
Zijn stijl vormde een belangrijke verbinding tussen de traditionele Delta- en Chicago-blues en de latere elektrische blues en bluesrock.
🎤 Eigen James Cotton Blues Band
Vanaf het midden van de jaren zestig ging Cotton steeds meer zijn eigen weg. In 1967 ontstond de James Cotton Blues Band.
Belangrijke albums uit deze periode zijn onder meer:
The James Cotton Blues Band – 1967
Cut You Loose! – 1968
Pure Cotton – 1968
Cotton in Your Ears – 1968
Taking Care of Business – 1970
100% Cotton – 1974
High Energy – 1975
Live & On the Move – 1976
Zijn muziek werd in deze periode ook aantrekkelijk voor het nieuwe bluesrockpubliek. Hij trad onder andere op met en voor rockartiesten zoals Janis Joplin, Cream, Grateful Dead, Santana en Led Zeppelin.
🎸 Opnieuw met Muddy Waters
Een prachtig hoofdstuk kwam in 1977, toen Cotton opnieuw met Muddy Waters samenwerkte.
Hij speelde harmonica op Waters' beroemde album Hard Again, geproduceerd door Johnny Winter. Het album werd een belangrijke plaat in de heropleving van de Chicago blues en won een Grammy.
Ook de live-samenwerking tussen Muddy Waters, James Cotton, Johnny Winter en Pinetop Perkins werd legendarisch.
🏆 Grammy en Blues Hall of Fame
Cotton bleef tientallen jaren opnemen en optreden.
Een van zijn belangrijkste latere albums was:
Deep in the Blues – 1996
Dit album leverde hem in 1997 een Grammy Award voor Best Traditional Blues Album op. In 2006 werd James Cotton opgenomen in de Blues Hall of Fame.
Zijn laatste studioalbum, Cotton Mouth Man, verscheen in 2013 en werd eveneens voor een Grammy genomineerd.
🎶 Zijn belangrijkste nummers
Voor een bluesprogramma zou ik zeker luisteren naar:
“Cotton Crop Blues”
“Straighten Up Baby”
“Blues in My Sleep”
“Cut You Loose”
“Rocket 88”
“Got My Mojo Working”
“One More Mile”
“Boogie Thing”
Vooral “Cotton Crop Blues” is historisch interessant: je hoort daar de overgang van de rauwe Mississippi Delta-blues naar de elektrisch versterkte blues van Memphis en Chicago.
🎙️ Zijn betekenis voor de blues
James Cotton was meer dan alleen een goede mondharmonicaspeler. Hij was een schakel tussen verschillende generaties bluesmuziek. Hij leerde rechtstreeks van Sonny Boy Williamson II, speelde met Howlin' Wolf en Muddy Waters en beïnvloedde vervolgens de generatie van de bluesrock en moderne blues. Onder zijn bewonderaars en beïnvloedden waren onder anderen Paul Butterfield, Mike Bloomfield, Bonnie Raitt en Steve Miller.
James Cotton overleed op 16 maart 2017 in Austin, Texas, op 81-jarige leeftijd.


Pee Wee Crayton
Pee Wee Crayton – een pionier van de elektrische bluesgitaar
Pee Wee Crayton was een Amerikaanse bluesgitarist en zanger die een belangrijke rol speelde bij de ontwikkeling van de elektrische West Coast blues en rhythm-and-blues. Hij was vooral in de tweede helft van de jaren 40 en het begin van de jaren 50 een grote naam. Zijn bekendste opname is het instrumentale “Blues After Hours” uit 1948.
Jeugd en beginjaren
Crayton werd geboren als Connie Curtis Crayton op 18 december 1914 in Rockdale, Texas. Hij groeide op in Austin. Als kind maakte hij al muziek: hij speelde onder andere ukulele en trompet en experimenteerde zelfs met een zelfgemaakte gitaar van een sigarenkist.
In 1935 verhuisde hij naar Californië. Daar kwam hij steeds meer in aanraking met de moderne elektrische blues. Een enorme invloed op hem was T-Bone Walker, met wie hij later bevriend raakte. Ook de jazzgitarist Charlie Christian had invloed op zijn ontwikkeling.
De grote doorbraak: “Blues After Hours”
In 1948 tekende Crayton bij Modern Records, het label van de gebroeders Bihari in Los Angeles. Zijn eerste grote succes werd “Blues After Hours”.
Het nummer was een instrumentale blues waarin zijn elektrische gitaar centraal stond. Het werd een enorme hit en bereikte de nummer 1-positie op de Amerikaanse R&B-hitlijst.
Daarna volgden onder andere:
Blues After Hours – 1948
Texas Hop – 1948
I Love You So – 1949
Poppa Stoppa
Texas Hop
Every Dog Has His Day
You Know Yeah
Runnin' Wild
Vooral “Texas Hop” is prachtig om te horen als voorbeeld van de overgang van swing naar de vroege elektrische R&B.
Zijn gitaarstijl
Wat Crayton bijzonder maakte, was het contrast tussen zijn krachtige, soms agressieve gitaarspel en zijn relatief zachte zangstem.
Zijn gitaarspel was helder, direct en ritmisch. Hij speelde geen ingewikkelde lange solo's zoals sommige latere bluesgitaristen, maar wist met korte, felle gitaarlijnen enorm veel energie te creëren.
Daarmee stond hij precies op het kruispunt van:
jazz → swing → West Coast blues → rhythm & blues → vroege rock-'n-roll
Zijn stijl werd volgens verschillende bronnen belangrijk voor latere gitaristen. Hij wordt onder meer in verband gebracht met de ontwikkeling van spelers als B.B. King, Lowell Fulson en Gatemouth Brown.
Pee Wee en de Fender Stratocaster
Een bijzonder onderdeel van zijn geschiedenis is zijn relatie met de Fender Stratocaster.
Crayton wordt vaak genoemd als een van de eerste prominente bluesgitaristen die met een Stratocaster opnamen maakte. Vooral zijn gitaarwerk op “Do Unto Others” uit 1954 wordt door gitaristen en muziekhistorici als bijzonder belangrijk beschouwd.
Dat maakt Crayton interessant wanneer je de geschiedenis van de elektrische gitaar wilt volgen: hij zit chronologisch vóór de grote bluesrockgitaristen van de jaren 60 en 70.
Samenwerking met andere grote namen
Crayton werkte gedurende zijn lange carrière met veel bekende muzikanten. Hij speelde onder andere met:
T-Bone Walker
Ivory Joe Hunter
Lowell Fulson
Gatemouth Brown
Ray Charles
Big Joe Turner
Dinah Washington
Sarah Vaughan
Big Maybelle
Hij trad bovendien op in belangrijke zalen zoals het Apollo Theatre in New York en het Savoy Ballroom.
De jaren 50 en 60
Na zijn successen bij Modern Records werkte Crayton voor verschillende labels, waaronder Aladdin, Imperial en Vee-Jay. Bij Imperial nam hij onder productie van Dave Bartholomew enkele sterke New Orleans-getinte nummers op.
In de jaren 60 raakte zijn carrière echter op de achtergrond. De muziekindustrie veranderde snel en jonge rock- en soulartiesten namen het podium over.
Comeback in de jaren 70
De bluesrevival zorgde ervoor dat oudere bluesartiesten opnieuw belangstelling kregen. Crayton maakte in 1971 het album The Things I Used to Do voor Vanguard.
Daarna trad hij opnieuw regelmatig op en verscheen hij onder andere op het Monterey Jazz Festival en het Ann Arbor Blues Festival.
Zijn laatste jaren bleef hij actief als muzikant. Hij overleed op 25 juni 1985 in Los Angeles, 70 jaar oud.
In 2019 werd hij postuum opgenomen in de Blues Hall of Fame.
Arthur "Big Boy" Crudup
Arthur “Big Boy” Crudup
Arthur Crudup (1905–1974), beter bekend als Arthur “Big Boy” Crudup, was een Amerikaanse blueszanger, gitarist en songwriter uit Mississippi. Hij is vooral belangrijk omdat zijn muziek een directe verbinding vormt tussen de Delta blues, rhythm & blues en de vroege rock-'n-roll.
Hij wordt soms “The Father of Rock ’n’ Roll” genoemd, vooral vanwege de enorme invloed die zijn composities via Elvis Presley kregen.
🎸 Van Mississippi naar Chicago
Crudup werd geboren op 24 augustus 1905 in Forest, Mississippi. Hij groeide op met gospel en begon pas relatief laat serieus gitaar te spelen. In de jaren dertig trok hij naar Chicago, waar hij aanvankelijk op straat speelde voor geld. In 1941 kreeg hij de kans om voor RCA Victor's Bluebird-label op te nemen.
Zijn stijl was eenvoudig maar bijzonder krachtig: elektrische gitaar, een ritmische begeleiding en vooral zijn rauwe, emotionele stem. Hij wist de traditionele Delta-blues om te vormen tot een veel steviger en ritmischer geluid dat vooruitliep op de latere rhythm & blues en rock-'n-roll.
🎵 Zijn belangrijkste nummers
Crudup schreef een aantal bluesklassiekers die later door beroemde artiesten werden opgenomen:
“That's All Right”
“My Baby Left Me”
“So Glad You're Mine”
“Mean Old 'Frisco Blues”
“Rock Me Mama”
“Who's Been Foolin' You”
“Shout, Sister, Shout”
Zijn originele opname van “That's All Right” dateert uit 1946. De opname werd gemaakt met bassist Ransom Knowling en drummer Judge Riley.
⭐ De connectie met Elvis Presley
Het belangrijkste hoofdstuk in Crudups geschiedenis is zijn invloed op Elvis Presley.
In juli 1954 nam de jonge Elvis Presley voor Sun Records “That's All Right” op. Het was de eerste single die Presley voor Sun uitbracht en wordt vaak genoemd als een van de belangrijkste vroege rock-'n-rollplaten.
Elvis nam bovendien nog twee andere nummers van Crudup op:
“My Baby Left Me”
“So Glad You're Mine”
Daarmee schreef Crudup feitelijk een belangrijk deel van het muzikale fundament waarop Elvis zijn vroege rock-'n-rollcarrière bouwde.
Interessant is dat Elvis “That's All Right” niet simpelweg kopieerde. Hij maakte er een veel sneller en meer country-achtig nummer van. Crudup zelf kon de versie van Elvis overigens waarderen.
💰 Een tragisch verhaal over royalties
Een belangrijk en helaas minder vrolijk onderdeel van Crudups verhaal is de financiële behandeling van zijn muziek.
Hoewel zijn composities later miljoenen mensen bereikten en door grote artiesten werden opgenomen, kreeg Crudup daar niet de royalties voor die hij had mogen verwachten. Hij raakte daardoor gedesillusioneerd over de muziekindustrie en stopte uiteindelijk grotendeels met opnemen.
Hij zei volgens overleveringen in feite dat hij zag dat anderen rijk werden van zijn muziek terwijl hijzelf arm bleef.
Daarom werkte hij jarenlang als onder andere arbeider, landarbeider en chauffeur. Muziek was lange tijd niet voldoende om zijn gezin van te onderhouden.
🔥 Herontdekking in de jaren zestig
Tijdens de bluesrevival van de jaren zestig werd Crudup opnieuw ontdekt. Hij ging weer optreden en nam opnieuw platen op, onder andere voor Fire Records en Delmark Records. Zijn oude, krachtige stijl was nauwelijks veranderd.
Hij trad onder andere op tijdens het Ann Arbor Blues Festival in 1969 en werd uiteindelijk door een nieuwe generatie bluesliefhebbers en muzikanten opnieuw gewaardeerd.
🎸 Waarom hij zo belangrijk is
Crudup is interessant omdat je bij hem bijna letterlijk de overgang kunt horen:
Delta blues → elektrische blues → rhythm & blues → rockabilly → rock-'n-roll
Zijn gitaarspel was niet zo virtuoos als dat van bijvoorbeeld T-Bone Walker of later B.B. King. Zijn kracht lag vooral in de combinatie van:
rauwe zang;
eenvoudige maar effectieve gitaarpartijen;
sterke ritmes;
pakkende melodieën;
directe, soms behoorlijk rauwe teksten.
Zijn muziek had precies die drive die later zo goed aansloot bij de jonge rock-'n-rollgeneratie.


James Crutchfield
James Crutchfield was een bijzondere Amerikaanse bluespianist, zanger en songwriter, die vooral bekend werd als een van de laatste grote vertegenwoordigers van de barrelhouse blues. Hij kreeg de bijnaam “King of Barrelhouse Blues”.
🎹 Wie was James Crutchfield?
Geboren: 25 mei 1912, Baton Rouge, Louisiana
Overleden: 7 december 2001, St. Louis, Missouri
Instrument: piano en zang
Stijlen: barrelhouse blues, boogie-woogie en vroege rhythm & blues
Actief: vanaf de jaren 1920 tot kort voor zijn dood
Zijn geboortedatum is overigens niet helemaal officieel vastgelegd. Crutchfield vertelde dat zijn moeder alleen zeker wist dat hij in 1912 was geboren. Hij koppelde 25 mei aan een grote overstroming in Louisiana die in dat jaar plaatsvond.
🥁 Een ruig muzikaal leven
Als jonge man werkte Crutchfield onder meer in houtzagerijen, lumber camps en langs de Mississippi. Daar speelde hij piano in zogenaamde barrelhouses: eenvoudige gelegenheden waar arbeiders konden drinken, dansen en naar muziek luisteren.
Een barrelhouse-pianist moest vaak urenlang achter elkaar spelen. Crutchfield ontwikkelde daardoor een zeer krachtige, ritmische pianostijl. Hij leerde onder anderen van de legendarische pianist Little Brother Montgomery, die hem het nummer “44 Blues” liet zien.
Hij werkte in de jaren dertig bovendien als begeleider van blueszanger Joe Pullum en speelde diens bekende nummer “Black Gal” gedurende zijn hele carrière.
🎸 Contact met Elmore James
Crutchfield bevond zich ook midden in de ontwikkeling van de blues. Hij werkte na de Tweede Wereldoorlog samen met onder anderen Elmore James en Boyd Gilmore. Volgens Crutchfield zelf hielp hij Elmore James bij de vroege opnamen van “Dust My Broom”.
Dat maakt hem interessant voor de geschiedenis van de overgang van de oude barrelhouse- en countryblues naar de elektrische blues van de jaren vijftig.
🎹 St. Louis
In 1948 verhuisde Crutchfield naar St. Louis. Daar kwam hij terecht in de beroemde muziekscene rond Gaslight Square. Hij speelde jarenlang in clubs en had onder andere een langdurige verbintenis bij Miss Rosalee's Left Bank.
In 1955 werd hij opnieuw ontdekt door bluesliefhebbers. Politieagent en bluesliefhebber Charlie O'Brien wist hem te vinden en bracht hem onder de aandacht van platenmensen. Vervolgens werd Crutchfield opgenomen samen met pianist Speckled Red.
🇳🇱 Heel bijzonder: Nederland speelde een rol in zijn comeback
Dit is voor jouw radioprogramma misschien wel het leukste verhaal.
In de vroege jaren tachtig waren Nederlandse bluesliefhebbers op zoek naar oude St. Louis-pianisten die de authentieke barrelhouse-traditie nog beheersten. Het Nederlandse platenlabel Swingmaster kwam uiteindelijk bij Crutchfield terecht.
In 1983 kwam James Crutchfield naar Groningen om opnamen te maken. Het resultaat was het album Original Barrelhouse Blues. Daarna volgde een Europese tournee door onder andere Nederland, België, Frankrijk en Duitsland. Hij trad zelfs op in Vredenburg in Utrecht.
Voor een Nederlandse bluesliefhebber is dat een prachtig stukje muziekgeschiedenis: een Amerikaanse bluespianist uit de jaren twintig en dertig werd tientallen jaren later door Nederlandse bluesliefhebbers opnieuw voor het voetlicht gebracht.
💿 Belangrijke opnamen
Enkele interessante titels om naar te zoeken:
“My Baby Cooks My Breakfast”
“Black Gal”
“Levee Blues”
“Blow North Wind”
“Ora-Nelle Blues”
“Pearly Mae Blues”
“How Long Blues”
“Barrelhouse Blues”
“Black Woman”
“Sittin' on Top of the World”
“I Believe You Need a Shot”
Zijn nummers zijn onder andere terug te vinden op Original Barrelhouse Blues / St. Louis Blues Piano en de compilatie Biddle Street Barrelhousin'.
🎙️ Zijn betekenis voor de blues
Crutchfield is vooral belangrijk omdat hij een levende verbinding vormde tussen verschillende generaties blues:
ragtime → barrelhouse blues → boogie-woogie → rhythm & blues → rock-'n-roll
Zijn spel was niet zo verfijnd of gepolijst als dat van sommige concertpianisten. Het was juist hard, ritmisch, rauw en direct – muziek die oorspronkelijk bedoeld was voor danszalen, kroegen, juke joints en werkkampen.
Hij bleef bovendien tot op hoge leeftijd optreden. In de jaren negentig speelde hij nog regelmatig in St. Louis, onder andere in het Venice Cafe, waar hij jarenlang iedere woensdagavond optrad.
Cyril Davies
Cyril Davies – een pionier van de Britse blues
Cyril Davies (23 januari 1932 – 7 januari 1964) was een van de belangrijkste pioniers van de Britse rhythm-and-blues- en bluesscene van het begin van de jaren zestig. Hij was vooral bekend als zanger en harmonicaspeler en wordt beschouwd als een van de eerste Britten die de elektrische Chicago-bluesharmonica serieus naar Engeland bracht.
🎵 Van skiffle naar Chicago-blues
Davies begon aanvankelijk met banjo en 12-snarige gitaar. In de jaren vijftig raakte hij echter sterk beïnvloed door Amerikaanse bluesmuzikanten. Vooral het spel van Little Walter maakte grote indruk op hem. Hij stapte daarom over op mondharmonica en ontwikkelde een harde, versterkte speelstijl die rechtstreeks was geïnspireerd door de Chicago-blues.
Zijn muzikale partner werd gitarist Alexis Korner. Samen speelden zij vanaf het midden van de jaren vijftig in Londen en richtten zij een belangrijke bluesclub op: de London Blues and Barrelhouse Club. Daar konden Britse liefhebbers kennismaken met Amerikaanse bluesartiesten zoals Muddy Waters, Sonny Terry, Brownie McGhee en Memphis Slim.
🎸 Blues Incorporated
Het belangrijkste hoofdstuk in Davies' carrière begon met Blues Incorporated, de groep die hij samen met Alexis Korner vormde.
De groep werd een soort broedplaats voor de jonge Britse blues. In verschillende bezettingen speelden onder anderen:
Cyril Davies – mondharmonica, zang
Alexis Korner – gitaar, zang
Charlie Watts – drums
Jack Bruce – bas
Dick Heckstall-Smith – saxofoon
Long John Baldry – zang
Art Wood – zang
Ook jonge muzikanten als Mick Jagger, Keith Richards en Brian Jones kwamen naar de optredens en werden sterk beïnvloed door deze nieuwe Britse bluesbeweging.
Een belangrijk podium was de Ealing Club in Londen. Het eerste optreden daar op 17 maart 1962 werd een groot succes en wordt tegenwoordig gezien als een belangrijk moment in de geboorte van de Britse R&B-scene.
💿 R&B from the Marquee
Blues Incorporated kreeg bovendien een vaste avond in de beroemde Marquee Club. In 1962 werd daar het album R&B from the Marquee opgenomen.
Dit album geldt als een mijlpaal: het was een van de eerste belangrijke langspeelplaten van een Britse bluesband en hielp de blues een veel groter publiek te bereiken.
⚡ Waarom verliet Davies Blues Incorporated?
Davies was een echte bluespurist. Hij wilde vooral de rauwe Chicago-blues spelen.
Toen Alexis Korner meer jazzinvloeden en blazers aan het geluid van Blues Incorporated wilde toevoegen, ontstond er een verschil van inzicht. Davies verliet de groep eind 1962 en richtte vervolgens zijn eigen Cyril Davies R&B All-Stars op.
⭐ Cyril Davies R&B All-Stars
Zijn nieuwe groep werd een belangrijke Britse bluesband. In de bezetting kwamen onder anderen:
Cyril Davies – harmonica en zang
Long John Baldry – zang
Bernie Watson – gitaar
Cliff Barton – bas
Nicky Hopkins – piano
Carlo Little – drums
De groep speelde een zeer directe, authentieke Chicago-stijl. Onder de muzikanten die rond de band opdoken waren ook Jimmy Page en Jeff Beck, nog voordat zij grote sterren werden.
🎶 Belangrijke platen
De bekendste opnamen van Davies zijn:
Cyril Davies R&B All-Stars
“Country Line Special” – 1963
“Chicago Calling” – 1963
“Preachin' the Blues” – 1963
“Sweet Mary” – 1963
“Someday Baby”
Vooral “Country Line Special” en “Chicago Calling” zijn interessant als je wilt horen hoe Davies de Amerikaanse Chicago-blues naar Engeland vertaalde.
🕯️ Veel te vroeg overleden
Cyril Davies overleed op 7 januari 1964, slechts 31 jaar oud. Zijn gezondheid was ernstig achteruitgegaan en hij had onder meer last van pleuritis. Ondanks zijn korte carrière had hij al een enorme invloed gehad op de Britse blues.
Na zijn overlijden ging de band verder onder leiding van Long John Baldry en ontwikkelde zich uiteindelijk tot de Hoochie Coochie Men.
Zonder mensen als Davies en Korner was de explosie van de Britse blues in de jaren zestig waarschijnlijk heel anders verlopen. Davies was bovendien een van de eerste Britse muzikanten die liet horen dat een elektrische mondharmonica in Chicago-stijl ook in Engeland overtuigend kon klinken.


Blind John Davis
Blind John Davis was een zeer belangrijke Amerikaanse blues- en boogie-woogie pianist en zanger, vooral bekend als begeleider van grote namen uit de klassieke Chicago-blues. Hij was bovendien een buitengewoon veelzijdige muzikant die ook jazz, ragtime en Tin Pan Alley-muziek speelde.
🎹 Jeugd en blind worden
Blind John Davis werd geboren als John Henry Davis op 7 december 1913 in Hattiesburg, Mississippi. Zijn familie verhuisde toen hij nog heel jong was naar Chicago. Op ongeveer negenjarige leeftijd verloor hij zijn gezichtsvermogen. Dat weerhield hem er echter niet van om piano te leren spelen.
Zijn vader had in Chicago gelegenheden waar muzikanten optraden. De jonge Davis kwam daardoor al vroeg in aanraking met blues, jazz en boogie-woogie. Als tiener begon hij zelf piano te spelen en ontwikkelde hij zich snel tot een gewilde muzikant.
🎼 Een belangrijke studiomuzikant
Zijn grote doorbraak kwam in de jaren dertig. Rond 1937 werd Davis huispianist voor producer Lester Melrose. Vanuit die functie speelde hij mee op enorm veel bluesopnamen.
Hij begeleidde onder anderen:
Big Bill Broonzy
Sonny Boy Williamson I
Tampa Red
Memphis Minnie
Lonnie Johnson
Merline Johnson
Doctor Clayton
Red Nelson
Vooral zijn werk uit de periode 1937–1942 is belangrijk voor de geschiedenis van de Chicago-blues.
Davis was daarbij niet zomaar een begeleider. Hij kon zijn pianospel voortdurend aanpassen aan de zanger of gitarist waarmee hij speelde. Dat maakte hem bijzonder waardevol als sessiemuzikant.
🎹 Zijn stijl
Wat Blind John Davis interessant maakt, is zijn enorme veelzijdigheid.
Zijn spel bevatte elementen van:
blues → boogie-woogie → ragtime → jazz → barrelhouse → populaire Amerikaanse muziek
Hij kon stevig en ritmisch spelen, maar ook heel soepel en elegant. Zijn stijl was daardoor vaak wat verfijnder dan de rauwere Chicago-blues die later in de jaren vijftig populair werd.
Zijn boogie-woogie is vooral interessant voor liefhebbers van de overgang van de jaren dertig- en veertig-blues naar rhythm & blues.
🎤 Ook als soloartiest
Davis maakte ook platen onder zijn eigen naam. Bekende nummers zijn onder andere "A Little Every Day", "Everybody's Boogie" en "No Mail Today". Dat laatste werd in 1949 een bescheiden hit.
Zijn zang was relatief licht en ontspannen. Daardoor klinkt hij anders dan bijvoorbeeld de krachtige blueszangers van Chicago.
🌍 Europa
Een bijzonder hoofdstuk in zijn carrière begon in 1952, toen hij samen met Big Bill Broonzy naar Europa reisde.
Die tour was historisch belangrijk: Amerikaanse bluesmuzikanten begonnen hierdoor een Europees publiek te bereiken. Davis zou later nog vele malen naar Europa terugkeren. In Europa kreeg hij uiteindelijk zelfs meer erkenning dan in zijn eigen Verenigde Staten.
Dat maakt Blind John Davis ook interessant wanneer je de ontwikkeling van de Europese bluesliefhebberij in de jaren vijftig, zestig en zeventig onderzoekt.
🔥 Een tragische gebeurtenis
In 1955 werd zijn huis in Chicago door brand verwoest. Zijn vrouw kwam daarbij om het leven. Ook verloor Davis een enorme verzameling van ongeveer 1.700 78-toerenplaten, waaronder mogelijk unieke en nog nooit uitgebrachte opnamen.
Voor een muziekhistoricus is dat een bijzonder groot verlies geweest.
📻 Betekenis voor de bluesgeschiedenis
Blind John Davis is misschien minder bekend bij het grote publiek dan Muddy Waters, Howlin' Wolf of Big Bill Broonzy, maar zijn betekenis is groot. Hij was één van de muzikanten die de klassieke Chicago-pianoblues vormgaven en tegelijkertijd een brug vormde tussen de oudere bluestraditie, boogie-woogie en de naoorlogse rhythm & blues.
Hij bleef optreden en opnemen tot in zijn laatste levensjaren. Blind John Davis overleed op 12 oktober 1985 in Chicago, 71 jaar oud.
James "Thunderbird" Davis
James "Thunderbird" Davis was een Amerikaanse blueszanger, gitarist en songwriter die vooral bekend werd door zijn krachtige, door gospel beïnvloede zang. Hij hoort bij de interessante maar relatief weinig bekende bluesartiesten uit de overgang van jaren 50 naar jaren 60.
🎸 Wie was James "Thunderbird" Davis?
Davis werd geboren als James Louis Huston op 10 november 1938 in Prichard, Alabama. Zijn muzikale achtergrond lag aanvankelijk in de gospel. In 1957 kreeg hij zijn eerste professionele optreden als voorprogramma van de flamboyante bluesgitarist Guitar Slim. Hij ging vervolgens ook deel uitmaken van diens band.
Zijn bijnaam "Thunderbird" kreeg hij van Guitar Slim. Tijdens een drinkwedstrijd belandde Davis in het ziekenhuis; de drank die daarbij een rol speelde was Thunderbird-wijn. Davis zou die drank daarna voorgoed hebben afgezworen.
🎤 Duke Records
Na de dood van Guitar Slim in 1959 werkte Davis onder meer met Nappy Brown en Lloyd Lambert. In 1961 tekende hij bij het in Houston gevestigde Duke Records, het label van Don Robey.
Aanvankelijk werd Davis ook gebruikt als demo-zanger voor Bobby Bland. Daarna kreeg hij de gelegenheid om eigen platen op te nemen.
Zijn belangrijkste singles waren:
"What Else Is There to Do?" – 1961
"I'm Gonna Tell It on You" – 1962
"Blue Monday" – 1963
"Your Turn to Cry" – 1964
"Ain't It Great" – 1965
⭐ "Blue Monday"
Een van zijn bekendste nummers is "Blue Monday", uitgebracht in 1963. Het is een mooi voorbeeld van Davis' stijl: een combinatie van Texas blues, elektrische blues, rhythm-and-blues en gospelachtige zang.
Ook "Your Turn to Cry" uit 1964 wordt gezien als een van zijn sterkste opnamen uit de Duke-periode. Zijn platen kregen goede kritieken, maar bereikten buiten het Amerikaanse zuiden nooit een groot commercieel publiek.
🚐 Jaren buiten de schijnwerpers
Davis verliet Duke in 1966. Hij bleef nog enige tijd optreden en werkte als voorprogramma voor artiesten als Joe Tex, O.V. Wright, Muddy Waters en B.B. King. Daarna raakte hij steeds verder uit beeld en trok hij zich uiteindelijk vrijwel volledig uit de muziekbusiness terug.
Zijn afwezigheid duurde bijna twintig jaar. Op een gegeven moment dachten sommige mensen zelfs dat hij overleden was.
🔥 De comeback van 1989
Een bijzonder hoofdstuk kwam in 1988, toen Hammond Scott van Black Top Records Davis terugvond in Houma, Louisiana.
Dat leidde in 1989 tot zijn eerste volledige album:
Check Out Time – Black Top Records
Voor de opnamen kreeg Davis een indrukwekkende begeleidingsband met onder anderen:
Anson Funderburgh – gitaar
Clarence Hollimon – gitaar
Grady Gaines – saxofoon
Lloyd Lambert – bas
Davis nam zowel nieuw materiaal als oudere nummers opnieuw op. Het album werd zeer positief ontvangen; Billboard noemde het de blues-comeback van het jaar.
⚡ Tragisch einde
Zijn comeback zou echter maar kort duren.
Op 24 januari 1992 trad Davis op in de Blues Saloon in Saint Paul, Minnesota. Tijdens zijn optreden kreeg hij een hartaanval en overleed hij op het podium. Hij was slechts 53 jaar oud. Hij was op dat moment nog van plan een tweede album op te nemen.
Zijn stem is vooral interessant vanwege de duidelijke gospelinvloed: emotioneel, krachtig en soms bijna predikend. Dat maakt hem een mooie schakel tussen gospel, rhythm & blues, soul en elektrische blues.


Larry Davis
Larry Davis is een sterk onderschatte Amerikaanse blueszanger, gitarist en songwriter, die vooral bekend is binnen de Texas blues, soul-blues en elektrische blues. Hij is tegenwoordig vooral interessant vanwege zijn oorspronkelijke opname van “Texas Flood”, het nummer dat later wereldberoemd werd door Stevie Ray Vaughan.
🎸 Larry Davis
Geboren: 4 december 1936, Pine Bluff, Arkansas
Overleden: 19 april 1994, Los Angeles, Californië
Stijlen: Texas blues, soul-blues, elektrische blues
Instrumenten: zang, gitaar en basgitaar
Actief: vanaf midden jaren 1950 tot 1994
Jeugd en eerste muziek
Davis groeide op in England en Little Rock, Arkansas. Hij begon aanvankelijk als drummer. In de jaren vijftig stapte hij over op basgitaar en werkte hij samen met gitarist Fenton Robinson. Via zanger Bobby “Blue” Bland kwam Davis in contact met het platenlabel Duke Records.
In 1958 verscheen zijn eerste belangrijke single:
“Texas Flood”
Het nummer werd geschreven door Davis en Joseph Wade Scott. Op de oorspronkelijke opname speelde Fenton Robinson gitaar, terwijl Davis zong.
🌊 “Texas Flood”
Dit is zonder twijfel het nummer waarmee Larry Davis het meest wordt geassocieerd.
Stevie Ray Vaughan nam “Texas Flood” in 1983 op voor zijn album Texas Flood. Zijn versie maakte het nummer wereldwijd bekend. Daardoor werd ook de veel oudere opname van Larry Davis opnieuw interessant voor bluesliefhebbers.
Het mooie voor een bluesprogramma is dus om eerst Larry Davis te draaien en daarna Stevie Ray Vaughan. Dan hoor je rechtstreeks hoe een relatief onbekende jaren-50 bluesopname uiteindelijk een moderne bluesklassieker werd.
🎸 Albert King
Een belangrijk hoofdstuk in Davis' carrière speelde zich af in St. Louis. Daar speelde hij bas in de band van Albert King. Tijdens die periode ontwikkelde hij zich verder als gitarist.
De invloed van Albert King is later duidelijk hoorbaar in Davis' eigen gitaarspel: stevige, lange tonen en een krachtige, soulvolle manier van spelen.
Een moeilijke carrière
Na zijn vroege Duke-opnamen kreeg Davis relatief weinig mogelijkheden om platen te maken. Hij bracht nog verschillende singles uit, maar grote commerciële successen bleven uit.
Een ernstig motorongeluk in 1972 zorgde bovendien voor een tijdelijke verlamming aan zijn linkerzijde. Toch wist hij terug te keren naar de muziek.
Zijn comeback kwam in de jaren tachtig.
💿 Belangrijke albums
Een paar platen die interessant zijn voor een bluescollectie:
Funny Stuff – 1982, Rooster Blues
I Ain't Beggin' Nobody – 1987
Sooner or Later – 1992, Bullseye Blues
Sweet Little Angel: B.B. King Presents Larry Davis – later uitgebracht
Vooral Sooner or Later wordt gezien als een sterke late opname. Davis combineert daarop zijn krachtige, diepe stem met gitaarspel dat duidelijk door Albert King is beïnvloed.
🏆 Erkenning
Hoewel Davis nooit de bekendheid kreeg van bijvoorbeeld B.B. King, Albert King of Stevie Ray Vaughan, werd hij binnen de blueswereld wel degelijk gewaardeerd. In 1982 ontving hij vier W.C. Handy Awards.
Hij bleef echter vooral een muzikant voor kenners en verzamelaars.
⚰️ Laatste jaren
Davis overleed op 19 april 1994, op 57-jarige leeftijd, aan kanker.
Zijn nalatenschap is echter groter dan zijn commerciële succes doet vermoeden. Zijn naam is voor altijd verbonden met “Texas Flood”, een nummer dat via Stevie Ray Vaughan een tweede leven kreeg.
Maxwell Street Jimmy Davis
Maxwell Street Jimmy Davis
Maxwell Street Jimmy Davis was een bijzondere figuur uit de Chicago blues. Hij werd vooral bekend als straatmuzikant op de legendarische Maxwell Street in Chicago, waar hij tientallen jaren speelde voor marktbezoekers en voorbijgangers. Hij combineerde de rauwe Mississippi-blues met de elektrisch versterkte Chicago-blues.
Zijn echte naam
Hij werd geboren als Charles W. Thompson op 2 maart 1925 in Tippo, Mississippi. Hij overleed op 28 december 1995 in Chicago, 70 jaar oud.
Hij gebruikte ook de bijnaam "Jewtown Jimmy", maar zijn bekendste artiestennaam werd natuurlijk Maxwell Street Jimmy Davis.
Begin van zijn muzikale leven
Davis begon al jong gitaar te spelen. Als tiener werkte hij bij de Rabbit Foot Minstrels, een rondreizend gezelschap. Later verhuisde hij naar Detroit, waar hij in de jaren veertig in contact kwam met John Lee Hooker.
Hooker had grote invloed op zijn gitaarspel. Davis leerde van hem een sterk ritmische, vaak op één akkoord gebaseerde manier van spelen. De twee traden in Detroit regelmatig samen op.
Naar Chicago en Maxwell Street
In de jaren vijftig vestigde Davis zich in Chicago. Daar werd de beroemde Maxwell Street Market zijn muzikale thuis.
Maxwell Street was een enorme markt waar handelaren, immigranten, arbeiders en buurtbewoners samenkwamen. Bluesmuzikanten speelden er letterlijk op straat. Davis werd een van de vaste gezichten van deze muziekscene en bleef er meer dan veertig jaar optreden.
Hij bezat bovendien het restaurant Knotty Pine Grill. Vaak stond hij buiten zijn zaak gitaar te spelen om klanten aan te trekken.
Zijn muziek
Davis speelde een vrij eenvoudige maar zeer karakteristieke vorm van blues:
rauwe gitaar
krachtige, soms schurende zang
Mississippi-blues
countryblues
vroege elektrische Chicago-blues
sterke herhalende gitaarfiguren
veel aandacht voor ritme en groove
Zijn muziek was niet zo gepolijst als die van sommige grote Chicago-bluesartiesten. Juist daardoor klinkt hij als een authentieke straatbluesman.
Eerste opnamen
In 1952 nam hij onder zijn eigen naam twee nummers op voor Sam Phillips, die later bekend zou worden als de man achter Sun Records. Het ging om:
"Cold Hands"
"4th & Broad"
Deze opnamen werden destijds echter niet uitgebracht.
In de jaren zestig kwam er meer belangstelling voor traditionele blues door de folk- en bluesrevival.
Het album Maxwell Street
Een belangrijk moment kwam in 1965, toen Elektra Records het album Maxwell Street uitbracht. De plaat werd geproduceerd door Norman Dayron, met medewerking van bluesonderzoeker en producer Pete Welding.
Op het album staan onder andere:
"What More Can a Good Man Do?"
"Two Trains Running"
"Long-Haired Darlin'"
"I Got My Eyes on You"
"Me and My Telephone"
"Dust My Broom"
"Baby Please Don't Go"
"Drifting Blues"
"Alberta"
Het album is tegenwoordig vooral interessant omdat het een goed beeld geeft van de rauwe bluesstijl die Davis op straat had ontwikkeld.
Latere carrière
Davis werd nooit een grote commerciële bluesster. Hij bleef vooral een lokale Chicago-blueslegende.
Hij bleef echter optreden en nam in de jaren tachtig opnieuw materiaal op. In 1988 en 1989 maakte hij opnamen die later verschenen op Chicago Blues Session, Vol. 11 van Wolf Records. Op sommige nummers werd hij begeleid door onder anderen Lester "Mad Dog" Davenport op mondharmonica en Kansas City Red op drums.
Waarom is hij belangrijk?
Maxwell Street Jimmy Davis is vooral belangrijk als vertegenwoordiger van een kant van de blues die gemakkelijk vergeten wordt: de straatmuzikant.
Hij stond niet iedere avond op een groot podium. Zijn publiek bestond vaak uit mensen die boodschappen deden, winkeliers, buurtbewoners en toevallige voorbijgangers. Maxwell Street vormde daardoor een soort openluchtpodium voor de Chicago blues.
Zijn levensverhaal verbindt bovendien verschillende blueswerelden:


Jimmy Dawkins
Jimmy Dawkins was een belangrijke, maar in vergelijking met Buddy Guy of Luther Allison wat minder bekende gitarist uit de West Side van Chicago. Hij stond bekend om zijn rauwe, donkere en emotionele elektrische gitaarspel.
🎸 Wie was Jimmy Dawkins?
Volledige naam: James Henry Dawkins
Geboren: 24 oktober 1936, Tchula, Mississippi
Overleden: 10 april 2013, Chicago, Illinois
Genre: Chicago blues, West Side blues, electric blues
Instrument: elektrische gitaar en zang
Dawkins verhuisde in 1955 naar Chicago. Overdag werkte hij in een fabriek, terwijl hij 's avonds actief werd in de bluesclubs. Hij ontwikkelde zich tot een gerespecteerde sessiegitarist en speelde onder anderen met Magic Sam, Jimmy Rogers, Earl Hooker, Billy Boy Arnold en Willie Dixon.
🎸 Zijn bijnaam "Fast Fingers"
Dawkins kreeg de bijnaam "Fast Fingers", maar zelf was hij daar niet erg gelukkig mee. Zijn spel draaide namelijk niet uitsluitend om snelheid.
Zijn kenmerkende stijl was eerder:
scherp en fel gitaarspel;
veel sustain en vervorming;
stevige bends;
donkere, soms dreigende klanken;
lange instrumentale lijnen;
een zeer emotionele manier van spelen.
Daarmee paste hij uitstekend binnen de West Side Chicago blues, de stijl die in de jaren zestig sterk werd ontwikkeld door gitaristen als Magic Sam, Otis Rush, Buddy Guy en Luther Allison.
💿 Fast Fingers – 1969
Zijn grote doorbraak kwam in 1969 met het album Fast Fingers, uitgebracht door het legendarische Chicago-label Delmark Records.
Het album ontstond mede dankzij zijn vriend Magic Sam, die Dawkins in contact bracht met Delmark-baas Bob Koester. Het album werd in Europa bijzonder goed ontvangen en kreeg in 1971 de prestigieuze Grand Prix du Disque van de Hot Club de France.
Voor een bluesprogramma is Fast Fingers dan ook een uitstekend startpunt om Jimmy Dawkins te leren kennen.
🎶 All for Business – 1971
Zijn tweede belangrijke album was All for Business uit 1971. Daarop werkte hij samen met zanger Andrew "Big Voice" Odom en gitarist Otis Rush.
Dat is interessant omdat je op deze plaat verschillende kanten van de Chicago-blues bij elkaar krijgt: Dawkins' West Side-gitaar, de krachtige zang van Odom en het karakteristieke gitaarspel van Otis Rush.
🌍 Europa en Japan
Dawkins bleef niet alleen in Chicago actief. Hij maakte vanaf de jaren zeventig verschillende tournees door Europa en Japan en trad op tijdens belangrijke bluesfestivals. Zijn muziek vond vooral in Europa een trouw publiek.
Hij maakte uiteindelijk een lange reeks albums, waaronder:
Fast Fingers – 1969
All for Business – 1971
Jimmy Dawkins – 1971
Tribute to Orange – 1974
Transatlantic 770 – 1973
Blisterstring – 1977
Hot Wire '81 – 1981
Feel the Blues – 1985
All Blues – 1986
Kant Sheck Dees Bluze – 1992
Blues and Pain – 1994
B Phur Real – 1995
Me, My Gitar & the Blues – 1997
West Side Guitar Hero – 2002
Tell Me Baby – 2004
📻 Ook belangrijk achter de schermen
Dawkins was meer dan alleen gitarist. In de jaren tachtig richtte hij zijn eigen Leric Records op. Hij gebruikte dat label onder andere om jonge en minder bekende bluesartiesten onder de aandacht te brengen, waaronder Tail Dragger, Queen Sylvia Embry, Little Johnny Christian en Nora Jean Wallace.
Hij was bovendien betrokken bij het bluesmagazine Living Blues en schreef er een column voor.
Jimmy Dawkins overleed op 10 april 2013, op 76-jarige leeftijd, in Chicago. Hij liet een omvangrijk oeuvre na en geldt als een belangrijke vertegenwoordiger van de West Side Chicago blues.
Floyd Dixon
Floyd Dixon – de ‘Mr. Magnificent’ van de West Coast-blues
Floyd Dixon was een Amerikaanse pianist, zanger en songwriter die een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling van West Coast-blues, jumpblues en vroege rhythm-and-blues. Hij was vooral actief vanaf de late jaren 1940 en werd later opnieuw ontdekt door bluesliefhebbers in Europa en de Verenigde Staten.
Jeugd en beginjaren
Dixon werd geboren op 8 februari 1929 in Marshall, Texas, vlak bij de grens met Louisiana. Over zijn geboortenaam bestaan verschillende vermeldingen; bronnen noemen onder andere Jay Riggins Jr., terwijl Dixon zelf verklaarde dat Floyd Dixon zijn echte naam was.
Als jongen leerde hij grotendeels zelf piano spelen. Hij werd beïnvloed door blues, gospel, jazz en landelijke muziek uit Texas en Louisiana. In 1942 verhuisde zijn familie naar Los Angeles. Daar kwam hij in aanraking met de bloeiende muziekscene van de naoorlogse West Coast.
Een zeer belangrijke invloed op hem was pianist en zanger Charles Brown. Dixon werkte later ook samen met Johnny Moore's Three Blazers, de groep waarmee Brown eerder grote successen had gehad.
De overgang van swing naar R&B
Dixon behoort tot de generatie muzikanten die de overgang hielp maken van swing en boogie-woogie naar rhythm & blues.
Zijn muziek combineerde onder andere:
🎹 piano-blues
🎺 jumpblues
🎷 jazz en swing
🎵 West Coast R&B
⛪ gospel
🤠 Texas-blues
vroege rock-'n-roll
Zijn bijnaam was “Mr. Magnificent”. Zijn stijl kon tegelijkertijd ontspannen en geraffineerd zijn, maar ook behoorlijk energiek en humoristisch.
Eerste platen
Dixon begon eind jaren veertig platen op te nemen. Tot zijn vroege bekende nummers behoren “Dallas Blues” en “Mississippi Blues”. Beide kwamen in de R&B-hitlijsten terecht.
Daarna volgden onder meer:
“Sad Journey Blues” – 1950
“Telephone Blues” – 1951
“Call Operator 210” – 1952
“Hey Bartender” – 1954
Vooral Telephone Blues en Call Operator 210 deden het goed in de R&B-hitlijst.
“Hey Bartender”
Voor jouw bluesprogramma is “Hey Bartender” waarschijnlijk het bekendste nummer om van Floyd Dixon te draaien.
Dixon schreef en nam het nummer in 1954 op. Het is een uitstekend voorbeeld van zijn combinatie van jumpblues, piano, humor en een stevige ritmische drive.
Het nummer kreeg jaren later opnieuw grote bekendheid doordat The Blues Brothers het opnamen in hun repertoire. Ook andere artiesten namen het nummer op, waaronder Johnny Lee en Koko Taylor.
Floyd Dixon en Ray Charles
Een interessant verhaal voor een radiopresentatie is zijn relatie met de jonge Ray Charles.
Dixon kende Charles in de beginperiode van diens carrière en adviseerde hem om minder nadruk te leggen op een stijl die sterk aan Nat King Cole deed denken en meer gospelgevoel in zijn muziek te leggen. Dat advies past precies in de ontwikkeling die Charles later doormaakte richting soul en gospel-geïnspireerde R&B.
Dixon wordt daarom vaak genoemd als een belangrijke schakel tussen de oudere West Coast-blues en de ontwikkeling van de latere R&B en soul.
Een lange periode buiten de schijnwerpers
In de jaren zestig nam zijn zichtbaarheid in de muziekwereld af. De opkomst van rock-'n-roll en later soul veranderde het muzikale landschap sterk.
Dixon trok zich in de jaren zeventig grotendeels terug uit de muziekindustrie en vestigde zich opnieuw in Texas. Toch bleef hij af en toe optreden.
In 1975 kreeg zijn muziek in Europa opnieuw belangstelling. Dat leidde tot Europese optredens en een hernieuwde fase in zijn carrière.
Comeback in de jaren 90
Dixon beleefde uiteindelijk een opmerkelijke comeback.
In 1993 ontving hij de Pioneer Career Achievement Award van de Rhythm and Blues Foundation. In 1996 verscheen bij Alligator Records het album Wake Up and Live!.
Dat album leverde hem in 1997 een W.C. Handy Award voor Comeback Blues Album of the Year op.
Hij bleef daarna optreden en opnemen. Zijn laatste jaren stonden opnieuw sterk in het teken van de bluespiano.
Overlijden
Floyd Dixon overleed op 26 juli 2006, 77 jaar oud, in Californië. Hij had toen een carrière achter zich die bijna zes decennia omvatte.


Willie Dixon
Willie Dixon – de architect achter de Chicago-blues
Willie Dixon (William James Dixon) werd geboren op 1 juli 1915 in Vicksburg, Mississippi, en overleed op 29 januari 1992 in Burbank, Californië. Hij was bassist, zanger, songwriter, arrangeur en producer en groeide uit tot een van de belangrijkste figuren van de Chicago-blues. Hij wordt vaak aangeduid als “the poet laureate of the blues” en als een belangrijke architect van de moderne Chicago-blues.
Van Mississippi naar Chicago
Dixon groeide op met gospel, blues en countrymuziek. In 1936 verhuisde hij naar Chicago. Opvallend is dat muziek aanvankelijk niet zijn enige bezigheid was: hij bokste en won in 1937 zelfs de Illinois Golden Gloves-zwaargewichtcompetitie.
In Chicago speelde hij onder andere in:
The Five Breezes
The Four Jumps of Jive
The Big Three Trio
Vooral The Big Three Trio was belangrijk omdat Dixon daar ervaring opdeed met meerstemmige zang binnen de blues.
De grote man bij Chess Records
Zijn naam werd uiteindelijk onlosmakelijk verbonden met Chess Records. Vanaf het begin van de jaren vijftig werkte hij daar als bassist, songwriter, arrangeur en producer. Hij schreef niet alleen nummers, maar hielp ook bepalen hoe de platen van andere artiesten moesten klinken.
Hij werkte onder andere met:
Muddy Waters
Howlin' Wolf
Little Walter
Chuck Berry
Bo Diddley
Sonny Boy Williamson II
Bij veel sessies speelde Dixon zelf contrabas. Bij de vroege opnamen van Chuck Berry speelde hij bijvoorbeeld op veel platen bas, hoewel hij Berry's belangrijkste songs niet schreef.
Zijn grote songs
Dixon schreef meer dan 500 nummers. Een groot aantal daarvan werd later een standaard in de blues en rock.
Song Bekende uitvoering
Hoochie Coochie Man Muddy Waters
I Just Want to Make Love to You Muddy Waters
I'm Ready Muddy Waters
My Babe Little Walter
Spoonful Howlin' Wolf
Back Door Man Howlin' Wolf
Little Red Rooster Howlin' Wolf
I Ain't Superstitious Howlin' Wolf
Wang Dang Doodle Koko Taylor
You Can't Judge a Book by the Cover Bo Diddley
I Can't Quit You Baby Otis Rush
The Seventh Son Willie Mabon
Deze catalogus laat goed zien hoe belangrijk Dixon was: hij schreef nummers voor verschillende zangers en wist hun persoonlijke stijl en imago in zijn composities te verwerken.
"Hoochie Coochie Man"
Een van zijn beroemdste nummers is “Hoochie Coochie Man”, geschreven voor Muddy Waters en opgenomen in 1954.
Het nummer werd een soort blauwdruk voor de krachtige elektrische Chicago-blues: een zware bas, een dreigende groove, call-and-response en een tekst waarin de hoofdpersoon zichzelf presenteert als een uitzonderlijk krachtige en onweerstaanbare figuur.
De plaat werd een van Muddy Waters' bekendste nummers en groeide later uit tot een bluesklassieker die door talloze andere artiesten werd uitgevoerd.
Dixon en Howlin' Wolf
Ook zijn samenwerking met Howlin' Wolf was enorm belangrijk.
Dixon schreef voor Wolf onder andere:
“Spoonful”, “Back Door Man”, “Little Red Rooster” en “I Ain't Superstitious”.
Deze nummers zouden later een enorme invloed krijgen op Britse blues- en rockmuzikanten.
De brug naar de rock
Dixon was daardoor een belangrijke schakel tussen de naoorlogse Chicago-blues en de rockmuziek van de jaren zestig.
Zijn composities werden onder andere gespeeld door:
The Rolling Stones
Cream
The Doors
Led Zeppelin
Jeff Beck
Jimi Hendrix
Bob Dylan
Van Morrison
Bijvoorbeeld The Rolling Stones namen “Little Red Rooster” op, terwijl Cream “Spoonful” beroemd maakte in de rockwereld. “I Can't Quit You Baby” werd later onder meer door Led Zeppelin opgenomen.
Niet alleen songwriter
Het is belangrijk om Dixon niet uitsluitend als componist te zien. Hij was ook een belangrijke producer en arrangeur.
Bij Chess kon hij betrokken zijn bij vrijwel het hele opnameproces: het schrijven van het nummer, het kiezen van de muzikanten, het arrangeren, het produceren en vervolgens zelf bas spelen. Daardoor had hij grote invloed op het geluid van de klassieke Chicago-blues.
Zijn eigen platen
Dixon maakte ook muziek onder zijn eigen naam. Zijn album Willie's Blues verscheen in 1960. Later volgden onder andere I Am the Blues (1970) en Hidden Charms (1988).
Voor Hidden Charms ontving hij een Grammy voor Best Traditional Blues Recording.
Een mooi album om Dixon als uitvoerend artiest te leren kennen is dus:
Willie Dixon – I Am the Blues.
Bluesrechten
In zijn latere leven zette Dixon zich sterk in voor de rechten van bluesmuzikanten. Hij vond dat veel oudere bluesartiesten financieel waren benadeeld doordat hun composities zonder behoorlijke vergoeding werden gebruikt.
Hij richtte daarom de Blues Heaven Foundation op, gericht op het bewaren van de bluesgeschiedenis en het ondersteunen van bluesmuzikanten. Ook vocht hij zelf voor auteursrechten en royalties.
Zijn autobiografie I Am the Blues verscheen in 1989.
Erkenning
Dixon werd in 1980 opgenomen in de Blues Hall of Fame. In 1994, twee jaar na zijn overlijden, werd hij opgenomen in de Rock & Roll Hall of Fame als een belangrijke muzikale invloed.
Zijn betekenis voor de muziekgeschiedenis zit vooral hierin: Willie Dixon schreef een groot deel van het repertoire waarop de klassieke Chicago-blues én later de Britse bluesrock werden gebouwd.
Champion Jack Dupree
Champion Jack Dupree was een van de markantste pianisten uit de New Orleans-blues. Hij combineerde boogie-woogie, barrelhouse, rhythm & blues en humoristische bluesverhalen met een zeer herkenbare, stampende pianostijl. Zijn bijnaam "Champion" verwees naar zijn verleden als bokser.
🎹 Jeugd in New Orleans
Champion Jack Dupree werd geboren als William Thomas Dupree op 4 juli 1910 in New Orleans. Over zijn exacte geboortejaar bestaat enige onzekerheid, maar 1910 wordt door moderne onderzoekers doorgaans aangehouden.
Hij verloor zijn ouders al op jonge leeftijd en groeide op in het Colored Waifs' Home for Boys in New Orleans. Opmerkelijk genoeg verbleef daar eerder ook Louis Armstrong. Dupree ontwikkelde zich daar als pianist en kreeg later les/inspiratie van onder anderen Willie "Drive 'Em Down" Hall en Tuts Washington.
Zijn muziek was sterk geworteld in de barrelhouse-traditie van New Orleans: luide piano, stevige ritmes, boogie-baslijnen en teksten over het dagelijkse leven.
🥊 De "Champion"
Dupree was niet alleen muzikant. Hij was ook een serieus bokser. Vanaf ongeveer 1935 bokste hij professioneel in Indianapolis en hij zou naar schatting 107 wedstrijden hebben gevochten. Zijn bijnaam "Champion Jack Dupree" bleef vervolgens aan hem verbonden.
Na verloop van tijd werd de piano echter belangrijker dan de boksring.
🎵 "Junker's Blues"
Een van zijn belangrijkste vroege nummers was "Junker's Blues", opgenomen in 1940/1941.
Dit nummer is historisch bijzonder belangrijk. Fats Domino gebruikte de melodische en tekstuele basis van "Junker's Blues" voor zijn eerste grote plaat "The Fat Man" uit 1949. Daarmee is Dupree een belangrijke schakel tussen de New Orleans-blues en de vroege rock-'n-roll.
Andere bekende nummers uit zijn repertoire zijn onder meer:
"Shake Baby Shake"
"Walking the Blues"
"Shim Sham Shimmy"
"Me and My Mule"
"Big Leg Emma's"
"Mail Order Woman"
"Stack-O-Lee"
"Frankie & Johnny"
"Nasty Boogie"
💿 Blues from the Gutter
Een absoluut sleutelalbum is Blues from the Gutter, opgenomen voor Atlantic en uitgebracht in 1958.
Op dit album hoor je Dupree op zijn meest karakteristiek: rauwe piano, barrelhouse-boogie en verhalen over het harde leven. Het album bevat onder andere "Stack-O-Lee", "Junker's Blues" en "Frankie & Johnny".
Voor iemand die de ontwikkeling van New Orleans-blues → R&B → rock-'n-roll onderzoekt, is dit een bijzonder interessant album.
🇪🇺 Naar Europa
In 1959 vertrok Dupree naar Europa. Hij vestigde zich uiteindelijk permanent in Europa en woonde onder andere in Zwitserland, Engeland, Denemarken en Duitsland. Hij bleef daar tientallen jaren optreden en platen maken.
Hij werkte daarbij met veel bekende Europese en Amerikaanse bluesmuzikanten. In de jaren zestig werkte hij bijvoorbeeld samen met John Mayall en Eric Clapton. Ook gitarist Tony McPhee werkte met hem samen tijdens de bekende Blue Horizon-sessies.
Een bijzonder album uit die periode is:
Champion Jack Dupree – When You Feel The Feeling You Was Feeling
opgenomen in Londen in 1968 voor Blue Horizon.
Daarna verscheen onder meer Scooby Dooby Doo in 1969.
🇺🇸 Terug naar New Orleans
Na tientallen jaren in Europa keerde Dupree in 1990 terug naar New Orleans. Hij trad op tijdens het New Orleans Jazz & Heritage Festival en maakte het album Back Home in New Orleans. Het was zijn eerste bezoek aan zijn geboortestad in 36 jaar.
Hij overleed op 21 januari 1992 in Hannover, Duitsland, op 81-jarige leeftijd.
🎧 Waarom Champion Jack Dupree belangrijk is
Voor de geschiedenis van de blues is Dupree interessant omdat zijn carrière verschillende werelden met elkaar verbindt:
New Orleans barrelhouse → boogie-woogie → Chicago/New York blues → R&B → vroege rock-'n-roll → Britse blues → Europese blues.
Zijn invloed is bovendien niet alleen terug te vinden bij pianisten. Via "Junker's Blues" → "The Fat Man" is hij rechtstreeks verbonden met de ontwikkeling van de vroege rock-'n-roll van Fats Domino.


Big Joe Duskin
Big Joe Duskin
Big Joe Duskin (Joseph L. Duskin, 1921–2007) was een Amerikaanse blues- en boogie-woogiepianist, zanger en songwriter uit Cincinnati. Hij werd vooral bekend door zijn krachtige pianospel, barrelhouse-stijl en zijn energieke optredens. Opmerkelijk is dat zijn professionele opnamecarrière pas echt op gang kwam toen hij al bijna 60 was.
Jeugd en muzikale invloeden
Duskin werd op 10 februari 1921 geboren in Birmingham, Alabama, als een van elf kinderen. Zijn vader, dominee Perry Duskin, verhuisde met het gezin naar Cincinnati, Ohio. Joe begon al rond zijn zevende piano te spelen, aanvankelijk in de kerk waarbij hij zijn vader begeleidde met gospelmuziek.
Via de radiozender WLW uit Cincinnati maakte hij kennis met Fats Waller. Later raakte hij sterk beïnvloed door pianisten als Pete Johnson, Albert Ammons, Meade Lux Lewis, Memphis Slim en Roosevelt Sykes. Vooral Pete Johnsons boogie-woogie maakte grote indruk op hem.
Zijn vader verbood hem blues te spelen
Een bijzonder verhaal uit zijn leven is de relatie tussen Duskin en zijn vader.
Dominee Duskin vond blues en boogie-woogie maar niets en noemde het "the Devil's music". Joe beloofde uiteindelijk dat hij geen blues of boogie-woogie meer zou spelen zolang zijn vader leefde.
Dat had onverwachte gevolgen: zijn vader werd maar liefst 105 jaar oud. Daardoor werkte Joe jarenlang buiten de muziek, onder andere als politieagent en postbeambte. Gedurende ongeveer zestien jaar raakte hij de piano nauwelijks aan.
Oorlog en de grote boogiewoogiepianisten
Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde Duskin voor Amerikaanse militairen. Via zijn optredens kwam hij zelfs in contact met zijn grote voorbeelden Pete Johnson, Albert Ammons en Meade Lux Lewis.
Dat was voor hem een belangrijke muzikale ervaring: hij ontmoette de mensen wier platen hem eerder hadden geïnspireerd.
Terugkeer naar de blues
In de jaren zeventig begon Duskin opnieuw serieus piano te spelen. Hij werd onder andere aangemoedigd door blueshistoricus Steve Tracy en groeide uit tot een bekende figuur binnen de blueswereld van Cincinnati.
Hij speelde in clubs en op festivals in de Verenigde Staten en later ook in Europa. Zijn stijl combineerde:
Boogie-woogie
Piano blues
Barrelhouse
Juke-joint blues
Gospelinvloeden
Een krachtige, ritmische zangstijl
Zijn spel was niet verfijnd in de jazzachtige betekenis van het woord; het was vooral direct, swingend en energiek.
Cincinnati Stomp
Zijn grote doorbraak kwam met Cincinnati Stomp, opgenomen in 1977 en 1978 en uitgebracht door Arhoolie Records in 1979.
Op het album staan onder andere:
Cincinnati Stomp
Well, Well Baby
I Met a Girl Named Martha
Roll ’Em Pete
Honky Tonk Train
Yancey Special
Dollar Bill Boogie
Boogie Woogie Prayer
Daarmee liet Duskin horen dat hij ondanks zijn late terugkeer naar de muziek nog steeds een zeer krachtige boogiewoogiepianist was.
Europa
Vanaf het einde van de jaren zeventig en vooral in de jaren tachtig werd Big Joe Duskin ook in Europa populair. Hij trad veel op in onder meer Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk en Groot-Brittannië.
In 1987 verscheen hij in de Britse televisiefilm Boogie Woogie Special, waardoor hij een groter internationaal publiek bereikte. Hij werd bovendien een graag geziene gast op blues- en jazzfestivals.
Hij speelde onder andere op het New Orleans Jazz & Heritage Festival en het Chicago Blues Festival.
Belangrijke albums
Een aantal albums om naar te zoeken:
Jaar Album Label
1979 Cincinnati Stomp Arhoolie
1985 Live ELECTRIC Boogie! Mirage Independent
1988 Don't Mess with the Boogie Man Special Delivery
1994 Blues Rendezvous Back to Blues
1997 Live at Dollar Bill's Saloon Mirage
1998 Down the Road a Piece Wolf
2004 Live at Quai du Blues Austerlitz/Virgin
2004 Big Joe Jumps Again! Yellow Dog
2005 84th Birthday Party – Live at Fat Fish Blue Cottage On The Hill
Big Joe Jumps Again!
Een mooi laat hoofdstuk is het album Big Joe Jumps Again! uit 2004. Het was zijn eerste Amerikaanse studio-opname in ongeveer zestien jaar.
Bijzonder is dat Peter Frampton gitaar speelt op het album. Ook Philip Paul (drums) en Ed Conley (bas) werkten mee; beiden waren bekende sessiemuzikanten uit de omgeving van Cincinnati en verbonden met de geschiedenis van King Records.
Erkenning
Zijn late carrière leverde hem verschillende onderscheidingen op. In 2004 kreeg hij de sleutel van de stad Cincinnati. In 2005 ontving hij een National Heritage Fellowship, een belangrijke Amerikaanse onderscheiding voor traditionele kunst en muziek.
Big Joe Duskin overleed op 6 mei 2007, 86 jaar oud. Zijn muzikale nalatenschap wordt onder andere voortgezet via de Big Joe Duskin Music Education Foundation in Ohio.
Johnny Dyer
Johnny Dyer was een Amerikaanse blueszanger en mondharmonicaspeler, vooral bekend om zijn rauwe elektrische blues en zijn belangrijke rol in de bluesscene van Los Angeles. Hij werd geboren op 7 december 1938 in Rolling Fork, Mississippi, dezelfde plaats die sterk verbonden is met Muddy Waters. Dyer overleed op 11 november 2014 in San Dimas, Californië, op 75-jarige leeftijd.
🎵 Beginjaren in Mississippi
Dyer begon al op zevenjarige leeftijd harmonica te spelen. Zijn grote inspiratiebron was Little Walter, die hij via een radiostation uit Nashville hoorde.
Als tiener speelde Dyer al in lokale clubs en vormde hij zijn eigen band. In het begin speelde hij akoestische mondharmonica, maar in de vroege jaren vijftig schakelde hij over op versterkte elektrische harmonica. Hij speelde toen onder andere met Smokey Wilson.
🌴 Naar Los Angeles
In januari 1958 verhuisde Dyer naar Los Angeles. Daar ontmoette hij George "Harmonica" Smith, een belangrijke West Coast-bluesharmonicist.
Dyer en Smith traden samen op en werden soms aangekondigd als een soort "father and son"-duo. Smith had grote invloed op Dyers verdere ontwikkeling als muzikant.
Dyer richtte vervolgens Johnny Dyer and the Blue Notes op. Hij begeleidde verschillende bekende bluesartiesten die Los Angeles aandeden, waaronder:
Jimmy Reed
J.B. Hutto
Jimmy Rogers
George "Harmonica" Smith
Daarmee stond hij midden in de overgang tussen de klassieke Chicago blues en de eigen West Coast-bluesstijl van Los Angeles.
🎙️ Een lange onderbreking
In de jaren zestig trok Dyer zich grotendeels terug uit de muziekindustrie. Pas in de jaren tachtig kwam hij weer actief in beeld.
Hij werkte daarna met onder anderen Shakey Jake Harris, Harmonica Fats en Rod Piazza. In 1983 verscheen zijn eerste album, Johnny Dyer and the LA Dukes.
🎸 Rick Holmstrom en Listen Up
Een belangrijke samenwerking ontstond met gitarist Rick Holmstrom. Samen vormden ze de Houserockers.
Hun album Listen Up (1994) is een mooi voorbeeld van Dyers stijl: een combinatie van stevige Chicago-bluesharmonica en de meer swingende West Coast-gitaarstijl. Op het album staat onder andere een versie van "Driftin' Blues".
Een jaar later volgde Shake It! (1995). Deze platen zijn interessant omdat Dyer daarin oudere bluestradities combineerde met een modernere jaren-90-productie.
🏆 Blues Music Award
Dyer bleef ook op latere leeftijd actief. Hij trad bijvoorbeeld op tijdens het Long Beach Blues Festival en werkte regelmatig mee aan de Blues Harmonica Blowout-tournees van Mark Hummel.
In 2004 werd hij genomineerd voor een Blues Music Award in de categorie Blues Song of the Year voor "Hard Times Won".
🌊 Rolling Fork Revisited
Een bijzonder album is Rolling Fork Revisited, opgenomen met Mark Hummel. Het album verscheen in 2004 en bevat nieuwe uitvoeringen van nummers die verbonden zijn met Muddy Waters, eveneens afkomstig uit Rolling Fork.
Dat maakt de plaat extra interessant: Dyer keerde muzikaal terug naar de bluestraditie van zijn geboorteplaats, maar deed dat met de ervaring die hij in tientallen jaren Los Angeles-blues had opgebouwd.
🎧 Zijn stijl
Johnny Dyer kun je voor je radioprogramma vooral plaatsen bij:
Chicago blues → elektrische harmonica-blues → West Coast blues → moderne bluesrevival
Zijn spel is stevig, direct en duidelijk geworteld in Little Walter, terwijl zijn zang een rauwe, traditionele bluesuitdrukking heeft. Zijn muziek is daardoor een mooie verbinding tussen de oudere generatie bluesartiesten en de bluesrevival van de jaren 80, 90 en 2000.


Snooks Eaglin
Snooks Eaglin – de ‘Human Jukebox’ van New Orleans
Snooks Eaglin was een bijzondere Amerikaanse blues- en rhythm-and-bluesgitarist en zanger uit New Orleans, Louisiana. Hij stond bekend als “The Human Jukebox”, omdat hij een enorm repertoire beheerste en tijdens optredens moeiteloos verzoeknummers kon spelen. Zijn repertoire liep van blues en gospel tot country, jazz, R&B en rock-'n-roll.
Jeugd
Eaglin werd geboren als Fird Eaglin Jr., op 21 januari 1936 of 1937 in New Orleans. Als zeer jong kind verloor hij zijn gezichtsvermogen na medische problemen. Zijn vader gaf hem rond zijn zesde verjaardag een gitaar. Snooks leerde zichzelf spelen door naar de radio te luisteren en de muziek op gitaar na te spelen.
Al op jonge leeftijd speelde hij in kerken en gospelgroepen. Op elfjarige leeftijd won hij zelfs een talentenjacht met zijn uitvoering van “Twelfth Street Rag”.
Allen Toussaint en de Flamingoes
In 1952 speelde de jonge Eaglin in de eerste band van een andere belangrijke New Orleans-muzikant: Allen Toussaint. Die band heette de Flamingoes. Eaglin ontwikkelde zich vervolgens tot een veelgevraagd muzikant in de New Orleans R&B-scene.
Hij was niet iemand die zich tot één muziekstijl beperkte. Zijn gitaarspel bevatte elementen van country-blues, gospel, jazz, R&B en rock-'n-roll. Dat brede muzikale geheugen zou later de reden worden voor zijn bijnaam Human Jukebox.
De Folkways-opnamen
Een belangrijk hoofdstuk begon toen folklorist Harry Oster hem eind jaren vijftig hoorde spelen in de straten van de French Quarter.
Oster nam Eaglin op met alleen zijn stem en gitaar. Die opnamen verschenen in 1959 op New Orleans Street Singer. Later werd de verzameling opnieuw uitgebracht door Smithsonian Folkways, met extra niet eerder uitgebrachte nummers.
Daarop hoor je de meer akoestische, rauwe kant van Eaglin. Voorbeelden zijn:
“Walking Blues”
“Careless Love”
“Drifting Blues”
“Mean Old Frisco”
“Every Day I Have the Blues”
“One Scotch, One Bourbon, One Beer”
“See See Rider”
“Rock Island Line”
“Trouble in Mind”
“St. James Infirmary”
Interessant is dat Eaglin zichzelf eigenlijk niet primair als folkbluesartiest zag. Hij wilde veel liever R&B spelen met een band.
Imperial Records
Zijn wens om moderne R&B te spelen werd werkelijkheid toen producer Dave Bartholomew hem bij Imperial Records onderbracht.
Daar maakte Eaglin begin jaren zestig elektrische R&B-opnamen. Een bekend voorbeeld is “Yours Truly”, waarop zijn karakteristieke, kronkelende gitaarspel goed te horen is. Ook “Cover Girl”, “Don't Slam That Door” en “That Certain Door” behoren tot deze periode.
Hoewel hij kwalitatief zeer gerespecteerd werd, kreeg Eaglin nooit de nationale bekendheid van bijvoorbeeld Fats Domino of Little Richard.
Een ongelooflijk repertoire
Wat Snooks Eaglin zo bijzonder maakte, was zijn muzikale geheugen.
Hij kon tijdens een optreden van het ene genre naar het andere springen. Blues, jazz, country, gospel, pop en rock-'n-roll konden allemaal voorbij komen. Volgens beschrijvingen van zijn optredens werkte hij vaak zonder vaste setlist en nam hij verzoeknummers van het publiek aan.
Dat verklaart zijn bijnaam:
“The Human Jukebox.”
Zijn repertoire werd door bronnen omschreven als uitzonderlijk breed; Eaglin zelf sprak over duizenden nummers.
Black Top Records
Na een lange periode waarin hij relatief weinig opnam, kwam er in de jaren tachtig een nieuwe fase. Hij tekende bij Black Top Records en maakte daar verschillende albums.
Een belangrijk album is:
Out of Nowhere – 1988
Daarmee kreeg een nieuwe generatie bluesliefhebbers opnieuw de kans om zijn elektrische gitaarspel te ontdekken. Later volgden onder andere Soul's Edge en live-opnamen.
Ook in de jaren negentig en 2000 bleef hij optreden, onder andere tijdens het New Orleans Jazz & Heritage Festival.
Zijn gitaarstijl
Eaglin was geen typische rechttoe-rechtaan bluesgitarist.
Zijn stijl wordt gekenmerkt door:
razendsnelle fingerpicking;
sterke ritmische accenten;
ingewikkelde akkoordgrepen;
blueslicks gecombineerd met jazzinvloeden;
onverwachte melodische wendingen;
een zeer stevige groove;
tegelijkertijd ritme én melodie spelen.
Een bijzonder aspect van zijn techniek was dat hij met zijn gitaar soms bijna een complete begeleidingsband leek te vormen: basachtige lijnen, akkoorden en melodische versieringen kwamen tegelijkertijd voorbij.
Zijn stem was eveneens herkenbaar: rauw, enigszins hees en duidelijk beïnvloed door de R&B-stijl van New Orleans.
New Orleans in zijn muziek
Bij Eaglin hoor je eigenlijk de muzikale geschiedenis van New Orleans samenkomen.
Hij stond met één been in de country-blues en met het andere in de New Orleans R&B. Daarnaast waren gospel, jazz en populaire muziek belangrijke ingrediënten.
Daarom is hij interessant wanneer je voor Delfshavenradio een bluesprogramma samenstelt: Snooks Eaglin vormt een mooie verbinding tussen de oude akoestische blues en de elektrische, swingende New Orleans R&B.
Bekende albums
Een paar interessante albums/opnamen om te zoeken:
Jaar Album
1959 New Orleans Street Singer
1988 Out of Nowhere
1995 Soul's Edge
2002 The Way It Is
2003 Soul Train from Nawlins
New Orleans Street Singer is vooral interessant voor de akoestische straatblues, terwijl Out of Nowhere en Soul's Edge veel meer laten horen van de elektrische New Orleans-blues en R&B.
Overlijden
Snooks Eaglin overleed op 18 februari 2009 in New Orleans. Hij was 72 of 73 jaar oud, afhankelijk van de gebruikte geboortedatum. Hij had tot in de jaren 2000 opgetreden en opgenomen.
Kort samengevat: Snooks Eaglin was veel meer dan alleen een bluesgitarist. Hij was een muzikale encyclopedie van New Orleans, een autodidactische gitaarvirtuoos en een artiest die country, gospel, blues, jazz, R&B en rock-'n-roll op een geheel eigen manier samenbracht.
Archie Edwards
.Archie Edwards – de bluesman uit Washington D.C.
Archie Edwards (4 september 1918 – 18 juni 1998) was een Amerikaanse gitarist, zanger, songwriter en verhalenverteller die vooral bekend werd als een belangrijke vertegenwoordiger van de Piedmont blues. Hij was afkomstig uit Virginia en bracht een groot deel van zijn muzikale leven door in Washington D.C.
Wat Archie Edwards bijzonder maakt, is dat hij niet alleen muziek maakte, maar ook een belangrijke ontmoetingsplaats voor bluesmuzikanten creëerde.
Jeugd in Virginia
Edwards werd geboren op een boerderij bij Union Hall, Virginia. Zijn vader, Roy Edwards, speelde banjo, gitaar en mondharmonica en organiseerde thuis regelmatig muziek en dansavonden.
Archie begon al jong gitaar te spelen. Hij luisterde naar platen van onder andere Blind Boy Fuller, Blind Lemon Jefferson en Mississippi John Hurt. Daarnaast leerde hij rechtstreeks van plaatselijke muzikanten.
De muziek uit zijn jeugd zou zijn latere stijl sterk bepalen.
Oorlog en Washington D.C.
Edwards werkte aanvankelijk onder andere bij een houtzagerij en als chauffeur. Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende hij als military police officer. Na de oorlog vestigde hij zich uiteindelijk in Washington D.C.
Hij werkte daar jarenlang in verschillende beroepen en werd uiteindelijk ook kapper. In 1959 kocht hij een kapperszaak, de Alpha Tonsorial Palace, in het noordoosten van Washington.
En juist die kapperszaak werd legendarisch.
De barbershop als bluescentrum
De zaak werd een ontmoetingsplaats voor muzikanten en bluesliefhebbers. Een van de bezoekers was zijn grote muzikale voorbeeld:
Mississippi John Hurt.
Edwards kende Hurt al van diens oude 78-toerenplaten en was aanvankelijk vooral een bewonderaar. De twee werden goede vrienden en speelden samen in en rond Washington.
Ook Skip James kwam in deze kring terecht. Edwards trad in de jaren zestig onder andere met Hurt en James op.
Na het overlijden van Mississippi John Hurt in 1966 stopte Edwards enige tijd met optreden. Hij was diep geraakt door het verlies van zijn vriend.
Daarna schreef hij een van zijn bekendste nummers:
“The Road Is Rough and Rocky.”
Het nummer werd uiteindelijk een soort muzikaal eerbetoon aan Hurt en aan de weg die Edwards zelf had afgelegd.
Zijn muziek: Piedmont blues
Archie Edwards speelde voornamelijk Piedmont blues, een stijl die vooral bekendstaat om de ingewikkelde fingerpickingtechniek.
Typisch is de combinatie van:
een ritmische baspartij met de duim;
melodieën met de vingers;
ragtime-invloeden;
een sterk ritmisch karakter;
akoestische gitaar;
zang die vaak heel ontspannen en verhalend klinkt.
Edwards noemde zijn eigen muziek liever “East Virginia blues”, omdat hij die stijl in Virginia had geleerd.
Zijn spel klinkt daardoor vaak lichter en beweeglijker dan bijvoorbeeld de zware elektrische Chicago blues.
Travelling Blues Workshop
Vanaf de jaren zeventig werkte Edwards met verschillende muzikanten uit de omgeving van Washington D.C. binnen de Travelling Blues Workshop.
Daarbij waren onder andere:
John Jackson
John Cephas
Phil Wiggins
Flora Molton
Mother Scott
Eleanor Ellis
Deze groep hielp de traditionele akoestische blues van de Amerikaanse oostkust levend te houden.
Europese doorbraak
Edwards was lange tijd vooral bekend binnen de blueswereld van Washington. Dat veranderde eind jaren zeventig.
In 1978 werd hij ontdekt door de Duitse bluesliefhebber en fotograaf Axel Küstner. Edwards werd vervolgens betrokken bij de American Folk Blues Festival-tournee in Europa.
Dat zorgde ervoor dat zijn muziek ook bij Europese bluesliefhebbers bekend werd.
Zijn eerste belangrijke album was:
Living Country Blues USA, Vol. 6: The Road Is Rough
L & R Records, 1982
Daarna verscheen onder meer:
Blues 'N Bones
Mapleshade Records, 1989
Na zijn overlijden verscheen:
The Toronto Sessions
2001
Deze laatste opnamen waren afkomstig uit materiaal dat in 1986 in Canada was opgenomen.
Bekende nummers
Voor jouw bluesprogramma zijn vooral deze nummers interessant:
The Road Is Rough and Rocky
Saturday Night Hop
I Called My Baby Long Distance
Baby, Please Gimme a Break
That Won't Do
My Old Schoolmates
Little Girl
“Saturday Night Hop” laat zijn ragtime-achtige kant goed horen, terwijl “I Called My Baby Long Distance” zijn slide-gitaar laat horen.
Archie Edwards als leraar
Misschien nog belangrijker dan zijn platen was zijn rol als leraar en mentor.
Zijn barbershop was een plek waar jonge en ervaren muzikanten samenkwamen om te spelen, nummers uit te wisselen en de oude bluestraditie door te geven. De barbershop werd daarmee bijna een levend bluesarchief.
In 1987 was zijn zaak bovendien de eerste ontmoetingsplaats van de D.C. Blues Society.
Zijn nalatenschap
Archie Edwards overleed op 18 juni 1998, 79 jaar oud. Na zijn overlijden richtten bevriende muzikanten de Archie Edwards Blues Heritage Foundation op.
Die organisatie zet zijn werk voort met concerten, workshops en vooral de bekende zaterdagse bluesjams. De organisatie bestaat nog steeds en richt zich expliciet op het bewaren van de akoestische Piedmont-bluestraditie.
Archie Edwards is een prachtig voorbeeld van een bluesmuzikant bij wie de muziek en de ontmoetingsplek bijna niet van elkaar te scheiden zijn. Hij was niet iemand die vanaf zijn twintigste een grote platenster was. Hij werkte jarenlang als gewone arbeider, chauffeur, beveiliger en kapper. Pas relatief laat kreeg hij internationale erkenning.
Zijn kapperszaak werd uiteindelijk net zo belangrijk als zijn platen: muzikanten kwamen er samen, speelden muziek en gaven de traditie door aan de volgende generatie.


David "Honeyboy" Edwards
David “Honeyboy” Edwards
David "Honeyboy" Edwards (1915–2011) was een van de laatste grote oorspronkelijke Delta-bluesmannen. Hij was gitarist, zanger, songwriter en vooral een levende verbinding tussen de vroege Mississippi Delta-blues en de latere elektrische Chicago-blues. Hij werd geboren op 28 juni 1915 in Shaw, Mississippi, en overleed op 29 augustus 2011 in Chicago, 96 jaar oud.
Zijn jeugd
Edwards groeide op in een muzikaal gezin. Zijn vader, Henry Edwards, speelde gitaar en viool bij plaatselijke dansfeesten. Als jongen pakte David steeds de gitaar van zijn vader op. Zijn eerste eigen gitaar kreeg hij als tiener.
Een belangrijke ontmoeting kwam met Big Joe Williams. Als tiener ging Edwards met Williams op pad en leerde hij het harde bestaan van een rondreizende bluesmuzikant kennen. Hij trok vervolgens jarenlang door het zuiden van de Verenigde Staten.
Hij kende de grote Delta-bluesmannen
Dat maakt Honeyboy Edwards zo interessant voor de bluesgeschiedenis. Hij maakte persoonlijk kennis met verschillende pioniers van de Delta-blues, onder anderen:
Charley Patton
Tommy Johnson
Robert Johnson
Tommy McClennan
Big Joe Williams
Sonny Boy Williamson
Little Walter
Big Walter Horton
Hij speelde bovendien langere tijd met Robert Johnson. Edwards vertelde later uitgebreid over zijn ontmoetingen met Johnson en over de laatste avond van Johnsons leven. Hij geldt daardoor als een belangrijke ooggetuige van de vroege Delta-blues.
De opname uit 1942
Een bijzonder moment kwam in 1942, toen folklorist Alan Lomax Edwards opnam voor de Library of Congress. Lomax legde vijftien liederen en verhalen van Edwards vast.
Dat is belangrijk omdat Edwards vooral een zogenaamde “walking musician” was: hij verdiende zijn geld door rond te reizen en overal te spelen waar hij publiek kon vinden. Hij was daardoor jarenlang veel bekender als levende muzikant dan als platenartiest.
Van Mississippi naar Chicago
In 1945 ging Edwards met Little Walter richting Chicago, hoewel hij aanvankelijk nog regelmatig naar het zuiden terugkeerde. Vanaf het midden van de jaren vijftig vestigde hij zich definitief in Chicago.
Daar kwam hij terecht in de wereld van de elektrische blues. Hij werkte onder anderen met Muddy Waters, Howlin' Wolf, Magic Sam, Sunnyland Slim, Walter Horton en andere bekende Chicago-bluesmuzikanten.
Zijn stijl bleef echter sterk geworteld in de akoestische Delta-traditie: een stevige, ritmische gitaar, rauwe zang en veel ruimte voor spontane verhalen.
“Drop Down Mama”
Een van zijn bekendste vroege opnamen is “Drop Down Mama”, opgenomen voor Chess in Chicago. De opname werd aanvankelijk geen grote hit en Edwards bleef lange tijd relatief onbekend bij het grote platenpubliek.
Dat veranderde later. Tijdens de blues- en folkrevival van de jaren zestig kreeg hij opnieuw aandacht en begon hij veelvuldig op festivals te spelen.
Michael Frank en een nieuwe carrière
Een belangrijke persoon in zijn latere carrière was bluesliefhebber en mondharmonicaspeler Michael Frank, die Edwards in 1972 ontmoette.
In 1976 vormden zij de Honeyboy Edwards Blues Band. Frank hielp Edwards bovendien een nieuw publiek te bereiken via het platenlabel Earwig. Daardoor kreeg Honeyboy vanaf de jaren zeventig een tweede carrière.
Belangrijke albums
Voor jouw bluesprogramma zijn onder andere deze albums interessant:
Old Friends – 1979
Met onder anderen Sunnyland Slim, Big Walter Horton, Floyd Jones en Kansas City Red.
Crawling Kingsnake – 1997
Een verzameling opnamen uit verschillende periodes.
The World Don't Owe Me Nothing – 1997
Een bijzonder interessant album vanwege Edwards' verhalen en autobiografische karakter.
Mississippi Delta Bluesman – Smithsonian Folkways, 2001
Een uitstekende kennismaking met zijn akoestische stijl. Smithsonian beschrijft het album als een muzikale verbinding tussen de Mississippi Delta en de elektrische Chicago-blues.
Last of the Great Mississippi Delta Bluesmen: Live in Dallas – 2007
Met onder anderen Henry Townsend en Pinetop Perkins.
Grammy en National Heritage Fellow
Edwards kreeg in 2002 de prestigieuze NEA National Heritage Fellowship, een belangrijke Amerikaanse onderscheiding voor traditionele kunstenaars.
In 2007 won hij samen met Henry Townsend een Grammy voor Best Traditional Blues Album voor Last of the Great Mississippi Delta Bluesmen: Live in Dallas.
In 2010 ontving hij bovendien een Grammy Lifetime Achievement Award.
Een muzikant die bijna een eeuw bluesgeschiedenis meemaakte
Het bijzondere aan Honeyboy Edwards is niet alleen zijn muziek. Hij maakte de geschiedenis zelf mee.
Hij begon in het landelijke Mississippi toen de Delta-blues nog voornamelijk mondeling werd doorgegeven. Vervolgens zag hij de opkomst van Chicago-blues, de folkrevival, de bluesfestivals en uiteindelijk de hernieuwde belangstelling voor traditionele blues.
Hij bleef optreden tot op zeer hoge leeftijd. Zijn laatste publieke optredens waren in april 2011 in Clarksdale, enkele maanden voor zijn overlijden.
Kort gezegd: David “Honeyboy” Edwards was veel meer dan alleen een goede bluesgitarist. Hij was een van de laatste directe getuigen van de generatie waarin de Delta-blues ontstond, en zijn lange leven vormt bijna een complete geschiedenis van de ontwikkeling van de Amerikaanse blues.
Robert "Big Mojo" Elem
Robert “Big Mojo” Elem was een bijzondere, maar relatief weinig bekende figuur uit de Chicago-blues. Hij was vooral bassist, zanger en entertainer en stond meer dan veertig jaar op de podia van Chicago.
Robert “Big Mojo” Elem
Geboren: 22 januari 1928, Itta Bena, Mississippi
Overleden: 5 februari 1997, Chicago, Illinois
Instrumenten: elektrische bas, gitaar
Stijlen: Chicago blues, electric blues
Actief: vanaf circa 1948 tot 1997
Van Mississippi naar Chicago
Elem groeide op in de Mississippi-delta, een omgeving waar de blues overal aanwezig was. Als jonge muzikant leerde hij door naar andere muzikanten te kijken. Onder anderen Robert Nighthawk en de jonge Ike Turner hadden invloed op zijn gitaarspel. Rond zijn twintigste verhuisde hij naar Chicago.
Aanvankelijk speelde hij rhythm-gitaar bij onder meer Arthur “Big Boy” Spires en Lester Davenport. In de jaren vijftig waren er echter zoveel gitaristen die werk zochten in de clubs dat Elem besloot over te stappen op elektrische bas. Dat bleek een belangrijke beslissing voor zijn verdere carrière.
Samen met Freddie King
Een bijzonder hoofdstuk was zijn samenwerking met een nog jonge Freddie King. In 1956 vormde Elem een band met harmonicaspeler Earl Payton en Freddie King als leadgitarist.
Elem speelde bas op de eerste plaatopnamen van Freddie King voor het El-Bee-label, waaronder “Country Boy” en “That's What You Think”. Nadat King zich als bandleider ontwikkelde, bleef Elem gedurende een aantal jaren met hem samenwerken.
Een zeer veelzijdige begeleider
In de clubs van Chicago werkte Big Mojo Elem vervolgens met een indrukwekkende reeks bluesmuzikanten. Tot degenen met wie hij speelde behoren:
Freddie King
Magic Sam
Junior Wells
Shakey Jake Harris
Jimmy Dawkins
Luther Allison
Otis Rush
Arthur “Big Boy” Spires
Lester “Mad Dog” Davenport
Vooral op de West Side van Chicago was hij jarenlang een vertrouwd gezicht in de bluesclubs.
Zijn bijzondere basstijl
Elem was geen bassist die simpelweg de traditionele walking-basslijnen speelde. Zijn stijl was opvallend omdat hij vaak werkte met enkele, krachtige noten en herhalende grooves. Daardoor kreeg zijn basspel een sterk juke-jointgevoel.
Ook zijn stem was opmerkelijk. Hij had een relatief hoge, krachtige zangstem, die sterk contrasteerde met zijn grote verschijning en zijn stevige baswerk.
En Big Mojo was bovendien een echte showman. Volgens de beschrijving bij zijn Storyville-album was hij een geboren entertainer die met humor, beweging en toneelspel het publiek wist te vermaken.
“Mojo Boogie”
Hoewel Elem tientallen jaren professioneel actief was, maakte hij opvallend weinig eigen plaatopnamen.
Zijn belangrijkste eigen album is Mojo Boogie, opgenomen in 1978. Hij werd daarop begeleid door:
Willie James Lyons – gitaar
Wayne Bennett – gitaar
Freddie Below – drums
Big Mojo Elem – zang en bas
Het album bevat onder andere “Drawing on Dry Land”, “Every Night and Every Day”, “Black Nights”, “Talk to Your Daughter”, “Mojo Boogie”, “Hide Away” en “Long Meter Stomp”.
Een mooie bijzonderheid is dat “Mojo Boogie” teruggrijpt op het nummer van J.B. Lenoir. Elem werd later vooral bekend om zijn eigen uitvoering van dat nummer.
Live-opnamen uit de jaren zeventig
Voor wie Big Mojo echt wil horen zoals hij in de clubs klonk, zijn de live-opnamen misschien nog interessanter dan zijn studioalbum.
Op 12 oktober 1977 werd hij live opgenomen in de Golden Slipper in Chicago. De bezetting bestond uit Big Mojo Elem, Willie James Lyons, Wayne Bennett en drummer Freddie Below. Deze opnamen bevatten onder andere “Drowning on Dry Land”, “Black Nights”, “Red Light”, “Mojo Boogie”, “Living in Paradise” en het bijna twaalf minuten durende “Long Meter Stomp”.
Waarom hij interessant is voor de Chicago-blues
Big Mojo Elem is vooral interessant omdat hij de overgang van de oudere Mississippi-blues naar de elektrische Chicago-clubblues mooi vertegenwoordigt. Hij begon als gitarist die de oudere generatie bluesmannen bestudeerde, maar werd uiteindelijk een bassist die een belangrijke rol speelde achter een nieuwe generatie elektrische bluesartiesten.
Hij was dus niet zozeer een grote hitmaker, maar eerder een muzikant die jarenlang de Chicago-bluesmachine draaiende hield: bassist, zanger, begeleider én entertainer.


Margie Evans
Margie Evans – een krachtige stem uit Louisiana
Margie Evans, geboren als Marjorie Ann Johnson op 17 juli 1939 in Shreveport, Louisiana, was een Amerikaanse blues- en gospelzangeres, songwriter en bluesactiviste. Ze overleed op 19 maart 2021, 81 jaar oud. Haar carrière besloeg meer dan een halve eeuw en liep van gospel en R&B tot soul en uiteindelijk vooral blues.
Jeugd en gospel
Evans groeide op met gospelmuziek. Ze verhuisde in de jaren vijftig naar Los Angeles en zong aanvankelijk vooral kerkelijke muziek. In Los Angeles werkte ze onder andere met Billy Ward en later met het orkest van Ron Marshall.
Een belangrijke wending kwam toen ze werd voorgesteld aan bandleider Johnny Otis. Toen Otis haar vroeg blues te zingen, antwoordde ze volgens haar eigen herinnering dat ze vooral een "church person" was. Hij liet haar Goin' Down Slow zingen en zag onmiddellijk haar mogelijkheden als blueszangeres.
Johnny Otis Show
Rond 1969/1970 werd Evans onderdeel van de Johnny Otis Show. Ze toerde met de band en verscheen op belangrijke live- en studio-opnamen, waaronder:
Cuttin' Up
The Johnny Otis Show Live at Monterey!
Tijdens haar periode bij Otis kreeg ze bovendien ervaring naast artiesten uit de blues-, R&B- en jazzwereld.
Solocarrière
In 1973 begon haar solocarrière echt vorm te krijgen. Haar muziek uit de jaren zeventig had een duidelijke verbinding met soul, funk en R&B.
Een van haar bekendste nummers werd:
"Good Feeling" – 1973
Het nummer bereikte plaats 55 in de Amerikaanse Billboard R&B-hitlijst. In 1977 volgde:
"Good Thing Queen (Part 1)"
Dat nummer kwam tot nummer 47 op de R&B-hitlijst.
Andere interessante singles zijn onder meer "Twenty Nine Ways", "When I Make Love", "Waterfalls" en "You Are to Me". Bij verschillende producties werkte ze samen met belangrijke figuren zoals Willie Dixon, Monk Higgins en Al Bell.
Samenwerking met Bobby "Blue" Bland
Evans was niet alleen zangeres maar ook songwriter. Ze werkte samen met Bobby "Blue" Bland en schreef samen met hem onder andere "Soon As the Weather Breaks". Bland bracht het nummer in 1980 uit; het bereikte nummer 76 op de Amerikaanse R&B-lijst.
Terug naar de blues
In de jaren tachtig verschoof haar muzikale nadruk steeds meer richting de traditionele blues.
Ze trad op tijdens grote bluesfestivals en maakte meerdere tournees door Europa. Ze nam deel aan het American Folk Blues Festival in 1981, 1982 en 1985. Dat maakte haar ook bij het Europese bluespubliek bekend.
In 1983 kreeg Evans van de Blues Foundation de Keepin' the Blues Alive Award, als erkenning voor haar bijdrage aan het in stand houden en promoten van de blues.
Belangrijke albums
Voor jouw bluesprogramma zijn vooral deze albums interessant:
Jaar Album
1982 Mistreated Woman
1983 Another Blues Day
1990 Too Late Rising Sun
1996 Blues Classics
1996 Drowning in the Sea of Love
Mistreated Woman en Another Blues Day verschenen op het Duitse L+R Records, een label dat nauw verbonden was met Horst Lippmann en Fritz Rau en de Europese bluesfestivals.
Philipp Fankhauser
Een bijzonder hoofdstuk in haar latere carrière was haar samenwerking met de Zwitserse bluesmuzikant Philipp Fankhauser. Evans werkte met hem samen vanaf het einde van de jaren tachtig en verscheen onder andere op Blues for the Lady.
Veel later stonden ze opnieuw samen op het podium. In 2015 en 2016 trad Evans als gast op bij Fankhauser in Zwitserland. De optredens resulteerden onder andere in het album ** Unplugged – Live at Mühle Hunziken (2016)**.
Meer dan alleen een zangeres
Evans zette zich ook sterk in voor de blues als cultuur en voor haar gemeenschap in Los Angeles. Ze hielp mee aan de oprichting van de Southern California Blues Society en hield zich bezig met blueseducatie en het doorgeven van de geschiedenis van de muziek.
Ze was bovendien kritisch over stereotypen rond Afro-Amerikaanse bluesmuzikanten. In een interview met de Los Angeles Times sprak ze zich nadrukkelijk uit tegen het clichébeeld van de zwarte bluesmuzikant als arme, ongeletterde alcoholist.
Invloeden
Tot haar belangrijkste muzikale invloeden worden onder andere gerekend:
Bessie Smith
Ma Rainey
Big Maybelle
Big Mama Thornton
Je hoort bij Evans daardoor een krachtige, expressieve zangstijl die rechtstreeks aansluit bij de traditie van de klassieke vrouwelijke blueszangeressen.
The Fabulous Thunderbirds
The Fabulous Thunderbirds zijn een Amerikaanse blues-, rhythm-and-blues- en rock-'n-rollband uit Austin, Texas, opgericht in 1974. Ze werden vooral bekend door hun energieke mix van Texas blues, Chicago blues, R&B, swamp blues en rock-'n-roll.
🎸 Het begin
De groep ontstond rond twee belangrijke muzikanten:
Jimmie Vaughan – gitaar
Kim Wilson – zang en mondharmonica
Keith Ferguson – bas
Mike Buck – drums
Jimmie Vaughan was de oudere broer van bluesgitarist Stevie Ray Vaughan. Kim Wilson was een groot liefhebber van oudere blues en werd sterk beïnvloed door onder anderen Little Walter, James Cotton, Muddy Waters, Jimmy Reed, Lazy Lester en George “Harmonica” Smith.
De T-Birds werden al snel een vaste attractie bij Antone's in Austin, het beroemde bluescafé van Clifford Antone. Daar begeleidden ze ook blueslegendes die door Austin kwamen, waaronder Buddy Guy, Otis Rush en Sunnyland Slim. Dat maakte de band bijzonder goed in het spelen van authentieke blues.
💿 De eerste platen
Hun eerste album, The Fabulous Thunderbirds, verscheen in 1979. Daarna volgden onder meer:
What's the Word – 1980
Butt Rockin' – 1981
T-Bird Rhythm – 1982
Deze vroege platen zijn interessant als je vooral van rauwe blues, R&B en oude jukeboxmuziek houdt. De band speelde niet de gepolijste bluesrock die later populair werd, maar een stevige, dansbare stijl die sterk terugging naar de jaren 40 en 50.
🔥 De grote doorbraak: Tuff Enuff
Het grote succes kwam in 1986 met het album Tuff Enuff.
De titelsong “Tuff Enuff” werd hun grootste hit en bereikte nummer 10 in de Billboard Hot 100. Ook “Wrap It Up” werd een bekende hit. De combinatie van blues, soul, R&B en een moderne jaren-80-productie bracht de band naar een veel groter publiek. Het album werd uiteindelijk platina in de Verenigde Staten.
🎷 Kim Wilson
Kim Wilson is eigenlijk het muzikale gezicht van de T-Birds geworden. Zijn mondharmonicaspel is sterk geworteld in de klassieke bluestraditie, maar hij combineert dat met een rauwe, soulvolle zangstem.
Een mooi detail: Muddy Waters noemde Wilson zijn favoriete harmonicaspeler en zanger. Wilson had bovendien persoonlijk contact met verschillende oudere bluesmuzikanten en nam hun speelstijl zeer serieus.
🎸 Jimmie Vaughan vertrekt
Na de succesvolle jaren 80 veranderde de bezetting sterk. Jimmie Vaughan verliet de Fabulous Thunderbirds rond 1990 om zich verder op zijn solocarrière te richten. Hij had kort daarvoor samen met zijn broer Stevie Ray het album Family Style opgenomen.
Vanaf dat moment werd Kim Wilson de centrale figuur binnen de groep. De T-Birds bleven bestaan met verschillende muzikanten en bleven vooral als live-bluesband actief.
🎵 Hun muzikale stijl
Voor jouw bluesprogramma is vooral hun vroege werk interessant. Je hoort invloeden uit:
Texas blues → Chicago blues → swamp blues → jump blues → R&B → rock-'n-roll
Ze hadden een bijzondere voorliefde voor artiesten als Slim Harpo en Lazy Lester. Daardoor klinkt een deel van hun muziek bijna alsof een oude jaren-50-bluesplaat opnieuw is opgenomen, maar dan met veel meer energie.
⭐ Een interessante verbinding met Stevie Ray Vaughan
De Fabulous Thunderbirds zijn bovendien belangrijk in de geschiedenis van de Texas blues revival van de jaren 80. De band hielp de Austin-bluesscene landelijk onder de aandacht te brengen, in dezelfde bredere muziekomgeving waarin later Stevie Ray Vaughan & Double Trouble doorbraken.
De band is overigens nog steeds actief rond Kim Wilson; recente bronnen noemen onder meer het album Struck Down uit 2024.


Turner Foddrell
Turner Foddrell (1928–1995) was een Amerikaanse Piedmont-bluesgitarist, zanger en songwriter uit Virginia. Hij is vooral interessant voor liefhebbers van de oude, akoestische blues omdat zijn muziek sterk verbonden bleef met de lokale tradities van het Virginia Piedmont-gebied en de Blue Ridge Mountains.
🎸 Turner Foddrell
Foddrell werd geboren op 22 juni 1928 in Stuart, Patrick County, Virginia. Hij kwam uit een zeer muzikale familie. Zijn vader Posey Foddrell speelde onder meer fiddle, mandoline, piano, banjo en gitaar. Turner leerde daardoor al jong verschillende vormen van traditionele muziek kennen.
Hij speelde voornamelijk akoestische gitaar en ontwikkelde een stijl waarin Piedmont-blues werd gecombineerd met oudere mountain dance music, country, ragtime en traditionele zwarte volksmuziek. Zijn gitaarspel maakte gebruik van de typische afwisselende baslijnen en syncopische fingerpicking van de Piedmont-stijl.
👬 The Foddrell Brothers
Turner werd vooral bekend samen met zijn oudere broer Marvin Foddrell (1924–1986). Opmerkelijk is dat de broers jarenlang helemaal geen professionele muzikanten waren. Turner had in Stuart een winkel met een tankstation en speelde vooral tijdens plaatselijke bijeenkomsten en jamsessies.
In de jaren zeventig werden de broers ontdekt door een lokale diskjockey die hen tijdens zo'n spontane jamsessie hoorde spelen. Daarna volgden optredens op onder andere het Blue Ridge Folk Festival, het National Folk Festival en het Smithsonian Folklife Festival.
Een mooie illustratie van hun repertoire is "I Got a Woman", een uitvoering van het nummer van Ray Charles. De Foddrells konden dus moeiteloos traditionele blues combineren met moderner rhythm-and-bluesmateriaal.
🎶 "Railroad Bill"
Een belangrijk nummer in Turners repertoire was "Railroad Bill". Hij nam het in 1977 op in Stuart, met zichzelf op zang en gitaar. Hij had deze versie geleerd van zijn vader Posey.
Ook "Going Up to the Country" is interessant. Dit was één van de nummers die Turner zelf ontwikkelde. De opname uit 1977 laat goed horen hoe hij blues combineerde met oudere volksmuzikale elementen en zelfs scat-achtige zang.
Andere nummers die met Turner worden geassocieerd zijn onder meer:
Railroad Bill
Going Up to the Country
Slow Drag
I Got a Woman
I'll Be Coming Home Every Saturday Night
🇳🇱 Een bijzondere Nederlandse connectie
The Original Blues Brothers van Marvin & Turner Foddrell werd op 8 en 9 november 1981 opgenomen in Groningen, Nederland. Het album verscheen vervolgens in 1984 bij het Nederlandse Swingmaster Records.
Hun twee belangrijkste commerciële albums waren:
Jaar Album Artiest
1983 Patrick County Rag The Foddrell Brothers
1984 The Original Blues Brothers Marvin & Turner Foddrell
👨👦 Turner en zijn zoon Lynn
Na het overlijden van Marvin in 1986 ging Turner verder optreden met zijn zoon Lynn Foddrell. Vader en zoon werden samen belangrijke vertegenwoordigers van de Virginia Piedmont-traditie.
In 1991–1992 maakten Turner en Lynn bovendien deel uit van de Virginia Piedmont Guitarists Tour, samen met onder anderen John Cephas, John Jackson en Daniel Womack.
Turner Foddrell overleed op 31 januari 1995 in Blacksburg, Virginia, op 66-jarige leeftijd.
📻 Waarom Turner Foddrell bijzonder is
Turner is vooral interessant omdat hij een soort muzikale brug vormt tussen verschillende Amerikaanse tradities:
Piedmont blues → ragtime → country → mountain music → gospel → songster-traditie
Hij was geen bluesster in de commerciële betekenis van het woord. Zijn betekenis ligt juist in het feit dat hij een lokale, mondeling overgeleverde muziekcultuur jarenlang bleef spelen en uiteindelijk voor folkloristen, festivals en platenmaatschappijen werd vastgelegd. De Smithsonian beschreef de Foddrells ook binnen de bredere traditie van zwarte seculiere muziek uit Virginia, waarin blues, country, dansmuziek en banjo- en gitaartradities samenkomen.
Forest City Joe
Forest City Joe
Forest City Joe was de artiestennaam van Joe Bennie Pugh (1926–1960), een Amerikaanse blueszanger en vooral een uitstekende harmonicaspeler uit Arkansas. Hij is tegenwoordig vooral bekend bij liefhebbers van vroege Chicago blues, country blues en bluesharp.
Jeugd en muzikale ontwikkeling
Joe Pugh werd geboren op 10 juli 1926 in de omgeving van Hughes, Arkansas. Hij groeide op op een katoenboerderij en leerde zichzelf harmonica spelen. Zijn grote voorbeeld was John Lee "Sonny Boy" Williamson, wiens harmonicaspel en zangstijl hij aanvankelijk sterk imiteerde.
In de jaren veertig trok hij door Arkansas en later door het zuiden van de Verenigde Staten. Hij speelde onder andere samen met Big Joe Williams. Rond 1947 nam hij de naam Forrest City Joe aan, ontleend aan het nabijgelegen Forrest City.
Chicago en Muddy Waters
Eind jaren veertig kwam Joe in Chicago terecht. Daar bouwde hij een reputatie op als bluesharpist en maakte hij deel uit van de vroege muziekomgeving rond Muddy Waters. Waters noemde hem later een "great harp player".
Zijn stijl was echter wat landelijker en rauwer dan de elektrische Chicago blues die in die periode steeds populairder werd. Dat maakt zijn muziek juist interessant: je hoort een duidelijke verbinding tussen de rurale blues van Arkansas/Mississippi en de zich ontwikkelende Chicago blues.
De Aristocrat-opnamen van 1948
Op 2 december 1948 nam Forest City Joe in Chicago acht nummers op voor Aristocrat Records, het label dat later onderdeel werd van de Chess-traditie. Hij zong en speelde harmonica; de gitarist wordt meestal geïdentificeerd als J.C. Cole.
De bekendste plaat daarvan werd:
Memory of Sonny Boy
A Woman on Every Street
Deze single verscheen in 1949. Memory of Sonny Boy was duidelijk een eerbetoon aan zijn grote voorbeeld, John Lee "Sonny Boy" Williamson, die in juni 1948 was vermoord.
Andere nummers uit deze sessie waren onder meer Special Delivery Man, Shady Lane Woman, Sawdust Bottom, Ash Street Boogie, Mean Mistreatin' Woman en Lonesome Day Blues. Een aantal daarvan bleef jarenlang ongepubliceerd.
Terug naar Arkansas
Na zijn Chicago-periode keerde Joe terug naar Arkansas. Hij speelde nog regelmatig, maar zijn muzikale carrière kwam niet echt van de grond. In 1955 trok hij zich grotendeels terug uit de muziekscene en werkte hij overdag als landarbeider. In het weekend trad hij soms op, onder andere met Willie Cobbs.
Alan Lomax ontdekt hem opnieuw
Een bijzonder hoofdstuk kwam in 1959. Folklorist Alan Lomax en Shirley Collins waren in Arkansas bezig met hun opnamen voor de Southern Folk Heritage Series. Zij vonden Forest City Joe terug en namen hem op 1 oktober 1959 op in Hughes, Arkansas.
Deze opnamen zijn zeer belangrijk, omdat Joe hier veel vrijer en persoonlijker klinkt dan op zijn oude Aristocrat-sessie.
Hij werd vastgelegd met onder andere gitarist Oliver Lee "Sonny Boy" Rogers en drummer Thomas Martin of Darnel Walker. Sommige stukken speelde hij solo.
Mooie voorbeelden zijn:
Levee Camp Reminiscence
Train Time
Drink on Little Girl
She Don't Love Me That Way
Stop Breaking Down
Forest City Jump
Red Cross Store
She Lived Her Life Too Fast
De muziek uit 1959 klinkt veel meer als rurale Delta/Arkansas-blues, met zijn harmonica en zang centraal.
Tragisch einde
Zijn hernieuwde belangstelling voor muziek kwam helaas veel te laat. Forest City Joe overleed op 3 april 1960, slechts 33 jaar oud. Hij kwam om het leven bij een verkeersongeval in Arkansas. Daarmee kwam een carrière die mogelijk opnieuw richting Chicago zou gaan abrupt ten einde.
Waarom hij interessant is voor bluesliefhebbers
Forest City Joe is vooral interessant omdat hij een soort schakel tussen verschillende blueswerelden vormt:
Arkansas country blues → Big Joe Williams → vroege Chicago blues → terug naar Arkansas → Alan Lomax-opnamen
Zijn harmonicaspel was sterk gebaseerd op Sonny Boy Williamson, maar zijn latere opnamen laten horen dat hij zich had ontwikkeld tot een veel persoonlijkere bluesartiest.
Voor jouw bluesprogramma zou ik vooral "Memory of Sonny Boy", "Ash Street Boogie", "Train Time", "Drink on Little Girl" en "Stop Breaking Down" naast elkaar zetten. Dan hoor je heel mooi het verschil tussen de jonge Forest City Joe uit 1948 en de veel rijpere, meer landelijke muzikant uit 1959.


"Baby Face" Leroy Foster
🎸 “Baby Face” Leroy Foster
“Baby Face” Leroy Foster (1923–1958) was een Amerikaanse blueszanger, gitarist en drummer die een belangrijke, maar tegenwoordig relatief onderbelichte rol speelde bij het ontstaan van de elektrische Chicago blues. Hij werkte nauw samen met onder anderen Muddy Waters, Little Walter, Jimmy Rogers en Sunnyland Slim.
🧒 Van Mississippi naar Chicago
Foster werd geboren in Algoma, Mississippi, in 1923. Rond het midden van de jaren veertig verhuisde hij naar Chicago, zoals veel bluesmuzikanten uit het zuiden. Daar kwam hij terecht in de bloeiende clubs en kroegen waar de Mississippi-blues steeds meer elektrisch werd versterkt.
Hij was bijzonder omdat hij zowel gitaar als drums speelde en bovendien zong. Daardoor kon hij in verschillende bezettingen functioneren en werd hij een veelgevraagde begeleider.
⚡ The Headhunters
Foster werd een van de oorspronkelijke leden van de informele groep die bekendstond als de Headhunters. Tot de kring rond deze muzikanten behoorden onder meer Muddy Waters, Jimmy Rogers en Little Walter.
De naam sloeg op hun gewoonte om clubs binnen te lopen en, wanneer een andere band klaar was, het podium over te nemen voor een muzikale "cutting contest".
Deze groep was belangrijk voor de ontwikkeling van de rauwe, elektrische Chicago-blues die begin jaren vijftig zijn definitieve vorm zou krijgen.
🎤 Samen met Muddy Waters
Foster werkte nauw samen met Muddy Waters tijdens diens vroege Chicago-periode. Waters gebruikte hem zowel als gitarist als drummer.
Een mooi voorbeeld is “Muddy Jumps One”, waarop Foster samen met Waters te horen is. Foster speelde daarnaast mee op verschillende vroege Waters-opnamen voor Aristocrat, het label dat later zou uitgroeien tot Chess Records.
Ook bij sessies met Little Walter was Foster aanwezig. Op “Blue Baby” horen we bijvoorbeeld Little Walter met Sunnyland Slim, Muddy Waters en Leroy Foster.
🔥 “Rollin' and Tumblin'”
Een van de beroemdste momenten uit Fosters carrière kwam in 1950, toen hij voor het kleine Parkway-label opnam.
Hij nam daar onder andere “Rollin' and Tumblin'” op. De bezetting was bijzonder krachtig:
Leroy Foster – zang en drums
Muddy Waters – slidegitaar
Little Walter – mondharmonica
Jimmy Rogers – op enkele stukken gitaar
De uitvoering was bijzonder rauw en primitief: zang, dreunende drums, slidegitaar en mondharmonica.
De opname trok bovendien de aandacht van Leonard Chess, omdat Muddy Waters exclusief voor Chess/Aristocrat werkte. Waters maakte vervolgens zijn eigen versie van “Rollin' and Tumblin'”.
🎶 Zijn eigen platen
Foster maakte relatief weinig platen als leider, maar enkele daarvan zijn zeer interessant voor liefhebbers van vroege Chicago blues.
Belangrijke titels zijn:
“My Head Can't Rest Anymore”
“Take A Little Walk With Me”
“Boll Weevil”
“Red Headed Woman”
“Blue Is Killin' Me”
“Pet Rabbit”
“Louella”
“Rollin' and Tumblin'”
Zijn eerste eigen opnamen verschenen eind jaren veertig; in 1950 nam hij onder andere voor J.O.B. en Parkway op.
Een interessante plaat is “My Head Can't Rest Anymore / Take A Little Walk With Me”, opgenomen met Snooky Pryor op harmonica en Alfred Elkins op bas.
🥁 Een bijzondere muzikant
Wat Foster extra interessant maakt, is dat hij soms meerdere functies tegelijk kon vervullen. Hij kon bijvoorbeeld gitaar spelen en tegelijkertijd de basdrum en hi-hat met zijn voeten bedienen. Daardoor kon hij als éénmans-ritmesectie functioneren.
Zijn zang was eveneens opvallend: rauw, direct en sterk geworteld in de traditionele Mississippi-blues, maar aangepast aan het luidere elektrische clubgeluid van Chicago.
💿 Een echte sessiemuzikant
Foster is op veel meer platen te vinden dan zijn eigen kleine discografie doet vermoeden. Hij werkte onder meer mee aan opnamen van:
Muddy Waters, Little Walter, Sunnyland Slim, Snooky Pryor, J.B. Lenoir, Mildred Richards en anderen.
Daarom is hij voor de geschiedenis van de Chicago blues eigenlijk belangrijker dan zijn relatief kleine aantal platen als bandleider doet vermoeden.
⚰️ Veel te vroeg overleden
Leroy Foster overleed op 26 mei 1958 in Chicago, slechts 35 jaar oud.
Zijn carrière duurde daardoor nauwelijks meer dan tien jaar. Hij maakte de grote internationale doorbraak van de Chicago blues niet meer mee.
Guitar Pete Franklin
Guitar Pete Franklin
Guitar Pete Franklin, geboren als Edward Lamonte Franklin, was een Amerikaanse blueszanger, gitarist en pianist uit Indianapolis, Indiana. Hij werd geboren op 16 januari 1928 en overleed op 31 juli 1975, slechts 47 jaar oud.
Hoewel zijn bijnaam Guitar Pete anders doet vermoeden, was Franklin minstens zo interessant als pianist als als gitarist. Zijn muziek vormt een mooie verbinding tussen de oudere Indianapolis-blues van de jaren dertig en de elektrische Chicago-blues van de jaren veertig en vijftig.
Zijn muzikale jeugd
Franklin groeide op in een zeer muzikale omgeving. Zijn moeder, Flossie Franklin, kende verschillende belangrijke muzikanten uit Indianapolis. Leroy Carr verbleef zelfs enige tijd bij de familie Franklin. Daardoor kwam de jonge Pete al vroeg rechtstreeks in aanraking met de pianoblues van Carr.
Op ongeveer 11-jarige leeftijd begon hij gitaar te spelen. Hij leerde veel door te luisteren naar gitaristen die bij zijn ouderlijk huis langskwamen, onder wie de beroemde Indianapolis-gitarist Scrapper Blackwell. Blackwells invloed is duidelijk terug te horen in Franklins gitaarspel.
Op piano ontwikkelde hij juist een stijl die sterk aan Leroy Carr deed denken.
Van Indianapolis naar Chicago
Na zijn militaire dienst trok Franklin naar Chicago, waar hij in contact kwam met een groot aantal bluesmuzikanten.
Zijn eerste bekende opname dateert uit 1947. Hij speelde gitaar voor St. Louis Jimmy Oden op diens opname Coming Up Fast. Daarmee begon een carrière waarin hij zowel als leider als begeleider actief zou zijn.
Hij werkte onder andere met:
St. Louis Jimmy Oden
Jazz Gillum
John Brim
Sunnyland Slim
Tampa Red
Dat maakt Franklin een interessante schakel tussen de Indianapolis- en Chicago-bluesscene.
Zijn eigen platen
In 1949 nam Franklin in Chicago materiaal onder zijn eigen naam op voor Victor. Daaruit kwamen onder andere:
“Casey Brown Blues”
“Down Behind the Rise”
Twee andere nummers uit dezelfde sessie, Mr. Charley en Naptown Blues, werden destijds niet uitgebracht.
Een bijzonderheid is dat Franklin niet alleen een traditionele akoestische bluesman was. Hij kon zijn gitaarspel aanpassen aan een elektrische Chicago-bluesbezetting, waardoor hij ook als begeleider zeer bruikbaar was.
Guitar Pete's Blues
Zijn belangrijkste eigen album kwam pas later.
In juli 1961 werd Franklin in Indianapolis opgenomen door Art Rosenbaum, samen met producer Kenneth S. Goldstein. De opnamen verschenen vervolgens op Bluesville Records als:
The Blues of Pete Franklin: Guitar Pete's Blues
Het album werd in 1963 uitgebracht en bevatte onder andere Franklins eigen compositie “Guitar Pete's Blues”.
De plaat is bijzonder omdat Franklin hier grotendeels teruggrijpt op de oudere bluestraditie. Naast eigen materiaal speelt hij nummers die verbonden zijn met onder anderen Leroy Carr, Curtis Jones, Doctor Clayton en Bumble Bee Slim.
Zijn uitvoering is relatief sober: zang, gitaar en piano, zonder grote band. Daardoor hoor je goed hoe sterk zijn individuele stijl was.
Een bijzondere combinatie van stijlen
Wat Guitar Pete Franklin interessant maakt, is dat je verschillende blueswerelden bij hem bij elkaar hoort komen:
Indianapolis blues
→ Scrapper Blackwell en Leroy Carr
Chicago blues
→ St. Louis Jimmy, Jazz Gillum, Sunnyland Slim, John Brim en Tampa Red
Oudere country/urban blues
→ de repertoirekeuze op zijn Bluesville-album
Zijn gitaarspel had een duidelijke Scrapper Blackwell-invloed, terwijl zijn pianospel dichter bij Leroy Carr stond. Tegelijk kon hij zich aanpassen aan de elektrische Chicago-stijl.
Zijn latere jaren
Na zijn Chicago-periode keerde Franklin terug naar Indianapolis. Hij combineerde zijn werk als muzikant met ander werk en bleef lokaal actief.
In de jaren zestig en zeventig hielp hij samen met andere oudere Indianapolis-bluesmuzikanten, waaronder Yank Rachell, om de blues aan een nieuwe generatie luisteraars door te geven.
Franklin overleed op 31 juli 1975 in Indianapolis. Zijn relatief vroege dood en het beperkte aantal opnamen hebben ertoe bijgedragen dat hij tegenwoordig veel minder bekend is dan bijvoorbeeld John Brim of Sunnyland Slim.
Kort samengevat: Guitar Pete Franklin was geen groot commercieel bluesster, maar wel een veelzijdige muzikant die gitaar, piano en zang combineerde en een belangrijke verbinding vormde tussen Leroy Carr/Scrapper Blackwell, de Indianapolis-blues en de Chicago-blues. Zijn kleine maar bijzondere oeuvre maakt hem vooral interessant voor liefhebbers die dieper in de bluesgeschiedenis willen duiken.


Calvin Frazier
Calvin Frazier – een vergeten pionier van de Detroit blues
Calvin H. Frazier was een Amerikaanse bluesgitarist, zanger en songwriter die een interessante verbinding vormt tussen de vooroorlogse Delta-blues en de naoorlogse Detroit blues. Hij werd geboren op 16 februari 1915 in Osceola, Arkansas, en overleed op 23 september 1972 in Detroit.
Hij is vooral interessant omdat hij in zijn jonge jaren nauw optrok met Robert Johnson en Johnny Shines, maar zelf nooit de bekendheid kreeg die deze twee namen later zouden krijgen.
🎸 Calvin Frazier en Robert Johnson
Rond 1930 trok Frazier samen met Johnny Shines naar Helena, Arkansas. Daar ontmoetten zij Robert Johnson. De drie muzikanten trokken vervolgens samen noordwaarts richting Detroit en traden daar onder meer op met gospel en blues. Later gingen Frazier en Johnson opnieuw naar het zuiden, waar ze onder andere samen speelden met drummer James "Peck" Curtis.
Dat maakt Frazier tot een bijzonder interessante figuur binnen de kring rond Robert Johnson. Hij was geen beroemde leerling of kopie van Johnson, maar een muzikale collega uit dezelfde vroege blueswereld.
🎙️ De opnamen van Alan Lomax
Een van de belangrijkste momenten in zijn carrière kwam in 1938, toen folklorist Alan Lomax Frazier in Detroit opnam voor de Library of Congress.
Een bekende opname uit die sessies is "Welfare Blues", waarop Frazier gitaar en zang verzorgt en Sampson Pittman tweede gitaar speelt. De opname werd op 1 november 1938 in Detroit gemaakt.
Andere nummers die uit deze periode afkomstig zijn:
This Old World's in a Tangle
Welfare Blues
Lily Mae
Highway 51
The Dirty Dozens
She's a Double Crossing Woman
Boogie Woogie
De oorspronkelijke Library of Congress-opnamen waren lange tijd moeilijk verkrijgbaar en een groot deel van Frazier's opgenomen werk bleef daardoor relatief onbekend.
🎵 Zijn gitaarstijl
Frazier had een zeer eigen stijl. Zijn spel combineerde slidegitaar, een rauwe country-bluesbenadering en een soms bijna raadselachtige manier van zingen. Zijn teksten en zangfrasering zijn op sommige opnamen moeilijk te verstaan.
Juist daardoor klinkt hij anders dan veel van zijn tijdgenoten. Zijn muziek heeft nog duidelijk de sfeer van de Mississippi/Arkansas-blues, maar tegelijkertijd hoor je al de ontwikkeling richting de stedelijke blues van Detroit.
🚗 Van Arkansas naar Detroit
Frazier verhuisde uiteindelijk definitief naar Detroit. Dat was belangrijk voor zijn verdere ontwikkeling als muzikant.
Detroit werd in de jaren veertig en vijftig een belangrijk centrum voor bluesmuzikanten die vanuit het zuiden naar het noorden trokken. De plaatselijke blues werd beïnvloed door de Delta-traditie, maar kreeg steeds meer een elektrisch en stedelijk karakter. De clubs rond Hastings Street en Black Bottom vormden een belangrijk centrum van de Detroit-bluesscene.
Frazier werkte daar onder andere met:
Big Maceo Merriweather
Sonny Boy Williamson II
Baby Boy Warren
T.J. Fowler
Boogie Woogie Red
Washboard Willie
Daarmee zat hij midden in de ontwikkeling van de naoorlogse Detroit blues.
💿 Opnamen na de oorlog
Frazier nam slechts sporadisch op. In 1949 verschenen opnamen op het kleine Alben-label, waaronder "Sweet Lucy (Drinking Women)" en "Be-Bop Boogie".
In 1951 volgden onder meer:
"I Need Love"
"Got Nobody to Tell My Troubles To"
"Rock House"
"Lillie Mae"
Daarna werkte hij als gitarist bij T.J. Fowler's jump-bluesband. In 1954 speelde hij onder meer mee met Baby Boy Warren. Zijn laatste studiosessies worden doorgaans rond 1956 geplaatst, toen hij onder andere Washboard Willie begeleidde.
⭐ "This Old World's in a Tangle"
Als je één nummer van Frazier wilt beluisteren om zijn stijl te leren kennen, is "This Old World's in a Tangle" een uitstekende keuze.
Het is bovendien historisch belangrijk: het behoort tot zijn vroegste opnamen. In 1993 verscheen een compilatiealbum met dezelfde titel, waardoor een deel van zijn oude werk opnieuw onder de aandacht kwam.
Ook de compilatie Detroit Blues: Blues from the Motor City 1938–1954 uit 2005 bevat negen van zijn originele opnamen.
🕯️ Een muzikant die bijna vergeten raakte
Ondanks zijn contacten met Robert Johnson, Johnny Shines en andere belangrijke bluesmuzikanten bleef Frazier grotendeels een lokale Detroit-muzikant. Hij trad jarenlang op, maar kreeg buiten Detroit weinig erkenning.
Hij overleed in 1972, slechts 57 jaar oud. Zijn graf was lange tijd zelfs on gemarkeerd. De Detroit Blues Society zette zich in 2009 in om daar verandering in te brengen; uiteindelijk werd een grafsteen geplaatst.
Dat maakt hem juist zo interessant. Hij was geen grote hitmaker, maar zijn opnamen geven een zeldzaam beeld van hoe de oude zuidelijke bluestraditie meeverhuisde naar het industriële noorden.
Denny Freeman
Denny Freeman (1944–2021)
Denny Freeman, geboren als Dennis Edward Freeman op 7 augustus 1944 in Orlando, Florida, was een Amerikaanse gitarist, pianist, organist en songwriter die een belangrijke rol speelde in de Texas-blues- en Austin-muziekscene. Hij overleed op 25 april 2021 in Austin, Texas, op 76-jarige leeftijd.
Wat Freeman bijzonder maakt, is dat hij niet alleen een bluesgitarist was. Hij zag zichzelf vooral als muzikant en bewoog zich gemakkelijk tussen blues, R&B, rock-'n-roll, jazz en instrumentale muziek.
🎸 De Austin-jaren
Freeman groeide op in Dallas en verhuisde in 1970 naar Austin. Daar kwam hij terecht in een muzikale kring waarin onder anderen Jimmie Vaughan, Doyle Bramhall, Paul Ray en later Stevie Ray Vaughan actief waren.
Een belangrijk hoofdstuk was The Cobras, waarin Freeman co-leadgitarist was. De jonge Stevie Ray Vaughan kwam later bij de groep. Freeman was daarmee een van de muzikanten die een belangrijke invloed vormden op de omgeving waarin Stevie Ray zijn stijl ontwikkelde.
Freeman was bovendien bereid om Stevie Ray als jonge muzikant ruimte te geven. Hij speelde zelf bijvoorbeeld piano wanneer een nummer maar één gitaar nodig had.
🎵 Antone's
Toen Antone's in Austin in 1975 opende, werd de club een belangrijk centrum voor de blues. Freeman werd een vaste waarde in de Antone's house band.
Hij begeleidde daar grote bluesnamen die naar Austin kwamen, waaronder Jimmy Reed, John Lee Hooker, Muddy Waters, Albert King, Walter Horton, Hubert Sumlin, Otis Rush en Jimmy Rogers.
Dat was bijzonder belangrijk voor de ontwikkeling van de Austin-bluesscene: jonge muzikanten als Freeman konden rechtstreeks spelen met de oudere generatie Afro-Amerikaanse bluesartiesten die zij bewonderden.
🎸 Freeman als gitarist
Zijn gitaarspel was minder gericht op virtuoos showen dan dat van bijvoorbeeld Stevie Ray Vaughan. Freeman stond bekend om zijn gevoel voor melodie, timing, toon en harmonie.
Hij speelde bovendien ook uitstekend piano en orgel. Die combinatie maakte hem tot een zeer veelzijdige begeleider.
Een mooi voorbeeld is zijn vroege eigen werk. Op Blues Cruise (1986) en Out of the Blue (1987) liet hij horen dat hij veel verder ging dan traditionele blues. De albums bevatten blues, rock, jazzachtige harmonieën en instrumentale stukken.
🤝 Samenwerking met Jimmie en Stevie Vaughan
Freeman had een langdurige band met de Vaughan-familie.
Met Jimmie Vaughan werkte hij onder andere aan Strange Pleasure en toerde hij na het verschijnen van dat album. Hij was ook betrokken bij de muziekwereld rond Stevie Ray Vaughan.
Interessant is dat Freeman mede schreef aan “BaBoom/Mama Said”, dat terechtkwam op Family Style, het album van The Vaughan Brothers.
🌴 Los Angeles en Taj Mahal
In 1992 verhuisde Freeman naar Los Angeles. Hij speelde daar onder andere met Jimmie Vaughan en werd vervolgens gitarist bij Taj Mahal and the Phantom Blues Band. Hij bleef tot ongeveer 2002 bij die formatie betrokken.
Een belangrijk resultaat daarvan was het livealbum Shoutin' in Key, waarvoor Taj Mahal en de Phantom Blues Band een Grammy Award wonnen.
🎤 Bob Dylan
Een verrassend hoofdstuk in zijn carrière was zijn samenwerking met Bob Dylan.
In 2005 werd Freeman gevraagd om met Dylan te repeteren. Hij werd vervolgens lid van Dylans band en speelde met hem tot augustus 2009.
Hij speelde onder andere gitaar op Dylans album Modern Times (2006).
Later maakte Freeman zelfs een volledig instrumentaal album met Dylan-composities:
Diggin' on Dylan (2012).
Daarop benaderde hij Dylans nummers vanuit zijn eigen instrumentale blues- en jazzachtige stijl.
💿 Belangrijkste eigen albums
Jaar Album
1986 Blues Cruise
1987 Out of the Blue
1997 A Tone for My Sins
2002/2006 Twang Bang
2012 Diggin' on Dylan
Zijn officiële catalogus bevat daarnaast diverse releases met The Cobras.
Een interessante recente uitgave is The Amazing Denny Freeman, waarin Blues Cruise en Out of the Blue opnieuw zijn uitgebracht, aangevuld met vroeg materiaal.
🎶 Met wie speelde hij nog meer?
Zijn lange lijst van samenwerkingen omvat onder andere:
Stevie Ray Vaughan
Jimmie Vaughan
Bob Dylan
Taj Mahal
Lou Ann Barton
Angela Strehli
Doyle Bramhall
James Cotton
Percy Sledge
Barry Goldberg
Doug Sahm
Albert King
Otis Rush
Jimmy Reed
Hij speelde bovendien mee op talloze albums als gitarist, pianist of organist.
🎸 Een echte "muzikant voor muzikanten"
Denny Freeman was nooit zo'n grote naam bij het grote publiek als Stevie Ray Vaughan of Bob Dylan. Binnen de Austin-muziekscene was zijn reputatie echter enorm. Hij werd door jongere muzikanten zelfs “The Professor” genoemd vanwege de manier waarop hij andere muzikanten hielp en begeleidde.
Daarom is Freeman voor een bluesprogramma bijzonder interessant: hij staat precies op het kruispunt van de oudere Texas-blues, de Austin-revival van de jaren 70/80 en de latere generatie rond Stevie Ray Vaughan.


Johnny Fuller
Johnny Fuller (1929–1985) was een interessante, maar tegenwoordig wat onderbelichte Amerikaanse blueszanger en gitarist. Hij wordt vooral gerekend tot de West Coast blues, maar zijn muziek liep ook over in rhythm & blues, gospel en vroege rock-'n-roll.
🎸 Jeugd en achtergrond
Johnny Fuller werd geboren op 20 april 1929 in Edwards, Mississippi. In 1945 verhuisde hij met zijn familie naar Vallejo, Californië, waardoor hij uiteindelijk sterk verbonden raakte met de muziekscene van de San Francisco Bay Area. Zijn zuidelijke achtergrond bleef echter hoorbaar in zijn zang en gitaarspel.
Zijn eerste plaatopnamen dateren al uit 1948. Onder de naam Brother Johnny Fuller nam hij toen voornamelijk gospel op voor het kleine Jaxyson-label.
🎶 De jaren 50: zijn belangrijkste periode
Vanaf 1954 begon Fuller regelmatig blues en R&B op te nemen. Hij werkte met verschillende onafhankelijke labels, waaronder Flair, Aladdin, Specialty, Imperial, Checker en Hollywood. Een belangrijke figuur in zijn carrière was producer en platenbaas Bob Geddins, die een groot deel van de naoorlogse blues uit de Bay Area vastlegde.
Fuller was opvallend veelzijdig. Hij kon een rauwe blues zingen, maar maakte net zo gemakkelijk gospel, R&B en rock-'n-roll. Zijn stijl wordt daarom vaak omschreven als een combinatie van Mississippi-blues en de elektrische West Coast-sound.
Een bijzonder productieve periode was 1954: volgens de discografische bronnen nam Fuller dat jaar maar liefst twintig kanten op voor Geddins.
👻 "Haunted House"
Zijn bekendste nummer is waarschijnlijk "Haunted House". De oorspronkelijke opname van Fuller werd geschreven en geproduceerd door Bob Geddins. Het nummer kreeg later opnieuw bekendheid door een versie van Jumpin' Gene Simmons.
Voor een radioprogramma is dit een mooi voorbeeld van hoe een relatief onbekende bluesopname later via rock-'n-roll een groter publiek kon bereiken.
Andere belangrijke nummers zijn:
"All Night Long"
"Crying Won't Make Me Stay"
"You Got Me Whistling"
"Johnny Ace's Last Letter"
"Hard Times"
"I Walk All Night"
"Fool's Paradise"
"Strange Land"
🎤 "Fool's Paradise"
Een interessant nummer voor jouw bluesprogramma is "Fool's Paradise". Fuller nam het nummer in de jaren vijftig op; het werd vervolgens ook opgenomen door onder anderen Charles Brown en Sam Cooke.
Dat laat goed zien dat Fuller zich bevond op het kruispunt van blues, R&B en soul.
🎸 Rock-'n-roll
Fuller was niet uitsluitend een bluesartiest. Eind jaren vijftig trad hij op tijdens grote rock-'n-rollshows en stond hij zelfs op dezelfde programma's als Paul Anka en Frankie Avalon. Zijn vermogen om verschillende stijlen te spelen maakte hem daarvoor geschikt.
Tegelijkertijd had die stijlwisseling ook een keerzijde: volgens biografische bronnen raakte hij daardoor deels verwijderd van zijn oorspronkelijke bluespubliek en kreeg hij later minder aandacht tijdens de bluesrevival van de jaren zestig.
💿 Fuller's Blues – 1974
Na een periode waarin hij veel minder actief was, maakte Fuller in 1974 het album Fuller's Blues. Hij werd daarop begeleid door de band van gitarist Phillip Walker. Het album bevat onder meer:
"Tin Pan Alley"
"Fool's Paradise"
"Strange Land"
"1009 Blues"
"You Got Me Whistling"
"Bad Luck Overtook Me"
"Hard Luck Blues"
"Crying Won't Make Me Stay"
"Mercy, Mercy"
Het album werd goed ontvangen binnen blueskringen, maar kreeg commercieel weinig aandacht.
🕰️ Laatste jaren
Fuller trad nog op tijdens onder andere het San Francisco Blues Festival in 1973 en 1977. Buiten de muziek werkte hij jarenlang als automonteur. Vanaf ongeveer 1968 werkte hij grotendeels in een garage.
Hij overleed op 20 mei 1985 in Oakland, Californië, 56 jaar oud.
Lowell Fulson
Lowell Fulson was een van de belangrijkste gitaristen en zangers van de naoorlogse West Coast-blues. Hij had een carrière van ongeveer vijf decennia en wist countryblues uit Oklahoma/Texas te combineren met de modernere, stedelijke R&B van Californië.
🎸 Lowell Fulson – het begin
Lowell Fulson werd geboren op 31 maart 1921 in Atoka, Oklahoma. Hij groeide op in een muzikale omgeving: zijn grootvader speelde viool en Fulson zong als jongen in de kerk. Rond zijn twaalfde begon hij gitaar te spelen.
Als jonge muzikant speelde hij onder andere met blueszanger Alger "Texas" Alexander. Daarmee deed hij belangrijke ervaring op als rondreizend bluesmuzikant.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende Fulson bij de Amerikaanse marine. Hij werd in Californië gestationeerd en kwam daar in aanraking met de bloeiende bluesscene van Oakland en Los Angeles. Na zijn diensttijd vestigde hij zich in Oakland.
🌴 Een grondlegger van de West Coast-blues
Fulson werkte nauw samen met producer Bob Geddins, die een belangrijke rol speelde bij de ontwikkeling van de vroege Californische R&B. Fulson maakte eind jaren veertig platen voor onder meer Swing Time.
Zijn vroege stijl was nog sterk geworteld in de blues van Oklahoma en Texas, maar hij voegde daar een elektrische gitaar, piano, blazers en een meer swingende R&B-benadering aan toe. Zo ontstond een karakteristiek "uptown blues"-geluid.
Zijn band was bovendien bijzonder interessant: daarin speelden op verschillende momenten Ray Charles op piano en Stanley Turrentine op tenorsaxofoon.
⭐ Zijn grote nummers
Een aantal nummers waarmee Fulson geschiedenis schreef:
"Three O'Clock Blues" – zijn doorbraaknummer uit de late jaren 40. B.B. King maakte er later een enorme hit van.
"Everyday I Have the Blues" – Fulsons bewerking van een nummer van Memphis Slim; zijn versie werd een belangrijke R&B-hit en groeide uit tot een bluesstandard.
"Blue Shadows" – een van zijn grote vroege successen.
"Reconsider Baby" – misschien wel zijn bekendste compositie uit de jaren vijftig. Het nummer werd later onder andere opgenomen door Elvis Presley.
"Black Nights" – een grote R&B-hit in 1965.
"Tramp" – zijn funky hit uit 1966, later bekend geworden in de uitvoering van Otis Redding & Carla Thomas.
🎵 "Reconsider Baby"
"Reconsider Baby" verdient speciale aandacht voor jouw bluesprogramma. Het nummer werd in 1954 opgenomen voor Checker Records, het blueslabel van de Chess-organisatie.
Fulson speelt hier met een veel steviger elektrisch geluid dan op sommige van zijn vroege opnamen. Zijn gitaarspel is direct en scherp, terwijl de blazers en ritmesectie het nummer een uitgesproken West Coast/R&B-karakter geven. Het werd een veel gecoverde bluesklassieker.
🎤 Van blues naar soul
Fulson bleef niet stilstaan. In de jaren zestig paste hij zijn muziek aan de veranderende markt aan. Onder de naam Lowell Fulsom nam hij voor Kent Records op.
Daar kreeg zijn muziek een duidelijker soul- en funkgeluid. "Black Nights" bereikte nummer 11 op de Amerikaanse R&B-hitlijst en "Tramp" zelfs nummer 5.
Ook in de jaren zeventig bleef hij experimenteren. Op The Ol' Blues Singer werkte hij bijvoorbeeld met muzikanten als Steve Cropper en Al Jackson Jr., waardoor zijn blues een sterke soul/R&B-inslag kreeg.
🎸 Zijn gitaarstijl
Fulson was geen gitarist die voortdurend spectaculaire solo's nodig had. Zijn kracht zat vooral in:
scherpe, korte gitaarfrasen;
een stevige elektrische toon;
bluesy single-note lijnen;
subtiele jazz- en swinginvloeden;
een sterk gevoel voor timing;
een combinatie van landelijke blues en stedelijke R&B.
Daarmee stond hij tussen de Texas/Oklahoma-blues en de West Coast-blues in.
👑 Invloed op B.B. King
Fulsons invloed op B.B. King is bijzonder groot. King nam Fulsons "Three O'Clock Blues" op en maakte er een nummer-1 R&B-hit van. Fulson en T-Bone Walker behoorden tot de muzikanten die een belangrijke invloed vormden op de jonge King.
Kort gezegd: Lowell Fulson is een sleutelnaam als je de ontwikkeling wilt begrijpen van Texas/Oklahoma blues → elektrische blues → West Coast blues → R&B → soul-blues. Zijn muziek vormt bovendien een belangrijke schakel tussen T-Bone Walker en latere sterren als B.B. King.


Bob Gaddy
Bob Gaddy was een Amerikaanse blues- en rhythm-and-bluespianist, zanger en songwriter die vooral verbonden was met de New Yorkse bluesscene van de jaren 1950. Hij is een interessante naam binnen de East Coast blues, met een stijl waarin boogie-woogie, gospel, blues en vroege R&B samenkomen.
🎹 Jeugd en beginjaren
Bob Gaddy werd geboren op 4 februari 1924 in Vivian, West Virginia, een plaats die sterk verbonden was met de mijnbouw. Hij leerde al jong piano spelen en zong in de kerk. Zijn gospelachtergrond zou later duidelijk terugkomen in zijn manier van blues spelen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij in 1943 opgeroepen voor de Amerikaanse marine en gestationeerd in Californië. Daar kreeg hij de gelegenheid om in clubs te spelen en zich verder te ontwikkelen als bluespianist. Na de oorlog verhuisde hij in 1946 naar New York.
🎵 Sonny Terry en Brownie McGhee
In New York raakte Gaddy betrokken bij de bloeiende bluesscene. Hij werkte onder andere met Sonny Terry en Brownie McGhee. Ook gitarist Larry Dale werd een belangrijke muzikale partner.
Een mooi voorbeeld is de opname Women Is Killin' Me van Sonny Terry uit 1952, waarop Gaddy piano speelt. Terry speelde op zijn beurt harmonica tijdens Gaddy's eerste eigen plaatopname, I (Believe You Got a Sidekick) / Bicycle Boogie.
🎹 De eerste eigen platen
Gaddy maakte in 1952 zijn debuut voor Jackson Records met:
Bicycle Boogie
I (Believe You Got a Sidekick)
Daarna volgden onder meer No Help Wanted en het instrumentale Little Girl's Boogie bij Jax Records. In 1953 nam hij als Doctor Gaddy Evil Man Blues en Doctor Gaddy's Blues op voor Dot Records.
Die verschillende namen – Bob Gaddy, Bob Gaddy and His Alley Cats en Doctor Gaddy – kunnen het zoeken naar zijn platen wat verwarrend maken.
⭐ Old Town Records
Zijn belangrijkste periode begon in 1956, toen hij ging opnemen voor Old Town Records, het label van Hy Weiss.
Een van zijn bekendste nummers werd Operator. Het nummer werd geschreven door zijn vriend Champion Jack Dupree, de New Orleans-pianist die Gaddy goed kende. Op de opname spelen onder anderen Larry Dale op gitaar, Al Hall op bas en Gene Moore op drums.
Daarna volgden onder meer:
I Love My Baby – 1956
Paper Lady – 1957
Out of My Name – 1957
Woe, Woe Is Me – 1958
Rip and Run – 1958
Take My Advice – 1958
Till the Day I Die – 1959
Early One Morning – 1959
What Wrong Did I Do – 1959
Forgive Me – 1960
Gonna Be at the Station – 1960
Bij deze sessies werkte hij onder anderen met gitaristen Joe Ruffin en Jimmy Spruill en saxofonist Jimmy Wright.
🎸 Zijn stijl
Gaddy was geen spectaculaire showman zoals sommige bluesartiesten uit Chicago of Texas. Zijn kracht zat juist in zijn pianospel, timing en ontspannen zang.
Je hoort bij hem duidelijk:
gospel → boogie-woogie → East Coast blues → vroege rhythm & blues
Zijn piano vormt meestal het fundament, terwijl gitaar, bas, drums en soms saxofoon het nummer richting R&B duwen. Daardoor klinken zijn Old Town-opnamen al behoorlijk modern voor de tweede helft van de jaren vijftig.
🕰️ Latere jaren
Rond 1960 stopte Gaddy grotendeels met het maken van platen, maar hij verdween niet uit de New Yorkse bluesscene. Hij bleef optreden en werkte nog jarenlang samen met onder anderen Larry Dale. In april 1988 kwamen Gaddy, Larry Dale en Jimmy Spruill opnieuw samen voor een optreden in de New Yorkse club Tramps.
Gaddy overleed op 24 juli 1997 in de Bronx, 73 jaar oud.
💿 Mooie verzamelalbums
Voor wie zijn werk wil leren kennen zijn onder andere Rip and Run (Ace, 1986), Bob Gaddy & Friends: Bicycle Boogie 1947–1960 (1987) en Harlem Blues Operator (Ace) interessante verzamelingen.
Kort gezegd: Bob Gaddy was een uitstekende maar relatief onderbelichte New Yorkse bluespianist. Zijn combinatie van gospel, boogie-woogie, piano blues en vroege R&B maakt hem bijzonder geschikt voor een programma over de ontwikkeling van de blues in de jaren 1940 en 1950.
Rory Gallagher
Rory Gallagher – de Ierse bluesrocker met de versleten Stratocaster
Rory Gallagher (1948–1995) was een Ierse gitarist, zanger, songwriter en multi-instrumentalist die uitgroeide tot een van de meest gerespecteerde gitaristen van de blues- en rockwereld. Zijn muziek was een krachtige combinatie van blues, rock-'n-roll, folk, rhythm & blues en soms jazz. Hij stond vooral bekend om zijn rauwe, energieke gitaarspel en zijn enorme live-intensiteit.
Jeugd en beginjaren
Rory Gallagher werd op 2 maart 1948 geboren in Ballyshannon, County Donegal, Ierland, en groeide grotendeels op in Cork. Al jong raakte hij gefascineerd door Amerikaanse blues- en rock-'n-rollartiesten.
Onder zijn belangrijke voorbeelden bevonden zich onder meer Muddy Waters, Lead Belly, Buddy Guy, Howlin' Wolf, Chuck Berry en Albert King. Chuck Berry had bovendien een bijzondere betekenis voor Gallagher: tijdens zijn eerste professionele periode in de Ierse showbands koos Rory Berry als zijn muzikale voorbeeld.
Hij ontwikkelde zich grotendeels als autodidact en speelde naast gitaar ook onder andere mandoline, mondharmonica, saxofoon en slidegitaar.
Taste
In 1965 richtte Gallagher Taste op, een powertrio waarin blues en rock centraal stonden. De groep kreeg vooral in Ierland en Groot-Brittannië snel een uitstekende reputatie.
Taste werd uiteindelijk:
Rory Gallagher – gitaar en zang
Richard "Charlie" McCracken – bas
John Wilson – drums
De band verhuisde naar Londen en kreeg daar een steeds groter publiek.
Taste speelde in 1970 op het Isle of Wight Festival, waar Gallagher met zijn intensieve speelstijl grote indruk maakte. Het was een belangrijk moment in zijn carrière.
Taste bracht onder andere de albums Taste (1969) en On the Boards (1970) uit. De band viel later in 1970 uiteen door onder meer muzikale en zakelijke spanningen.
Solo: Rory Gallagher
Na het uiteenvallen van Taste begon Gallagher vrijwel onmiddellijk aan een solocarrière.
Zijn eerste soloalbum, simpelweg Rory Gallagher, verscheen in 1971. De bezetting bestond onder andere uit:
Rory Gallagher – zang, gitaar, mandoline, mondharmonica en altsaxofoon
Gerry McAvoy – bas
Wilgar Campbell – drums
Vincent Crane – piano
Het album laat meteen zien dat Rory meer was dan een pure bluesrockgitarist. Naast stevige elektrische blues staan er akoestische, folkachtige en zelfs jazzy elementen op.
Een paar belangrijke nummers:
Laundromat
I Fall Apart
Just the Smile
Sinner Boy
Wave Myself Goodbye
Can't Believe It's True
De grote jaren zeventig
De jaren zeventig waren zijn belangrijkste periode.
Albums als:
Deuce (1971)
Live! In Europe (1972)
Blueprint (1973)
Tattoo (1973)
Irish Tour '74 (1974)
Against the Grain (1975)
Calling Card (1976)
Photo-Finish (1978)
Top Priority (1979)
vormen samen een indrukwekkend overzicht van zijn ontwikkeling.
Vooral Irish Tour '74 is essentieel. Gallagher liet tijdens de moeilijke periode van de Troubles bewust zien dat hij in Ierland wilde blijven optreden. Belfast had voor hem een bijzondere betekenis en hij bleef er spelen terwijl veel andere grote artiesten de stad meden.
Zijn beroemde Fender Stratocaster
Voor radioluisteraars en gitaarliefhebbers is dit misschien wel het bekendste beeld van Rory: zijn zwaar versleten Fender Stratocaster.
Het was een 1961 Fender Stratocaster, oorspronkelijk met een sunburst-afwerking. Door jarenlang intensief optreden was de lak grotendeels verdwenen en kreeg de gitaar zijn karakteristieke verweerde uiterlijk.
Rory speelde niet alleen op die gitaar; hij gebruikte hem bijna als een percussief instrument. Zijn stijl bevatte:
harde aanslagen
veel bends
vibrato
slidegitaar
feedback
dynamische volumewisselingen
bluesfrasering
razendsnelle solo's
Zijn geluid was daardoor vaak ruw, direct en ongepolijst.
Een echte live-artiest
Gallagher was misschien nog indrukwekkender op het podium dan op plaat.
Hij speelde vaak zonder uitgebreide showelementen. Geen spectaculaire podiumact, maar Rory, zijn gitaar en een enorme versterkerinstallatie.
Hij stond bekend om zeer lange concerten waarin blues, rock en improvisatie voortdurend in elkaar overgingen.
Dat verklaart ook waarom livealbums zo belangrijk zijn in zijn catalogus. Live! In Europe en vooral Irish Tour '74 laten goed horen waarom Gallagher onder gitaristen zo'n reputatie kreeg.
Zijn invloed reikte bovendien veel verder dan bluesrock. Zijn werk werd bewonderd door onder anderen Jimi Hendrix, Eric Clapton, Jeff Beck, Jimmy Page, Brian May, Johnny Marr, Joe Satriani, Slash en Joe Bonamassa.
Muzikanten met wie hij werkte
Gallagher werkte gedurende zijn carrière met veel bekende muzikanten.
Een belangrijke constante was bassist Gerry McAvoy, die van 1971 tot 1991 deel uitmaakte van Rory's band.
Ook werkte Gallagher met grote bluesnamen. Hij speelde bijvoorbeeld mee met Muddy Waters en Albert King. Daarnaast zijn er bijzondere sessies, waaronder een opname met Jerry Lee Lewis uit 1973 waarop Gallagher "(I Can't Get No) Satisfaction" speelt en zingt.
Zijn muziek werd steeds breder
Hoewel Rory vooral als bluesrocker wordt gezien, wilde hij zichzelf nooit beperken.
Hij zei zelf dat hij een soort kruising was tussen een echte bluespurist en iemand die ruimte wilde laten voor rock-'n-roll, folk en jazz.
Dat hoor je bijvoorbeeld op Fresh Evidence (1990). Daar gebruikte hij naast zijn vertrouwde gitaar ook instrumenten als dulcimer, elektrische sitar en mandola.
Zijn laatste jaren en overlijden
In de jaren tachtig bleef Gallagher intensief optreden en albums maken, maar de veranderende muziekindustrie maakte het moeilijker voor traditionele bluesrock. Zijn album Defender verscheen in 1987 en Fresh Evidence in 1990.
Gallagher overleed in juni 1995, na complicaties na een levertransplantatie. Hij was slechts 47 jaar oud.
Zijn reputatie is sindsdien alleen maar groter geworden. Het officiële Rory Gallagher-archief blijft nieuw materiaal uitbrengen en zijn muziek wordt wereldwijd gevierd. In 2026 vinden bijvoorbeeld opnieuw Rory Gallagher-festivals en herdenkingsactiviteiten plaats in Ierland.
Rory Gallagher in één zin
Rory Gallagher was de gitarist die Amerikaanse blues en rock-'n-roll door een Ierse bril speelde: rauw, eerlijk, technisch verbluffend en vooral enorm energiek.
Voor jouw bluesprogramma is Irish Tour '74 waarschijnlijk het eerste album dat ik zou pakken: daarop hoor je Rory Gallagher zoals hij door zijn publiek werd ervaren — als een compromisloze livegitarist die de blues volledig naar zijn hand zette.


Clarence Garlow
Clarence Garlow is een bijzondere, maar tegenwoordig wat onderbelichte figuur uit de vroege rhythm-and-blues, die een belangrijke brug vormde tussen Texas blues, Louisiana blues, Cajun en de vroege zydeco.
Clarence "Bon Ton" Garlow
Clarence Joseph Garlow werd geboren op 27 februari 1911 in Welsh, Louisiana, en overleed op 24 juli 1986 in Beaumont, Texas, 75 jaar oud. Hij was zanger, gitarist, songwriter en bespeelde ook accordeon. Zijn muziek wordt gerekend tot rhythm & blues, jump blues, Texas blues en Cajun/zydeco.
Zijn bijnaam "Bon Ton" werd uiteindelijk sterk met hem verbonden door zijn grote hit "Bon Ton Roula".
Zijn jeugd
Garlow groeide op in Louisiana in een muzikale omgeving. Zijn vader speelde viool in een lokale stringband en Clarence leerde als jongen eerst viool spelen. Later leerde hij gitaar en accordeon. Toen het gezin naar Beaumont, Texas verhuisde, kwam hij steeds meer in aanraking met de blues en de Afro-Amerikaanse muziekscene van Zuidoost-Texas.
Zijn gitaarspel werd sterk beïnvloed door T-Bone Walker, een belangrijke pionier van de elektrische bluesgitaar.
"Bon Ton Roula" – zijn grote plaat
Garlows bekendste nummer is zonder twijfel "Bon Ton Roula".
Hij nam het nummer in 1949 in Houston op voor het kleine Macy's-label. De plaat verscheen in 1950 en werd een behoorlijk grote R&B-hit: nummer 7 in de Billboard Rhythm & Blues-hitlijst.
De titel is een fonetische weergave van het Louisiana-Franse "bons temps rouler", oftewel ongeveer "laat de goede tijden rollen".
Muzikaal is het nummer erg interessant. Je hoort:
elektrische Texas-bluesgitaar
een swingende R&B-beat
Cajun-invloeden
een bijna rumba-achtige ritmiek
Creoolse/Louisiana-invloeden
elementen die later sterk met zydeco zouden worden geassocieerd.
Daarom wordt Garlow vaak genoemd als iemand die blues en Louisiana-muziek met elkaar verbond.
Niet alleen "Bon Ton Roula"
Garlow heeft eigenlijk een heel interessante kleine discografie. Belangrijke opnamen zijn onder andere:
She's So Fine
Blues As You Like It
Bon Ton Roula
In a Boogie Mood
Bound to Lose My Mind
New Bon Ton Roula
Louisiana Blues
Wrong Doing Woman
New Bon-Ton Roulay
Crawfishin'
Route 90
Za Belle
Purty Little Doolie
Sound the Bell
Foggy Blues
Train Come Down the Track
Hij nam op voor labels als Macy's, Feature, Lyric, Aladdin, Flair, Folk Star en Goldband.
Opvallend is dat hij "Bon Ton Roula" meerdere keren opnieuw opnam, onder verschillende titels en voor verschillende labels.
Samenwerking met Clifton Chenier
Een belangrijk hoofdstuk in zijn carrière kwam na zijn terugkeer naar Beaumont in 1954. Garlow trad toen op met de jonge Clifton Chenier, die later een van de bekendste zydeco-artiesten zou worden.
Ze werden aangekondigd als de "Two Crazy Frenchmen".
Dat is interessant omdat je daarmee een directe verbinding ziet tussen Garlows vroege Louisiana-blues/R&B en de ontwikkeling van de moderne zydeco.
Radio-DJ
Garlow was niet uitsluitend muzikant.
In Beaumont werkte hij bij radiozender KJET, waar hij zijn eigen Bon Ton Show presenteerde. Dat deed hij tot ongeveer 1961. Later bleef hij actief in de radio in Beaumont en Orange, Texas, tot in de vroege jaren zeventig. Daarnaast werkte hij als postbode om zijn inkomen aan te vullen.
Dat maakt hem voor jouw Delfshavenradio-programma extra interessant: hij was dus niet alleen een artiest, maar ook een radio-DJ uit de klassieke R&B-periode.
Zijn latere jaren
Na het begin van de jaren zestig trad Garlow nog maar weinig op. In de vroege jaren tachtig speelde hij af en toe weer lokaal. In 1984 stond hij zelfs op het San Francisco Blues Festival.
Hij overleed op 24 juli 1986 in Beaumont, Texas.
Invloed en covers
"Bon Ton Roula" bleef na zijn overlijden voortleven. Onder anderen Lonnie Brooks en Johnny Winter namen werk van Garlow op. Johnny Winter nam zowel "Bon Ton Roulet" als "Route 90" op.
Ook B.B. King is met Garlow verbonden via "Please Accept My Love". Garlow wordt soms als songwriter genoemd bij dit nummer; Jimmy Wilson nam het in 1958 op en B.B. King maakte er later een bekende opname van.
Kort samengevat: Clarence Garlow was een pionier van de Texas-Louisiana R&B. Zijn muziek laat horen hoe elektrische Texas-blues, jump blues, Cajun en de vroege zydeco elkaar rond 1950 begonnen te ontmoeten. Vooral "Bon Ton Roula" is historisch belangrijk omdat het Louisiana-muzikale elementen naar een veel groter R&B-publiek bracht.
Lee Gates
Lee Gates (1937–2020)
Lee Gates, geboren als Brice Lee Gates op 20 december 1937 in Pontotoc, Mississippi, was een Amerikaanse blueszanger, gitarist en songwriter. Hij werd vooral bekend als een rauwe, krachtige bluesgitarist uit Milwaukee, Wisconsin. Hij overleed op 15 april 2020 op 82-jarige leeftijd.
Jeugd in Mississippi
Gates groeide op in een muzikaal gezin. Zijn vader en moeder speelden allebei gitaar en Lee kreeg zijn eerste gitaar van zijn moeder toen hij ongeveer 14 jaar oud was. De blues van onder anderen B.B. King, John Lee Hooker en Muddy Waters maakte grote indruk op hem.
Zijn familie had bovendien een belangrijke bluesverbinding: Albert Collins was zijn neef. Gates en Collins ontmoetten elkaar pas in 1974, hoewel ze al langer van elkaars bestaan wisten. Later traden ze ook samen op.
Milwaukee
In 1959 verhuisde Gates naar Wisconsin en vestigde hij zich uiteindelijk in Milwaukee. Daar speelde hij jarenlang in clubs en cafés en ontwikkelde hij zijn eigen vorm van elektrische, stevige blues.
Een belangrijk onderdeel van zijn carrière was zijn werk als gitarist van de huisband van Wilson's Club in Milwaukee. Volgens Music Maker speelde hij daar ongeveer 15 jaar. Hij werd een bekende verschijning in de lokale bluesscene.
Gates speelde ook met grote namen uit de blueswereld. Zijn muzikale omgeving in Milwaukee bracht hem onder meer in contact met Sonny Boy Williamson II, en hij werkte daarnaast met artiesten als Albert Collins en Hubert Sumlin.
Een opvallend late platen carrière
Een bijzonder aspect van Lee Gates' loopbaan is dat hij meer dan vijftig jaar optrad voordat hij zijn eerste album maakte.
In 2003 nam hij contact op met de Music Maker Relief Foundation, omdat hij eindelijk een plaat wilde maken. Hij reisde naar Huntsville, Alabama, waar producer en drummer Ardie Dean met hem werkte. Gates arriveerde na een lange busreis en het eerste album werd volgens Music Maker in ongeveer drie uur opgenomen.
Het resultaat was:
Lee Gates & the Alabama Cotton Kings
Music Maker — opgenomen in 2003, uitgebracht in 2004/2005.
Op de plaat staan onder meer:
Sweet Lucy's Groove
You Gotta Love Me Baby
I Got a Honky Tonk Woman
Down to the Ghetto
Lucy's Voodoo
When Baby Got the Blues
I'm Going Back Home
Lee's Boogie
Lucy Cryin'
"Black Lucy"
Een belangrijk onderdeel van zijn identiteit was zijn gitaar, die hij "Black Lucy" noemde. Die gitaar werd zo belangrijk voor hem dat hij haar naam gebruikte voor twee van zijn platen.
Zijn tweede album was:
Black Lucy's Deuce – 2006
Daarna verscheen:
Touring With Lucy – 2009.
Op Touring With Lucy staan onder andere "Guitar Moaning the Blues", "I'm Going Down Highway 94", "Wonder Why Black Lucy Has the Blues" en "My Baby Won't Stay Home".
Zijn gitaarstijl
Gates' gitaarspel is waarschijnlijk het interessantste onderdeel voor bluesliefhebbers. Zijn stijl combineerde Mississippi-blues met elektrische Chicago/West Side-blues en stevige bluesrock.
Zijn gitaarspel wordt beschreven als scherp en intens, met een sterk vibrato en een krachtige, soms bijna agressieve toon. De invloed van Albert Collins is hoorbaar, vooral in het gebruik van een enkelvoudige snaarbenadering en een snijdende elektrische sound.
Zijn zang was eveneens rauw en ongepolijst. Daardoor klinkt Gates niet als een gladde studioblueszanger, maar juist als iemand die rechtstreeks uit een nachtelijke bluesclub lijkt te komen.
Een muzikant die laat werd ontdekt
Het verhaal van Lee Gates is daardoor behoorlijk bijzonder. Hij had al tientallen jaren als professioneel muzikant gewerkt voordat zijn muziek daadwerkelijk op grotere schaal werd opgenomen.
Music Maker hielp hem vervolgens niet alleen met zijn platen, maar ook met instrumenten, medische kosten en tournees. Gates trad uiteindelijk zelfs op in verschillende landen en op Amerikaanse bluesfestivals.
In 2025 werd hij opgenomen als inductee in de Wisconsin Blues Music Hall of Fame.
Discografie
Jaar Album Label
2004/2005 Lee Gates & the Alabama Cotton Kings Music Maker
2006 Black Lucy's Deuce Music Maker
2009 Touring With Lucy Music Maker


Lacy Gibson
Lacy Gibson was een Amerikaanse Chicago-bluesgitarist, zanger en songwriter die vooral bekend werd als sessiemuzikant en begeleider van andere bluesartiesten. Hij was een uitstekende, maar relatief onderbelichte figuur uit de Chicago-bluesscene.
🎸 Jeugd en Chicago
Lacy Gibson werd geboren op 1 mei 1936 in Salisbury, North Carolina. In 1949 verhuisde zijn familie naar Chicago. Zijn moeder leerde hem gitaar spelen. In Chicago kwam hij al snel in aanraking met de grote namen van de blues, waaronder Muddy Waters, Sunnyland Slim, Willie Dixon, Lefty Bates en Matt "Guitar" Murphy.
Gibson ontwikkelde een eigen stijl die niet alleen stevig en elektrisch was, maar ook soulvol en soms bijna jazzy. Zijn gitaarspel werd gekenmerkt door een verfijnde timing en expressieve frasering.
🎶 Sessiegitarist
In de jaren zestig werd Gibson vooral actief als ritmegitarist in de studio. In 1963 werkte hij onder andere met:
Willie Mabon
Billy "The Kid" Emerson
Buddy Guy
Muddy Waters/Willie Dixon-circuit
Zijn eigen compositie "My Love Is Real" werd in 1963 opgenomen voor Chess Records. Op de opname speelde Buddy Guy gitaar. Het nummer werd aanvankelijk niet uitgebracht en verscheen later zelfs onder Buddy Guys naam, waardoor Gibson als artiest lange tijd onvoldoende erkenning kreeg.
🎤 Samenwerking met Son Seals
Een belangrijk hoofdstuk in zijn carrière was zijn periode bij Son Seals. Gibson speelde als gitarist in diens band en toerde met hem door de Verenigde Staten en Europa.
Hij is te horen op het bekende album Live and Burning van Son Seals uit 1978. Volgens Alligator Records waren Gibsons opwarmende gitaarpartijen tijdens de shows bovendien een opvallend onderdeel van de optredens.
💿 Eigen albums
Gibson bracht opmerkelijk weinig platen onder zijn eigen naam uit.
Jaar Album Label
1971 Wishing Ring El Saturn
1980 Living Chicago Blues, Vol. 3 Alligator
1982 Switchy Titchy Black Magic
1996 Crying for My Baby Delmark
Switchy Titchy is voor Nederlandse bluesliefhebbers extra interessant: het album verscheen bij het Nederlandse Black Magic-label en werd geproduceerd door Dick Shurman.
🌟 Sun Ra en een bijzondere familieband
Een bijzonder detail is dat Gibson zwager was van jazzvernieuwer Sun Ra. Zijn album Wishing Ring verscheen op Sun Ra's El Saturn Records.
Gibson schreef bovendien mee aan materiaal dat door Sun Ra werd opgenomen, waaronder "I'm Gonna Unmask the Batman". Daarmee bevindt Gibson zich op een interessante kruising tussen de Chicago-blueswereld en de experimentele jazz van Sun Ra.
🎵 Zijn muziek
Gibsons stijl kun je het beste plaatsen binnen de moderne elektrische Chicago blues. Hij was geen pure showgitarist; zijn kracht zat juist in de combinatie van:
warme elektrische gitaar
soulvolle zang
sterke ritmische begeleiding
jazzy gitaarfrasering
traditionele Chicago-blues
een rauwe, maar beheerste expressie
Zijn zang wordt beschreven als krachtig en intens, terwijl zijn gitaarspel juist verfijnd en soms elegant kon zijn.
Ja. Lacy Gibson is inderdaad een interessante maar relatief onbekende schakel tussen de klassieke Chicago-blues, soul en de jazzwereld rond Sun Ra. Je tekst stopt bij zijn zang; ik kan het verhaal daar mooi op aanvullen.
🎤 Zijn zang en gitaarspel
Gibson was niet alleen een begeleidend gitarist, maar ook een karakteristieke zanger. Zijn stem had een warme, soms wat donkere klank en paste goed bij zijn gitaarspel. Hij hoefde zijn muziek niet vol te stoppen met snelle solo's: zijn kracht lag vaak in gevoel, timing en groove.
Als gitarist was hij vooral sterk als begeleider. Hij kon een nummer dragen met stevige ritmische akkoorden, kleine blueslicks en korte, goed geplaatste fills. Daardoor was hij bijzonder geschikt als studiomuzikant en bandgitarist.
💿 Wishing Ring – 1971
Een van de belangrijkste vroege eigen projecten van Gibson was Wishing Ring, uitgebracht op El Saturn Records, het label dat verbonden was met Sun Ra.
Het album is bijzonder omdat het laat zien dat Gibson zich niet uitsluitend binnen de traditionele blues bewoog. De muziek heeft duidelijke blues- en soulwortels, maar ook een experimentele sfeer die goed aansluit bij de muzikale omgeving van Sun Ra.
🇳🇱 Switchy Titchy – 1982
Voor Nederlandse bluesliefhebbers is Switchy Titchy een extra interessante plaat. Het album verscheen in 1982 bij het Nederlandse Black Magic-label en werd geproduceerd door Dick Shurman, een belangrijke Nederlandse blueskenner en producer.
Het is een mooi voorbeeld van hoe Europese platenlabels in die periode een belangrijke rol speelden bij het vastleggen en onder de aandacht brengen van Amerikaanse bluesartiesten die in hun eigen land niet altijd de erkenning kregen die ze verdienden.
🔥 Son Seals
Zijn werk met Son Seals behoort tot de bekendste onderdelen van Gibsons carrière. Hij maakte deel uit van Seals' band en was daarmee betrokken bij de krachtige, elektrisch versterkte blues die Alligator Records in de jaren zeventig internationaal bekend maakte.
Op Live and Burning uit 1978 is Gibson te horen. Dat album geeft bovendien een goed beeld van de energieke live-aanpak van de band.
🌌 De verbinding met Sun Ra
De familierelatie met Sun Ra maakt Gibson extra bijzonder.
Sun Ra's El Saturn-label was een zeer eigenzinnig onafhankelijk label waarop muziek buiten de commerciële hoofdstroom kon verschijnen. Dat Gibsons Wishing Ring daar terechtkwam, zegt veel over de muzikale omgeving waarin hij verkeerde.
Gibson schreef ook materiaal dat verband houdt met Sun Ra's repertoire. Daardoor ontstaat een opmerkelijke verbinding:
Chicago blues → soul → Lacy Gibson → Sun Ra → avant-garde jazz
Dat is een veel breder muzikaal verhaal dan alleen dat van een bluesgitarist.
📀 Een kleine discografie
Jaar Album Label
1971 Wishing Ring El Saturn
1980 Living Chicago Blues, Vol. 3 Alligator
1982 Switchy Titchy Black Magic
1996 Crying for My Baby Delmark
Daarnaast is Gibson op verschillende opnamen van andere artiesten als gitarist terug te vinden.
🕰️ Latere jaren
Gibson bleef gedurende zijn leven actief binnen de blueswereld en bleef optreden en opnemen. Zijn carrière verliep echter grotendeels buiten de grote commerciële schijnwerpers. Daardoor is hij tegenwoordig vooral bekend bij liefhebbers van Chicago blues, obscure bluesalbums en sessiemuzikanten.
Dat maakt hem juist interessant voor een radioprogramma: hij is een artiest bij wie je vanuit één naam verschillende kanten van de Amerikaanse muziekgeschiedenis kunt laten horen.
Good Rockin' Charles
🎵 Good Rockin’ Charles – de vergeten harmonicasensatie van Chicago
Good Rockin’ Charles was een bijzonder figuur uit de Chicago-blues. Hij was vooral harmonicaspeler en zanger en speelde vanaf de jaren vijftig met verschillende belangrijke bluesartiesten. Zijn echte naam was Henry Lee Bester, later ook bekend als Charles Edwards. Hij werd geboren op 4 maart 1933 in Tuscaloosa, Alabama, verhuisde in 1949 naar Chicago en overleed daar op 17 mei 1989, slechts 56 jaar oud.
🎺 De harmonica
Charles werd beïnvloed door de grote bluesharpspelers Sonny Boy Williamson I, Sonny Boy Williamson II en Little Walter. In Chicago ontwikkelde hij een krachtige, elektrische stijl waarin de harmonica niet alleen als begeleiding werd gebruikt, maar ook als een soort tweede stem tegenover de zanger.
Hij had een reputatie als een uitstekende live-muzikant, maar tegelijkertijd was hij nogal terughoudend tegenover de opnamestudio.
🎙️ Het beroemde verhaal rond “Walking by Myself”
Een van de merkwaardigste hoofdstukken uit zijn carrière vond plaats in 1956.
Charles zou de harmonica spelen tijdens Jimmy Rogers' opname van “Walking by Myself” voor Chess. Hij kreeg echter op het laatste moment last van enorme zenuwen en verscheen niet voor de opname. De producers moesten snel een vervanger vinden.
Die vervanger was Big Walter Horton.
Horton zat op dat moment aan een klus als stukadoor en werd rechtstreeks naar de studio gehaald. Hij speelde vervolgens de beroemde harmonicasolo op “Walking by Myself”, een opname die Rogers in 1957 tot zijn enige Billboard R&B-hit maakte.
Het is een prachtige ironie uit de bluesgeschiedenis: Good Rockin’ Charles werd mede bekend door een beroemde harmonicasolo die hij juist níét speelde. AllMusic gebruikt precies dat verhaal als opvallend uitgangspunt voor zijn biografie.
🎸 Jimmy Rogers en andere Chicago-bluesmannen
Vanaf het begin van de jaren vijftig werkte Charles met onder anderen:
Johnny “Man” Young, Otis “Big Smokey” Smothers, Arthur “Big Boy” Spires en Jimmy Rogers. In 1955 werd hij onderdeel van Rogers' band.
Daarmee stond hij midden in de West Side- en South Side-bluesscene van Chicago.
Ook Cobra Records probeerde hem in 1957 als soloartiest vast te leggen, maar Charles zag uiteindelijk van die opname af. Zijn terughoudendheid tegenover de studio bleef hem parten spelen.
💿 Waarom hij zo weinig platen naliet
Dat is misschien wel het opvallendste aan Good Rockin’ Charles.
Hoewel hij tientallen jaren actief was, verscheen er tijdens zijn leven maar één volwaardig album onder zijn eigen naam: Good Rockin’ Charles.
Het werd in november 1975 opgenomen en in 1976 uitgebracht op Mr. Blues Records. Later verscheen het ook op P-Vine en onder de Rooster Blues-catalogus.
De plaat bevat onder meer:
Eyesight to the Blind
Confessin’ the Blues
Shake Your Boogie
Five Years in Prison
The Goat
I Used to Have a Woman
Prison Blues
Broke and Hungry
Blues All Day Long
Rockin’ at Midnight
Dit album is bijzonder omdat je daarop eindelijk kunt horen hoe Charles als frontman klonk, in plaats van alleen als begeleider.
🥁 De begeleidingsband
Bij de opname van zijn album kreeg Charles ondersteuning van uitstekende Chicago-muzikanten. De sessie laat goed zien dat hij afkomstig was uit de klassieke Chicago-bluestraditie, maar tegelijkertijd een heel eigen persoonlijkheid had.
Zijn repertoire bestond bovendien niet uitsluitend uit eigen werk. Hij greep terug op nummers van Sonny Boy Williamson, Jimmy Rogers, Little Walter en andere bluesgrootheden. Dat maakt zijn album bijna een muzikale staalkaart van de Chicago-harmonica.
🇪🇺 European Blues Legends ’79
Voor Nederlandse en Europese bluesliefhebbers werd Charles in 1979 extra interessant.
Hij werd onderdeel van de American Blues Legends ’79-tour, georganiseerd door het Britse Big Bear Records. De tour bracht verschillende Amerikaanse bluesartiesten naar Europa. Op het bijbehorende album staan van Charles twee nummers:
“I Wish I Had Somebody”
“I’m Goin’ Home Where Women Got Meat On Their Bones”
De opname werd op 1 augustus 1979 gemaakt in Odyssey Studios in Chicago. Volgens de discografische gegevens speelden onder anderen Little Smokey Smothers en Eddie C. Campbell gitaar, Lester Davenport bas en Chico Chism drums.
De daaropvolgende tournee was behoorlijk omvangrijk: Big Bear bracht de Amerikaanse artiesten naar het Verenigd Koninkrijk voor een 27-daagse tour.
🇳🇱 Good Rockin’ Charles in Nederland
Er is zelfs een mooie Nederlandse connectie. Fotoarchiefmateriaal van bluesfotograaf Bob Corritore vermeldt Good Rockin’ Charles tijdens de American Blues Legends Tour in Apeldoorn in 1979, gefotografeerd door Rien Wisse.
Dat is voor een Nederlands bluesprogramma een prachtig stukje geschiedenis: Good Rockin’ Charles stond dus daadwerkelijk op een Nederlands podium.
📻 WBEZ en latere opnamen
Charles bleef ook na de jaren zeventig optreden. Op 8 augustus 1981 werd hij opgenomen bij radiozender WBEZ in Chicago. De bezetting bestond onder meer uit Good Rockin’ Charles op zang en harmonica, Otis “Big Smokey” Smothers en Illinois Slim op gitaar, Big John Trice op bas en Steve Cushing op drums. Deze opnamen verschenen later in verschillende vormen, waaronder It's Great to Be Rich.
Op die uitgave staat van Charles bijvoorbeeld “La Cucaracha”.
🎼 Niet alleen harmonicaspeler, maar ook zanger
Wat vaak wordt vergeten, is dat Charles ook een echte blueszanger was. Zijn repertoire en manier van zingen sluiten sterk aan bij de rauwe, directe Chicago-blues.
Zijn bijnaam “Good Rockin’ Charles” past daar uitstekend bij. Hij hield van een stevige groove en van de combinatie van blues, boogie en rockende harmonica.
Zijn nummers hebben vaak die typische Chicago-aanpak: een ritmesectie die strak doordraait, elektrische gitaar als ondersteuning en de harmonica die er fel bovenop zit.
🕰️ Zijn laatste jaren
Door gezondheidsproblemen kon Charles in de jaren tachtig steeds minder opnemen. Daardoor is zijn officiële discografie uitzonderlijk klein gebleven in verhouding tot zijn lange carrière. Hij bleef echter onderdeel van de Chicago-bluesgemeenschap tot aan zijn overlijden op 17 mei 1989.
In 2016 kreeg hij postuum een grafsteen via het Killer Blues Headstone Project op Mount Glenwood Memory Gardens in Illinois.

Henry Gray
🎹 Henry Gray – de pianoman van Chicago en Louisiana
Henry Gray (19 januari 1925 – 17 februari 2020) was een Amerikaanse bluespianist, zanger en songwriter. Hij was een belangrijke schakel tussen de Louisiana-blues, de klassieke Chicago-blues en de latere swamp blues. Zijn carrière duurde ruim zeven decennia.
Jeugd in Louisiana
Henry Gray werd geboren in Kenner, Louisiana, maar groeide op in het kleine plaatsje Alsen, vlak bij Baton Rouge. Rond zijn achtste begon hij piano te spelen. Een buurvrouw, mevrouw White, leerde hem de basis van piano, blues en klassieke muziek.
Zijn familie was streng religieus. Thuis mocht hij vooral gospel en spirituals spelen, maar bij mevrouw White kon hij zich uitleven met de blues. Als tiener speelde hij al piano in plaatselijke clubs.
Hij werd ook beïnvloed door pianisten als Big Bill Broonzy en Roosevelt Sykes.
🇺🇸 Oorlog en verhuizing naar Chicago
Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende Gray in het Amerikaanse leger, onder meer in de Pacific. Na zijn militaire dienst verhuisde hij in 1946 naar Chicago, zoals veel Afro-Amerikaanse musici uit het zuiden in die periode.
Daar kwam hij terecht in een enorme blueswereld met onder anderen Muddy Waters, Little Walter, Jimmy Reed, Elmore James en Howlin' Wolf.
Een bijzonder belangrijke invloed was pianist Big Maceo Merriweather. Gray leerde veel van diens krachtige barrelhouse- en bluespianospel.
🐺 Howlin' Wolf
Zijn grootste bekendheid kreeg Gray door zijn lange samenwerking met Howlin' Wolf.
Vanaf het midden van de jaren vijftig werd Gray de vaste pianist van Wolfs band. Hij bleef ongeveer twaalf jaar bij de groep en speelde mee op talrijke belangrijke opnamen.
Tot de nummers waarop zijn pianospel te horen is behoren onder andere:
“I Ain't Superstitious”
“Goin' Down Slow”
verschillende andere Chess-opnamen van Howlin' Wolf.
Gray was niet alleen pianist: hij fungeerde binnen de band ook als een soort muzikale spil. Zijn stevige, ritmische pianospel gaf Wolfs vaak dreigende zang een krachtige basis.
🎹 Zijn pianostijl
Gray speelde een stijl die mooi tussen verschillende bluestradities in ligt:
Louisiana → barrelhouse → Chicago blues → swamp blues
Zijn spel was meestal krachtig en ritmisch, met duidelijke basfiguren in de linkerhand en rollende akkoorden en bluesriffs in de rechterhand. Daardoor kon hij zowel een kleine juke joint als een grote Chicago-bluesband dragen.
De National Endowment for the Arts beschrijft hem als een pianist die hielp de karakteristieke Chicago-bluespianostijl vorm te geven.
🎙️ Niet alleen begeleider
Hoewel hij vooral bekend werd als sideman, was Henry Gray ook zanger en soloartiest. Hij nam al in de jaren vijftig eigen nummers op en werkte voor verschillende labels, waaronder Chess, Parrot, Vee-Jay en States.
Een vroege opname is “I Declare That Ain't Right”, uitgebracht onder de naam Little Henry. Andere bekende eigen nummers zijn onder meer “Watch Yourself” en “Goodbye Baby”.
Zijn eerste belangrijke soloalbum verscheen veel later: Lucky Man uit 1988.
🌾 Terug naar Louisiana
Na het overlijden van zijn vader keerde Gray in 1968 terug naar Louisiana. Hij werkte daar jarenlang als dakdekker voor het schooldistrict van East Baton Rouge, maar bleef ondertussen muziek maken.
Daar ontstond een interessante omgekeerde beweging: terwijl Chicago-blues steeds populairder werd bij rockliefhebbers, ging Gray juist weer nadrukkelijk de kant van de Louisiana- en swamp-blues op.
Hij bleef optreden in clubs en op festivals en werd uiteindelijk een van de herkenbare oudere vertegenwoordigers van de Louisiana-blues.
🎸 Samenwerking met heel veel bluesmuzikanten
Gray speelde gedurende zijn lange carrière met een indrukwekkende lijst artiesten, waaronder:
Howlin' Wolf
Muddy Waters
Jimmy Reed
Little Walter
Bo Diddley
Jimmy Rogers
Billy Boy Arnold
Elmore James
Morris Pejoe
Pinetop Perkins
Big Joe Duskin
Ook The Rolling Stones behoorden tot de artiesten met wie hij in verband werd gebracht. Zijn discografie omvatte tientallen albums en sessies.
🏆 Erkenning
In 2006 kreeg Henry Gray de National Heritage Fellowship van de National Endowment for the Arts, de hoogste Amerikaanse nationale onderscheiding voor traditionele en folk-kunst.
In 2017 werd hij opgenomen in de Blues Hall of Fame.
Hij bleef opmerkelijk lang actief. Zelfs toen hij de tachtig en negentig naderde, trad hij nog op en speelde hij piano.
🌊 Een mooi einde van een lange bluesloopbaan
Henry Gray overleed op 17 februari 2020 in Baton Rouge, 95 jaar oud. Hij had toen een muzikale carrière achter de rug van meer dan zeventig jaar.


L.C. Green
L.C. Green was een Amerikaanse blueszanger, gitarist en songwriter die vooral actief was in de jaren 1940 en 1950. Hij behoort tot de minder bekende, maar voor liefhebbers van vroege Detroit-blues zeer interessante artiesten.
🎸 Jeugd en Mississippi
L.C. Green werd geboren als L.C. Greene op 23 oktober 1921 in Minter City, Mississippi, in Leflore County. Dat gebied bracht opvallend veel bluesmuzikanten voort, waaronder Robert Johnson, David "Honeyboy" Edwards, Furry Lewis en Hubert Sumlin.
Zijn muzikale wortels lagen duidelijk in de Mississippi Delta-blues. Zijn gitaarspel had een rauwe, directe stijl die sterk aan de Delta-traditie herinnerde.
🚗 Van Mississippi naar Detroit
Green trok uiteindelijk naar Detroit, Michigan, waar hij onderdeel werd van de levendige blueswereld van de stad. Detroit was na de Tweede Wereldoorlog een belangrijke bestemming voor Afro-Amerikaanse arbeiders uit het zuiden. Zij brachten hun bluestradities mee, die daar geleidelijk veranderden in een krachtigere stedelijke bluesstijl.
Green werkte daar onder meer met producer Joe Von Battle, een belangrijke figuur binnen de vroege Detroit-blues. In 1952 namen Green en zijn neef Walter Mitchell een aantal nummers op in Gallatin, Tennessee. Mitchell speelde daarbij harmonica en Green zong en speelde gitaar.
🎙️ Zijn stijl
Een bijzonder aspect van L.C. Green is de combinatie van verschillende bluestradities.
Zijn zang en repertoire vertoonden volgens AllMusic duidelijke overeenkomsten met Sonny Boy Williamson I (John Lee "Sonny Boy" Williamson). Zijn gitaarspel kwam daarentegen sterk voort uit de Mississippi Delta, terwijl zijn elektrische benadering ook raakvlakken vertoonde met de steeds populairder wordende stijl van John Lee Hooker.
Daardoor klinkt Green als een soort muzikale overgang tussen:
Mississippi Delta → elektrische stadsblues → vroege Detroit-blues.
Dat maakt zijn opnamen bijzonder interessant voor wie de ontwikkeling van de blues richting de jaren vijftig wil volgen.
💿 Zijn platen
Green maakte in 1952 en 1953 vier singles, voornamelijk uitgebracht via Dot Records en Von Records.
Belangrijke titels zijn:
When the Sun Is Shining
Hold Me in Your Arms
Little School Girl
Remember Way Back
Little Machine
Come Back Sugar Mama
Going Down to the River Blues
Vooral "Come Back Sugar Mama" is interessant. Het was een vroege opgenomen versie van een nummer dat later ook door andere bluesartiesten werd uitgevoerd.
🔥 "Come Back Sugar Mama"
Dit is waarschijnlijk het nummer waarmee je als radiomaker het beste kunt beginnen. De opname heeft die typische vroege elektrische bluesklank: niet zo gepolijst als latere Chicago-blues, maar nog sterk geworteld in de juke-joint- en Delta-traditie.
Green wordt op verschillende compilaties van vroege Detroit-blues naast namen als John Lee Hooker, Baby Boy Warren, Bobo Jenkins en Eddie Burns geplaatst.
🎸 De Detroit-opnamen uit de jaren 50
Green nam halverwege de jaren vijftig in Detroit opnieuw materiaal op, ditmaal samen met Sam Kelly. Daaruit kwamen onder andere:
.38 Pistol Blues
Mary Ann Blues
Going Down to the River
Hastings Street Boogie
Things Is Goin' So Tough Today
Shine My Light
Een aantal van deze opnamen verscheen later op de verzamel-lp Blues Guitar Killers! Detroit 1950's uit 1977.
Deze nummers zijn voor liefhebbers interessant omdat ze laten horen hoe de oudere Delta-benadering steeds meer werd aangepast aan het elektrische stadsleven van Detroit.
🚘 Zijn werk buiten de muziek
Een belangrijke reden waarom Green tegenwoordig relatief onbekend is, is dat hij nooit de commerciële doorbraak kreeg van bijvoorbeeld John Lee Hooker. De beperkte promotie van de kleine platenproducties van Joe Von Battle speelde daarbij waarschijnlijk een rol.
Green werkte bovendien in de auto-industrie in Pontiac. Hij bleef daar wonen en overleed op 24 augustus 1985 in Pontiac, Michigan, op 63-jarige leeftijd.
Zo hoor je hoe de oorspronkelijke Mississippi-blues via migratie naar Detroit een steeds elektrischere en stedelijkere vorm kreeg.
Een bijzonder detail is dat Green ook werd geïnterviewd voor Blues Unlimited, het belangrijke Britse bluesmagazine. Dat interview is later opgenomen in Blues Unlimited: Essential Interviews from the Original Blues Magazine.
Kort gezegd: L.C. Green was geen grote commerciële bluesster, maar juist een van die verborgen schakels tussen de Mississippi Delta en de vroege elektrische Detroit-blues. Zijn kleine discografie maakt hem voor verzamelaars en bluesliefhebbers juist extra interessant.
Peter Green
🎸 Peter Green – een van de grote Britse bluesgitaristen
Peter Green, geboren als Peter Allen Greenbaum op 29 oktober 1946 in Londen, was een Britse gitarist, zanger en songwriter. Hij werd vooral bekend als oprichter, gitarist en belangrijkste songwriter van de eerste Fleetwood Mac. Zijn periode bij de band duurde maar enkele jaren, maar die jaren behoren tot de belangrijkste hoofdstukken uit de Britse bluesgeschiedenis. Green overleed op 25 juli 2020, 73 jaar oud.
🎸 Begin bij John Mayall
Green raakte als jongen geïnteresseerd in gitaar en Amerikaanse blues. Vooral B.B. King, Muddy Waters en Buddy Guy hadden grote invloed op hem. Aanvankelijk speelde hij basgitaar, maar nadat hij Eric Clapton met de John Mayall's Bluesbreakers had zien spelen, besloot hij zich volledig op leadgitaar te richten.
In 1966 kreeg Green de kans om Clapton te vervangen bij John Mayall & the Bluesbreakers. Hij was toen pas twintig jaar oud. Op het album A Hard Road uit 1967 liet hij meteen horen dat hij veel meer was dan een vervanger van Clapton.
Een bijzonder nummer is “The Supernatural”, een instrumentale compositie waarin zijn lange sustain, vibrato en melodische speelstijl al duidelijk herkenbaar zijn.
🌟 Fleetwood Mac
In 1967 richtte Green samen met drummer Mick Fleetwood en bassist John McVie Fleetwood Mac op. Gitarist Jeremy Spencer kwam erbij en later ook Danny Kirwan.
De oorspronkelijke Fleetwood Mac had nog weinig te maken met de latere wereldhits van de band met Stevie Nicks en Lindsey Buckingham. Het was in eerste instantie een stevige Britse bluesband.
De vroege albums waren onder andere:
Fleetwood Mac – 1968
Mr. Wonderful – 1968
Then Play On – 1969
Green schreef een groot deel van het repertoire.
🎵 Zijn belangrijkste nummers
Voor jouw bluesprogramma zijn vooral deze nummers interessant:
“Black Magic Woman” (1968)
Een van Greens bekendste composities. Zijn originele uitvoering is veel rauwer en bluesgerichter dan de beroemde versie van Santana uit 1970. Green schreef het nummer en nam het met Fleetwood Mac op.
“Albatross” (1968)
Een prachtig instrumentaal nummer waarin Green juist heel weinig noten speelt. Lange gitaarlijnen, veel sustain en een bijna dromerige sfeer. Het werd de eerste Britse nummer 1-single van Fleetwood Mac.
“Oh Well” (1969)
Een veel steviger nummer waarin Green blues, rock en experimentele muziek combineert.
“Man of the World” (1969)
Een melancholieke compositie waarin vooral zijn gevoelige zang en gitaarspel naar voren komen.
“The Green Manalishi (With the Two Prong Crown)” (1970)
Een donkere, psychedelische bluesrocktrack en een van de laatste grote nummers die Green met Fleetwood Mac maakte.
“Need Your Love So Bad”
Een emotionele bluesballad waarin Green zijn meer ingetogen kant laat horen.
🎼 Zijn gitaarstijl
Wat Peter Green bijzonder maakte, was dat hij niet zoveel mogelijk noten wilde spelen. Zijn kracht zat juist in de toon, timing, sustain en expressie.
Zijn spel klinkt vaak:
melodisch
melancholiek
ruimtelijk
zuiver
emotioneel
soms bijna spookachtig
Hij gebruikte veelvuldig een Gibson Les Paul, gecombineerd met een Marshall-versterker. Zijn beroemde Les Paul uit 1959 kreeg later de bijnaam “Greeny”. De gitaar kwam uiteindelijk in handen van Gary Moore en later van Kirk Hammett.
B.B. King was bovendien een bewonderaar van Green en prees zijn uitzonderlijke gitaarspel en toon.
🌒 Het plotselinge einde van Fleetwood Mac
Green verliet Fleetwood Mac in 1970. Hij had zich steeds verder verwijderd van het succes en de commerciële kant van de muziekindustrie. Zijn persoonlijke situatie verslechterde vervolgens sterk en hij trok zich grotendeels terug uit de muziekwereld.
Daarmee kwam een bijzonder korte maar indrukwekkende periode ten einde: ongeveer vier jaar, van zijn Bluesbreakers-periode in 1966 tot zijn vertrek bij Fleetwood Mac in 1970.
🎶 Terugkeer
In de jaren negentig kwam Green voorzichtig terug in de muziek. In 1996 ontstond de Peter Green Splinter Group, waarmee hij opnieuw optrad en albums maakte. Hij was daarmee weer regelmatig op podia te zien, hoewel zijn optredens niet altijd meer de intensiteit hadden van zijn jonge jaren.
In 1998 werd Peter Green samen met Fleetwood Mac opgenomen in de Rock & Roll Hall of Fame. Tijdens de ceremonie speelde hij onder andere “Black Magic Woman” met Carlos Santana.
🏆 Invloed
De invloed van Peter Green reikt veel verder dan Fleetwood Mac. Gitaristen als Gary Moore, Eric Clapton, Joe Perry, Steve Hackett, Andy Powell en anderen hebben zijn spel genoemd als belangrijke inspiratiebron.
Vooral zijn periode 1966–1970 is belangrijk voor iedereen die de ontwikkeling van de Britse blues naar bluesrock en psychedelische rock wil begrijpen.
Zo hoor je mooi hoe Green van klassieke Chicago-blues via de Britse blues naar een veel experimentelere vorm van bluesrock ging


Guitar Nubbit
🎸 Guitar Nubbit – een vergeten bluesman uit Boston
Guitar Nubbit was de artiestennaam van Alvin Hankerson (23 november 1923 – 30 juni 1995), een Amerikaanse bluesgitarist en zanger. Hij is vooral bekend geworden door zijn bijzondere single “Georgia Chain Gang” uit 1962. Zijn muziek hoort bij de rauwe, eenvoudige elektrische blues die in de jaren zestig ook belangstelling kreeg binnen de Amerikaanse folk- en bluesrevival.
👶 Van Florida en Georgia naar Boston
Hankerson werd geboren in Fort Lauderdale, Florida. Als kind verhuisde hij naar Georgia, waar hij een belangrijk deel van zijn jeugd doorbracht. In de jaren veertig vestigde hij zich in Boston, Massachusetts.
Zijn bijnaam “Nubbit” had een bijzondere oorsprong. Als driejarige verloor hij tijdens een orkaan het topje van zijn rechterduim. Die lichamelijke beperking werd uiteindelijk onderdeel van zijn bijnaam.
🎸 Een late start als gitarist
Nubbit begon rond het einde van de jaren veertig met gitaarspelen. Aanvankelijk probeerde hij zichzelf het instrument aan te leren, maar na ongeveer een jaar gaf hij het op.
In 1954 pakte hij de gitaar opnieuw op. Hij kreeg toen lessen van Bill Bryant, een voormalige muziekleraar uit North Carolina. Uiteindelijk ontwikkelde hij zich tot gitarist en zanger en begon hij vooral zijn eigen bluesnummers te spelen.
Opmerkelijk genoeg werkte hij overdag als barbier in Boston. Zijn kapsalon in Roxbury lag vlak bij de platenzaak van Skip White, een belangrijke figuur in de plaatselijke blues- en muziekscene.
💿 Skip White en Bluestown Records
De ontmoeting met Skip White bleek belangrijk voor Nubbit. White hoorde op een gegeven moment opnamen van Nubbit en raakte enthousiast over zijn muziek. Vervolgens bracht hij verschillende singles uit op zijn kleine Bluestown Records-label.
In 1962 verschenen onder andere:
“Evil Woman Blues” / “Laura”
“Georgia Chain Gang” / “Hard Road”
“I've Got the Blues” / “New Orleans”
De opnamen werden in Boston gemaakt. Sommige andere sessies uit die periode werden pas veel later uitgebracht.
⭐ “Georgia Chain Gang”
Zijn bekendste nummer is zonder twijfel “Georgia Chain Gang”. Het nummer verscheen in 1962 en is een mooi voorbeeld van Nubbits directe manier van blues vertellen.
Hij zong niet over grote abstracte onderwerpen, maar gebruikte concrete beelden en verhalen. Daardoor heeft zijn werk iets van een countrybluesverteller, terwijl de gitaarbegeleiding hem duidelijk in de elektrische blues plaatst.
Het nummer verscheen later ook op verschillende verzamelalbums en wordt tegenwoordig gezien als een van de belangrijkste bewaard gebleven voorbeelden van zijn werk.
🎵 “Big Leg Woman”
In 1965 bracht Nubbit “Big Leg Woman” uit, met “Crying Blues” als andere kant. “Big Leg Woman” was een bewerking van een nummer van Blind Boy Fuller.
Dit laat ook zien dat Nubbit naast eigen composities gebruikmaakte van ouder bluesmateriaal.
📻 Waarom bleef hij zo onbekend?
Nubbit kreeg in de jaren zestig enige aandacht binnen de voornamelijk blanke Amerikaanse blues- en folkrevival, maar hij ontwikkelde geen grote nationale carrière.
Zijn repertoire was betrekkelijk klein en hij bleef sterk verbonden met de lokale muziekscene van Boston. Na de eerste singles raakte hij grotendeels uit beeld. Een poging om zijn muziek opnieuw onder de aandacht te brengen kwam met een EP in 1971, maar daarop stonden voornamelijk oudere opnamen.
In 1989 verscheen vervolgens Re-Living the Legend!, een opmerkelijke zeven-track 12-inch uitgave.
💿 Belangrijke uitgaven
Jaar Uitgave Label
1962 Evil Woman Blues / Laura Bluestown
1962 Georgia Chain Gang / Hard Road Bluestown
1962 I've Got the Blues / New Orleans Bluestown
1965 Big Leg Woman / Crying Blues Bluestown
1971 EP met eerdere opnamen XX Records
1989 Re-Living the Legend! Matchbox
1998 Blues Town Story, Vol. 1 Wolf Records
De compilatie Blues Town Story, Vol. 1 uit 1998 bevatte bovendien enkele eerder niet uitgebrachte opnamen van Nubbit.
👨👩👧 Bijzondere familieband
Guitar Nubbit was bovendien de oom van Dorris Henderson, een Amerikaanse folkzangeres en autoharp-speelster die later in Groot-Brittannië actief werd.
⚰️ Laatste jaren
Alvin Hankerson bleef tot op hoge leeftijd met muziek verbonden, maar bereikte nooit de bekendheid van bijvoorbeeld Muddy Waters, Howlin' Wolf of John Lee Hooker. Hij overleed op 30 juni 1995 in Boston, 71 jaar oud.